Centrum voor Digitale Inclusie

Digital Skills: Key to the Smart Society

donderdag 9 juli 2026

Dit nieuwe boek (ENG), geschreven door Alexander van Deursen en Jan van Dijk, markeert een nieuwe stap in een onderzoekslijn die zij meer dan twee decennia geleden begonnen. In een periode waarin onderzoek naar digitale ongelijkheid zich nog vooral richtte op toegang tot internet, hielpen zij de aandacht te verleggen naar de vaardigheden die mensen nodig hebben om digitale technologieën op een betekenisvolle manier te gebruiken. Hun eerste raamwerk maakte onderscheid tussen operationele, formele, informatie- en strategische internetvaardigheden: niet alleen weten hoe technologie werkt, maar ook hoe men zich door digitale omgevingen beweegt, informatie vindt en beoordeelt, en het internet inzet om persoonlijke, professionele of maatschappelijke doelen te bereiken. Dit raamwerk werd later uitgebreid als reactie op de opkomst van Web 2.0, toen het internet interactiever, socialer en participatiever werd. Communicatie vaardigheden en content creatie vaardigheden werden toegevoegd om vast te leggen in hoeverre mensen in staat zijn om online te communiceren, te delen, samen te werken en digitale inhoud te produceren (uitgewerkt in het boek Digital skills, unlocking the information society). Het nieuwe boek bouwt voort op deze traditie. Het huidige medialandschap bestaat uit een complexe mix van smartphones, apps, platforms, slimme apparaten, kunstmatige intelligentie, het Internet of Things, sociale media en traditionele media. In deze “smart society” beginnen digitale vaardigheden al vóór het daadwerkelijke gebruik: mensen moeten eerst kunnen kiezen welk medium, platform of apparaat het meest geschikt is voor een bepaald doel. Strategische mediakeuzevaardigheden vormen daarom een cruciaal vertrekpunt. Van daaruit herijkt het boek digitale vaardigheden voor een complexere gemedieerde werkelijkheid, waarin participatie niet alleen afhangt van toegang en basisgebruik, maar ook van geïnformeerde keuzes, kritisch oordeelsvermogen, creatieve productie en strategisch handelen binnen een steeds sterker verweven digitale omgeving.

Over het boEk

  • Biedt een uitgebreide conceptualisering van digitale vaardigheden die toepasbaar is op de algemene bevolking.
  • Behandelt digitale vaardigheden in een complexe gemedieerde werkelijkheid, met bijzondere aandacht voor ontwikkelingen rond AI en het Internet of Things in de samenleving.
  • Bespreekt oplossingen aan zowel de aanbod- als de vraagzijde om tekorten aan digitale vaardigheden aan te pakken.

We leven in een tijd waarin de samenleving ingrijpend verandert. De wereld om ons heen wordt niet alleen digitaal, maar ook intelligent: aangedreven door kunstmatige intelligentie, verbonden via het Internet of Things, en gestuurd door algoritmen die beïnvloeden wat we zien, denken en doen. Van de telefoons in onze handen tot de sensoren in onze apparaten: digitale media zijn verweven geraakt met vrijwel elk aspect van ons dagelijks leven. Ze beïnvloeden hoe we leren, werken, communiceren en zelfs hoe we onszelf en anderen begrijpen. In dit complexe medialandschap zijn digitale vaardigheden essentieel voor participatie, kansen en empowerment. Terwijl de de digitale wereld zich in een razend tempo ontwikkelt, blijft het menselijk vermogen om nieuwe technologieën effectief te gebruiken vaak achter.

Dit boek begint met de vraag wat het betekent om digitaal vaardig te zijn in een slimme samenleving. Vanuit die vraag ontvouwt zich een verkenning van zeven essentiële digitale vaardigheden. Drie daarvan hebben betrekking op het beheersen van het medium zelf: hoe we digitale media kiezen, bedienen en navigeren. Vier vaardigheden richten zich op het beheersen van inhoud: hoe we online content vinden en beoordelen, communiceren, creëren en strategisch toepassen.

  • Hoofdstuk 1 introduceert het brede raamwerk van digitale vaardigheden en schetst de historische ontwikkeling ervan, van orale samenlevingen tot de begindagen van computers en het web, en tot de huidige algoritmische, datagedreven samenleving. Het laat zien hoe digitale vaardigheden zich hebben opgestapeld en uitgebreid, en waarom ze inmiddels onmisbaar zijn voor iedereen, ongeacht achtergrond of beroep.
  • Voortbouwend hierop onderzoekt hoofdstuk 2 hoe de zeven vaardigheden van toepassing zijn op internet en intelligente media die onze tijd kenmerken: online platforms, sociale media, AI-gedreven platforms en slimme verbonden apparaten. Hier komen digitale vaardigheden samen met automatisering, data-analyse en personalisatie. Dit vormt de kern van het boek, waarin wetenschappelijk inzicht en praktische relevantie met elkaar worden verbonden.
  • Hoofdstuk 3 vertaalt theorie naar bewijs. Op basis van empirische gegevens uit surveyonderzoek en taakgerichte prestatietesten onderzoekt dit hoofdstuk het daadwerkelijke niveau van digitale vaardigheden onder verschillende bevolkingsgroepen. Wie beschikt over de vaardigheden die nodig zijn om te profiteren van internet en verbonden intelligente media, en wie blijft achter? De bevindingen leggen verschillen bloot naar leeftijd, opleidingsniveau, inkomen, traditionele geletterdheid en sociaal kapitaal, en bieden een confronterend beeld van digitale ongelijkheid die onder de oppervlakte van connectiviteit blijft voortbestaan.
  • Hoofdstuk 4 verbreedt de blik. Digitale vaardigheden bestaan niet op zichzelf, maar zijn ingebed in een bredere sociale context. Dit hoofdstuk onderzoekt hoe digitale ongelijkheden samenhangen met traditionele vormen van ongelijkheid en hoe zij economische, educatieve, politieke, sociale, culturele, ruimtelijke en institutionele participatie beïnvloeden. Het stelt de vraag of verschillen in digitale vaardigheden slechts een weerspiegeling zijn van bestaande ongelijkheden, of dat zij een nieuwe en groeiende laag van sociale ongelijkheid vormen. Ook wordt besproken hoe AI, automatisering en algoritmische vertekening deze patronen verder compliceren.
  • De tweede helft van het boek richt zich op oplossingen. Hoofdstukken 5 en 6 verkennen twee complementaire strategieën om digitale vaardigheden aan te pakken en te versterken. De eerste strategie betreft het ontwerpen van digitale media en platforminterfaces die inclusiever, transparanter en gebruiksvriendelijker zijn. De tweede richt zich op mensen: onderwijs, training en een leven lang leren als routes naar digitale empowerment. Van klaslokalen tot werkplekken, en van zelfgestuurd leren tot samenwerking met anderen, deze hoofdstukken laten zien hoe digitale vaardigheden gedurende de levensloop en in uiteenlopende contexten kunnen worden ontwikkeld. Daarbij wordt ook het belang benadrukt van het bereiken van groepen die vaak het meest worden uitgesloten van digitale vooruitgang: ouderen, mensen met beperkingen, migranten en mensen met beperkte geletterdheid.
  • Tot slot kijkt hoofdstuk 7 vooruit en brengt het de belangrijkste inzichten en beleidsimplicaties samen. Het hoofdstuk laat zien hoe overheden, instellingen en bedrijven digitaal vaardige samenlevingen kunnen bevorderen. Het identificeert strategieën en samenwerkingsverbanden die ervoor kunnen zorgen dat digitale transformatie een kracht voor inclusie wordt, in plaats van een bron van verdere verdeeldheid.

Dit boek kan worden gezien als zowel een routekaart als een oproep tot actie. Het nodigt lezers — wetenschappers, studenten, professionals, docenten, ontwikkelaars en beleidsmakers — uit om opnieuw na te denken over wat het betekent om vaardig te zijn in een wereld die wordt gevormd door internet en intelligente media. Het betoogt dat digitale vaardigheden geen vaste checklist van technische handelingen zijn, maar het vermogen om kritisch te denken en strategisch en betekenisvol te handelen met en via digitale media. In een wereld waarin elke innovatie opnieuw vormgeeft aan wat van mensen wordt gevraagd en wat het betekent om mens te zijn, is het ontwikkelen van digitale vaardigheden meer dan voorbereiding op de toekomst. Het is de sleutel om die toekomst mede vorm te geven.

LOFUITINGEN

Ronald Rice, Distinguished Professor, Arthur N. Rupe Endowed Professor, Social Effects of Mass

This comprehensive interdisciplinary book provides analyses and measures of required skills for equitable, effective, and participatory digital media use. Van Deursen and Van Dijk discuss implications for interventions, accessibility, and interface design; strategies for education and informal learning; and policy implications that consider the multidimensional nature of the media environment. The exciting and thoroughly grounded book should be required reading in all disciplines related to the contemporary digital world.

Ronald Rice, Distinguished Professor, Arthur N. Rupe Endowed Professor, Social Effects of Mass
Karen Mossberger, Professor Emerita, School of Public Affairs (SPA)

This excellent book combines wisdom from years of innovative research with insightful solutions to address the digital skills so critical for participation in society today, especially in an age of AI. With useful concepts and measures for future research, the authors also offer nuanced, evidence-based recommendations for human-centered design, education, and public policy, targeting diverse needs for different populations. This is a must-read for scholarship and practice.

Karen Mossberger, Professor Emerita, School of Public Affairs (SPA)
Leen d’Haenens, Professor, Institute for Media Studies (IMS)

Digital skills determine who can participate, and who is left behind, in an increasingly digital society. This book shows how digital skills not only reflect social inequalities but actively amplify them, especially in the age of AI, where people no longer simply use tools but interact with agents. Rejecting one-size-fits-all solutions, it argues for targeted, context-sensitive interventions and sustained collaboration between researchers, practitioners, and policymakers. A must-read for anyone committed to inclusive and meaningful digital participation.

Leen d’Haenens, Professor, Institute for Media Studies (IMS)

OVER DE AUTEURS

Prof. dr. Alexander van Deursen bekleedt de leerstoel Digitale Ongelijkheid aan de Universiteit Twente in Nederland. Daarnaast is hij directeur van het Centre for Digital Inclusion. In deze rol richt hij zich op het identificeren en verklaren van mechanismen van digitale inclusie, het in kaart brengen van zowel de voordelen als de risico’s van opkomende technologieën, het aanwijzen van groepen die risico lopen op digitale uitsluiting, en het ontwikkelen van beleidsmaatregelen en interventies om deze uitdagingen aan te pakken. Ook evalueert hij best practices die gericht zijn op het bevorderen van gelijkwaardige participatie in een snel digitaliserende samenleving. Alexander heeft veelvuldig gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften en publieksmedia. Hij onderhoudt actieve internationale samenwerkingen en heeft visiting positions bekleed aan de London School of Economics and Political Science en Arizona State University. Zijn onderzoek en leiderschap dragen bij aan een beter begrip van hoe digitale transformatie individuen en gemeenschappen beïnvloedt, en hoe inclusieve strategieën kunnen helpen ervoor te zorgen dat niemand achterblijft.

Prof. dr. Jan van Dijk is een Nederlandse emeritus hoogleraar communicatiewetenschap en sociologie van de informatiesamenleving aan de Universiteit Twente in Nederland, waar hij nog steeds actief is in onderzoek en onderwijs. Hij wordt internationaal erkend voor zijn pionierswerk op het gebied van de digitale kloof, de sociale aspecten van digitale media en digitale democratie. Tot Van Dijks invloedrijke boeken behoren The Network Society, The Deepening Divide, Digital Democracy, Digital Skills en The Digital Divide, waarin wordt onderzocht hoe ongelijke toegang tot technologie en digitale vaardigheden bredere sociale ongelijkheden versterken. Gedurende zijn loopbaan heeft hij verschillende overheden en de Europese Commissie geadviseerd over beleid rond informatie- en communicatietechnologie. Hij blijft een toonaangevende stem in het begrijpen van de maatschappelijke gevolgen van digitalisering.