Naar het buitenland

Naar het buitenland

Wat is het doel?

Onder stafmobiliteit kunnen docenten een onderwijsopdracht gaan uitvoeren bij een partnerinstelling en stafleden (docenten en andere stafleden) een training gaan volgen in één van de programmalanden. De beurzen zijn bedoeld als een tegemoetkoming in de extra uitgaven van het staflid zoals reiskosten en bijkomende verblijfskosten in het gastland. De toelage beoogt niet de volledige kosten van het buitenlandse verblijf te dekken. De beurzen zijn bestemd:

  • Voor kortdurende mobiliteit naar een ander Erasmus programmaland. Het gastland dient een ander programmaland te zijn dan het land van de thuisinstelling en het land waar het staflid tijdens zijn reguliere werk woont.
  • Voor mobiliteitsperiodes bij openbare of particuliere organisaties die actief zijn op de arbeidsmarkt of op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken zoals ondernemingen uit de publieke of particuliere sector, onderzoeksinstellingen en -instituten of stichtingen.

Voor wie?

Voor WP en OBP. Het programma bestaat uit twee typen:

  • STA: voor docenten (WP) die een opnderwijsopdracht willen uitvoeren bij een partnerinstelling in een van de Erasmus+ programmalanden.
  • STT: voor stafleden (WP en OBP) die een staftraining willen doen in een Erasmus+ programmaland. De staftraining dient plaats te vinden in het kader van beroepsontwikkeling: de training heeft als doel de vaardigheden en de competenties van de stafleden te verbeteren en zo de professionele ontwikkeling te bevorderen. De training kan bestaan uit (taal)trainingen, job shadowing, observatieperiodes, opleiding bij een partner instelling of een andere relevante organisatie in een programmaland. Uitgesloten zijn conferenties en workshops.

Hoe groot is de beurs?

Het beursbedrag hangt af van het land waar de ontvangende instelling gevestigd is en de duur. De Europese Commissie heeft de programmalanden onderverdeeld in vier groepen. De dagbedragen zijn op nationaal niveau vastgesteld.


Bestemmingsland

Beursbedrag per dag

Denemarken, Ierland, Zweden, Verenigd Koninkrijk

80

België, Bulgarije, Tsjechië, Griekenland, Frankrijk, Italië, Cyprus, Luxemburg, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Finland, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Turkije

70

Duitsland, Spanje, Letland, Malta, Portugal, Slowakije, Macedonië

60

Estland, Kroatië, Litouwen, Slovenië

50

  • Voor dag 1 tot en met dag 14 bedraagt de subsidie 100% van het dagbedrag in de tabel. Indien de periode langer is dan 14 dagen bedraagt de subsidie per dag voor dag 15 tot de einddatum 70% van het dagbedrag.
  • Naast de dag toelage kunnen stafleden in aanmerking komen voor reiskostenvergoeding afhankelijk van de afstand tussen de thuisinstelling en de ontvangende instelling/organisatie (min 100 km).

Hoeveel beurzen zijn er en hoe worden de beurzen verdeeld?

Het Erasmus+ beursbudget van de UT is beperkt en wordt toegekend op basis van het first come first served principe. Aan de informatie op deze website kunnen geen rechten worden ontleend.

Wat zijn de voorwaarden?

  • Duur: De mobiliteitsperiode van een activiteit dient minimaal twee tot maximaal 60 dagen te betreffen, exclusief reistijd. Een onderwijsopdracht (STA) dient minimaal 8 lesuren per week te bevatten (of per verblijf als dit korter dan een week is).
  • Arbeidsrelatie: Om in aanmerking te komen dient het staflid in dienst te zijn van de UT.
  • Uitbetaling: De betalingen van de toelagen voor stafleden wordt op naam van de betreffende vakgroep gedaan, de betaling wordt niet aan het staflid gedaan.
  • Dubbele financiering: De toelage Erasmus+ kan niet worden aangewend om kosten te dekken die al door andere Europese gelden (bijvoorbeeld Strategische Partnerschappen) worden gefinancierd.
  • Charter: Als de uitwisseling gaat naar een hoger onderwijsinstelling, dan dient de gastinstelling een geldig Erasmus Charter for Higher Education te hebben. Als de uitwisseling gaat naar een ander type organisatie, dan is voldoende dat de UT als thuisinstelling de Charter bezit.
  • Specifiek voor STA: Beurzen voor onderwijsopdrachten mogen alleen worden verleend aan docenten die op uitwisseling gaan op grond van een inter-institutional agreement afgesloten tussen de twee instellingen voordat de uitwisseling plaatsvindt.

Hoeveel papierwerk?

In hoofdlijn dienen er voor vertrek, tijdens het verblijf en na terugkomst formulieren te worden ingevuld en getekend. Dit zijn formulieren waar de UT verplicht gebruik van moet maken om deze beurzen te mogen uitbetalen. Het gaat om documenten als het ‘Mobility Agreement’, het ‘Grant Agreement’, het ‘Certificate of Attendance’ en het ‘Participant Report’.

Aanmelden en meer informatie:

UT contactpersoon voor de Erasmus+ staf beurzen is Marianne van der Vegt, tel. +31 53 489 3908, m.j.m.d.vandervegt@utwente.nl. Heb je vragen of wil je je aanmelden, neem dan contact op.