Wie was professor Jan Kreiken?

Universiteitsfonds Twente
Uw gift telt, elk jaar weer!

Jan Kreiken (1925 – 2001)

Kreiken was een bekend bedrijfsstrateeg, grondlegger van de managementgedachte in Europa en mede-oprichter van de Twentse bedrijfskunde opleiding.  Hij begon zijn wetenschappelijke en bedrijfsmatige loopbaan in het Zuid-Afrika van de jaren vijftig. In 1968 werd hij als hoogleraar bedrijfseconomie aangesteld aan de toenmalige Technische Hogeschool Twente. Reeds in 1970, Kreiken was toen 45 jaar, werd hij gerekend tot het uiterst beperkte groepje van leidende Nederlandse bedrijfseconomen. Dat is des te meer opvallend omdat hij niet verbonden was aan een van de economische faculteiten, hoezeer deze zich ook hebben ingespannen om hem als hoogleraar aan zich te binden. Kreiken beoefende zijn vakgebied liever in een bedrijfskundige universitaire context. Hij was aldus werkend niet alleen de medeoprichter van Bedrijfskunde in Twente maar ook de initiator van de wetenschappelijke erkenning van dat vakgebied in Nederland. Bedrijfskundig Europa is hem dank verschuldigd voor de verwezenlijking van het Europese wetenschappelijke bedrijfskundehuis: de European Foundation for Management Development (EFMD).

Kreiken's persoon en werk hadden een magnetische kracht. Grote wereldburgers, die wij thans managementgoeroes zouden noemen, kwamen regelmatig op bezoek op Kreiken's kantoor op de vierde verdieping van het BB-gebouw (nu: ‘Spiegel’). Die kring der groten, waarin Kreiken zo langdurig mocht verkeren, vormde de stimulans tot vele onderwijs- en onderzoekactiviteiten binnen zijn faculteit en zijn vakgroep. Onder verwijzing naar het angelsaksische begrip 'managerial economics’, was zijn motto: beoefen de bedrijfseconomie in een bestuurlijke context. Zijn oratie in 1968 droeg dan ook de titel ‘Bestuurlijke Bedrijfseconomie’. Die rede gaf vernieuwing aan het bedrijfseconomisch denken en zal ongetwijfeld hebben bijgedragen tot zijn kwalificatie als leidend bedrijfseconoom in Nederland. Van 1974 tot 1976 was Kreiken Rector Magnificus van de Universiteit Twente.

‘De toekomst kan niet worden voorspeld, maar moet worden gemaakt’ 
was een van zijn gevleugelde uitspraken die het belang van innovatie benadrukte.