Wat is TOM?

Principe 5: snel op de juiste plek

Eén van de uitgangspunten van TOM is om studenten zo snel mogelijk te helpen beseffen of ze op de juiste plek zitten.

Het eerste semester

Daarom geven de eerste twee modules een beeld van de aard en inhoud van de opleiding. Het kunnen inleidende modules zijn die een overzicht geven van het werkveld. Of ze kunnen juist inzoomen op de belangrijkste rollen of vaardigheden waarover afgestudeerden van de opleiding moeten beschikken. Bovendien beoogt de Universiteit Twente dat deze modules inzicht geven in de vraag of studiesucces een realistische verwachting is: net als in de rest van de opleiding, liggen de eisen die we aan studenten stellen in de eerste twee modules hoog. Ook wordt er in deze modules aandacht besteed aan het leren leren, met intensieve begeleiding van de tutor. Daarbij krijgen studenten ook advies en begeleiding van de studieadviseur.

Bindend Studie Advies (BSA)

Iedere student krijgt aan het eind van het eerste jaar een verwijzende beoordeling. Heeft een student minder dan 45 EC  gehaald, dan krijgt hij/zij een bindend studieadvies en kan zich niet opnieuw inschrijven voor de opleiding. Aangezien modules ondeelbare onderwijseenheden zijn, betekent dit dat onze studenten minstens drie van de vier modules succesvol moeten hebben afgerond.

15 EC principe

Het UT-beleid is dat modules in hun geheel gehaald moeten worden. Hiermee bestaat het risico dat studenten waarvan de verwachting is dat zij met succes de opleiding kunnen doorlopen toch een bindend studieadvies krijgen, doordat zij net één of twee toetsen onvoldoende gemaakt hebben. Om deze situaties te voorkomen, willen we zoveel mogelijk toe naar goed geïntegreerde modules waarbij het onderscheid tussen verschillende vakken nauwelijks waar te nemen is. Wanneer een student zich voldoende inzet en over een voldoende academisch niveau beschikt, moet de 15 EC gehaald kunnen worden. Dit is echter alleen mogelijk wanneer toetsschema’s niet al te ingewikkeld zijn en een weekje griep geen grote gevolgen heeft en te repareren is. Dit betekent niet dat toetsen gemakkelijker gemaakt moeten worden. Het betekent wel dat studenten niet overtoetst moeten worden en dat studenten gedurende de module voldoende inzicht krijgen in hun progressie. Het is slim om vooraf kritisch naar de leerdoelen van de module te kijken en dan te bedenken hoe deze getoetst moeten worden (in plaats van toetsen per ‘vak’).

principe vijf: snel op de juiste plek