Mijn TOM

Niet meer alles voorkauwen

Renske is tutor en leerlijncoördinator bij gezondheidswetenschappen en is sinds februari 2013 betrokken bij de implementatie van TOM bij deze studie. Daarvoor was ze fulltime bezig met haar promotieonderzoek. Op dit moment werkt ze nog twee dagen in de week aan haar onderzoek en is ze drie dagen aan de slag met het onderwijs. Renske vindt dit een leuke afwisseling in haar werk.

Renske heeft zelf gestudeerd aan de Universiteit van Maastricht en heeft daar als student probleem gestuurd onderwijs ervaren. Ook binnen die vorm van onderwijs worden tutoren ingezet. Deze ervaringen kon ze goed gebruiken bij het opzetten van de tutorgroepen en haar nieuwe rol als tutor op de UT.



Wekelijkse tutorbijeenkomsten

Binnen de eerste module zijn er wekelijks tutor bijeenkomsten waarin drie projectgroepen tegelijkertijd worden begeleid door één tutor. Elke projectgroep bestaat uit vier studenten, en zijn door de opleiding ingedeeld. Binnen GZW zullen de tutoren vooral het proces begeleiden en in mindere mate inhoudelijk advies geven. Renske geeft aan dat de rol van de docent hierdoor gaat veranderen, als tutor moet je je vooral op het groepsproces focussen, veel minder op de kennisoverdracht. ‘Ik denk dat je als docent je regelmatig erg in zal moeten houden, want je hebt wel de neiging om ze op weg te helpen als je weet waar ze ongeveer heen zouden moeten’. Dit is echter niet de bedoeling; de studenten moeten zelf een pad kiezen, er is immers niet één goede oplossing van een projectopdracht. En ‘hoe meer jij antwoorden geeft hoe afhankelijker een student zich gaat opstellen en hoe meer die ook weer gaat vragen’.


Academische houding

De verantwoordelijkheid die studenten moeten gaan nemen hangt sterk samen met de academische houding. Volgens Renske is project onderwijs dan ook een goede manier is om de academische houding van de studenten te ontwikkelen. De studenten moeten zelf uitzoeken hoe ze aan de juiste kennis komen. Tijdens de eerste tutorbijeenkomsten gaven de studenten wel aan dit nog wel lastig en spannend te vinden, ‘de studenten zien zelf ook dat dit anders is dan op de middelbare school, ze vinden het misschien moeilijk dat het niet allemaal kant en klaar wordt voorgeschoteld, maar ze beseffen wel dat dit hoort bij de universiteit’. In de tweede week al bleken de studenten hier beter mee om te gaan, ‘studenten zijn erg enthousiast bezig met het onderwerp en onderling van alles aan het regelen’. Dat is ook hard nodig, want aan het einde van week 3 moeten ze al groepswerk presenteren.


Werkveld en alumni

In de eerste week zijn twee ‘vraag en antwoord’ sessies georganiseerd met alumni van GZW, zodat studenten een beter beeld konden vormen van hun toekomstige werkveld. ‘Beide partijen waren hier heel enthousiast over, dus dit is echt iets wat we er in willen houden!’. Op een gegeven moment gaf een aantal studenten aan dat ze het lastig vonden dat ze niet precies wisten wat er van hen werd verwacht bij het project. Waarop de alumnus aangaf dat dit ook het geval is op zijn werk, waar een opdracht ook niet altijd eenduidig is en hij op zoek moet naar kaders en informatie. Het werken in een project geeft dus een realistisch beeld van wat er op de werkvloer van alumni wordt verwacht.

Renske is erg benieuwd naar de uitwerking van TOM op de studenten, ze kijkt dan ook uit naar het einde van de module om te zien of de ‘nieuwe’ studenten een andere houding hebben dan de ouderejaars. Verder is ze erg enthousiast en geeft ook als tip mee om enthousiasme uit te stralen. Als je als docent enthousiast bent, worden studenten dat ook!







September, 2013