Mijn TOM

Samen werken aan een kwaliteitscultuur

Jan van Diepen werkt voor de faculteit GW. Daarvoor heeft hij Biologie gestudeerd en 10 jaar in de wetenschapswinkel gewerkt. Binnen GW was hij eerst opleidingscoördinator voor een kleine master: Philosophy of Science, Technology and Society (PSTS). Sinds afgelopen september is hij coördinator kwaliteitszorg voor de faculteit GW. ‘Ik vond het ook wel prettig om het achter me te laten en om helemaal met iets nieuws te beginnen.’ Nu houdt hij zich voornamelijk bezig met het evalueren de kwaliteit van het onderwijs en het verzamelen van andere informatie over de prestaties van het onderwijs. Jan verzorgd binnen TOM geen onderwijs, maar ondersteunt de UT-brede studenten evaluatie (Student Experience Questionaire), door middel van evasys.

Kwaliteitscultuur
Het ontwikkelen van een kwaliteitscultuur is iets van Jan erg belangrijk vindt. Het evalueren van onderwijs is hoort hierbij, maar ook de openheid over de resultaten. ‘Als je echt een kwaliteitscultuur wilt ontwikkelen, moet je ook bereid zijn de gepercipieerde kwaliteit onder ogen zien.’ Jan heeft een duidelijk beeld van de gewenste kwaliteitscultuur voor de UT en streeft naar meer transparantie en openheid. ‘Wij zijn ons bewust van onze kwaliteit en je zou dus ook alles moeten kunnen vinden over onze kwaliteit; daar praten wij gewoon over en dat stoppen we niet onder het vloerkleed.’ Volgens Jan is de maatschappij daar al volwassen genoeg voor.

Van opleiding- naar faculteit- tot instellingsbreed
Binnen de faculteit GW is er door de jaren heen al veel veranderd op het gebied van evaluaties. Jan is al een lange tijd betrokken bij de vakevaluaties. ‘Sinds 2008 ondersteun ik alle vakevalaluaties binnen GW, daarvoor werden vakken eigenlijk geëvalueerd door een onsamenhangend systeem.’ In 2008 was er bij GW de eerste pilot met Evasys, het systeem waarmee nu ook UT-breed een pilot wordt uitgevoerd. Binnen de faculteit GW werd dus al langer een faculteitsbreed evaluatieformulier gehanteerd, evenals natuurlijk een uniforme procedure en rapportage. ‘De evaluaties zijn steeds meer gecentraliseerd geworden en zo overzichtelijker en efficiënter, er wordt ook meer uitgestegen boven ieders eigen particuliere ervaringen.’ Begin juni 2013 heeft Jan aangeboden ook de UT-brede evaluaties op zich te nemen, dat aanbod werd door het CvB van harte aangenomen. ‘Ik durfde het wel aan om die 20 modules erbij te pakken. Dat valt in het niet bij het aantal vakken dat ik elke keer doe, dus daar lig ik niet van wakker.’

Verschil tussen de projecten
Binnen Evasys zijn er ontzettend veel mogelijkheden om de resultaten weer te geven. ‘Iedereen is heel blij met de snelheid en de soepelheid van het systeem.’ Alle opleidingen hebben van Jan de resultaten van hun eigen module ontvangen. Daarnaast hebben ze ook door middel van een ‘profile-line’ een globaal overzicht gekregen hoe hun module zich verhoudt tegenover de rest van de eerste modules. ‘Wat je ziet is dat bij alle modules de studenten hetzelfde patroon weergeven, alleen bij de projecten waaiert het helemaal uit.’ Jan vindt het wel grappig om te zien dat de waardering voor de verschillende modules UT-breed overeen komt, het verschil zit hem in de projecten. ‘De projecten zijn dus erg verschillend, die worden verschillend gewaardeerd.’

CvB betrokken bij onderwijs
‘Wat ik een geweldig interessant aspect van TOM vind, is dat voor het eerst in de geschiedenis van de UT, voor zover ik weet, het CvB zich met het onderwijs bemoeit’. Door TOM is er nu instellingsbreed aandacht voor het onderwijs, hiervoor werd het veel meer aan de faculteiten en opleidingen overgelaten. ‘Een stap die net is gezet, is dat er ook centraal wordt geëvalueerd.’ Jan geeft ook aan dat we in een echte cultuurverandering zitten. ‘Die kwaliteitscultuur die we nu ontwikkelen rolt door de implementatie van TOM over de hele instelling.’ Om die kwaliteitscultuur verder te stimuleren is volgens Jan openheid nodig en dat kan best want ‘iedereen moet trots zijn op zijn resultaten’.