Inschrijvingsregeling universiteit twente 2019-2020


art. 1 Inleiding


Art. 1.1 Begripsbepalingen

Aspirant student

degene die zich via Studielink heeft aangemeld voor een opleiding aan de UT en op dat moment niet voor de betreffende opleiding bij de UT staat ingeschreven en niet in aanmerking komt voor een vervolgfase (tweede of derde jaar) van de betreffende opleiding

 

 

Bachelor of bacheloropleiding

opleiding leidend tot de graad Bachelor of Science

 

 

BBC

Bewijs Betaald Collegegeld van een Nederlandse HO-instelling

 

 

Bijvakker

student met een inschrijving aan een andere HO-instelling in Nederland die vakken volgt bij de UT

 

 

Bindend studieadvies

(negatief) BSA, namens het instellingsbestuur uitgebracht door de examencommissie, betreffende de inschrijving van de student voor de opleiding

 

 

BRONHO

Basis Register Onderwijs Hoger Onderwijs

 

 

CROHO

Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs

 

 

DUO

Dienst Uitvoering Onderwijs

 

 

Eerstejaars student

persoon die voor de eerste keer als student wordt ingeschreven voor een opleiding aan de UT

 

 

Examengeld

het door het instellingsbestuur krachtens artikel 7.44 lid 1 WHW vastgestelde examengeld voor een inschrijving als extraneus

 

 

Extraneus

persoon ingeschreven aan de UT die uitsluitend het recht heeft examens of tentamens af te leggen

 

 

Herinschrijver

student die op enig moment in het verleden een inschrijving als student aan de UT heeft gehad en zich opnieuw inschrijft bij de UT

 

 

HO-instelling

instelling voor Hoger Onderwijs (WO of HBO-instelling)

 

 

Inschrijving

een (aspirant) student die voldoet aan de wettelijke vooropleidingseisen en de toelatingsvoorwaarden die zijn vermeld in de inschrijvingsregeling UT kan worden ingeschreven als student aan de UT indien hij alle benodigde documenten heeft aangeleverd en zijn collegegeld heeft betaald

 

 

Instellingscollegegeld

het krachtens artikel 7.43 lid 1 en artikel 7.46 WHW door het instellingsbestuur vastgestelde collegegeld

 

 

Instellingsbestuur

het College van Bestuur van de Universiteit Twente

 

 

Master of masteropleiding

opleiding leidend tot de graad Master of Science

 

 

Premaster

deficiëntietraject voor studenten die op grond van hun bachelor diploma nog niet toelaatbaar zijn tot de master

 

 

SAS

Student Affairs & Services van de UT



Student niet-bekostigd onderwijs

persoon die door de UT wordt geregistreerd als deelnemer aan het onderwijs van één van de opleidingen aan de UT maar niet op grond van artikel 7.32 lid 1 WHW als student of extraneus is ingeschreven aan de UT. Deze persoon volgt óf een aantal vakken óf heeft zich ingeschreven voor een niet-bekostigde opleiding.

 

 

Studiefinanciering

studiefinanciering op grond van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering

 

 

Studiejaar

het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar

 

 

Studiekeuzeadvies

een advies van de opleiding ten aanzien van de studiekeuze van een aspirant student op basis van de Studiekeuzeactiviteit

 

 

Studiekeuzecheck

de activiteit die de UT aan aspirant studenten voor een bacheloropleiding aanbiedt, met als doel het verstrekken van een studiekeuzeadvies

 

 

UT

Universiteit Twente

 

 

Vergoeding per EC

de vergoeding per studiepunt (EC) die een student op grond van artikel 7.57i WHW betaalt voor een inschrijving in een premaster

 

 

WHW

Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek  

 

 

Wettelijk collegegeld

het in artikel 7.43 lid 1 en 7.45 WHW genoemde collegegeld

Art. 1.2 Status van de regeling

Deze pagina bevat de officieel vastgestelde inschrijvingsregeling van de Universiteit Twente. Tot deze regeling behoren alle UT webpagina's waarnaar vanuit deze pagina wordt verwezen. Deze verwijspagina’s maken formeel onderdeel uit van de inschrijvingsregeling en zijn leidend en bindend voor de interpretatie van de regeling.

Art. 1.3 Vaststellingsprocedure

De inschrijving van studenten aan een instelling voor hoger onderwijs is gebonden aan wettelijke regels. De algemeen geldende regels worden beschreven in hoofdstuk 7, titel 3 WHW.

Instellingen kunnen conform artikel 7.33 WHW de algemene regels zelf verder uitwerken. Bij strijdigheid van de inschrijvingsregeling van de instelling met de bepalingen van de WHW, is de WHW leidend.

De inschrijvingsregeling wordt jaarlijks vastgesteld en is dan geldig voor het nieuwe studiejaar. Het proces van besluitvorming is als volgt: het hoofd van de afdeling Student Affairs and Services (SAS) stelt een concept van de UT-inschrijvingsregeling op die vervolgens wordt besproken in het Platform Wet en Regelgeving. Daarna wordt een eventueel aangepaste versie voorgelegd aan de Universitaire Commissie Onderwijs (UC-OW). Deze adviseert het College van Bestuur. Vervolgens legt het College van Bestuur de inschrijvingsregeling voor een laatste advies voor aan de Universiteitsraad. Tot slot stelt het College van Bestuur de inschrijvingsregeling vast.

Het hoofd van SAS is namens de universiteit belast met de uitvoering van de inschrijvingsregeling.

Art. 1.4 Onderscheid aanmelding en inschrijving

Er is een belangrijk onderscheid tussen aanmelding en inschrijving. Aanmelding betekent dat een student door middel van registratie (in Studielink) aan de UT heeft laten weten dat hij bij de UT een opleiding willen volgen. De inschrijvingsregeling gaat over de regels die gelden om tot een inschrijving te komen die recht geeft op deelname aan het onderwijs en het gebruik van de onderwijsfaciliteiten van de UT.

Art. 1.5 Bekostigde en niet-bekostigde inschrijvingen

Binnen de regeling wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen inschrijvingen:

  1. Aspirant-studenten die zich inschrijven als bachelor-, premaster- of master student voor een bekostigde opleiding. Dat kan ook een deeltijd-opleiding zijn. Deze categorie duiden we aan als inschrijvingen voor bekostigde opleidingen.
  2. Alle overige inschrijvingen duiden we aan met inschrijvingen voor niet-bekostigde opleidingen.

Het onderscheid wordt om administratieve redenen gemaakt en houdt verband met een correcte registratie van studenten die onder de reguliere bekostiging van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vallen.

Art. 2 inschrijvingen voor bekostigde opleidingen

Art. 2.1 Voorwaarden voor inschrijving

Art. 2.1.1 Voorwaarden voor inschrijving

Een aspirant-student wordt pas ingeschreven als student van de UT als hij kan aantonen dat hij aan de volgende voorwaarden heeft voldaan:

  1. Het verzoek tot inschrijving is gedaan via Studielink. Voor meer informatie bekijk de pagina Aanmelden voor een bachelor- of masteropleiding.
  2. Hij heeft aangetoond dat hij voldoet aan de vooropleidingseisen, zie artikel 2.1.2 t/m artikel 2.1.6 in deze regeling.
  3. Hij is zijn financiële verplichtingen nagekomen conform de door de UT vastgestelde betalingsprocedure, zie artikel 2.5 in deze regeling. Bij de financiële verplichtingen behoren ook in eerdere studiejaren verschuldigde maar nog niet betaalde college- of examengelden of vergoeding per EC. 
  4. Hij kan, indien hij geen nationaliteit binnen de EER heeft, een geldige verblijfsvergunning overleggen in de zin van artikel 8 Vreemdelingenwet 2000. Er is een uitzondering voor studenten met een Surinaamse of Zwitserse nationaliteit. Voor meer informatie bekijk de pagina Visa and Residence Permit.

Art. 2.1.2 Aanvullende voorwaarden inschrijving voor de bacheloropleiding

  1. Inschrijving vindt plaats indien er is voldaan aan de vooropleidingseis evenals de nadere vooropleidingseisen tenzij de student daarvan is vrijgesteld (artikel 7.24 t/m 7.30 WHW). 
  2. Bij een inschrijving voor het tweede jaar van een bachelor geldt gedurende drie jaar dat de student geen negatief bindend studieadvies mag hebben voor de betreffende bachelor (artikel 7.8b lid 5 WHW).
  3. Voor ATLAS geldt selectie en voor Technische Geneeskunde een instellingsfixus.  

Zie voor de specifieke eisen per opleiding de pagina Overzicht bacheloropleidingen

Art. 2.1.3 Aanvullende voorwaarden inschrijving van een UT-student voor een aansluitende masteropleiding aan de UT

Bij de eerste inschrijving van een UT-bachelorstudent voor een UT-master die in de Onderwijs en Examen Regeling (OER) van de betreffende master opleiding is vastgelegd als aansluitende masteropleiding, geldt dat er door of namens het instellingsbestuur een geslaagdverklaring of getuigschrift van de betreffende bachelor is afgegeven waarmee de student voldaan heeft aan de in de betreffende onderwijs- en examenregeling vastgestelde (toelatings)eisen.

Zie voor een overzicht van de Bachelor programma's die toelating geven tot de Master programma's de pagina Doorstroommatrix.  

Art. 2.1.4 Aanvullende voorwaarden inschrijving voor overige (pre-)masteropleidingen

Bij de eerste inschrijving voor (pre) masteropleidingen van de UT gelden de volgende toelatingseisen:

  1. Er is door of namens het instellingsbestuur een verklaring afgegeven dat de student kan worden toegelaten, waarbij is vastgesteld dat de student (a) in het bezit is van een toelatend bachelorgetuigschrift of doctoraalgetuigschrift of een bachelor in combinatie met een behaalde premaster dan wel is vrijgesteld van het bezit van een toelatend getuigschrift, al dan niet door het afleggen van een assessment; (b) aan de overige, in de betreffende onderwijs- en examenregeling voor toelating gestelde eisen van de betreffende master opleiding, heeft voldaan.
  2. Er is door of namens het instellingsbestuur een verklaring afgegeven dat de student toegelaten kan worden tot het premastertraject van de masteropleiding. Inschrijving vindt plaats in de bijbehorende bacheloropleiding.

Zie voor een overzicht van Master programma's met bijbehorende Bachelor programma's de pagina Masters: bijbehorende Bachelors

Art. 2.1.5 Aanvullende voorwaarden inschrijving voor een gezamenlijke opleiding/joint degree

  1. Aspirant-studenten die zich inschrijven voor een joint degree van de UT worden ook als student ingeschreven aan de andere universiteit(en) voor zover het een Nederlandse instelling betreft (artikel 7.3c lid 3 WHW);
  2. Aspirant-studenten die ingeschreven staan voor een gezamenlijke opleiding kunnen, indien dit binnen de betrokken universiteiten is afgesproken, hun verschuldigde collegegeld betalen aan de penvoerder van het gezamenlijke programma. De UT ontvangt een verklaring van de penvoerder. Hiermee heeft de student voldaan aan zijn financiële verplichtingen aan de UT;
  3. Afspraken, die in het kader van samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van inschrijving en instellingscollegegelden tussen instellingen zijn gemaakt, worden in acht genomen.

Art. 2.1.6 Aanvullende voorwaarde inschrijving als extraneüs

Bij een inschrijving als extraneüs moet een verklaring van geen bezwaar van de desbetreffende opleiding worden overgelegd

Art. 2.1.7 Lissabon-afspraken 

Voor alle bovengenoemde inschrijvingen geldt dat de Lissabon-afspraken over de erkenning van nationale kwalificaties van toepassing zijn, zie artikel 7.28 WHW. Dit verdrag regelt dat studenten die afkomstig zijn uit landen die het betreffende verdrag hebben ondertekend en in hun eigen land toelaatbaar zijn tot een bachelor- of masteropleiding in principe ook toelaatbaar zijn tot een bachelor of master aan de UT.

Art. 2.1.8 Harde knip

Een student kan pas voor een masteropleiding worden ingeschreven als hij kan aantonen dat hij zijn bachelor volledig heeft afgerond. Vakken uit het examenprogramma van de master kunnen alleen op het masterdiploma komen te staan als die zijn behaald tijdens een inschrijving voor de master.

Art. 2.2 Studiekeuzeactiviteit

Conform artikel 7.31b t/m art 7.31d WHW gelden er een aantal algemene regels voor het deelnemen van studenten aan studiekeuzeactiviteiten. Bij de UT zijn de studiekeuzeactiviteiten vormgegeven door middel van een zogenaamde studiekeuzecheck. De regels hieronder gelden niet voor degene die zich aanmeldt voor een bachelor opleiding waarvoor een selectieprocedure (numerus fixus, decentrale selectie of selectie op grond van kleinschalig en intensief onderwijs) is ingesteld.

Art. 2.2.1 Algemene regels studiekeuzecheck Universiteit Twente

  • Elke aspirant-student heeft recht op deelname aan een studiekeuzecheck, mits hij zich aanmeldt vóór 1 mei voor een bachelor opleiding. Let op: voor de opleiding Psychology gelden afwijkende deadlines.
  • Elke aspirant-student heeft recht op een studiekeuze advies op basis van de studiekeuzecheck.
  • Deelname aan de studiekeuzecheck kan een verplicht onderdeel zijn van de inschrijfprocedure en daarmee reden zijn om de inschrijving tot de opleiding te weigeren, zie ook artikel 2.2.3 in deze regeling.
  • Een studiekeuzeadvies is niet bindendHet is een belangrijke indicator voor studiesucces maar kan geen reden zijn voor een afwijzing.
  • Aan de uitkomst van de studiekeuzecheck kunnen geen rechten worden ontleend ten aanzien van de toelaatbaarheid tot een opleiding. Er moet aan alle toelatingseisen worden voldaan.

Art. 2.2.2 Aanmelding in studielink na 1 mei 

Bij aanmelding na 1 mei heeft de aspirant-student geen recht meer op deelname aan een studiekeuzeactiviteit, echter bestaat er de mogelijkheid dat de opleiding alsnog een studiekeuzecheck aanbiedt aan de aspirant-student. Als de studiekeuzecheck verplicht is, dan is deze ook verplicht bij aanmelding na 1 mei. Zie ook het tabblad 'Studiekeuze & Voorlichting' op de opleidingswebsite.

In twee gevallen heeft de aspirant-student wèl recht op deelname aan een studiekeuzeactiviteit, ook al heeft hij zich pas na 1 mei aangemeld. Deze uitzondering geldt voor:

  1. Studenten die zich vóór 1 mei hebben aangemeld bij een andere bacheloropleiding.
  2. Studenten die zich niet vóór 1 mei konden aanmelden ten gevolge van een negatief bindend-studieadvies van een andere bacheloropleiding.

Art. 2.2.3 Verplichte studiekeuzecheck

Faculteiten mogen zelf bepalen of deelname aan de studiekeuzecheck verplicht is. Op dit moment kennen alleen de opleidingen Psychology en Creative Technology een verplichte studiekeuzecheck.

Studenten die zonder geldige reden niet (tijdig) deelnemen aan een verplichte studiekeuzecheck kan de toegang tot een opleiding worden ontzegd. De betreffende opleiding bepaalt of er sprake is van een geldige reden. Geldige redenen zijn in elk geval:

  1. De student heeft zich vóór 1 mei aangemeld bij een andere bacheloropleiding in het Hoger Onderwijs.
  2. De student heeft zich niet vóór 1 mei kunnen aanmelden ten gevolge van een negatief bindend-studieadvies van een andere bacheloropleiding.
Art. 2.3 Instroommomenten

Art. 2.3.1 Vaste instroommomenten

Studenten kunnen niet op elk moment in het jaar met een opleiding beginnen. De UT heeft vaste instroommomenten, namelijk:

  • Inschrijving in de bachelor alleen per 1 september.
  • Inschrijving in de (pre)master per 1 september en 1 februari.

LET OP: de aspirant-student die zich wil inschrijven voor een (pre)master in februari dient eerst contact op te nemen met de betreffende studieadviseur van deze studie of er wel een studeerbaar programma is per 1 februari.  

Deze instroommomenten gelden ook voor studenten die al staan ingeschreven als extraneüs of een niet-reguliere inschrijving hebben en zich als reguliere student willen inschrijven.

Art. 2.3.2 Afwijkende instroommomenten

1. Gedurende het jaar doorstromen naar de master

De student die in de loop van het studiejaar slaagt voor de UT-bachelor of UT-premaster en aansluitend ingeschreven wil worden in een UT-master wordt per eerste van de maand volgend op de slaagdatum ingeschreven in de UT-master. De student kan dan in overleg met de betreffende master opleiding alvast mastervakken volgen en afronden. Een studeerbaar examen-programma kan echter pas per eerst volgend instroommoment worden gegarandeerd. Studenten die in juni of juli slagen voor hun UT-bachelor, blijven in de bachelor ingeschreven t/m augustus en worden per 1 september in de UT-master ingeschreven.

2. Gedurende het jaar switchen

De student die op 1 september of 1 februari ingeschreven staat bij de UT en gedurende het studiejaar van opleiding wil switchen wordt per eerste van de maand ingeschreven, mits toelaatbaar. Het verzoek wordt gedaan door middel van het invullen van een formulier op de website of aan de balie van de Student Services.
Dit is niet mogelijk voor de bacheloropleidingen Technische Geneeskunde en ATLAS .

3. Gedurende het jaar inschrijven voor een tweede opleiding

De student die op 1 september of 1 februari ingeschreven staat bij de UT en gedurende het studiejaar wil inschrijven voor een tweede opleiding wordt per eerste van de maand ingeschreven, mits toelaatbaar. Het verzoek wordt gedaan door middel van het invullen van een formulier op de website of aan de balie van de Student Services.
Dit is niet mogelijk voor de bacheloropleidingen Technische Geneeskunde en ATLAS.

Art. 2.3.3 Inschrijving met terugwerkende kracht niet mogelijk

Inschrijving met terugwerkende kracht voor het gehele studiejaar is wettelijk niet mogelijk. Het is wel mogelijk om gedurende een maand per de eerste van die maand ingeschreven te worden, met uitzondering van de maand oktober.

Art. 2.3.4 Uitzonderingen op bovenstaande regels

De student kan alleen in bijzondere situaties (bijv. t.g.v. overmacht) en ter beoordeling en met toestemming van het hoofd van SAS op andere dan de hierboven beschreven momenten en situaties gedurende het jaar instromen. Een dergelijk verzoek tot inschrijving dat na 1 september wordt ingediend heeft, indien aan alle voorwaarden voor inschrijving wordt voldaan en na toestemming van het hoofd SAS, een inschrijving met ingang van de eerste van de maand waarin het verzoek is ingediend, tot gevolg. Deze uitzonderingen worden gedocumenteerd.

Art. 2.3.5 Duur van de inschrijving

Volgens artikel 7.32 lid 4 WHW geschiedt de inschrijving voor het gehele studiejaar. Indien een inschrijving plaatsvindt in de loop van het studiejaar, geldt zij voor het resterende gedeelte van het studiejaar.

Art. 2.4 Deadlines voor aanmelding

Een student dient vóór een vastgesteld instroommoment (zie vorige paragraaf) ingeschreven te zijn. Het realiseren van een tijdige inschrijving is weer afhankelijk van een tijdige aanmelding. De deadlines voor aanmelding kunnen verschillen per studiefase en opleiding. Ze staan genoemd op de pagina's waar onderstaande hyperlinks naar verwijzen. 

Aanmeldingen die na de gestelde deadlines worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Art. 2.5 Collegegeld en betaling

Art. 2.5.1 Wettelijke regels

In hoofdstuk 7, titel 3, paragraaf 2 (Eigen bijdragen) van de WHW zijn de regels met betrekking tot de eigen bijdragen van studenten te vinden. Daar komen de volgende onderwerpen aan de orde: collegegeldverplichting, examengeldverplichting, wettelijk collegegeld, instellingscollegegeld, voldoening collegegeld en vrijstellingen.

Art. 2.5.2 Collegegeld en vergoeding

De wettelijke collegegeldtarieven worden jaarlijks door de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vastgesteld in de regeling Financiën Hoger Onderwijs. De tarieven voor de diverse opleidingen aan de UT zijn te vinden op de pagina Collegegeld voor bachelor en (pre)master.

1. Wettelijk tarief

Recht op betaling van het wettelijk tarief hebben studenten die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden:

  1. De student staat ingeschreven voor een bekostigde opleiding aan een universiteit of hogeschool.
  2. De student heeft de nationaliteit van één van de EU-landen, Noorwegen, Zwitserland, IJsland, Liechtenstein, of Suriname heeft. De student voldoet tevens aan de nationaliteitsvereiste als hij een familielid is van een in Nederland wonende EU-burger of als hij een verblijfsvergunning heeft op basis waarvan hij in aanmerking komt voor studiefinanciering.
  3. De student heeft bij aanvang van het studiejaar nog geen ander vergelijkbaar diploma behaald aan een bekostigde opleiding. Dit betekent dat de student niet in het bezit is van een bachelordiploma als hij zich inschrijft voor een bacheloropleiding en niet in het bezit is van een masterdiploma als hij zich inschrijft voor een masteropleiding.

Voor een paar categorieën wordt een uitzondering gemaakt. De student betaalt nooit meer dan het wettelijk collegegeld indien:

  1. De student al wel een (bachelor- of master) graad heeft behaald, maar hij voor de eerste keer een opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg volgt. Om te bepalen of een opleiding een zorg- of onderwijsopleiding is, kan hij het centraal register opleidingen hoger onderwijs (CROHO) bij DUO raadplegen. 
  2. De student de tweede opleiding is gestart tijdens een eerste opleiding en deze, ook na het behalen van een graad voor de eerste opleiding, ononderbroken heeft gevolgd. Zie ook artikel 2.5.3.4 in deze regeling.

2. Vergoeding per EC

Voor alle studenten die alleen een inschrijving in de premaster hebben geldt dat zij betalen per EC.

3. Instellingstarief

Voor alle studenten die niet voldoen aan de eisen om in aanmerking te komen voor het wettelijk tarief of de vergoeding per EC geldt het instellingstarief.

Art. 2.5.3 Aanvullende regelingen op collegegeld

1. Halvering wettelijk tarief eerste jaar

Recht op één jaar (12 aaneengesloten maanden) halvering van het wettelijke tarief hebben studenten die voldoen aan alle onderstaande eisen:

  1. Studenten die, conform artikel 2.5.2 in deze regeling, voldoen aan de voorwaarden voor het wettelijk tarief.
  2. Studenten die vanaf studiejaar 2018-2019 voor het eerst starten met een opleiding aan HO-instelling.
  3. Studenten die een bacheloropleiding volgen (premasters uitgesloten).

2. Halvering wettelijk tarief tweede jaar  

Recht op een tweede jaar halvering van het wettelijk tarief hebben studenten die voldoen aan alle onderstaande eisen:

  1. Studenten die, conform artikel 2.5.2 in deze regeling, voldoen aan de voorwaarden voor het wettelijk tarief.
  2. Studenten die vanaf studiejaar 2018-2019 voor het eerst starten met een opleiding aan HO-instelling.
  3. Studenten die een bachelor of master lerarenopleiding volgen.
  4. Start een student een lerarenbacheloropleiding in studiejaar 2018-2019 dan komt de student in studiejaar 2019-2020 in aanmerking voor het tweede jaar halvering collegegeld.
  5. Start een student een bacheloropleiding per studiejaar 2018-2019, dan komt de student voor het eerst in aanmerking voor een halvering bij een master lerarenopleiding in het studiejaar 2021-2022.
  6. Een student die een lerarenopleiding volgt, heeft maximaal twee jaar recht op halvering van het collegegeld. Dit betekent dat wanneer een student een bachelor lerarenopleiding heeft gevolgd en reeds twee jaar halvering heeft gekregen, de student bij het volgen van een master lerarenopleiding niet opnieuw recht heeft op twee jaar halvering van het collegegeld.

3. Overgangsregeling verhoogde instellingstarieven

Vanaf het studiejaar 2019-2020 gelden er verhoogde instellingstarieven. De UT wil voorkomen dat studenten die voorafgaand aan 2019-2020 zijn gestart met een bachelor- of masteropleiding te maken krijgen met onverwachte extra kosten. Hiertoe is een overgangsregeling opgesteld. De overgangsregeling houdt in dat de betreffende studenten in plaats van het verhoogde tarief, het oude tarief inclusief de reguliere jaarlijkse verhoging van €125 (bachelor) of €250 (master) gaan betalen.

Een student heeft wel recht op de overgangsregeling indien:

  1. De student in studiejaar 2018-2019 of eerder is begonnen met een bachelor- of masteropleiding. De student mag die betreffende opleiding afmaken tegen het oude tarief, inclusief de reguliere jaarlijkse verhoging.
  2. De student in studiejaar 2018-2019 of eerder is begonnen met een premaster opleiding. Als de student in studiejaar 2019-2020 doorstroomt naar bijbehorende masteropleiding, dan heeft hij recht op de overgangsregeling en mag hij de master afmaken tegen het oude tarief, inclusief de reguliere jaarlijkse verhoging. 

Een student heeft geen recht op het overgangstarief indien:

  1. De student vanaf of gedurende studiejaar 2019-2020 overstapt naar een andere bachelor- of masteropleiding. Voor de nieuw gekozen opleiding geldt dan het vernieuwde tarief.
  2. De student (tijdelijk) uitgeschreven wordt voor de studie en tijdens of na studiejaar 2019-2020 terugkeert. Voor de (op)nieuw gekozen opleiding geldt dan het vernieuwde tarief.

4. Tarieven voor tweede bachelor of tweede master

Studenten die ononderbroken een tweede bachelor of master gaan volgen, die gestart is tijdens hun eerste bachelor of master, zijn het wettelijk collegegeld verschuldigd (indien ook aan de andere eisen voor wettelijk collegegeld is voldaan). Zij kunnen, ook na afronden van hun eerste studie, de tweede studie afronden tegen het wettelijke tarief.

Indien de student al een bekostigde opleiding binnen een Nederlandse instelling heeft afgerond, bachelor of master, is voor de tweede bachelor- of masteropleiding het instellingstarief verschuldigd. Ongeacht of er voor de eerste bachelor danwel master wettelijk of instellingstarief betaald is. Hierop gelden de volgende uitzonderingen:

  1. Alle opleidingen op het gebied van Onderwijs of Gezondheidszorg. Deze opleidingen kunnen als tweede bachelor of master, als de eerste opleiding niet op het gebied van Onderwijs of gezondheidszorg was, tegen het wettelijk tarief gevolgd worden indien aan alle eisen voor het wettelijke tarief is voldaan. Dit geldt ook als de tweede opleiding pas na afronden van de eerste opleiding is gestart. Voor de UT geldt deze uitzondering voor de volgende opleidingen:
    a. 56553 BSc Gezondheidswetenschappen
    b. 50033 BSc Klinische Technologie (Technische Geneeskunde)
    c. 68509 MSc Leraar VHO Mens- en Maatschappijwetenschappen
    d. 68404 MSc Educatie en Communicatie in de Bètawetenschappen
    e. 60033 MSc Technical Medicine
    f. 66851 MSc Health Sciences
  2. UT-studenten die bij de eerste masteropleiding in aanmerking kwamen voor het wettelijk tarief betalen voor hun tweede masteropleiding een instellingstarief ter hoogte van het wettelijk tarief. De voorwaarden om een tweede masteropleiding aan de UT te doen voor een instellingstarief ter hoogte van het wettelijk tarief luiden als volgt:
    a. De regeling geldt uitsluitend voor tweede masteropleidingen.
    b. De regeling geldt uitsluitend voor studenten die niet langer dan 3 studiejaren geleden hun eerste masteropleiding hebben afgerond.
    c. De regeling geldt voor successievelijk studeren in bekostigd onderwijs, wat betekent aansluitend of met een onderbreking en dus niet parallel.
    d. De regeling geldt uitsluitend voor studenten die voor de eerste master in aanmerking kwamen voor het wettelijk tarief.
    e. De regeling geldt uitsluitend voor studenten die hun eerste master ook op de UT hebben gevolgd en afgerond.  

Art. 2.5.4 Verrekening of vrijstelling collegegeld

Verrekening of vrijstelling van collegegeld kan plaatsvinden indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  1. Indien een student bij een andere Nederlandse instelling voor hoger onderwijs is ingeschreven en daar het wettelijke tarief heeft betaald, wordt bij inschrijving een Bewijs Betaald Collegegeld geaccepteerd. Bij een inschrijving voor de bachelor ATLAS dient de student het eventuele verschil in collegegeld bij te betalen.
  2. Indien de student bij een andere Nederlandse instelling voor hoger onderwijs is ingeschreven en daar het instellingstarief heeft betaald, kan de student aan de UT niet met een Bewijs Betaald Collegegeld worden ingeschreven. De student is aan de UT voor de betreffende inschrijving opnieuw collegegeld verschuldigd. Andere afspraken die in het kader hiervan zijn gemaakt tussen instellingen worden in acht genomen.
  3. Voor een student die instellingstarief is verschuldigd en zich inschrijft voor een Joint Degree, waarbij de UT met één of meerdere Nederlandse HO instellingen de gezamenlijke opleiding verzorgt, is het mogelijk met een Bewijs Betaald Collegegeld te worden ingeschreven indien de student zich als eerste heeft ingeschreven bij één van de andere instellingen.
  4. Indien een student bij een andere instelling voor hoger onderwijs is ingeschreven voor een premaster en daar de vergoeding per EC heeft betaald, wordt bij inschrijving voor een bachelor of master een bewijs van de betaalde vergoeding niet geaccepteerd als Bewijs Betaald Collegegeld.
  5. Indien een student bij een andere instelling voor hoger onderwijs is ingeschreven voor een master en wettelijk tarief betaalt, wordt bij inschrijving voor een premaster een bewijs betaald collegegeld geaccepteerd.

Art. 2.5.5 Betalingswijzen collegegeld

Het collegegeld kan op een aantal wijzen worden betaald. Zie de pagina Betaling collegegeld. Nederlandse wetgeving eist dat niet-EER studenten het collegegeld in één keer vooraf betalen. Ga naar de pagina Entry visa voor meer informatie.

1. Betaling per machtiging
De regels voor machtigingen zijn te vinden op de pagina: Betaling per machtiging / machtiging wijzigen.

2. Betaling in termijnen

Studenten kunnen kiezen voor het betalen van het collegegeld in termijnen. De bedragen en de betaaldata zijn te vinden op de pagina: Termijnbedragen.

Art. 2.6 Bewijs van inschrijving en collegekaart

Als de inschrijving van een student is voltooid ontvangt hij een collegegekaart.

  • Het door het Instellingsbestuur uitgereikte bewijs van inschrijving vermeldt de naam en de voorletters van de betrokkene, de geboortedatum, het studentnummer, de periode van inschrijving, de opleiding, de inschrijvingsvorm en is geldig voor het betreffende studiejaar. Deze kan de student downloaden via Osiris student en of bij Student Services aanvragen.
  • De door het Instellingsbestuur uitgereikte collegekaart vermeldt de naam en de voorletters van de betrokkene, een pasfoto, studentennummer en de bibliotheek code en is geldig in het beeindiging studie.
  • Op verzoek van de desbetreffende student kan een duplicaat van de collegekaart worden verstrekt. De student is dan een bedrag van €10,- verschuldigd.

De regels voor het verkrijgen en gebruiken van deze documenten staan op de pagina Collegekaart (en bibliotheekpas).

Art. 2.7 Herinschrijving

Art. 2.7.1 Tijdig verzoek tot herinschrijving

Een inschrijving geldt steeds voor één cursusjaar. Als een student zich niet voor een volgend cursusjaar inschrijft wordt hij automatisch uitgeschreven. Om een automatische uitschrijving te voorkomen dient de student (bachelor, master of premaster) tijdig een verzoek tot inschrijving te doen:

  • vóór september als hij per 1 september wil instromen (bachelor, master of premaster) 
  • vóór februari als hij per 1 februari wil instromen (master en premaster) 

De student dient tevens ieder jaar tijdig te voldoen aan de betalingsverplichting, zie ook artikel 2.5 in deze regeling.

Art. 2.7.2 Ongewijzigde of gewijzigde herinschrijving

Het verschil tussen een gewijzigde en ongewijzigde inschrijving is beschreven op de pagina Ongewijzigde of gewijzigde herinschrijving. Daar staat ook de te volgen procedure.

Art. 2.7.3 Uitzondering herinschrijven premaster

Indien de student eenmaal uitgeschreven staat voor een premaster, is het niet meer mogelijk om zich weer opnieuw in te schrijven voor dezelfde premaster.

Art. 2.8 Beëindiging inschrijving

De procedure beëindiging inschrijving is in artikel 7.42 WHW geregeld.

Art. 2.8.1 Algemene regels bij uitschrijven

Als er geen sprake is van een tussentijdse uitschrijving (door de student of de universiteit) dan eindigt een inschrijving automatisch op 31 augustus van het lopende studiejaar.

Een student kan zich op eigen verzoek uitschrijven. De volgende regels gelden hiervoor:

  1. Op verzoek van de student wordt de inschrijving beëindigd met ingang van de maand volgend op de maand waarin betrokkene het verzoek heeft ingediend. Dit geldt ook voor studenten die gedurende het studiejaar hun opleiding afronden: zij kunnen alleen op eigen verzoek worden uitgeschreven.
  2. Het verzoek om beëindiging van de inschrijving en restitutie van collegegeld moet via Studielink worden ingediend.
  3. Het verzoek tot beëindiging wordt niet eerder ingewilligd dan nadat gecontroleerd is of een student waaraan door de UT een BBC is afgegeven, zich ook uitgeschreven heeft bij de andere HO-instelling waar de BBC is gebruikt voor een tweede inschrijving.

Meer informatie over de procedure van uitschrijven staat beschreven op de pagina Uitschrijving.

Art. 2.8.2 Uitschrijving bij ziekte of bijzondere omstandigheden

Op verzoek van de student kan de inschrijving voor het desbetreffende studiejaar op grond van ziekte of bijzondere familieomstandigheden worden beëindigd met ingang van de maand volgend op de maand waarin betrokkene niet aan het onderwijs heeft kunnen deelnemen. Het verzoek tot beëindiging op basis van ziekte of bijzondere omstandigheden dient door een verklaring van een arts, dan wel de studentendecaan te worden onderbouwd.

Art. 2.8.3 Uitschrijving door de instelling 

Uitschrijving door de instelling is mogelijk:

  1. Op verzoek van het instellingsbestuur indien de student zijn wettelijk collegegeld, instellingscollegegeld, examengeld of vergoeding per EC na aanmaning niet heeft voldaan. Uitschrijving geschiedt met ingang van de tweede maand volgend op de aanmaning (artikel 7.42 lid 2 WHW).
  2. Op verzoek van het instellingsbestuur indien de student door zijn gedragingen of uitlatingen blijk heeft gegeven ongeschikt te zijn voor de toekomstige beroepsuitoefening (artikel 7.42a WHW). Uitschrijving geschiedt met ingang van de maand volgend op het verzoek van het instellingsbestuur.
  3. Op verzoek van de examencommissie door het instellingsbestuur indien de student zich schuldig maakt aan (ernstige) fraude (artikel 7.12b lid 2 WHW). De uitschrijving bij fraude geschiedt voor ten hoogste één jaar en bij ernstige fraude is deze onherroepelijk. Uitschrijving geschiedt met ingang van de maand volgend op het verzoek van de examencommissie.
  4. Op verzoek van het instellingsbestuur indien de student zich niet houdt aan de huisregels en ordemaatregelingen van de UT (artikel 7.57h WHW). Uitschrijving geschiedt met ingang van de maand volgend op het verzoek van het instellingsbestuur.
  5. Op verzoek van het instellingsbestuur indien de student gedurende het studiejaar een negatief BSA krijgt. Uitschrijving geschiedt met ingang van de maand volgend op de maand waarin het negatief BSA is vastgesteld.
  6. Op verzoek van het instellingsbestuur in geval van overlijden van de student. Uitschrijving geschiedt met ingang van de maand volgend op de maand van overlijden.
  7. Op verzoek van het instellingsbestuur indien de student gedurende het studiejaar de maximale inschrijfduur voor de premaster overschrijdt. De maximale inschrijfduur van de premaster moet zijn opgenomen in de OER van de bijbehorende bachelor opleiding. Uitschrijving geschiedt met ingang van de maand volgend op de maand waarin de overschrijding is vastgesteld.
Art. 2.9 Restitutie collegegeld

De procedure restitutie collegegeld is in artikel 7.48 WHW geregeld.

Art. 2.9.1 Algemene restitutieregels 

Indien de uitschrijving geschiedt conform artikel 2.8.1, artikel 2.8.2 en artikel 2.8.3 t/m punt 6 in deze regeling, heeft de student aanspraak op terugbetaling van een twaalfde gedeelte van het voor hem geldende jaarlijkse collegegeld tarief voor elke maand dat het studiejaar na uitschrijven duurt. Bij beëindiging van de inschrijving met ingang van juli of augustus heeft de student geen aanspraak op beëindiging van de betaling van de termijnen en op terugbetaling van het voor die maanden betaalde collegegeld.

Meer informatie over de procedure van restitutie staat beschreven op de pagina Restitutie collegegeld en rekenvoorbeelden.

Art. 2.9.3 Geen restitutie in geval van premaster en extraneus

  1. Studenten die een premaster inschrijving hebben betalen een vergoeding per EC en hebben geen recht op restitutie.
  2. Een beëindiging van de inschrijving als extraneus in de loop van een studiejaar geeft geen recht op restitutie.

Art. 3 inschrijvingen voor niet-bekostigde opleidingen

Art. 3.1 Inleiding

Een inschrijving als student niet-bekostigd onderwijs is een student die door de UT wordt geregistreerd als deelnemer aan het onderwijs van één van de opleidingen aan de UT, maar niet op grond van artikel 7.32 lid 1 WHW als student of extraneus is ingeschreven aan de UT. Deze persoon volgt óf een aantal vakken óf heeft zich ingeschreven voor een niet-bekostigde opleiding.

Inschrijving van deze groepen in het centrale onderwijsinschrijfsysteem Osiris is gewenst omdat deze groepen gebruik van UT-faciliteiten waarvoor een centrale inschrijving een voorwaarde is.

Art. 3.2 Cursisten inschrijving

Een cursist is een persoon zonder inschrijving aan een andere Nederlandse HO-instelling, die vakken of een post-initiële opleiding wil volgen bij de UT. De cursist meldt zich bij de betreffende opleiding. De opleiding bepaalt de hoogte van het cursus- of collegegeld. 

De cursistencategorie bestaat uit inschrijvingen bij de volgende onderwijsprogramma's:

Art. 3.3 Bijvak inschrijving

Een bijvakstudent is een student die op basis van een inschrijving aan een HBO of WO onderwijsinstelling de mogelijkheid heeft vakken te volgen (en examens af te leggen) bij een andere instelling dan waar hij/zij collegegeld betaald heeft. De vakken (bachelor of master) die ze volgen maken deel uit van bekostigde opleidingen.

Het verzoek voor een registratie als bijvakstudent dient vergezeld te zijn van:

  1. Een verklaring van de desbetreffende opleiding waarin akkoord wordt geaan met de registratie als bijvakstudent;
  2. Een geldig legitimatiebewijs;
  3. Een bewijs van betaald collegegeld van het betreffende studiejaar van de instelling van eerste inschrijving.

Informatie over de inschrijving als bijvakker is te vinden op de pagina Inschrijving als bijvakker.

Bijvakregistratie voor een opleiding aan de UT kan worden geweigerd op grond van capaciteit en/of onvoldoende voorkennis bij de student. Verzoeken kunnen het gehele jaar door worden gedaan, behalve door studenten die een doorstroomminor willen volgen. Zij moeten zich aanmelden via www.kiesopmaat.nl en moeten zich houden aan de vermelde deadlines. Indien de opleiding akkoord is, wordt de student per eerste van de maand geregistreerd. Zowel studenten die het wettelijk tarief betalen aan de eerste instelling als studenten die het instellingstarief betalen, kunnen worden geregistreerd als Bijvakker.

Art. 3.4 4-TU inschrijving

Een 4-TU student is een student van TU Delft, TU Eindhoven, Wageningen Universiteit en Universiteit Twente, die deelneemt aan één van de zes gezamenlijke masterprogramma's. De student ontvangt bij één van de instellingen een inschrijving als master student en bij de overige instellingen een inschrijving als bijvakker. Een overzicht van de 4-TU masterprogramma's is te vinden op de website van de 4-TU-federatie. Daar is ook per programma de inschrijvingsprocedure beschreven.

Art. 3.5 Incoming Exchange inschrijving

De Incoming Exchange student is ingeschreven bij een buitenlandse instelling waarmee de UT een uitwisselingsovereenkomst heeft en volgt bij de UT een aantal vakken, of doet een stage of een afstudeeropdracht. De Incoming Exchange student betaalt geen college- of cursusgeld aan de UT. Informatie over (inschrijving voor) dit programma is te vinden op de pagina Incoming Exchange Students.

Art. 3.6 Post-initiële geaccrediteerde inschrijvingen

3.6.1 Master Geo-information Science and Earth Observation

De Master Geo-information Science and Earth Observation wordt aangeboden door de faculteit ITC. Informatie over de inschrijfprocedure is beschreven op de website van M-GEO. De regels die gelden voor inschrijvingen binnen de faculteit ITC zijn opgenomen in de ITC Admission & Enrollment Policy.  

3.6.2 Master Risicomanagement

De Master Risicomanagement wordt aangeboden via de eenheid Professional Learning and Development van de faculteit BMS. Informatie over de inschrijfprocedure is beschreven op de website van Risicomanagement.

Art. 3.7 Overige regels niet-reguliere inschrijvingen

Uitschrijving, beëindiging inschrijving, bewijs van registratie en collegekaart

  1. Studenten kunnen zich door het jaar heen uitschrijven. Zij kunnen aangeven of zij een eventueel afgegeven BBC terug willen of niet.
  2. Ten aanzien van de einddatum van de registratie geldt dat een registratie automatisch eindigt op 31 augustus, tenzij de registratie tussentijds wordt beëindigd.
  3. De door het Instellingsbestuur uitgereikte collegekaart vermeldt de naam en de voorletters van de betrokkene, een pasfoto, het studentnummer, de opleiding, de inschrijvingsvorm, de bibliotheek code en is geldig in het betreffende studiejaar. 
  4. Op verzoek van de desbetreffende student kan een duplicaat van de collegekaart worden verstrekt. De student is dan een bedrag van €10,- verschuldigd.
  5. Exchange-studenten ontvangen een bewijs van registratie. Deze vermeldt de naam en de voorletters van de betrokkene, de geboortedatum, het studentnummer, de periode van registratie, de opleiding, de inschrijvingsvorm en is geldig voor het betreffende studiejaar.

Art. 4 schadevergoeding, hardheidsclausule, bezwaarprocedure en citeertitel

Art. 4.1 Schadevergoeding

Degene die zonder ingeschreven te zijn gebruik maakt van onderwijs- en/of examenvoorzieningen is wegens onrechtmatig gebruik van deze voorzieningen per maand een schadevergoeding verschuldigd. Voor iedere maand waarin hij ten onrechte niet stond ingeschreven is student 10% van het voor hem van toepassing zijnde totale collegegeldtarief verschuldigd. Het aantal maanden waarover de schadevergoeding is verschuldigd, is gelijk aan de periode vanaf de maand waarin ten onrechte gebruik is gemaakt van de onderwijsvoorzieningen tot de maand waarin betrokkene correct is ingeschreven.

Art. 4.2 Hardheidsclausule

In zeer bijzondere omstandigheden, ter beoordeling van het instellingsbestuur, waarbij de afwijzing van een verzoek op grond van deze inschrijvingsregeling tot onbillijkheden van overwegende aard zou leiden, kan het instellingsbestuur van deze inschrijvingsregeling afwijken.

Art. 4.3 Klacht, bezwaar en beroep

Mocht de (aspirant-)student het niet eens zijn met besluiten die zijn gebaseerd op de inschrijvingsregeling, dan is het eerste uitgangspunt dat er eerst wordt gekeken of de betrokkene(n) en SAS er (alsnog) samen uit kunnen komen. Als dat niet mogelijk blijkt, kan de (aspirant-)student formeel bezwaar aantekenen.

Zie voor de klachtenprocedure de pagina Klacht, bezwaar, beroep.

Art. 4.4 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als “Inschrijvingsregeling Universiteit Twente".