Regelingen

Bindend studieadvies (BSA)

inhoud:

Wat is het BSA?

De Universiteit Twente (UT) hanteert een Bindend Studie Advies (BSA) voor alle opleidingen. Dit houdt in dat je in het eerste jaar minimal 45 EC moet hebben gehaald om de opleiding te kunnen voortzetten. Het kan ook zijn dat je opleiding aanvullende eisten stelt aan het BSA. Dat staat vermeld in het Onderwijs- en Examenreglement van jouw opleiding.
Wanneer je minder dan 45 EC hebt gehaald, kan je opleiding toch een positief BSA geven wanneer ze om een andere reden voldoende vertrouwen hebben dat je op de juiste plek zit. Informatie hierover is verkrijgbaar bij je eigen studieadviseur. Bij de formulering van het BSA wordt rekening gehouden met je persoonlijke omstandigheden. ATLAS-studenten moeten het gehele jaar halen.

De UT streeft ernaar alle geschikte studenten succesvol te laten afstuderen. Daarom is ervoor gezorgd dat je in het eerste jaar en ook daarna intensief wordt begeleid. Iedere opleiding heeft een studieadviseur die je helpt bij studie gerelateerde vragen en/of problemen. Daarnaast kennen bijna alle opleidingen een systeem van tutoren en/of mentoren.

Wat kun je verwachten?

In het begin van het studiejaar heb je een kennismakingsgesprek met een tutor, mentor of studieadviseur waarin ook het BSA aan de orde zal komen. Via je opleiding ontvang je hiervoor een uitnodiging. Nadat de resultaten van de 1e module bekend zijn, ontvang je via mail of Osiris uiterlijk op 31 december een voorlopig advies. Een tweede pre-advies volgt uiterlijk op 1 maart. Deze adviezen zijn niet bindend en kunnen negatief, neutraal of positief zijn. Heb je de module(s) niet gehaald, krijg je een negatief advies. Heb je de module(s) wel gehaald, krijg je een positief advies. Het opleidingsbestuur kan ook besluiten een neutraal advies te geven; bijvoorbeeld als ze er vertrouwen in hebben dat je de module met een aanvullende toets nog kunt behalen òf wanneer je recent bent geswitcht van studie.

Als je een negatief of neutraal advies ontvangt, krijg je een uitnodiging voor een gesprek met je studieadviseur. In dit gesprek wordt de studieaanpak en de studiekeuze besproken.

In het geval van persoonlijke omstandigheden moet je deze zo snel mogelijk te melden bij jouw studieadviseur. Ook wanneer je studiegerelateerde vragen hebt, kun je deze stellen aan je studieadviseur.

Na de aanvullende toetsweek (week 30) ontvang je medio augustus het eindadvies via e-mail of Osiris. Dit advies is positief als je drie of meer modules van het eerste jaar hebt behaald, het is negatief wanneer je twee of minder modules hebt behaald. Daarnaast zijn er voor enkele opleidingen aanvullende eisen (raadpleeg daar voor de Opleiding- en Examenregeling van je opleiding). Het opleidingsbestuur kan ook besluiten om het eindadvies uit te stellen tot in het tweede studiejaar, bijvoorbeeld vanwege een studieswitch of persoonlijke omstandigheden.

Waarom het BSA?

Een leidend principe in de visie van de UT is dat de student als partner betrokken is bij de inrichting en uitvoering van het onderwijs. Het onderwijs is een product van de samenwerking tussen de UT en haar studenten; een product dat alleen door een gedeelde verantwoordelijkheid en inspanning voor de kwaliteit ervan tot stand kan komen.

De UT biedt studenten uitdagend onderwijs. Dit kan alleen zo ervaren worden als je als student op de juiste plek zit. Adequate studiebegeleiding, goede matching en samenwerking met het omringend HBO-onderwijs moeten hiervoor zorgen. De uitdaging voor de UT is om goed georganiseerd onderwijs aan te bieden. Van de studenten mag verwacht worden dat zij inzet en ambitie tonen.

Uit ervaringen van de opleidingen blijkt dat studenten die minder dan een bepaald aantal EC in het eerste jaar halen weinig kans hebben de studie succesvol af te ronden. Bij enkele opleidingen is ook gebleken dat het niet behalen of uitstellen van bepaalde vakken een negatief effect heeft op het studiesucces. Studenten die in deze situatie terecht zijn gekomen, blijken bij de betreffende opleiding niet op de juiste plek te zitten om het beste in zichzelf naar boven te halen.

De hoofddoelstelling van het BSA is studenten sneller “op de juiste plek” te krijgen.

Daarnaast heeft het BSA als doel jou uit te dagen om vanaf het begin van je studie hoge studieprestaties te leveren. Studenten moeten wel de mogelijkheid hebben om aan extra-curriculaire activiteiten deel te nemen, bijvoorbeeld deelnemen in een commissie of een studiereis mede organiseren.

Wanneer je in het eerste jaar drie van de vier modules succesvol afsluit, zou je tijdig jouw studie moeten kunnen afronden. Wanneer je ondanks voldoende inzet toch vertraging oploopt, zal er serieus gekeken moeten worden wat er aan de hand is. Concluderend kan gezegd worden dat het BSA ook tot verplichtingen bij de opleiding leidt.

Het behalen van de norm moet gezien worden als absoluut minimum. Het doel zou moeten zijn om in het eerste jaar het B1 programma af te ronden. Onderwijs- en examenprogramma’s zijn zo ontworpen dat je aangezet wordt daarnaar te streven en bij voldoende inspanning 60 EC in het eerste jaar moeten kunnen realiseren.

Regelgeving

Elke opleiding heeft een Opleiding- en Examenregeling (OER) die de rechten en plichten regelt van studenten ten aanzien van onderwijs, tentamens en examens. De algemeen geldende regels rondom het BSA staan hieronder  beschreven (Artikel 6.3 en 6.4 OER). Het University College ATLAS heeft een afwijkende OER.

Een opleiding kan aanvullende eisen binnen het BSA stellen. Of deze ook bij jou opleiding gehanteerd worden, is terug te vinden in de opleidingsspecifieke bijlage van de OER. De OER is te vinden via de onderwijspagina van je opleiding.

Art 6.3 - (BINDEND) STUDIEADVIES

  1. Aan iedere student wordt aan het eind van zijn eerste jaar van inschrijving voor de opleiding een schriftelijk definitief studieadvies uitgebracht over de voortzetting van zijn studie binnen de opleiding. Dit advies is gebaseerd op de studieresultaten van de student, en kan een positief of negatief advies zijn.
  2. Met iedere student wordt voor 1 november van het eerste jaar van zijn inschrijving voor de opleiding een kennismakingsgesprek gehouden.
  3. In het jaar van zijn eerste inschrijving voor de opleiding ontvangt de student uiterlijk op 31 december een eerste voorlopig studieadvies over de voortzetting van zijn opleiding. Dit advies is niet bindend.
  4. In het jaar van zijn eerste inschrijving voor de opleiding ontvangt de student uiterlijk op 1 maart een tweede voorlopig studieadvies over de voortzetting van zijn opleiding. Dit advies is niet bindend.
  5. De studenten die een negatief voorlopig studieadvies, als bedoeld in lid 3  en/of 4 krijgen, worden uitgenodigd voor een gesprek met de studieadviseur met als doel het bespreken van de studiemethode en een heroverweging van de studiekeuze.
  6. Het uitbrengen van het studieadvies, als bedoeld in lid 1 is door het instellingsbestuur gemandateerd aan het opleidingsbestuur.
  7. Aan het definitieve studieadvies als bedoeld in lid 1 kan een afwijzing  verbonden worden, indien de student minder dan 45 EC heeft behaald in het eerste jaar van zijn inschrijving. Eventuele aanvullende eisen zijn opgenomen in de opleidingsspecifieke bijlage. De afwijzing geldt gedurende een termijn van 3 studiejaren. Een definitief studieadvies waaraan een afwijzing is verbonden wordt een bindend studieadvies genoemd.
  8. Bij het vaststellen van het aantal behaalde EC tellen alleen de onderwijseenheden van het onderwijs geprogrammeerd in het eerste jaar van de opleiding waarover het definitieve studieadvies wordt uitgebracht mee.
  9. Aan de student die een verzoek tot uitschrijving vóór 1 februari van het eerste jaar van inschrijving doet, wordt geen definitief studieadvies zoals bedoeld in artikel 6.3 lid 1 uitgebracht. Indien deze student zich in een volgend studiejaar opnieuw inschrijft, zal aan het eind van dat volgende studiejaar een definitief studieadvies worden uitgebracht.
  10. Voor de student die voor 1 oktober overstapt naar een andere opleiding binnen de UT geldt geen aanpassing van de norm als bedoeld in artikel 6.3 lid 7. Voor het overige zijn de bepalingen als bedoeld in artikel 6.3 lid 7 van toepassing.
  11. Voor de student die op 1 oktober of later overstapt naar een andere opleiding wordt het definitief studieadvies uitgesteld, met als uiterste datum het einde van het tweede jaar van inschrijving van de student.
  12. Voor het uitbrengen van een bindend studieadvies heeft de student het recht te worden gehoord door het opleidingsbestuur (WHW art. 7.8b lid 4)
  13. In zijn afweging om aan een studieadvies een afwijzing te verbinden, betrekt het opleidingsbestuur op verzoek van de student diens persoonlijke omstandigheden. Uitsluitend persoonlijke omstandigheden die door de student na intreden ervan zo spoedig als redelijkerwijs kan worden verlangd bij de studieadviseur zijn gemeld, worden door het opleidingsbestuur betrokken in haar afweging.
  14. Onder persoonlijke omstandigheden wordt verstaan ziekte van de betrokkene, lichamelijk, zintuigelijke of andere functiestoornis van de betrokkene, zwangerschap van de betrokkene,  bijzondere familieomstandigheden, topsport van de betrokkene en het lidmaatschap van de universiteitsraad, faculteitsraad, opleidingscommissie of een bestuur Categorie 3 conform de Regeling FOBOS.
  15. De persoonlijke omstandigheden dienen, in overleg met de studieadviseur, te worden voorgelegd aan de Commissie Persoonlijke Omstandigheden (CPO). De melding dient te worden ondersteund door bewijsstukken.
  16. De CPO beoordeelt de geldigheid en de ernst van de persoonlijke omstandigheden. Hierover wordt verslag uitgebracht aan het opleidingsbestuur en de betreffende studieadviseur.
  17. Het oordeel van de CPO wordt meegenomen door het opleidingsbestuur bij de behandeling van het verzoek van de student zoals bedoeld in artikel 6.3 lid 13.
  18. Wanneer als gevolg van persoonlijke omstandigheden geen uitspraak gedaan kan worden over de studiecapaciteiten van een student, wordt het definitief studieadvies uitgesteld, met als uiterste datum het einde van het tweede jaar van inschrijving van de student.
  19. In het besluit van het opleidingsbestuur met betrekking tot het bindend studieadvies wordt melding gemaakt van de mogelijkheid om in beroep te gaan.

Art 6.4 – (BINDEND) STUDIEADVIES: MEERDERE OPLEIDINGEN

Indien een student staat ingeschreven bij meerdere opleidingen en bij één van de opleidingen aan de BSA-norm heeft voldaan vervalt de verplichting om bij andere opleidingen aan de norm te voldoen.

Bijzondere omstandigheden

Het kan voorkomen dat je door persoonlijke omstandigheden (een periode) niet of nauwelijks hebt kunnen studeren. Onder persoonlijke omstandigheden worden verstaan: ziekte, handicap, bijzondere familieomstandigheden en zwangerschap. Wanneer je hierdoor de norm mogelijk niet kunt halen is het belangrijk op tijd de juiste acties te ondernemen.

De basisprocedure

  1. Je meldt zo vroeg mogelijk bij de studieadviseur dat jouw studie hinder ondervindt of gaat ondervinden door persoonlijke omstandigheden
  2. Je bespreekt met de studieadviseur jouw situatie en jullie maken eventueel samen een studieplan op dat recht doet aan de omstandigheden. Het studieplan wordt opgenomen in jouw BSA-dossier.
  3. Wanneer jouw persoonlijke omstandigheden van dien aard zijn, kun je deze (in overleg met de studieadviseur) al in een vroegtijdig stadium (na afloop van module 1) laten toetsen door de CPO-commissie. Het gaat hier alleen om die casussen waarbij het niet toetsen een negatieve invloed kan hebben op jouw persoonlijke situatie. Aanvragen kunnen ingediend worden via het aanvraagformulier.
  4. Bij alle reguliere gevallen onderneemt je (i.o.m. de studieadviseur) actie wanneer je niet aan de BSA-norm kunt voldoen. Je dient voor 30 juni van het lopende academisch jaar een aanvraag in voor toetsing van jouw omstandigheden bij de CPO-commissie. De CPO-commissie bestaat uit een voorzitter, studentendecaan, opleidingsdirecteur en studieadviseur. De toetsingsaanvraag dien je in via het aanvraagformulier met bewijsstukken:
    1. Bij ziekte, handicap/functiebeperking of bijzondere familieomstandigheden is het bewijsstuk een verklaring van arts of psycholoog, welke dient aan te geven in welke mate de studievoortgang is belemmerd en een schatting geeft van de periode waarin de persoonlijke omstandigheid zich voordoet. Je kunt ook contact op nemen met een campushuisarts voor het verkrijgen van deze verklaring.
    2. Bij zwangerschap/bevalling is dit een verklaring van de verloskundige of gynaecoloog met daarin de verwachte datum van geboorte. Bij een zwangerschap wordt aangenomen dat je 4 maanden niet of nauwelijks in staat bent om te studeren. Als de studievertraging groter is dan 4 maanden, moet er voor de periode dat de vertraging langer duurt een andere grond zijn naast de zwangerschap/bevalling.
  5. Voorafgaand aan behandeling in de CPO-commissie moet je een afspraak te maken met een studentendecaan. Deze afspraak moet voor 30 juni zijn gemaakt; het gesprek moet voor 15 juli plaats hebben gevonden. Uit ervaring is gebleken dat studenten het lastig vinden om een persoonlijke verklaring te schrijven. De studentendecaan kan advies geven en helpen met de formulering van het probleem. De studentendecaan kan tevens adviseren over andere (financiële) regelingen die van toepassing kunnen zijn.
  6. De CPO-commissie beoordeelt de geldigheid, de verwachte duur en de ernst van de persoonlijke omstandigheden en brengt hierover een advies uit aan het opleidingsbestuur (je krijgt een kopie).
  7. Het opleidingsbestuur geeft het eindadvies (positief of negatief) en zal rekening houden met de uitspraak van de CPO-commissie. Het kan zijn dat het opleidingsbestuur besluit om het eindadvies uit te stellen.

Hoorzitting

Wanneer je een voorgenomen negatief studieadvies ontvangt, krijg je ook de mogelijkheid een hoorzitting aan te vragen. Je krijgt dan de gelegenheid om aan een gedelegeerde van het opleidingsbestuur toe te lichten waarom je meent dat dit voorgenomen negatief advies onterecht is. Wil je meer informatie over het aanvragen van een hoorzitting klik dan hier.

Bezwaar aantekenen

Je kunt bezwaar aantekenen tegen een negatief BSA. Jouw bezwaarschrift moet schriftelijk en ondertekend ingediend worden bij het Klachtenloket UT. Dat moet je doen binnen 6 weken na dagtekening van het besluit van het opleidingsbestuur. Binnen 10 weken na ontvangst van jouw bezwaarschrift wordt er uitspraak gedaan. Als je uitdrukkelijk vermeld dat het spoed heeft, zal het klachtenloket het bezwaar versneld behandelen. Je wordt aangeraden om het bezwaar zo snel mogelijk na het ontvangen van het BSA in te dienen.