


Dit nieuwe boek (ENG), geschreven door Alexander van Deursen en Jan van Dijk, markeert een nieuwe stap in een onderzoekslijn die zij meer dan twee decennia geleden begonnen. In een periode waarin onderzoek naar digitale ongelijkheid zich nog vooral richtte op toegang tot internet, hielpen zij de aandacht te verleggen naar de vaardigheden die mensen nodig hebben om digitale technologieën op een betekenisvolle manier te gebruiken. Hun eerste raamwerk maakte onderscheid tussen operationele, formele, informatie- en strategische internetvaardigheden: niet alleen weten hoe technologie werkt, maar ook hoe men zich door digitale omgevingen beweegt, informatie vindt en beoordeelt, en het internet inzet om persoonlijke, professionele of maatschappelijke doelen te bereiken. Dit raamwerk werd later uitgebreid als reactie op de opkomst van Web 2.0, toen het internet interactiever, socialer en participatiever werd. Communicatie vaardigheden en content creatie vaardigheden werden toegevoegd om vast te leggen in hoeverre mensen in staat zijn om online te communiceren, te delen, samen te werken en digitale inhoud te produceren (uitgewerkt in het boek Digital skills, unlocking the information society). Het nieuwe boek bouwt voort op deze traditie. Het huidige medialandschap bestaat uit een complexe mix van smartphones, apps, platforms, slimme apparaten, kunstmatige intelligentie, het Internet of Things, sociale media en traditionele media. In deze “smart society” beginnen digitale vaardigheden al vóór het daadwerkelijke gebruik: mensen moeten eerst kunnen kiezen welk medium, platform of apparaat het meest geschikt is voor een bepaald doel. Strategische mediakeuzevaardigheden vormen daarom een cruciaal vertrekpunt. Van daaruit herijkt het boek digitale vaardigheden voor een complexere gemedieerde werkelijkheid, waarin participatie niet alleen afhangt van toegang en basisgebruik, maar ook van geïnformeerde keuzes, kritisch oordeelsvermogen, creatieve productie en strategisch handelen binnen een steeds sterker verweven digitale omgeving.

We leven in een tijd waarin de samenleving ingrijpend verandert. De wereld om ons heen wordt niet alleen digitaal, maar ook intelligent: aangedreven door kunstmatige intelligentie, verbonden via het Internet of Things, en gestuurd door algoritmen die beïnvloeden wat we zien, denken en doen. Van de telefoons in onze handen tot de sensoren in onze apparaten: digitale media zijn verweven geraakt met vrijwel elk aspect van ons dagelijks leven. Ze beïnvloeden hoe we leren, werken, communiceren en zelfs hoe we onszelf en anderen begrijpen. In dit complexe medialandschap zijn digitale vaardigheden essentieel voor participatie, kansen en empowerment. Terwijl de de digitale wereld zich in een razend tempo ontwikkelt, blijft het menselijk vermogen om nieuwe technologieën effectief te gebruiken vaak achter.
Dit boek begint met de vraag wat het betekent om digitaal vaardig te zijn in een slimme samenleving. Vanuit die vraag ontvouwt zich een verkenning van zeven essentiële digitale vaardigheden. Drie daarvan hebben betrekking op het beheersen van het medium zelf: hoe we digitale media kiezen, bedienen en navigeren. Vier vaardigheden richten zich op het beheersen van inhoud: hoe we online content vinden en beoordelen, communiceren, creëren en strategisch toepassen.
Dit boek kan worden gezien als zowel een routekaart als een oproep tot actie. Het nodigt lezers — wetenschappers, studenten, professionals, docenten, ontwikkelaars en beleidsmakers — uit om opnieuw na te denken over wat het betekent om vaardig te zijn in een wereld die wordt gevormd door internet en intelligente media. Het betoogt dat digitale vaardigheden geen vaste checklist van technische handelingen zijn, maar het vermogen om kritisch te denken en strategisch en betekenisvol te handelen met en via digitale media. In een wereld waarin elke innovatie opnieuw vormgeeft aan wat van mensen wordt gevraagd en wat het betekent om mens te zijn, is het ontwikkelen van digitale vaardigheden meer dan voorbereiding op de toekomst. Het is de sleutel om die toekomst mede vorm te geven.
Prof. dr. Alexander van Deursen bekleedt de leerstoel Digitale Ongelijkheid aan de Universiteit Twente in Nederland. Daarnaast is hij directeur van het Centre for Digital Inclusion. In deze rol richt hij zich op het identificeren en verklaren van mechanismen van digitale inclusie, het in kaart brengen van zowel de voordelen als de risico’s van opkomende technologieën, het aanwijzen van groepen die risico lopen op digitale uitsluiting, en het ontwikkelen van beleidsmaatregelen en interventies om deze uitdagingen aan te pakken. Ook evalueert hij best practices die gericht zijn op het bevorderen van gelijkwaardige participatie in een snel digitaliserende samenleving. Alexander heeft veelvuldig gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften en publieksmedia. Hij onderhoudt actieve internationale samenwerkingen en heeft visiting positions bekleed aan de London School of Economics and Political Science en Arizona State University. Zijn onderzoek en leiderschap dragen bij aan een beter begrip van hoe digitale transformatie individuen en gemeenschappen beïnvloedt, en hoe inclusieve strategieën kunnen helpen ervoor te zorgen dat niemand achterblijft.
Prof. dr. Jan van Dijk is een Nederlandse emeritus hoogleraar communicatiewetenschap en sociologie van de informatiesamenleving aan de Universiteit Twente in Nederland, waar hij nog steeds actief is in onderzoek en onderwijs. Hij wordt internationaal erkend voor zijn pionierswerk op het gebied van de digitale kloof, de sociale aspecten van digitale media en digitale democratie. Tot Van Dijks invloedrijke boeken behoren The Network Society, The Deepening Divide, Digital Democracy, Digital Skills en The Digital Divide, waarin wordt onderzocht hoe ongelijke toegang tot technologie en digitale vaardigheden bredere sociale ongelijkheden versterken. Gedurende zijn loopbaan heeft hij verschillende overheden en de Europese Commissie geadviseerd over beleid rond informatie- en communicatietechnologie. Hij blijft een toonaangevende stem in het begrijpen van de maatschappelijke gevolgen van digitalisering.