Overheden zetten participatie in tegen politiek wantrouwen, maar onderzoek in Amsterdam, Enschede en Drenthe laat zien dat burgerberaden en buurtbudgetten de wantrouwenden juist niet bereiken. Burgerparticipatie overtuigt vooral wanneer burgers begrijpen hoe het proces werkt en wat er daarna met de uitkomsten gebeurt. Dat concludeert UT-promovendus Jelle Turkenburg.
Politiek vertrouwen staat onder druk, ook in Nederland. Steeds meer overheden zoeken het antwoord in burgerparticipatie: bewoners stemmen bijvoorbeeld over de besteding van gemeentelijke budgetten of denken mee in burgerberaden over lokale en provinciale vraagstukken. De verwachting is dat zulke processen de kloof tussen burger en bestuur verkleinen.
Scepticus blijft buiten beeld
In de meeste gevallen leidt meer bekendheid met een participatieproces niet tot meer politiek vertrouwen. Veel burgers weten hooguit in grote lijnen dat er een participatieproces plaatsvindt. Gemiddeld was ongeveer driekwart van de ondervraagden globaal op de hoogte, maar die bekendheid bleef vaak beperkt tot het meest zichtbare onderdeel: de stemming. De voorafgaande discussie, de afwegingen en vooral de uitkomsten bleven grotendeels onzichtbaar.
Daarnaast zijn vooral burgers die al politiek betrokken zijn of meer politiek vertrouwen hebben beter op de hoogte van deze processen. De bezorgde burger die het vertrouwen in de politiek al lang is kwijtgeraakt, wordt nauwelijks bereikt. “Participatie wordt vaak verkocht als remedie tegen politiek wantrouwen, maar in de praktijk landt zij in het bredere publiek vooral bij mensen die de politiek toch al volgen of daar al meer vertrouwen in hebben”, zegt Turkenburg. “Zonder betere communicatie en zichtbare opvolging blijft juist de groep waarvoor participatie bedoeld is buiten beeld.”
Om dat te concluderen onderzocht Turkenburg vier Nederlandse praktijkvoorbeelden: participatief begroten in Amsterdam-Oost, Amsterdam-Zuid en Enschede-Zuid en een burgerberaad in de provincie Drenthe. Zijn centrale vraag: bereiken dit soort processen het bredere publiek, en zo ja, vergroten ze het politieke vertrouwen?
Pseudocratie: participeren over kruimels
Uit zijn onderzoek kwam een tweede risico. Als burgers mogen meebeslissen over kleine dingen, terwijl de echte besluiten ergens anders worden genomen, voelt participatie al snel als schijn. “Sommige geïnterviewden omschreven dat als pseudocratie”, zegt Turkenburg. “Een geïnterviewde sprak over ‘gras op een groenstrook’; een ander hoopte dat toekomstige rondes over grotere bedragen en belangrijkere onderwerpen zouden gaan. Zulke keuzes veranderen niet vanzelf hoe burgers naar de politiek als geheel kijken.”
De conclusie is niet dat burgerparticipatie geen waarde heeft. Burgers die begrijpen hoe een participatieproces werkt en wat er daarna mee gebeurt, oordelen er positiever over. Maar die positieve oordelen leveren niet automatisch meer politiek vertrouwen op bij het bredere publiek. Voor het bredere publiek blijft de democratische winst beperkt. Zonder goede communicatie en zichtbare opvolging verandert er voor de meeste burgers niets.
Wanneer kan burgerparticipatie wel werken?
Turkenburg ziet vooral mogelijkheden wanneer gemeenten en provincies participatie inzetten voor duidelijke, betekenisvolle besluiten en vooraf uitleggen waarover burgers wel en niet kunnen meebeslissen. “Als je participatie inzet over onderwerpen die ertoe doen, met voldoende budget, duidelijke opvolging en goede communicatie, dan kan dat bijdragen aan democratische vernieuwing”, zegt hij. “Maar dan gaat het niet om een losstaand projectje naast het gewone bestuur, maar om een geloofwaardig onderdeel van besluitvorming.”
Over de onderzoeker
Jelle Turkenburg promoveerde op 29 mei 2026 aan de Universiteit Twente. Hij deed zijn promotieonderzoek bij de sectie Bestuurskunde van de faculteit Behavioural, Management and Social Sciences (BMS). Zijn proefschrift, The Best of Both Worlds? The Effects of Hybrid Democratic Innovations on Public Political Support, kwam voort uit onderzoek binnen het REDRESS-project. Zijn promotoren waren prof. dr. M.J.G.J.A. Boogers (Universiteit Utrecht) en prof. dr. B.J.R. van der Meulen (Universiteit Twente). Zijn copromotoren waren dr. M. Rosema en prof. dr. H. van der Kolk, beiden verbonden aan de Universiteit Twente.
Meer recent nieuws
do 16 jul 2026Strategisch aan de slag met AI: vernieuwde masterclass start in december
ma 13 jul 2026Succesvolle eerste editie van de Twente Health School
di 7 jul 2026BMS - BKO Ceremonie
wo 24 jun 2026Vier onderzoeksteams ontvangen subsidie voor samenwerking Universiteit Twente en Universiteit Münster
vr 12 jun 2026Slechts derde van geschikte borstkankerpatiënten krijgt genprofieltest