Zie Home

Digitale Inclusie

Volledige toegang tot internet of andere technologie (digitale inclusie) kan worden gezien als een proces van vier achtereenvolgende fasen: Attitude en Motivatie, Materiële toegang, Vaardigheden en Gebruik, weergegeven in lichtblauw in onderstaande figuur (gebaseerd op de Resources and Appropriation Theory van Jan van Dijk).  

Elke fase van internettoegang speelt een belangrijke rol in het behalen van positieve uitkomsten (en in het vermijden van negatieve uitkomsten van internet) en hebben een sequentieel en conditioneel karakter. Mogelijke uitkomsten zijn er in vele vormen in kunnen globaal in vier domeinen worden ondergebracht:

Het conditionele karkater van het toegangsmodel betekent niet dat het bevorderen van motivatie en het inzetten van voldoende apparatuur automatisch zullen resulteren in een hoog niveau van vaardigheden, in een veelzijdig gebruik van internet, of in vele positieve uitkomsten. Elke fase van toegang is afhankelijk van een reeks (verschillende) indicatoren die onderling interacteren bij het ontstaan van digitale ongelijkheid. Denk aan geslacht, leeftijd, opleiding en inkomen, en diverse culturele, sociale en psychologische factoren. 

Voor elke fase van toegang geldt een andere beleidsmatige aanpak. Vanuit het kenniscentrum worden diverse onderzoeken uitgevoerd om hier meer grip op te krijgen. Belangrijk, want we weten dat het deel van de bevolking dat in potentie het meeste van internetgebruik zou kunnen profiteren, er het slechtste voor staat en dat internet bestaande vormen van ongelijkheid versterkt.

INEVITABLE INEQUALITIES?
Exploring Differences in Internet Domestication Between Less and Highly Educated Families - proefschrift Anique Scheerder
Digitale Ongelijkheid in Nederland
Rapport voor Netwerk Mediawijzer over de stand van zaken - Alexander van Deursen.