Wat gebeurt er als vloeibaar aardgas (LNG) in een schip tegen de wand van de opslagtank slaat? Nieuw onderzoek uit het team van natuurkundige Devaraj van der Meer (Universiteit Twente), gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS, laat fysische verschijnselen zien die kunnen bijdragen aan hoge druk tijdens botsingen. Dat inzicht is mogelijk belangrijk voor het ontwerp van LNG opslagtanks voor schepen en toekomstige vloeibaarwaterstofsystemen.
Normaal zorgt een dun laagje gas ervoor dat een vloeistof niet direct tegen een oppervlak slaat. Dat gas werkt als een kussen en dempt de klap. In LNG-schepen is dat gas aardgas, de damp van het LNG zelf. En die damp kan tijdens de impact weer vloeibaar worden. Daardoor kan het kussen verdwijnen en als dat gebeurt neemt de belasting op de wand sterk toe.
Normaal gesproken voorkomt een dunne luchtlaag dat een vloeistof rechtstreeks op een oppervlak terechtkomt. Dat gas werkt als een soort kussen en dempt de klap. In LNG-schepen is dat gas aardgas, de damp van het LNG zelf. En die damp kan tijdens de impact weer condenseren tot vloeistof. Daardoor kan het kussen verdwijnen en kan de belasting op de wand sterk toenemen.
Van alledaags klotsen naar extreme impact
Alles wat we intuïtief weten over vloeistoffen die ergens tegenaan slaan, komt uit situaties met lucht. Regen op straat. Golven tegen een kade. In al die gevallen zit er vlak voor de botsing een laagje lucht tussen vloeistof en oppervlak. Die lucht wordt samengedrukt en werkt als een schokdemper. Dit heet air cushioning.
Maar bij LNG en vloeibare waterstof is die lucht vervangen door damp van dezelfde vloeistof. De vloeistof is in evenwicht met zijn eigen damp. De damp kan tijdens een botsing weer vloeibaar worden. Condenseren dus. “En dat verandert alles,” zegt Van der Meer. “Als die damplaag verdwijnt, verdwijnt ook het kussen. Dan krijg je geen zachte landing, maar een harde klap.”
Druppels die harder raken dan verwacht
Om dat effect te isoleren, deden Van der Meer en zijn team experimenten met een speciale vloeistof die bij 34 graden kookt. Zo konden zij bij kamertemperatuur werken, maar wel een vloeistof gebruiken die zich gedraagt als het veel koudere LNG (−162 graden) of vloeibare waterstof (−253 graden).
In de PNAS-studie laten de onderzoekers druppels op een oppervlak vallen. Bij lage snelheden gebeurt wat je verwacht: er blijft een kleine dampbel gevangen onder de druppel. Maar zodra de druppel sneller beweegt, gebeurt er iets opvallends. De damp verdwijnt.
“De damp condenseert sneller dan de druppel naar beneden beweegt,” legt Van der Meer uit. “Daardoor kan de druk niet rustig worden opgebouwd. Het dempende effect valt weg.” Het resultaat is een veel hardere botsing dan wanneer dezelfde druppel in lucht zou vallen.
Niet alleen theorie, maar ook gemeten druk
Het bleef niet bij druppels. In een ander onderzoek liet het team een metalen schijf inslaan op een bad van dezelfde vloeistof. Door alleen de temperatuur iets te verlagen steeg de maximale druk bij impact tot wel vijftien keer.
Nog groter werd het effect bij golven. In een grote testopstelling van onderzoeksinstituut MARIN in Wageningen, vijftien meter lang, lieten de onderzoekers brekende golven tegen een wand slaan. Met 99 druksensoren maten ze wat er gebeurde.
Bij water in lucht gedraagt zo’n botsing zich keurig volgens het boekje. Maar bij water in zijn eigen damp liep de druk soms op tot honderd keer hoger. De oorzaak: een dampbel onder de brekende golf die niet, zoals in lucht, samengedrukt wordt, maar razendsnel instort doordat de damp condenseert.
Wat betekent dit voor LNG en waterstof?
LNG-schepen zijn nu niet ineens onveilig. Een fundamenteel effect werd tot nu toe nauwelijks meegenomen in modellen en experimenten. “In veel veiligheidsstudies wordt gewerkt met een inert gas dat niet kan condenseren,” zegt Van der Meer. “Maar in een echte LNG-tank is de damp allesbehalve inert. Die kan gewoon weer vloeibaar worden.”
Volgens hem is het belangrijk dat ontwerpers en ingenieurs dit effect kennen. “We laten zien dat de fysica anders is dan gedacht. Dat betekent niet dat alles opnieuw moet, maar wel dat je dit niet kunt negeren.”
“We zijn in gesprek met partijen uit de industrie die LNG-containers voor schepen ontwerpen,” zegt hij. “Voor ons is het een beginpunt: we weten nu dat het effect bestaat. De volgende stap is begrijpen wat dit betekent op de schaal van echte transporttanks.”
Meer informatie
Prof. dr. Devaraj van der Meer is hoogleraar aan de Universiteit Twente en verbonden aan de onderzoeksgroep Physics of Fluids. Hij doet onderzoek naar granulaire materialen die zich droog of in suspensie als een vloeistof gedragen en het gedrag van bellen en vloeistoffen, in het bijzonder rond hun kookpunt.
De nieuwste resultaten van zijn team over de impact van vloeistoffen in evenwicht met hun eigen damp verschenen in een artikel, getiteld ‘Impact of boiling liquid droplets: Vapor entrapment suppression’, in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).
Meer recent nieuws
vr 6 mrt 2026CLEAR Kick-Off Symposium: Future-Proofing CSE for Sustainability
vr 6 mrt 2026Fotonen filteren voor betere kwantumcomputers
vr 6 mrt 2026Universiteit Twente versterkt innovatie in vrouwengezondheid
do 26 feb 2026Jeannette Hofmeijer ontvangt Vici voor onderzoek naar comaherstel
do 12 feb 2026TNW actief betrokken bij Regionale WO-dag op de UT