Zij-instromers

Regeling zij-instroom

Kenmerk: GW.ELAN.ceec.03.049

Datum : 16 april 2007

Bedoeling en hoofdlijn van de regeling

De Procedure voor Zij-Instromers is voor mensen bedoeld die een betrekking in het onderwijs willen gaan vervullen, hiervoor niet bevoegd zijn maar wel andere beroepservaring hebben. Zij kunnen, indien dit verantwoord wordt geacht, via een versneld traject een bevoegdheid verwerven. Die opleiding mag maximaal twee jaar duren. Om vast te stellen of het versnelde traject verantwoord is, dient de kandidaat een assessment te ondergaan bij een assessmentcentrum. In Twente kan hiervoor een beroep worden gedaan op het Instituut ELAN van de Universiteit Twente voor de bevoegdheden in alle vakken voor het VO.

Het resultaat van het assessment kan zijn, dat de kandidaat een geschiktheidsverklaring verkrijgt. Dit houdt in dat de kandidaat in staat moet worden geacht met het genoemde verkorte traject de gewenste bevoegdheid te verkrijgen. De kandidaat kan door het bevoegd gezag van de school benoemd worden overeenkomstig de vereisen in artikel 4.2.1 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs.

Wie komen in aanmerking voor een assessment?

Het assessment kan worden aangevraagd voor personen die

  • een diploma hebben van een relevante opleiding voor Hoger Beroeps Onderwijs* en een tweedegraads bevoegdheid nastreven.
  • een diploma hebben van een relevante opleiding voor Wetenschappelijk Onderwijs en een eerstegraads bevoegdheid nastreven.

In beide gevallen geldt dat ze in een eerdere werkkring ervaring hebben opgedaan die relevant is voor de nagestreefde betrekking.

Indien u voldoet aan bovenstaande eisen dan komt u in aanmerking voor een assessment.

Wie vraagt het assessment aan?

Het is mogelijk dat u zelf het assessment aanvraagt. In de praktijk zal de aanvraag vrijwel steeds worden gedaan door het bevoegd gezag van de school, die overweegt u als docent aan te stellen. In het volgende gaan we er vanuit dat de aanvrager dit bevoegd gezag is.

Wie voeren het assessment uit?

Voor het assessment worden twee assessoren benoemd, die het assessment uitvoe­ren. Eén van hen is medewerker van het instituut ELAN: de ELAN-assessor. De andere is een docent van een school –niet van het bevoegd gezag dat aanvrager is- die in het bezit is van de gevraagde bevoegdheid: de veld-assessor.

De assessoren kunnen zich laten adviseren door verscheidene andere personen, zoals een docent van de school waar de kandidaat wordt aangesteld (de ‘docent-adviseur’). Aanbevolen wordt een dergelijke adviseur bij het assessment te betrekken. Deze kan mede een rol spelen als uw adviseur, bijvoor­beeld bij het voorbereiden van de praktijkles.

* Voor 6 bevoegdheden geldt een uitzondering; hierbij worden kandidaten met een MBO-vooropleiding en relevante werkervaring ook toegelaten. Deze uitzonderingen gelden voor kandidaten met ruime werkervaring in de vakgebieden: Bouwkunde, Voertuigentechniek, Materiaalkunde, Installatietechniek, Elektrotechniek en Consumptieve technieken

Wat houdt het assessment in?

In het begin van het assessment stellen de assessoren vast of u inder­daad het diploma van een HBO-instelling bezit, dat vereist is om tot het eigenlijke assessment te worden toegelaten. Verder stellen zij vast in hoeverre die opleiding vakinhoudelijk relevant is voor de aangevraagde bevoegdheid.

Het assessment bestaat verder uit:

  • een kennismakingsgesprek met u;
  • een door u gemaakt ‘portfolio’;
  • het geven van een les door u, die door de beide assessoren wordt bijge­woond (in bijzondere gevallen kan een assessor zich laten vervangen),
  • de voorbereiding op die praktijkles, die in schriftelijke vorm door u aan de assessoren wordt verstrekt,
  • een reflectie op die les door u, toe te voegen aan het portfolio,
  • een eindgesprek van beide assessoren met u.

De assessoren proberen vast te stellen in hoeverre u de vereiste competenties beheerst. Afhankelijk van de bevindingen van de assessoren kunnen nog enkele extra onder­delen aan het assessment worden toegevoegd:

  • een tweede proefles
  • zogenaamde simulaties, schriftelijke opdrachten

De assessoren zullen hiertoe overgaan indien uit de hiervoor genoemde onderdelen van het assessment de beheersing van bepaalde competenties onvoldoende duide­lijk wordt.

Voor het maken van het portfolio en voor het voorbereiden en inrichten van de proefles ontvangt u schriftelijke instructies.

Hoeveel tijd en inspanning wordt er van u verlangd?

De tijd die u aan het assessment besteedt, hangt sterk af van de persoonlijke omstandigheden. Het volgende schema bevat ‘gemiddelden’:

  • verschaffen curriculum vitea: 1 uur
  • samenstellen portfolio: 8 uur
  • (schriftelijk) voorbereiden praktijkles: 3 uur
  • uitvoeren praktijkles: 1 uur
  • reflectie praktijkles: 1 uur
  • eindgesprek: 2 uur
  • diverse contacten: 2 uur

In totaal dus zo’n 18 uur.

Er wordt op gewezen dat het ‘aantonen’ van competenties uw verantwoordelijkheid is, niet van de assessoren (die zijn behulpzaam). Indien u de werk­zaamheden rondom het assessment onvoldoende uitvoert, kan dit dus leiden tot een minder gunstig resultaat.