Uit dienst

Werkloos

Als je dienstverband met de UT afloopt of wordt beëindigd en je vindt aansluitend geen nieuwe baan, dan krijg je te maken met werkloosheid. Dit heeft gevolgen voor je inkomen, pensioenopbouw en deelname aan de collectieve zorgverzekering.

Je komt in aanmerking voor een WW-uitkering als je aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • Het verlies van arbeidsuren bedraagt ten minste 5 uren per week (of de helft van het gemiddelde aantal arbeidsuren per week bij een dienstverband voor minder dan 10 uren per week).
  • In de 36 weken onmiddellijk voorafgaand aan de werkloosheid heb je gedurende minimaal 26 weken loon ontvangen uit een dienstverband.
  • Je hebt geen recht op loondoorbetaling.
  • Je bent niet door eigen schuld werkloos geworden.
  • Je bent direct beschikbaar voor betaald werk en staat ingeschreven als werkzoekende bij het UWV.
  • Je hebt de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.
  • Je bent geen grensarbeider met recht op een werkloosheidsuitkering in het land waar je woont.

Heb je recht op een WW-uitkering, dan heb je mogelijk ook recht op een uitkering op grond van de Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Nederlandse Universiteiten (BWNU). Deze regeling voorziet in een reparatie-uitkering (reparatie van de verkorte WW-uitkering), een aanvullende BW-uitkering (aanvulling op de WW-uitkering) en een aansluitende BW-uitkering (uitkering na afloop WW-periode). Ook voorziet de BWNU in de mogelijkheid van loonsuppletie. Dit is een aanvulling op het inkomen als je een nieuwe baan vindt met een lager salaris dan je vorige baan.

Met ingang van 1 januari 2018 heb je recht op een transitievergoeding indien je dienstverband langer dan 24 maanden heeft geduurd en na deze datum eindigt. Je hebt geen recht op een transitievergoeding indien de beëindiging van je dienstverband verband houdt met bedrijfseconomische omstandigheden en je recht hebt op een aansluitende BW-uitkering. Je hebt wel de mogelijkheid om in dat geval afstand te doen van je aansluitende uitkering om alsnog in aanmerking te komen voor uitbetaling van de transitievergoeding.

Zodra je dienstverband met de UT eindigt, vervalt de mogelijkheid tot deelname aan de collectieve zorgverzekering bij Menzis. Je moet zelf contact opnemen met Menzis om je zorgverzekering op een andere basis voort te zetten.

Wanneer je werkloos bent, bouw je minder of geen pensioen op. Zolang je een WW- en/of BW-uitkering ontvangt, bouw je nog maar 50% pensioen op bij ABP. De universiteit betaalt de premie voor deze pensioenopbouw. Als je wilt, kun je tijdens de WW/BW-periode zelf sparen voor meer pensioen. Wil je meer weten over de gevolgen van werkloosheid voor je pensioen en de mogelijkheden om deze (deels) te compenseren, kijk dan op de ABP-site.

WW-uitkering

De Werkloosheidswet (WW) is een verplichte werknemersverzekering die mensen in loondienst verzekert tegen inkomensverlies als zij onvrijwillig werkloos worden. De WW wordt uitgevoerd door het UWV.

Een WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden en maximaal 24 maanden. Hoe lang je een WW-uitkering krijgt, hangt af van je arbeidsverleden. Je krijgt een basisuitkering van 3 maanden als je aan de wekeneis voldoet. Deze uitkering wordt verlengd als je ook aan de jareneis voldoet.

Basisuitkering (wekeneis)

Heb je in de periode van 36 weken onmiddellijk voorafgaand aan de eerste werkloosheidsdag minimaal 26 weken in loondienst gewerkt? Dan voldoe je aan de wekeneis. Eén dag gewerkt is al voldoende om die bewuste week mee te laten tellen. Voldoe je aan de wekeneis en de overige voorwaarden voor een WW-uitkering, dan heb je in ieder geval recht op een basisuitkering van 3 maanden.

Verlengde uitkering (jareneis)

Voldoe je aan de wekeneis én heb je van de laatste 5 kalenderjaren voor het jaar waarin je werkloos werd ten minste 4 kalenderjaren gewerkt en in elk van deze kalenderjaren minimaal 208 of meer uren loon ontvangen? Dan voldoe je aan zowel aan de weken- als de jareneis. Je hebt recht op een WW-uitkering die langer duurt dan 3 maanden. De totale duur van je WW-uitkering wordt bepaald door je arbeidsverleden. Voor de eerste 10 jaar die je hebt gewerkt heb je recht op 1 maand WW. Bijvoorbeeld 7 jaren arbeidsverleden betekent dat je 7 maanden een WW-uitkering ontvangt. Heb je meer dan 10 jaar gewerkt, dan heb je recht op 1 maand WW voor alle jaren aan arbeidsverleden voor 1 januari 2016 en een 0,5 maand WW voor alle jaren na 1 januari 2016. De WW-uitkering duurt maximaal 24 maanden.

Heb je op 1 januari 2016 meer dan 24 jaar gewerkt dan gelden afwijkende regels. Meer informatie hierover vind je op de website van het UWV.

De eerste twee maanden bedraagt een WW-uitkering 75% van het dagloon, vanaf de derde maand 70%. Het dagloon is het loon dat je gemiddeld per dag verdiende in het jaar voor je werkloos werd. Het gaat om het loon waarover premies sociale verzekeringen zijn betaald. Daarom tellen bijvoorbeeld de vakantie- en eindejaarsuitkering, een gratificatie of toelage wel mee, maar vergoedingen (reiskosten, internet, extraterritoriale kosten etc.) niet. Het dagloon voor de WW-uitkering is nooit meer dan het wettelijk maximumdagloon.

Je vraagt een WW-uitkering snel en eenvoudig aan via werk.nl. Om in te loggen heb je je Digid nodig.

Je kunt een WW-uitkering aanvragen vanaf 1 week vóór de ontslagdatum tot 1 week na de ontslagdatum.

BW-uitkering

In aanvulling op de Werkloosheidswet hebben de Nederlandse universiteiten een eigen uitkeringsregeling bij werkloosheid. Deze Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Nederlandse Universiteiten (BWNU) maakt deel uit van de cao Nederlandse Universiteiten en kent drie uitkeringen: een aanvullende BW-uitkering, reparatie-uitkering en een aansluitende BW-uitkering. De BWNU wordt uitgevoerd door Raet BPO Uitkeringsadministraties.

Let op! De huidige BWNU is van toepassing op een ontslag met een eerste werkloosheidsdag op of na 1 juli 2017. Is jouw eerste werkloosheidsdag eerder dan 1 juli 2017, dan kunnen er afwijkende regels gelden.

Aanvullende BW-uitkering

Verdiende je in het jaar voor je werkloos werd gemiddeld per dag méér dan het wettelijk maximumdagloon, dan heb je waarschijnlijk recht op een aanvullende BW-uitkering.

De aanvullende BW-uitkering vult je WW-uitkering gedurende de eerste 2 maanden aan tot 75% van je feitelijke (d.w.z. niet gemaximeerde) dagloon. Daarna wordt de WW-uitkering aangevuld tot 70% van je feitelijke dagloon.

De duur van de aanvullende BW-uitkering is gelijk aan de duur van de WW-uitkering. Heb je een WW-uitkering van 3 maanden (basisuitkering), dan ontvang je de aanvulling ook slechts 3 maanden. Duurt de WW-uitkering langer (verlengde uitkering), dan geldt dit ook voor de aanvulling.

Reparatie-uitkering

De BWNU heeft een voorziening geregeld voor de verkorting van de maximale WW-duur. Deze uitkering repareert dat verschil. Indien je werkloos wordt en je voor 1 januari 2016 recht had op langere WW-duur dan ontvang je een reparatie-uitkering die het verschil tussen de huidige WW-duur en de oude WW-duur overbrugt. Deze uitkering gaat in zodra de WW-uitkering eindigt.

De hoogte van de reparatie-uitkering is gelijk aan de hoogte van je WW-uitkering en je (eventuele) aanvullende uitkering tezamen.

Aansluitende BW-uitkering 

Heb je recht op een WW-uitkering en ben je bij aanvang van de werkloosheid 45 jaar of ouder, dan heb je na afloop van de WW-uitkering of na afloop van je reparatie-uitkering mogelijk recht op een aansluitende BWNU-uitkering. Je diensttijd moet dan wel minimaal 7 jaar zijn.

Als je op de eerste werkloosheidsdag een diensttijd hebt van ten minste 7 jaar en je leeftijd is minimaal 45 jaar maar nog geen 50 jaar, dan heb je na afloop van de WW-periode nog maximaal 2 jaar recht op een aansluitende BW-uitkering. Ben je op de eerste werkloosheidsdag 50 jaar of ouder, dan duurt de aansluitende BW-uitkering maximaal 3 jaar.

Heb je op de eerste werkloosheidsdag een diensttijd van ten minste 12 jaar en bereik je binnen 10 jaar na deze dag de AOW-gerechtigde leeftijd, dan loopt de aansluitende BW-uitkering door tot de dag waarop de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt.

De aansluitende BW-uitkering bedraagt 70% van het feitelijke dagloon. Hierbij geldt een maximum van 70% van het schaalbedrag en de vakantie-uitkering die horen bij schaal 12 trede 10 uit de cao Nederlandse Universiteiten.

Indien jouw ontslag is ingegeven vanwege bedrijfseconomische omstandigheden (bijvoorbeeld reorganisatie of opheffing van je functie) dan heb je de mogelijkheid om in plaats van een aansluitende BW-uitkering te kiezen voor de transitievergoeding.

Je vraagt de BW-uitkering aan met een formulier dat je kunt downloaden van de  VSNU-site Zorg ervoor dat beide delen van dit formulier (werkgevers- en werknemersdeel) ingevuld, ondertekend en voorzien van de vereiste bijlagen binnen 7 dagen na aanvang van de werkloosheid worden opgestuurd naar RAET BPO Uitkeringsadministraties. Voor het invullen en onderteken van het werkgeversdeel van het formulier kun je terecht bij de Service Desk van Human Resources.

Transitievergoeding

Met ingang van 1 januari 2018 heb je in beginsel aanspraak op een transitievergoeding bij einde dienstverband. Het dienstverband moet dan wel langer dan 24 maanden hebben geduurd en de beëindiging van het dienstverband moet op initiatief van de werkgever zijn geweest.

Je hebt geen aanspraak op een transitievergoeding als het een ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden (bijvoorbeeld een ontslag wegens reorganisatie of opheffing van de functie) betreft en je aanspraak hebt op een aansluitende BW-uitkering. Het is mogelijk om alsnog aanspraak te maken op een transitievergoeding. Je moet dan wel afzien van jouw aanspraak op de aansluitende BW-uitkering.

De hoogte van de transitievergoeding wordt berekend aan de hand van de lengte van je dienstverband en je laatstverdiende salaris. De berekening is als volgt: 

  • Over de eerste twee jaren eenzesde van je laatstverdiende salaris per maand voor elk halfjaar dat je dienstverband heeft geduurd.
  • Daarna voor ieder halfjaar dat je dienstverband heeft geduurd een kwart van je laatsverdiende salaris.

De hoogte van de transitievergoeding is wel gemaximeerd tot € 79.000,-- bruto (bedrag in 2018) of je jaarsalaris (voor zover dat hoger is dan het maximum).

Loonsuppletie BWNU

Ontvang je een WW-uitkering of een BW-uitkering en eindigt deze uitkering omdat je een nieuwe baan hebt aanvaard met een loon dat lager is je laatst verdiende salaris (inclusief toelagen, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering) Dan heb je waarschijnlijk recht op loonsuppletie. Dit is een aanvulling op het loon uit je nieuwe baan.

De loonsuppletieregeling uit de BWNU is ook van toepassing als je geen recht hebt op een WW-uitkering of een BW-uitkering omdat je aansluitend aan je baan bij de UT een andere baan hebt gevonden maar dit recht wel zou hebben gehad als je die baan niet had aanvaard. 

De loonsuppletie bedraagt 100% van het verschil tussen het loon in je nieuwe baan en je laatst verdiende salaris (inclusief toelagen, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering).

De loonsuppletie duurt uiterlijk tot het einde van de periode waarin je recht zou hebben op een WW-uitkering of een BW-uitkering of als je geen recht meer hebt op loonbetaling uit jouw nieuwe dienstverband. Ben je op de eerste werkloosheidsdag 55 jaar of ouder en heb je een diensttijd van ten minste 12 jaar, dan kan de loonsuppletie verlengd worden tot de AOW-gerechtigde leeftijd.

Denk je dat je in aanmerking komt voor loonsuppletie? Vraag dit dan uiterlijk binnen drie maanden na aanvaarding van je nieuwe baan aan bij Raet BPO Uitkeringsadministraties, tel. 088 – 230 26 50.