Zie Diensten-ABC

Regels drones en modelvliegtuigen UT (RPAS)

Een “drone” of onbemand luchtvaartuig is een luchtvaartuig zonder piloot aan boord. De toestellen worden vaak op afstand bestuurd, waarbij de bestuurder zich in de nabijheid kan bevinden, maar ook op duizenden kilometers afstand. Er zijn ook autonomere toestellen, die volgens een geprogrammeerde opdracht handelen. 
Er bestaan verschillende namen waaronder een dergelijk toestel bekend is: UAS (Unmanned Aerial System) of RPAS (Remotely Piloted Aircraft Systems), Micro Air Vehicle (MAV), Autonomous Aerial Robotics (AAR), UAV (Unmanned Aerial Vehicle), Small Unmanned Aircraft System (SUAS), microcopter, mini UAV of small UAV, rotor-UAV of RUAV. Deze vallen onder de categorie drones, waarvoor bepaalde wetgeving geldt.
In de volksmond spreken we vaak over drones maar voor het goede begrip gebruiken we RPAS.

Om te zorgen dat gebruik van RPAS door UT medewerkers en studenten op een verantwoorde manier gebeurt, gebruikt de UT deze regeling. 

Externe partijen die op het UT terrein met een RPAS willen vliegen (ook als het in opdracht van de UT is) dienen een vergunning te hebben (ILT).

Wanneer men de intentie heeft een RPAS te gaan gebruiken, dan dient men vooraf eerst contact op te nemen met Richard Sanders van de afdeling HR-VGM.

INLEIDING

Het gebruik van drones of RPAS (Remotely Piloted Aircraft Systems) neemt langzaam maar zeker toe. Er worden steeds meer toepassingen bedacht voor het gebruik van een drone. Binnen de UT vindt er o.a. onderzoek plaats aan of met drones, maar worden drones ook gebruikt voor andere toepassingen. 
De bestaande regelgeving maakt onderscheid tussen commercieel/zakelijk gebruik en de hobby sfeer. Voor commercieel/zakelijk (=UT) gebruik gelden strenge regels en een vergunningen regime. 
Voor zogenaamde minidrones (drones van niet meer dan 4 kg) is er per juli 2016 een aparte regeling ingesteld. De onderstaande werkwijze is hierop gebaseerd.

WERKWIJZE

De gangbare werkwijze op de UT is dat er een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) wordt gemaakt van alle werkzaamheden. Dat is in dit geval het gebruik van een drone. Hier komen de risico’s in beeld en de te nemen maatregelen om op een veilige manier te kunnen werken binnen de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Hierbij dient de VGM-coördinator van de faculteit of dienst betrokken te worden.
Wanneer wet- en regelgeving voor praktische problemen zorgt, zal getracht worden een werkwijze vast te stellen, i.o.m. de veiligheidskundige van HR-VGM, die minimaal gelijkwaardig is en indien noodzakelijk, met het bevoegd gezag zal worden afgestemd.
Het uitgangspunt is en blijft: het voorkomen van ongevallen en gevaarlijke situaties.

Voor het gebruik van drones van niet meer dan 4 kg gelden de onderstaande eisen:

  • Alle activiteiten vinden plaats bij daglicht;
  • In een No-Fly zone is vliegen verboden;
  • Minstens 25 m (horizontaal) van mensenmenigte, bebouwing, (water)wegen, spoor en industrie;
  • Niet hoger dan 50 m boven grond / water;
  • Niet verder dan 100 m van de piloot, met continue goed zicht op de drone;
  • Registratie van de drone (LV-register) via HR-VGM;
  • ROC-light (RPAS-light Operator Certificate) vergunning via HR-VGM;
  • Ontheffing S-BvL (Speciaal-Bewijs van Luchtwaardigheid) via HR-VGM;
  • WA- droneverzekering (deze is wordt centraal op de UT geregeld. Bij het aanmelden bij HR-VGM zal m.b.t. de verzekering aanvullende info gevraagd worden t.b.v. de verzekering. HR-VGM zal, via FEZ, zorgdragen voor aanmelden bij de verzekeraar. Wanneer daar akkoord is mag men, met inachtneming van alle andere voorschriften, vliegen.)