Zie Nieuws

Kortzichtigheid als verbindend paradigma in criminaliteitsonderzoek

Onderzoekers buigen zich al vele jaren over het vraagstuk: waar komt crimineel gedrag vandaan? In de criminologie wordt die vraag historisch gezien vanuit twee verschillende invalshoeken benaderd: een psychologische en een meer sociologische. Bij de eerste vormen persoonskenmerken van een crimineel het uitgangspunt; bij de tweede de omgeving. Prof.dr. Jean-Louis van Gelder, die afgelopen donderdag zijn inaugurele rede uitsprak bij zijn installatie als hoogleraar Innovative Methods in Public Safety Research probeert beide werelden met elkaar te verbinden: met het principe van kortzichtigheid als verbindend mechanisme.

Time Frame Theory

Jean-Louis van Gelder ontwikkelde een nieuw theoretisch model, Time Frame Theory, waarin hij de psychologische invalshoek koppelt aan de sociologische invalshoek. De basis van het model ligt in het idee dat crimineel gedrag voordelen op de korte termijn oplevert, zoals sensatie en snel geld, maar dat negatieve gevolgen, zoals sancties en het hebben van een strafblad op de lange termijn komen. Diegenen die zich regelmatig schuldig maken aan crimineel gedrag zijn dus feitelijk kortzichtig en kiezen voor onmiddellijke behoeftebevrediging terwijl ze de meer langetermijngevolgen van hun gedrag uit het oog verliezen.

Het belang van kortetermijndenken in de verklaring van crimineel gedrag wordt binnen het psychologische perspectief al lang onderkend, maar wordt gezien als dispositioneel en in grote mate als stabiel over de levensloop. Daarmee houdt het geen rekening met de mate waarin kortzichtigheid kan worden beïnvloed door de omgeving zoals de buurt waarin je opgroeit, en door gebeurtenissen en ervaringen zoals je opvoeding, middelengebruik of je delinquente vrienden, stelt Van Gelder.

Meer sociologische opvattingen daarentegen hebben de mogelijkheid over het hoofd te zien dat dergelijke contextuele factoren criminaliteit kunnen beïnvloeden, juist omdat ze een kortetermijndenken aanmoedigen. “We weten dat kortzichtigheid niet louter een stabiele persoonlijke eigenschap is. Maar het volledig begrijpen van hoe de factoren die leiden tot kortzichtigheid met elkaar verband houden en elkaar mogelijk versterken vraagt meer onderzoek. is”, meent Van Gelder. “De mate waarin deze eigenschap aanwezig is wordt ook sterk bepaald door de omgeving: de wijk waar iemand opgroeit, de vrienden die hij heeft, en zijn opvoeding zijn allemaal factoren die hierin van invloed zijn. ”

Er is bovendien geen eenzijdige relatie tussen kortzichtigheid en crimineel gedrag, er is sprake wederkerigheid: het plegen van criminaliteit en het hebben van een criminele levensstijl kan kortzichtigheid verder versterken, waarmee de vicieuze cirkel waarin een delinquent zich bevindt in stand blijft.

Maatschappelijke toepassing

Het theoretische model dat Van Gelder heeft ontwikkeld, dient op termijn ook bij te kunnen dragen aan interventies om crimineel gedrag te voorkomen. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het belang van een deugdelijke onderbouwing van de oorzaken en drijfveren van crimineel gedrag groot. Van Gelder: “Daar zien we ook dat veel onderzoek binnen de criminologie iets te veel van de praktijk is afgedreven. Er zou een betere afstemming moeten van onderzoek met preventie van criminaliteit alsook rehabilitatieprogramma’s.”

Ongekende mogelijkheden van technologie beter benutten

Als hoogleraar innovatieve methoden op het gebied van maatschappelijke veiligheid zet Van Gelder technologie in om criminaliteit beter te begrijpen. “Onderzoek richt zich momenteel vooral op factoren die een rol spelen in hoe en waarom iemand crimineel wordt. Maar hoe de criminele daad zelf in zijn werk gaat blijft veelal onderbelicht.”

Zo maakt Van Gelder gebruik van Virtual Reality om zo realistisch mogelijk levensechte situaties na te bootsen. Hij vraagt inbrekers die vastzitten in de gevangenis om in te breken in virtuele wijken en huizen, om te zien hoe ze de inbraak plegen: kennis die relevant is om preventiemaatregelen op te baseren. Van Gelder: “De ervaring leert dat interviews en enquêtes niet alle nodige informatie opleveren: inzicht in automatische en onbewuste cognitieve processen zijn essentieel in het doorgronden van menselijk gedrag, maar nauwelijks met behulp van interviews en surveys uit te vragen. Met Virtual Reality kan je eigenlijk veel dichter op de actie komen.”

Wat Van Gelder betreft, krijgt die technologie ook een plek in de praktijk. “Op dit moment bereiden we een studie voor waarin we kijken hoe Virtual Reality een rol kan spelen in rehabilitatieprogramma’s. Als we delinquenten op een andere manier inzicht geven in de langetermijneffecten van hun handelen, raken we wellicht ook een juiste snaar die maakt dat negatieve gedragspatronen duurzaam kunnen veranderen.”

L.P.W. van der Velde (Laurens)
Persvoorlichter (aanwezig ma-vr)