Actuele onderwerpen

NIEUWE BEHANDELING VAN KNIE-ARTROSE

In Nederland alleen al lijden zo’n 1,2 miljoen mensen aan artrose. Bij deze aandoening is het lichaam onvoldoende in staat om wegslijtend kraakbeen in de gewrichten zelf weer op te bouwen. Meestal ontdekt de patiënt pas in een (te) laat stadium dat hij artrose heeft. Hij krijgt dan bijvoorbeeld pijn in de hand, de heup of de knie. De aandoening zelf is op dit moment moeilijk behandelbaar. In de regel richten artsen zich op pijnbestrijding totdat ze, indien mogelijk, operatief een prothese aanbrengen. Zo’n belastende medische ingreep zou je willen voorkomen. Dat zou kunnen door in een vroeg stadium van de ziekte te beginnen met een behandeling die het lichaam helpt het benodigde kraakbeen weer op te bouwen. Precies deze nieuwe methode wordt ontwikkeld door de vakgroep Tissue Regeneration van het instituut MIRA van de Universiteit Twente.

Gel zorgt voor opbouw kraakbeen
Binnen MIRA werkt de groep van dr. Marcel Karperien aan de ontwikkeling van een zogenoemde hydrogel. Dit materiaal wordt met een injectie aangebracht op de plek in de knie waar het kraakbeen is weggesleten. De gel zorgt voor een beschermend laagje op het beschadigde oppervlak om verdere aantasting zoveel mogelijk te beperken. Maar de gel doet meer dan alleen beschermen. Er zijn al tests gedaan waarin de gel werd verrijkt met 'nieuwe cellen'  die ervoor zorgen dat het kraakbeen in de knie zich ook weer gaat herstellen. Dit kan door kraakbeencellen of stamcellen toe te voegen aan de gel. MIRA werkt aan een soortgelijke methode waarmee artrose in de hand kan worden behandeld.

Vroege diagnose
Net als bij andere aandoeningen is het van belang om artrose zo snel mogelijk te ontdekken. Niet alleen voorkom je zo veel pijn, je maakt de kans op een succesvolle behandeling met de hydrogel ook een stuk groter. Probleem is wel dat er bij beginnende artrose weinig symptomen zijn. Om de diagnose toch zo vroeg mogelijk te kunnen stellen, ontwikkelt Tissue Regeneration zogenoemde biomarkers. Dit zijn meetbare indicatoren in het lichaam die het begin van de celafbraak markeren. Aan de hand van deze indicatoren kan een arts straks dus veel sneller zien of er iets aan de hand is en ook veel eerder de nieuwe behandeling starten.