Het verplichte programma bestaat uit drie modules (15 EC in totaal).

Praktische informatie

Het programma heeft een duur vanaf november tot en met juni en omvat een cognitief en experiëntieel deel:


1. Het cognitieve deel start in november en duurt tot februari. De bijeenkomsten zullen voornamelijk in de avond plaatsvinden: meestal een avond per week.


2. Het experientiële deel start in februari en duurt tot juli. Dit deel bestaat uit een avondtrainingen.


De locatie is de UT-Campus. De tijdsinvestering van het programma is gemiddeld een dagdeel per week. Deze tijd besteed je aan het volgen van de colleges en/of aan het werken aan opdrachten. Indien internationale studenten deel uitmaken van de groep is de voertaal van het programma Engels. Aan het programma zijn voor de UT-studenten geen kosten verbonden.

Programma

Het programma bevat onder andere de afname van een persoonlijkheidstest. De uitslag van de test is geschikt als middel voor je verdere ontwikkeling als persoon in het programma.

Het eerste, cognitieve, deel van het programma dat gaat over “verandering en leiderschap”. Het onderwijs van dit deel is opgezet in de vorm van hoor- en werkcolleges, inclusief discussies, voorbereidingen en geschreven reflecties op de bijeenkomsten. Je kiest in dit deel ook eigen onderwerp dat je met behulp van wetenschappelijke literatuur gaat uitdiepen.

Enkele mogelijke onderwerpen:

-(virtueel) leiden van effectieve teams;

-samenwerkingsprocessen van externe consultant en opdrachtgever;

-biologische pijlers van excellent leiderschap;

-niet-manipulatieve organiseerprocessen:

-roddel en emotionele intelligentie op het werk.

Het tweede, experiëntiele, deel bestaat uit training en coaching in leiderschapsvaardigheden. Naast de maandelijks training word je wekelijks telefonisch (of via Skype) gecoacht op de voortgang en resultaten van je individuele project. De coaching sluit aan bij je eigen projectervaringen.


Je leert zo beter:

-de relatie te leggen tussen je binnenwereld (wie je bent),

-de relatie te leggen tussen je buitenwereld (het gedrag dat je aan anderen laat zien) en

-de resultaten die je produceert in of met je eigen project.

Afronding

Het eerste deel wordt afgerond met een paper waar terugkoppeling op zal worden gegeven. Na afloop van het tweede deel schrijf je een verslag van ongeveer vijf bladzijden over het resultaat van je project en je leerervaringen daarmee. Ook hierop krijg je individuele feedback. Bij goed gevolg ontvang je tenslotte een certificaat dat aan je masterdiploma (met Honours) wordt toegevoegd.