Mijn TOM

Onderwijs motiverend maken

Niels Baas, modulecoördinator Communication Science, en Lisa Gommer, onderwijskundige en als docent betrokken bij meerdere modules bij de faculteit CTW, bezochten beiden een TOM Carrousel over Student Engagement. Dit mondde uit in een interessante gesprek over hun onderwijservaringen – over het motiveren van studenten, betrokkenheid en groepsvorming.


Aansluiten bij de praktijk
Niels steekt enthousiast van wal. “Ik probeer om het vakgebied zo aantrekkelijk mogelijk te maken, door in colleges zoveel mogelijk praktijkvoorbeelden erbij te halen en filmpjes te laten zien.” In de eerste module pakte dit heel goed uit, omdat het onderwerp dicht bij zijn eigen onderzoeksgebied lag en hij voor een gastdocent uit zijn eigen netwerk kon putten. Studenten gingen in deze module een campagneplan rondom seksualiteit maken. Een medewerkster van de GGD vertelde bij de start van de module anderhalf uur lang vol enthousiasme over haar werk. “Studenten vonden het geweldig en gingen steeds meer vragen stellen. Het duurde niet lang of dat hele college was vraagsgewijs.” Ook Lisa maakte eens gebruik van gastdocenten. “Zonder dat ik daarop gestuurd had, bleken deze twee mannen erg van elkaar te verschillen. In het type werk dat zij in deden, maar ook in hoe zij als student waren. Voor studenten was dat goed om te zien.”


Omaatje, jager, beer
Een tweede manier waarop de studenten in Niels’ module betrokken werden, was door ervoor te zorgen dat ze een groep gaan vormen. Daarom is Niels in de eerste bijeenkomst begonnen met speeddaten, om projectgroepen te vormen. “Maar ik had het idee dat ze eerst een beetje los moesten komen, dus ik liet ze een variant van rock, paper, scissors doen. Maar dan met een omaatje, een jager en een beer. Afgevallen studenten moedigden de studenten die nog in het spel waren aan. Nuttig ook in het kader van namen leren. Het klinkt misschien erg kinderachtig, maar het is zo belangrijk dat studenten zich eerst op hun gemak voelen. Zeker als je daarna iets spannends als speeddaten wilt doen.” Niels geeft toe dat hij het een spannend experiment vond en was begonnen met een veiligere opdracht om op alfabetische volgorde te gaan staan. Ook het daaropvolgende speeddaten was uitproberen. Maar het bleek een succes. Studenten deden enthousiast mee, omdat de formatie van hun projectgroep er vanaf hing. Ze moesten zelf gaan bedenken wat voor rol ze waarschijnlijk in de groep zouden hebben en proberen om mensen te vinden die hier een goede aanvulling op waren. Vooraf waren een aantal criteria opgesteld, om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat de Duitse studenten zo goed mogelijk konden integreren en verspreid werden over verschillende groepen. Na elke ronde luidde er een gong en mochten de studenten op zoek naar een nieuwe gesprekspartner. Dit levert natuurlijk een behoorlijke chaos op, dus het advies van Niels is om, zeker wanneer de groep erg groot is, aan lange tafels te gaan zitten en door te schuiven. “Het is waardevol om aan het einde van het project terug te komen op de groepsrollen en studenten hierover te laten evalueren. Hebben ze de rol vervuld die ze hadden verwacht of ging het toch anders? En hoe ging het de groep af?”

WhatsApp
Tijdens de TOM Carrousel vertelde Niels dat hij in de WhatsApp groep van de studenten zat. “Dat was geluk. Ik zag dat ze met elkaar een WhatsApp groep hadden en vroeg of ik er bij in mocht.” Een erg leuke ervaring, volgens Niels, omdat je kunt zien waar studenten mee bezig zijn en wat ze moeilijk vinden. Screenshots en foto’s van collegeslides en boeken worden driftig naar studiegenoten geappt en er worden vragen aan elkaar gesteld. Soms beantwoorde Niels die. En hij vroeg studenten om opvallende communicatie-uitingen met elkaar te delen. “Ze zien overal communicatie in en hebben leuke discussies met elkaar."

Onderwerpkeuze
Lisa: “Ik herken een aantal belangrijke principes over studentmotivatie in deze ideeën. Het is enorm motiverend wanneer je het nut voelt, de purpose. Dat realiseer jij door die aansluiting bij de praktijk. Een tweede belangrijke principe is het geven van autonomie, van keuzevrijheid.” Niels knikt enthousiast. “Die keuze geven wij ook. Dat doen we door een ruim thema voor de module te bedenken. De onderwerpen van het campagneplan waar studenten voor kozen varieerden van SOA-preventie, tot sexting” (seksueel getinte foto’s of video’s delen via social media). Lisa: “Die keuzeruimte werkt motiverend; studenten voelen dan eigenaarschap. En je leert er veel van: wat is in de gegeven tijd wel mogelijk, en wat niet?” Haar ervaring is dat studenten het nog leuker vinden wanneer ze daadwerkelijk iets mogen maken. “Maar dat moet je ook weer niet elke module doen, dat past niet altijd bij wat je studenten wilt leren. Een echte opdrachtgever inzetten werkt ook heel goed.” Niels herkent dat. In zijn module mochten studenten hun plan in een gesprek voorleggen aan een seksuoloog, met wie ze een consultancy gesprek hadden. “Die mogelijkheid voor een review is een aanrader. Evenals de afsluiting van de module in de Classroom of the Future, vanwege de grote tablettafels.”

Zelf deliverables bepalen
Niels geeft aan dat ze nog wel wat zoekende zijn naar de juiste balans tussen vrijheid en begeleiding. “Toen we de module voor het eerst aanboden, sloegen we wat door met elke week een opdracht. De verantwoordelijkheid voor planning zou veel meer bij studenten moeten liggen, zeker ook omdat ze in module 2 wel helemaal losgelaten worden.” Lisa: “Ik zou nog wel wat verder willen gaan in de keuzevrijheid. In Aalborg laten ze studenten zelf een project verzinnen. Schets een globaal probleem en laat studenten het zelf inkaderen tot een concrete opdracht. Studenten kunnen dan allemaal verschillende deliverables opleveren, maar het traject is hetzelfde: bijvoorbeeld van identificeren van de behoefte van de doelgroep, naar een ontwerp, construeren en testen.” Niels vraagt zich hardop af of het beoordelen daar niet veel lastiger van wordt, maar Lisa zegt dat dit wel meevalt. Je kunt bijvoorbeeld goed beoordelen in welke mate de deliverable aansluit bij de behoefte van de gekozen doelgroep.

Vraaggestuurd onderwijs
Niels geeft aan dat de opleiding Communicatiewetenschap straks meer die kant op gaat. In een voorbeeld van zo’n nieuwe module, Going Viral, is het de bedoeling dat studenten zelf met de vraag: hoe ga ik viral? bezig gaan. Binnen de module krijgen ze het onderwijs vraaggestuurd aangeboden. “We gaan ze handvatten bieden hoe je dat ‘viral gaan’ kunt bereiken. En we zullen niet meer alle theorie gaan geven, maar alleen de theorieën die ze nodig hebben evenals theorieën die ze zelf aandragen of waar ze om vragen.” Niels legt uit dat het project de kern gaat worden. De leerlijnen blijven bestaan, maar zullen veel meer toegepast worden in het project. “Maar we willen ook dat de docent niet zelf alles aandraagt, maar als expert rond gaat lopen wanneer studenten aan het werk zijn, zodat zij vragen kunnen stellen. Deze grotere activiteit van studenten biedt mogelijkheid voor en vraagt om een grotere flexibiliteit van docenten.” Lisa herkent een dergelijke aanpak. “Bij de wiskundeleerlijn werd een deel ‘flipped’ aangeboden.” Bij de ‘flipped classroom’ nemen studenten de informatie die ze normaal gesproken in een hoorcollege zouden krijgen, nu thuis zelf door. In de onderwijsbijeenkomst is er dan veel ruimte voor discussie en vragen. “Dat bleek lastiger dan we vooraf hadden gedacht. Studenten hadden zich wel voorbereid, maar in een groep van 100 man durfde niemand vragen te stellen.” Niels knikt. “Dat wordt ook onze uitdaging.”