Aandachtspunten uit de overlegvergadering

uit het overleg 07 en 14 05 2002

Aandachtspunten uit de extra overlegvergadering van de UR van 7 mei 2002

(besluit genomen in de interne vergadering van 14 mei 2002)


Voorgenomen besluit Facultaire Herindeling en Kanteling


De Universiteitsraad,


bijeen in vergadering op 14 mei 2002,



Gezien:


Het aangepaste besluit van het College van Bestuur 13 mei 2002, 16.00 uur;

De adviezen van de commissies Kanteling en Facultaire Herindeling;

De reacties daarop van Faculteitsraden;

Het positieve advies van het UMT;

Het ontbreken van een goede analyse van de effecten van de gekozen percentages/parameters (punt 15 van het besluit) in het financieel verdeelmodel



Gehoord:


De toelichting van het College van Bestuur;

De toezegging van het college dat in de toelichting bij punt 5 van het besluit een formulering wordt opgenomen waaruit blijkt dat het leerstoelenplan en/of majeure afwijkingen van het leerstoelenplan – net als in de oude situatie – instemming van de betreffende faculteitsraad behoeft;


Overwegende:


Dat het CvB uiterlijk 1 juni 2002 een accurate en volledige lijst van leerstoelen en de indeling ervan als business units binnen de nieuwe faculteiten beschikbaar stelt aan de Universiteitsraad;

Dat vanwege het benodigde draagvlak voor de faculteitsvorming en in het kader van de opstelling van een reorganisatieplan het noodzakelijk is dat de disciplines, die samen een faculteit gaan vormen, eerst op hoofdlijnen overeenstemming bereiken over naam, gezamenlijke doelen en organisatievorm,



Besluit:


Niet in te stemmen met het voorgenomen besluit van het college van bestuur van 13 mei 2002, 16.00 uur inzake de Kanteling en Facultaire Herindeling, tenzij alsnog overeenstemming tussen UR en college wordt bereikt op de volgende punten.

1.Instemmingsrecht van de UR op de definitieve keuze van de percentages/parameters in het financieel verdeelmodel na het strategisch overleg in het UMT in juni 2002;

2* Herformulering van punt 5 van het collegebesluit:
tot de indeling van leerstoelen in de 5 faculteiten zoals weergegeven in bijlage 2 van het advies Facultaire Herindeling. Voor elk van de nieuw samen te stellen faculteiten is het een voorwaarde dat de eenheden, die samen de nieuwe faculteit vormen, op hoofdlijnen overeenstemming bereiken over naam, gezamenlijke doelen en organisatievorm van de faculteit, daarbij in het bijzonder lettend op het voldoende tot hun recht komen van de constituerende disciplines; Indien onverhoopt geen overeenstemming wordt bereikt, behoort een andere indeling tot de mogelijkheden.

3* Herformulering van punt 14 van het collegebesluit:
de taken en bevoegdheden van wetenschappelijk directeuren, decanen en hoogleraren vast te stellen zoals beschreven in hoofdstuk zeven van het Kantelingdocument, daarbij benadrukkend dat het initiatief met betrekking tot het instellen van leerstoelen door respectievelijk decaan en WD het resultaat moet zijn van wederzijds overleg (zie toelichting).
In aanvulling daarop is het de taak van de decaan om een samenhangend facultair strategieplan op te stellen waarvan het opleidingsplan en een onderzoekplan (rekening houdend met de deelname in instituten) deel uit maken, en uitgewerkt in een leerstoelenplan.
De samenhang van onderwijs en onderzoek vindt zijn basis in de activiteiten van de leerstoelgroepen. De leerstoelgroepen zijn de bakermat voor nieuwe ontwikkelingen in onderzoek en onderwijs. De nieuwe organisatiestructuur van de UT is er op gericht dit te stimuleren.



*) Bij de stemming over deze besluiten staakten de stemmen. Het reglement schrijft in dat geval voor dat in de eerstvolgende vergadering een en ander opnieuw in stemming wordt gebracht.