UT regelingen

Educatief verlof

Regeling betaald educatief verlof 1998

Onderaan dit document staat een toelichting.

I Begripsbepalingen

Artikel 1

Deze regeling verstaat onder:

  1. universiteit: de Universiteit Twente
  2. personeelslid: degene die een vast dienstverband heeft bij de universiteit
  3. educatief verlof: buitengewoon verlof in de vorm van een recht op betaald verlof van maximaal drie maanden, op basis van een educatief plan dat ten doel heeft het functioneren van het personeelslid positief te beïnvloeden danwel zijn loopbaanperspectieven te verbeteren
  4. educatief plan: plan dat door de leiding van de eenheid waarbinnen het personeelslid werkzaam is wordt goedgekeurd en dat tot basis dient voor het educatief verlof
  5. beheerder: degene die met het beheer van een eenheid is belast volgens het Bestuurs- en beheersreglement van de universiteit
  6. eenheid: bureau, sectie, vakgroep of een andere eenheid op het basisniveau van de organisatie.

II Recht op verlof en vergoeding

Artikel 2

  1. Het recht op educatief verlof ontstaat nadat het personeelslid vijf jaar in dienst is bij de Universiteit Twente.
  2. Het recht op educatief verlof kan éénmaal in een periode van vijf jaar worden opgenomen.
  3. Het personeelslid dat reeds in een periode van vijf jaar in aanmerking is gekomen voor uitwisseling/educatief verlof via SVO/EEG e.d., wordt geacht het recht op educatief verlof te hebben verzilverd.
  4. De duur van het educatief verlof bedraagt maximaal drie maanden aaneengesloten. Het is mogelijk verlof op te nemen van een bepaald deel van de normale werktijd per dag, week of maand. Ingeval van partieel educatief verlof wordt dit omgerekend naar full-time equivalenten.

Artikel 3

  1. Het educatief verlof dient uiterlijk drie maanden voor het gewenste tijdstip van ingang van het verlof te worden aangevraagd bij de beheerder.
  2. Bij de aanvraag dient het educatief plan te worden overgelegd en dient de gewenste verlofperiode te worden aangegeven, e.e.a. in overleg met de directe chef van het personeelslid.
  3. Als het in lid 2 genoemde overleg niet tot overeenstemming leidt, dan beslist de beheerder.
  4. De beheerder kan na overleg met het personeelslid, met opgave van redenen, wijzigingen aanbrengen in de wijze waarop het educatief verlof wordt opgenomen, in de inhoud van het educatief plan en/of in de bekostiging van het educatief plan.
  5. De beheerder brengt zijn beslissing binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag, zoals bedoeld in lid 1, schriftelijk ter kennis aan het personeelslid.

Artikel 4

Aan het personeelslid aan wie educatief verlof is toegekend, kan door de beheerder een bedrag van maximaal € 2.269,- per verlofperiode ter beschikking worden gesteld. Wordt het educatief verlof hoofdzakelijk in het buitenland genoten, dan kan een bedrag van maximaal € 4.538,- ter beschikking worden gesteld.

III Voorwaarden

Artikel 5

  1. Het personeelslid dat educatief verlof heeft genoten, is verplicht binnen twee maanden na afloop van het educatief verlof schriftelijk verslag uit te brengen aan de beheerder.
  2. De beheerder kan regels stellen met betrekking tot de inrichting van het in lid 1 genoemde verslag.

Artikel 6

  1. Indien het personeelslid binnen twee jaar na afloop van het educatief verlof op eigen verzoek of door aan hem te wijten omstandigheden ontslag wordt verleend, is hij verplicht tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de kosten van het verlof.
  2. De verplichting tot terugbetaling wordt beperkt tot 1/24 deel van de kosten voor elke maand die ontbreekt aan de termijn genoemd in lid 1.
  3. Onder kosten, zoals bedoeld in lid 1, wordt verstaan de kosten van de aan het personeelslid verleende faciliteiten tot een maximum van € 2.269,- respectievelijk € 4.538,-.

IV Bezwaar- en slotbepalingen

Artikel 7

Als de beheerder gebruik maakt van de in artikel 3 lid 3 of 4 vermelde bevoegdheid, dan kan het personeelslid binnen 6 weken na de dag waarop het besluit aan hem bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het College van Bestuur.

Artikel 8

  1. In bijzondere gevallen kan het College van Bestuur van het gestelde in deze regeling afwijken.
  2. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het College van Bestuur.
  3. Deze regeling treedt in werking op 1 juli 1998 en kan worden aangehaald als "Regeling Betaald Educatief Verlof Universiteit Twente 1998".
  4. Op het tijdstip van in werkingtreding van deze regeling wordt de Regeling Betaald Educatief verlof Universiteit Twente 1995 ingetrokken. De voor 1 juli 1998 ingediende aanvragen voor educatief verlof worden nog op basis van deze regeling beoordeeld.

Toelichting op de Regeling Betaald Educatief Verlof Universiteit Twente 1998

Inleiding, algemeen

Educatief verlof houdt in dat het personeelslid van de UT onder bepaalde voorwaarden aanspraak kan maken op betaald verlof voor het volgen van opleidingen/cursussen, voor het "opfrissen", resp. "bijtanken" dan wel voor het opdoen van specialistische ervaring of het uitwisselen van kennis. De regeling geldt zowel voor het wetenschappelijk als voor het ondersteunend en beheerspersoneel.

De basis voor het educatief verlof bestaat uit een plan dat wordt opgesteld in nauw overleg met de leiding van de eenheid waar het betrokken personeelslid werkzaam is. Dit plan moet tot doel hebben het functioneren van het personeelslid positief te beïnvloeden en moet tevens een relatie met de werkeenheid hebben. Het plan behoeft de goedkeuring van de beheerder.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

lid 1 en 2

Het recht op betaald educatief verlof ontstaat pas nadat het personeelslid in vaste dienst is aangesteld en een diensttijd bij de universiteit heeft opgebouwd van vijf jaar.

Maakt een personeelslid gebruik van de mogelijkheid tot betaald educatief verlof, dan moet hij/zij na afloop van dit verlof opnieuw een periode van vijf jaar diensttijd opbouwen om in aanmerking te komen voor educatief verlof in de zin van deze regeling.

lid 3

De reeds bestaande mogelijkheden tot uitwisseling en educatief verlof, b.v. via SVO, worden niet aangetast door de regeling betaald educatief verlof. Het College van Bestuur acht het echter wel redelijk dat zij die van deze mogelijkheden gebruik maken, niet nogmaals een beroep kunnen doen op het recht op educatief verlof op basis van onderhavige regeling.

lid 4

In beginsel is de maximale verlofperiode drie maanden. Een langere verlofperiode is bespreekbaar als daar een langere diensttijd dan vijf jaar tegenover staat, dit is echter geen recht. Uiteraard kan de verlofperiode ook korter dan de genoemde drie maanden zijn.

De regeling maakt het mogelijk verlof op te nemen van een bepaald deel van de normale werktijd per dag, week of maand. Bij een dergelijk partieel educatief verlof vindt een omrekening plaats naar het daadwerkelijk normaal te werken uren. Op deze wijze kan het verlof aansluiten bij het educatieve aanbod in de vorm van b.v. cursussen van enkele dagdelen per week of per maand.

Artikel 3

lid 1

Het College van Bestuur heeft de bevoegdheid tot het toekennen van educatief verlof gemandateerd aan de beheerders. De meldingstermijn stelt de betreffende eenheid in de gelegenheid om eventueel te voorzien in tijdelijke vervanging of andere organisatorische maatregelen te treffen.

lid 2 en 3

In verband met bedrijfsorganisatorische omstandigheden is het denkbaar dat de gewenste verlofperiode zich tijdelijk verzet tegen het belang van de organisatie. Als het personeelslid en de directe chef hierover geen overeenstemming kunnen bereiken, dan zal de beheerder een beslissing nemen, nadat kennis is genomen van de standpunten van beide partijen.

Artikel 4

Gedurende de verlofperiode behoudt het personeelslid zijn/haar volledige salaris. Voor eventuele bijkomende kosten voor b.v. opleiding, reis- en verblijfkosten en kosten apparatuur is een bedrag van maximaal € 2.269,- per persoon per verlofperiode beschikbaar. Dit bedrag kan worden verhoogd tot maximaal € 4.538,- als het verlof hoofdzakelijk in het buitenland wordt genoten.

Artikel 5

lid 2

Het verdient aanbeveling dat de beheerder, na overleg met de directe chef, minimaal enige punten met betrekking tot de inrichting van het verslag vaststelt.

Artikel 6

lid 1 en 2

Omdat er bij de toekenning van het verlof sprake is van een aanwijsbaar belang voor de organisatie, ligt het in de rede dat de onkostenvergoeding in bepaalde gevallen kan worden teruggevorderd. De terugbetalingsregeling wordt verzacht door de "inverdienregeling" genoemd in lid 2.

lid 3

Salariskosten en kosten die verband houden met de eventuele vervanging van het personeelslid blijven buiten beschouwing.

Artikel 7

Het personeelslid kan desgewenst na de beslissing van de beheerder binnen 6 weken bezwaren indienen bij het College van Bestuur. De behandeling van de bezwaren geschiedt overeenkomstig het gestelde in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent in het kort dat alle betrokkenen worden gehoord door een functionaris die door het college is aangewezen. Vervolgens neemt het college een besluit over het bezwaar.

Artikel 8

Als blijkt dat in een individueel geval de toepassing van de regeling kennelijk onredelijk uitwerkt, dan kan het college in afwijking van de regeling een beslissing nemen ten gunste van het personeelslid (hardheidsclausule).