DOT Wiskunde: de wiskunde-onderbouwlespraktijk onderzoeken met lesson study

De wiskunde-onderbouwlespraktijk onderzoeken met Lesson Study


jeurnink-1

Dr. Gerard Jeurnink

Trekker

Wiskunde Onderbouw


Context

Wiskundedocenten in de onderbouw hebben te maken met leerlingen die niet zomaar zitten te wachten op het oplossen van problemen of het maken van sommen uit het boek. Hoe kun je leerlingen nu enthousiast maken voor mooie meetkunde?

Hoe is de angst voor getallen om te zetten in plezier om ermee te goochelen? In dit docent­ontwikkelteam (DOT) wordt gezamenlijk gezocht naar wiskundige activiteiten die leerlingen motiveren en uitdagen om samen in de klas aan de slag te gaan.

Theoretisch wordt aangesloten bij de niveautheorie van Pierre van Hiele die zich met zijn vrouw Dieke bezighield met meetkundige opdrachten die een steeds hoger abstractieniveau vereisen om tot een oplossing te komen (Van Hiele, 1986). In de calculus ontwikkelde David Tall een soortgelijke theorie om cognitieve groei in het wiskundig denken te stimuleren. Hij zet zich in om ‘sensible mathematics’ te ontwikkelen (Tall, 2012).

Deze DOT wordt getypeerd door de actieve deelname van vo-docenten wiskunde onder­bouw, onderbouwbegeleiders, vakdidactici, onderzoekers van de afdeling Toegepaste Wiskunde. Het doel is een praktisch bruikbare vernieuwing voor delen van onderbouw-wiskunde. Theorievorming over begripsontwikkeling bij leerlingen en de vertaling daarvan in uitdagende lespraktijken nemen een prominente plaats in. Belangrijke kenmerken van deze DOT zijn (a) de veilige omgeving, (b) gelijkwaardige samenwerking tussen UT-medewerkers en vo-docenten in de regio en hun collega’s op de eigen school (Johnson & Johnson, 1999), en (c) de verbinding tussen theorie en praktijk.

Docenten ontwikkelen zich professioneel door hun eigen lespraktijk te onderzoeken.


Beschrijving activiteiten

De deelnemers bespreken samen literatuur, op grond waarvan het ontwerp van de onder­zoeksles start met als uitgangspunt het uitdagen van leerlingen om actief mee te doen. De docenten kiezen samen het onderwerp dat in de les centraal staat. De werkwijze is volgens de in Japan met succes beproefde methode lesson study (Fernandez & Yoshida, 2004). De deelnemers bereiden, na een eerste bijeenkomst op de UT, groepsgewijs één onderzoeksles voor. De les wordt, na een tweede bijeenkomst op de UT, in het najaar uitgevoerd en geobserveerd in het bijzijn van alle betrokkenen: docenten (collega’s, managers) van de school en UT-medewerkers. Na afloop wordt de les direct op de school geëvalueerd. Op grond van de evaluatie wordt de les bijgesteld en opnieuw uitgevoerd op een andere locatie. In een derde bijeenkomst op de UT wordt het proces van ontwerpen - observeren – discussiëren – reflecteren plenair nabesproken eindigend in een voorstel voor het nieuwe onderwerp in het voorjaar. De voorbereiding hiervan wordt afgerond in een vierde bijeenkomst op de UT, waarna weer meerdere uitvoeringen op scholen (en bijstelling). In een laatste bijeenkomst op de UT wordt op de leerervaringen van beide cycli teruggeblikt. De lesson study ervaringen en materiaal worden online geplaatst en gepubliceerd in vakbladen en gepresenteerd op lerarenconferenties.


Resultaten

-Een functionerende kenniskring van vo-docenten, vakdidactici en schoolpracticum­begeleiders (vakcoaches);

-Publicatie in bladen en tijdschriften zoals Nieuwe Wiskrant, Euclides, Nieuw Archief voor Wiskunde en Journal for Research in Mathematics Education

-Workshops en presentaties op lerarenconferenties zoals Twents Meesterschap, en tijdens de jaarvergadering van de Nederlandse Vereniging van Wiskunde­leraren en de Nationale Wiskunde Dagen