Wetenschappelijke basis voor alternatieve aanpak dyslexie?

Wetenschappelijke basis voor alternatieve aanpak dyslexie?

Toen Franziska Mohr las over de vraag van Bouman Coaching bij de Wetenschapswinkel UT - over een nieuw ontwikkelde methode om dyslexie te behandelen - was ze meteen enthousiast. ‘In een masteropdracht in het kader van mijn studie Psychologie bekijk ik nu of significante resultaten aantoonbaar zijn voor de inzet van deze methode in de praktijk,’ zegt Franziska. ‘Erg interessant, vooral omdat er ook onderwijskundige aspecten aanzitten. Dat spreekt mij persoonlijk in het bijzonder aan. Hierna wil ik het basisonderwijs in, als onderwijzeres.’

Visualiseren

Samen met haar begeleidster - dr. Tessa Eijsink van de vakgroep Instructietechnologie - was ze onder de indruk van de gedrevenheid waarmee initiatiefnemer Wim Bouman vertelde over de door hem ontwikkelde alternatieve methode om dyslexie te behandelen. De methode gaat uit van het ‘visualiseren’ van woorden. Bij basisschoolleerlingen bereikte hij er goede resultaten mee, en bovendien bleken zij de alternatieve aanpak erg leuk te vinden: een niet onbelangrijk bijeffect, en extra succesfactor.

Bouman breidde zijn aanpak uit en leidde docenten en persoonlijk coaches op die zijn methode ook gingen toepassen. Hij richtte een eigen bedrijf op. ‘Dat zijn methode een positief effect sorteert staat voor mij al wel vast,’ zegt Franziska. ‘Maar soms moet ik Wim Bouman, puur vanuit wetenschappelijk opzicht, een beetje afremmen in zijn enthousiasme,’ vertelt ze lachend. ‘Ik blijf voorzichtig en probeer zo goed en objectief mogelijk de data te analyseren die mij ter beschikking staan.’

Data

Tessa en Franziska hebben twee basisscholen uitgezocht waar de dyslexie behandelmethode van Bouman fris is opgestart. Franziska: ‘We kijken naar de zwakste tien procent van de leerlingen en vergelijken de resultaten van de groepen die de methode Bouman volgen met groepen die reguliere begeleiding krijgen, en met groepen die geen speciale begeleiding krijgen. We maken ook nog onderscheid tussen leerlingen die de methode als onderdeel van hun lespakket krijgen, en leerlingen die extra bijscholing krijgen. Het is echt spannend wat er uit gaat komen. In augustus weet ik meer, dan staat mijn afstudeerdatum gepland.’

De talloze data komen uit Cito-resultaten, gecombineerd met de inzet van een leerlingen-volgsysteem waarmee de vakgroep Instructietechnologie al veel ervaring heeft. ‘Ik denk dat we aan het eind van de rit een heel goede eerste indicatie te kunnen geven,’ zegt Franziska. ‘Ook als de verschillen niet helemaal als “statistisch significant” bestempeld kunnen worden, kan een eerste positief resultaat al veel betekenen. Het kan aanleiding zijn tot interessant vervolgonderzoek. Daarbij kunnen ook mijn inspanningen een plaats krijgen waarin ik probeer om een verklaringsgrond te formuleren op de vraag: waarom werkt deze visualisatiemethode zo goed? Daar zijn al veel aanknopingspunten voor, en in Nederland is er al redelijk wat ervaring mee opgedaan, ook op andere leergebieden. We moeten toch leren begrijpen waarom onze hersenen deze manier van leren aantrekkelijk vinden, en waarom de methode van Bouman voor bepaalde groepen goed kan werken.’

Wetenschap koppelen aan de praktijk

Franziska vindt het belangrijk dat signalen vanuit de maatschappij wetenschappers kunnen inspireren, zoals hier is gebeurd na de inspanningen van de Wetenschapswinkel UT.

‘Het werkt naar twee kanten toe heel positief,’ vertelt ze. ‘Aan de ene kant kunnen we onze wetenschappelijke methoden nu vruchtbaar toepassen op een benadering die we nog niet kenden, en zo tot een beter inzicht komen van leerprocessen. Aan de andere kant kunnen we Bouman Coaching ook echt helpen hun methode verder aan te scherpen, om zo in de toekomst nog beter het maatschappelijke probleem van dyslexie aan te pakken. Ik lever daar graag mijn bijdrage aan.’

Unknown.jpeg