UTFaculteitenBMSNieuwsSamen zorginnovaties verbeteren, verbinden en versnellen
Header samenwerking

Samen zorginnovaties verbeteren, verbinden en versnellen

Personeelstekorten, stijgende kosten en een groeiende zorgvraag zetten de zorg onder zware druk en maken de toekomst ervan onzeker. Innovaties zijn cruciaal om deze uitdagingen aan te gaan. Daarom bundelen de vier technische universiteiten, via het 4TU.Health centre, hun krachten met de STZ-ziekenhuizen. Samen verbeteren, verbinden en versnellen zij zorginnovaties. Door praktijkervaring uit de zorg te combineren met wetenschappelijke kennis en technologische vernieuwing, ontstaan oplossingen die de zorg écht transformeren – en waarde creëren voor grote groepen patiënten.

Een topklinisch (STZ) ziekenhuis levert excellente, innovatieve en unieke zorg, gecombineerd met het opleiden van zorgprofessionals en het verrichten van toegepast wetenschappelijk onderzoek. Een STZ-ziekenhuis waarin dit duidelijk zichtbaar is, is het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate. Geraline Leusink, hoogleraar en voorzitter van de raad van bestuur van Rijnstate vertelt: ‘Maatschappelijke ontwikkelingen brengen binnen het ziekenhuis allerlei bewegingen op gang en dagen ons uit om processen slimmer en efficiënter in te richten, patiënten meer regie te geven met digitale ondersteuning, administratieve lasten te verlichten en zorg op afstand mogelijk te maken. Technologische innovaties kunnen deze transformatie aanzienlijk versnellen.’

Maroeska Rovers, hoogleraar en wetenschappelijk directeur van het TechMed centre van de Universiteit Twente vult aan: ‘Binnen STZ-ziekenhuizen ontstaan innovaties vaak vanuit de praktijk. Daarmee moeten en kunnen we de brug slaan tussen patiëntenzorg en technologie. Technisch geneeskundigen kunnen hierin een waardevolle rol spelen, net als de gezamenlijk aangestelde onderzoekers. Technologische innovaties veranderen de wijze waarop we zorg verlenen; denk aan de inzet van sensing-technologie, AI en operatierobots. Samen kunnen we synergie creëren, innovaties ontwikkelen en opschalen.’

Dubbele aanstelling, dubbel resultaat

Een krachtig middel om synergie te creëren, is het inzetten van dubbelaanstellingen. Door onderzoekers ook direct te betrekken bij patiëntenzorg – en zorgverleners bij onderzoek – ontstaan er waardevolle kruisverbanden. Deze wisselwerking zorgt voor een snellere toepassing van onderzoeksresultaten én voor innovatie die echt aansluit op wat er in de praktijk nodig is.

Een sprekend voorbeeld is Erik Groot Jebbink, een bevlogen onderzoeker en technisch geneeskundige met een functie bij zowel de Universiteit Twente als bij Rijnstate. Binnen Rijnstate richt hij zich op gepersonaliseerde follow-up na een endovasculaire ingreep en is hij actief op de polikliniek van het Vasculair Centrum. Daarnaast werkt hij binnen de vakgroep Multi-Modality Medical Imaging (M3I) op de universiteit als universitair docent.

‘Het maakt het makkelijker om onderzoeksresultaten ook echt bij de patiënt te brengen,’ vertelt Groot Jebbink. ‘Doordat ik ook in het ziekenhuis werk, begrijp ik wat er leeft bij patiënten. Die inzichten neem ik mee naar het onderzoek aan de Universiteit Twente. Andersom brengen we juist hoogtechnologische kennis vanuit de universiteit naar Rijnstate. Via haalbaarheidsstudies testen we of onze bevindingen kloppen. De eventuele verbeterpunten die daaruit voortkomen, verwerken we in ons onderzoek. Zo blijven we innovatief én relevant.’

Ook Geraline Leusink ziet de meerwaarde van dergelijke samenwerkingen: ‘Groot Jebbink werkt intensief samen met vaatchirurg Michel Reijnen uit Rijnstate en tevens bijzonder hoogleraar bij de Universiteit Twente. Zo wisselen we over en weer kennis en ervaring uit.’ Dat deze aanpak rendeert, blijkt uit de recent toegekende ZonMW subsidies uit het programma MEDisch specialistische Zorg en Onderzoek (MedZO) door ZonMW. Middels deze subsidies starten twee onderzoeken naar doelmatige en passende zorg, waarvan er één is toegekend aan het onderzoek van Groot Jebbink en Reijnen. Samen onderzoeken zij hoe AI gepersonaliseerde behandeling en follow-up bij aneurysma-operaties (EVAR) kan verbeteren.

Inzicht in elkaars werkveld

‘Inzicht in elkaars werkveld brengt zorginnovaties verder’, dat beamen ook Agnes Berendsen, onderzoeker aan de Wageningen University & Research en Laura Heusschen, onderzoeker bij Rijnstate volmondig. Hun samenwerking ontstond dankzij een gedeelde connectie met bijzonder hoogleraar en bariatrisch chirurg Eric Hazebroek. Inmiddels doen ze gezamenlijk onderzoek naar de rol van voeding in de behandeling van obesitas–patiënten bij Rijnstate.

Heusschen: ‘Het effect van een behandeling met obesitas medicatie of een operatie is vrijwel altijd dat mensen minder gaan eten. Dan is het essentieel dat wat ze wél eten, voldoende voedingsstoffen bevat.’ Wageningen University & Research beschikt over de expertise om de voedingsinname en de kwaliteit van de voeding van deze patiëntengroep in kaart te brengen via een specifieke score. Berendsen: ‘Wij brengen de kennis over voeding vanuit de Wageningen University & Research in. Via Rijnstate komt die kennis bij de patiënt terecht. Zo kunnen we grotere groepen patiënten bereiken en ontwikkelen we zorginnovaties die écht het verschil maken.’

Wat maakt zo’n samenwerking succesvol? Daar zijn ze het snel over eens. Heusschen: ‘Het helpt enorm als je regelmatig op elkaars werkplek bent en contacten met relevante stakeholders goed onderhoudt. Bovendien zijn we altijd transparant naar elkaar geweest over zowel de inhoud als de output van onze samenwerking. Daar hebben we nu profijt van.’

Zorginnovaties samen opschalen

Ook de Healthdot is een voorbeeld van een succesvolle zorginnovatie die door de samenwerking tussen een technische universiteit en een STZ-ziekenhuis tot stand is gekomen. Deze draagbare biosensor – een soort slimme pleister – maakt het mogelijk om de vitale functies van patiënten op afstand continu te monitoren, met ondersteuning vanuit het ziekenhuis. Rijnstate speelde een belangrijke rol in het valorisatieproces van deze Healthdot.

Arthur Bouwman, werkzaam als anesthesioloog in het Catharina Ziekenhuis en hoogleraar bij de Universiteit Eindhoven, stond aan de basis van de ontwikkeling van de Healthdot. Samen met de Universiteit Eindhoven en het bedrijfsleven doet hij onderzoek naar geavanceerde perioperatieve monitor technieken, waaronder de Healthdot.
                      
Bouwman: ‘Ziekenhuizen gebruiken 'early warning systemen' om medische beslissingen te ondersteunen. Met wearables zoals de Healthdot kunnen de metingen, die deze modellen voeden, automatisch plaatsvinden. Dit verlaagt de werkdruk van zorgpersoneel zonder verlies van de kwaliteit van zorg. Bovendien dragen dit soort innovaties bij aan een betere voorspelbaarheid van deze modellen; ze leveren nieuwe informatie, meten frequenter en vergroten de planbaarheid van zorg en verpleging. Daardoor kunnen we pro-actiever zijn.’ 

De Healthdot is inmiddels gecertificeerd en, onder andere in Rijnstate, gevalideerd. De komst van dit soort geavanceerde perioperatieve monitoringstechnieken, zorgt ervoor dat patiënten na een operatie eerder naar huis kunnen. 

Volgens Bouwman ontstaan dergelijke innovaties alleen in samenwerking – zoals in dit geval tussen de Universiteit Eindhoven, het Catharina Ziekenhuis, Rijnstate en het bedrijfsleven. ‘Het voordeel van onderzoek binnen een STZ–context is dat het is toegespitst op de dagelijkse praktijk en de grote(re) aantallen patiënten. Bouwman pleit voor oplossingen die schaalbaar zijn: je start een innovatie op bij een kleine patiëntengroep en breidt vervolgens uit naar een grotere populatie. ‘Dit vraagt om sterke netwerken en een solide digitale infrastructuur. Het 4TU.Health centre kan hierin, samen met de STZ-ziekenhuizen, een cruciale rol spelen door die infrastructuur mede te ontwikkelen en de juiste mensen samen te brengen om initiatieven mogelijk te maken’, aldus Bouwman.

Complementaire samenwerking

Een nauwe samenwerking tussen de STZ–ziekenhuizen en de technische universiteiten is essentieel voor het aanpakken van de urgente zorguitdagingen. Leusink stelt: ‘Dankzij onze complementariteit kunnen we wetenschappelijke innovaties samen direct vertalen naar de patiëntenzorg. Zo maken we innovaties toegankelijk voor grote groepen patiënten. Door samenwerking via dubbelaanstellingen en gezamenlijke projecten versnellen we zowel de ontwikkeling als de implementatie van innovatieve oplossingen in de zorg.’ Deze beweging wordt breed binnen STZ omarmt: Wieke Haakma, programmamanager STZ: ‘De samenwerking tussen de technische universiteiten en STZ-ziekenhuizen maakt het mogelijk om innovaties te ontwikkelen en testen in een praktijkomgeving die aansluit op de behoeften van een brede patiëntengroep. Via innovatieplatform STZ Innohub kunnen succesvolle innovaties vervolgens breed worden opgeschaald en versneld worden toegepast in de zorg.’

Volgens Rovers kan het 4TU.Health centre deze samenwerking nog verder versterken: ‘Door netwerken te bouwen, te lobbyen en bij te dragen aan beleidsontwikkeling en financieringsaanvragen, kunnen we samen verder groeien.’ Rovers: ‘We stevenen af op een zorginfarct. Innovaties in de zorg zijn geen luxe, maar pure noodzaak. De voorbeelden tonen aan dat STZ–ziekenhuizen en technische universiteiten samen de benodigde vernieuwingen kunnen realiseren. Geef ons de ruimte om dit samen op te pakken, en onze bestaande samenwerking te intensiveren. Daar zal zowel de patiëntenzorg als de Nederlandse economie uiteindelijk van profiteren.’

Even voorstellen:

Teamleden van het 4TU.Health centre:

Maroeska Rovers

Prof. dr. Maroeska Rovers is wetenschappelijk directeur van het Technical Medisch (TechMed) centrum van de Universiteit Twente. Daarnaast is zij hoogleraar Medische Technologie en Innovatie bij het Radboudumc, directeur van Health Innovation Netherlands en lid van diverse internationale besturen, zoals de wetenschappelijke adviescommissie van Excite International, de IDEAL- collaboration en het Science and Innovation Panel van het EU IHI-programma.

 

Agnes Berendsen

Dr. ir. Agnes Berendsen is diëtiste en behaalde in 2010 haar diploma Voeding en Gezondheid met een specialisatie in Nutritionele Epidemiologie. Agnes promoveerde op voedingspatronen en cognitieve prestaties binnen een groot Europees project. Gedurende deze periode was ze gastonderzoeker aan de Harvard Medical School. Als nutritioneel epidemioloog heeft ze ruime ervaring in het uitvoeren van humane voedingsinterventiestudies en het verzamelen en verwerken van gegevens uit prospectieve cohortstudies. Momenteel werkt ze als universitair docent aan de fysiologische veranderingen na bariatrische chirurgie bij vrouwen met obesitas en de gevolgen voor hun nakomelingen, om bij te dragen aan gezondere toekomstige generaties.

 

Ontdek meer

Benieuwd hoe technologie de toekomst van de zorg verandert? Neem een kijkje op de website van het 4TU.Health centre (Tekst: Lotte Sträter).