2001

01-11

Samenvattingen promoties

Agenda



Wetenschapsnieuws is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Het verschijnt ± 20 maal per jaar. Voor nadere informatie, of voor een gratis e-mailabonnement, kunt u contact opnemen met het Bureau Communicatie, Postbus 217, 7500 AE Enschede, tel. (053) 489 43 85, e-mail: b.meijering@utwente.nl.

Laatste nieuws op Internet: www.utwente.nl

SAMENVATTINGEN PROMOTIES EN ORATIES


De Precaire Autonomie van de Nederlandse Marinescheepsbouw

WN01/72 *26 september 2001


promotie dr. A.W.G. van Oosterhout, faculteit Wijsbegeerte en Maatschappijwetenschappen: ‘De Precaire Automie van de Nederlandse Marinescheepsbouw’


De Koninklijke Marine (KM) heeft de afgelopen halve eeuw een zekere mate aan beleidsvrijheid gehad bij het vaststellen van vlootsamenstelling en karakteristieken van marineschepen. Dat heeft tot gevolg gehad dat het militaire karakter van de vloot niet altijd parallel liep met het door de regering vastgestelde veiligheidsbeleid. Grote veranderingen in het veiligheidsbeleid hebben enkele malen niet tot overeenkomstige veranderingen in vlootsamenstelling geleid, en omgekeerd. In zijn promotieonderzoek biedt Ton van Oosterhout voor deze discrepantie als verklaring: de KM zit niet alleen op een strategische positie tussen enerzijds een 'beleidsnetwerk' waarin het buitenlandse en defensiebeleid wordt vormgegeven, en anderzijds een 'productienetwerk' bestaande uit KM, betreffende industrie en onderzoeksinstellingen, maar zij heeft van die spilpositie ook bekwaam gebruik weten te maken.


Gezien de recente parlementaire aandacht blijkt in Nederland het politiek aansturen van militaire actie moeizaam te verlopen. Hier en in het hierboven genoemde gaat het om vergelijkbare kwesties: waar ligt de grens tussen politieke aansturing en militaire professionele expertise? De politiek moet ervoor waken al te indringend bij de militair over de schouder mee te kijken bij het uitoefenen van zijn taken, omdat dit de effectiviteit van militair optreden schaadt en daardoor gevaarlijk kan zijn. De omgekeerde situatie, te veel overlaten aan militaire expertise, is uit oogpunt van democratische sturing en controle ook niet gewenst. Het risico van een ontkoppeling tussen politieke aansturing en militair handelen speelt hier een rol, vooral waar de relatief korte adem van regeringen contrasteert met een sterk (militair) institutioneel geheugen en met de capaciteit lange-termijnplannen ook daadwerkelijk uit te voeren. Ook het parlement dient zich van dit gevaar bewust te zijn. De neiging al te nadrukkelijk mee te willen sturen bij afzonderlijke materieelprojecten kan ten koste gaan van een lange-termijnperspectief.


Voor dit proefschrift is gebruik gemaakt van theorievorming op het gebied van politicologie, militaire strategie en beleidsnetwerken. De bijbehorende empirie is overeenkomstig veelzijdig: er is een overzicht gegeven van de Nederlandse vlootsamenstelling van de afgelopen halve eeuw, enkele scheepsbouwprojecten zijn dieper uitgezocht, en interviews met actoren zijn gehouden over de relaties tussen politieke, militaire en industriële actoren.


promotor: prof. dr. A. Rip

informatie: drs. B. Meijering, tel. (053) 489 43 85

e-mail: b.meijering@utwente.nl

Sensoren met cyclodextrines gevoeliger en sneller


WN01/73 *26 september 2001


promotie dr.ir. M.R. de Jong, faculteit Chemische Technologie: “Cyclodextrines voor sensortoepassingen: chemie in oplossing, aan oppervlakken en aan individuele moleculen”


Voor de controle van oppervlaktewater, vlees- en zuivelproducten, maar ook voor de controle van atleten, is het belangrijk om snel de concentratie van de (on)gewenste stof in het monster te weten. Dat kan met gevoelige sensoren, die de stof kunnen waarnemen zonder voorbehandeling van het monster. De gevoeligheid van de sensor is afhankelijk van de keuze van de molecuullaag (receptor), die de te meten stof bindt. Voor sommige monsters waarin je ‘biomoleculen’, meestal organische moleculen, wilt meten, kun je als receptor antilichamen of enzymen gebruiken. Maar niet voor elke stof is een antilichaam bekend en in zulke gevallen moet er dan ook een receptor worden gemaakt. Omdat het erg lastig is om vanuit het niets een receptor voor een organisch molecuul te maken, gebruikte promovendus Menno de Jong de veel gebruikte receptor cyclodextrine.


Van cyclodextrines is al vele jaren bekend dat ze organische verbindingen complexeren. Er zijn echter problemen voor het gebruik in sensoren. Dat zijn de selectiviteit (cyclodextrines complexeren vele verschillende gasten) en het feit dat cyclodextrines zelf tijdens de complexering geen makkelijk te meten signaal geven. De Jong paste cyclodextrines zodanig aan, dat de selectiviteit verandert en dat ze tijdens de complexering een signaal afgeven, dat te gebruiken is in optische sensoren. Daarnaast onderzocht hij methodes om ze te immobiliseren in een receptorlaag. De selectiviteit van de laag kan namelijk worden beïnvloed door de wijze van immobilisering. Geen van de gemaakte cyclodextrines is volledig selectief voor één verbinding, dus ze zijn niet zonder meer direct toepasbaar. Mogelijk kunnen combinaties van de verschillende cyclodextrines wel gebruikt worden in sensoren.


promotor: prof. dr. ir. D.N. Reinhoudt

co-promotor: dr. ir. J. Huskens

informatie: mw. drs. B. Koopmans, telefoon (053) 489 4366

e-mail: b.j.m.koopmans@utwente.nl



Hogetemperatuur-supergeleiders in elektrische-vermogenstoepassingen


WN01/74 *5 oktober 2001


promotie ir. J.J. Rabbers, Faculteit Technische Natuurkunde : ‘AC loss in Superconducting Tapes and Coils’


Sinds de ontdekking, aan het eind van de jaren ’80, van materialen die supergeleidend zijn bij vloeibaar-stikstof-temperatuur (‑196°C) is er een hernieuwde belangstelling voor het vervangen van conventionele geleiders, zoals koper, door supergeleiders. Vroeger zijn lagetemperatuur-supergeleiders overwogen, maar het afkoelen tot –269°C was te duur. De stroomdichtheid in de supergeleider is hoger dan in een conventionele geleider. Electriciteitskabels en transformatoren kunnen kleiner, lichter en efficiënter gemaakt worden door het gebruik van supergeleiders.


Een supergeleider kan een gelijkstroom transporteren zonder noemenswaardig energieverlies. Echter, onder wisselstroomcondities wordt warmte gegenereerd in de geleider. Dit energieverlies bepaalt de doelmatigheid van het apparaat en is, naast de prijs van de geleider, een belangrijke factor die bepaalt of het gebruik van supergeleiders in elektrische-vermogenstoepassingen economisch haalbaar is.


De centrale vraag in het onderzoek was, of het mogelijk is de wisselstroomverliezen in een elektrische-vermogenstoepassing nauwkeurig te voorspellen aan de hand van een laboratoriumexperiment aan de geleider. Analytische modellen voor het wisselstroomverlies zijn alleen maar beschikbaar voor een ideaal geval. De invloed van de specifieke eigenschappen van de hoge-temperatuur-supergeleiders op het verlies zijn bestudeerd. Om de omstandigheden van de tape-supergeleider in een apparaat te simuleren is een nieuwe, compacte meetopstelling ontwikkeld. Om het berekenen van het wisselstroomverlies van apparaten mogelijk te maken is een nieuwe beschrijving voor het verlies in van tape-supergeleiders ontwikkeld.


Het verlies in modeltransformatorspoelen, die zijn ontwikkeld en gefabriceerd in samenwerking met KEMA en de industrie (SMIT Trafo en SMIT draad) is berekend uit de gegevens van een kort stuk geleider. De berekening is in overeenstemming met het gemeten verlies binnen de onzekerheidsmarges.


De ontwikkelde methode wordt nu ook gebruikt door trafo- en kabelfabrikanten om het verlies in prototypes te berekenen.


promotor: prof. dr. ir. H.H.J. ten Kate

assistent-promotor: dr. ir. B. ten Haken

informatie: drs. B. Meijering, tel. (053) 489 43 85

e-mail: b.meijering@utwente.nl



De spanning tussen participatie en innovatie


WN 01/75 *11 oktober 2001


oratie prof. dr. G Dewulf, Faculteit Technologie & Management: ‘Praatjes vullen geen gaatjes’


De ruimtelijke problematiek vraagt om innovatieve, creatieve ideeën. Tegelijkertijd moet de overheid bij het realiseren van haar plannen in toenemende mate een beroep doen op private partijen, belangengroeperingen en burgers. Samenwerking, particulier opdrachtgeverschap en participatie zijn sleutelbegrippen geworden in het hedendaags beleid. Participatie van burgers of belanghebbenden leidt echter niet altijd tot innovatieve concepten. Sterker nog, de creativiteit van ontwerpers en ontwikkelaars wordt er door belemmerd. In zijn oratie schetst Geert Dewulf dit dilemma en noemt diverse oplossingsrichtingen. Het vinden van een goede balans tussen innovatie en interactie is een absolute noodzaak geworden om te komen tot oplossingen voor onze complexe ruimtelijke problematiek.


Informatie: drs. B. Meijering, 053-4894385

e-mail: b.meijering@utwente.nl



Ontwerpmethoden van organisatie-adviseurs


WN01/76 *25 oktober 2001


promotie ir. K. Visscher, Faculteit Technologie & Management: ‘Design Methodology in Management Consulting'


Het ontwerpen en herontwerpen van organisaties is een belangrijk onderdeel van de managementpraktijk. Ontwikkelingen in de wereldeconomie, concurrentie-verhoudingen en technologie geven met grote regelmaat aanleiding tot de herinrichting van organisaties. Managers en bestuurders houden zich hier vaak mee bezig, maar vooral veel organisatie-adviseurs hebben van het herontwerpen van organisaties hun vak gemaakt.


Wie op zoek gaat naar een antwoord op de vraag hoe je organisaties moet herontwerpen kan in de managementliteratuur en in de folders van organisatie-adviesbureaus al snel een grote hoeveelheid ontwerpmethoden vinden, meestal in de vorm van stappenplannen. Het probleem met deze methoden is echter dat het ‘officiële’ methoden zijn, die weinig zicht geven op wat er echt in de complexe ontwerppraktijk gebeurt en die ook niet zomaar tot succes leiden.


In dit promotieonderzoek is gezocht naar wat achter de officiële stappenplannen van de adviseurs ligt, naar de ontwerpstrategieën die in de praktijk daadwerkelijk gehanteerd worden. Daartoe is een enquête uitgevoerd onder ervaren adviseurs en zijn diepte-interviews gehouden met 24 Nederlandse topadviseurs. Dit heeft inzichten opgeleverd in wat adviseurs feitelijk doen om organisaties vorm te geven, in de onderliggende redenen en strategieën, en ook in de eigenlijke functies van de officiële ontwerpmethoden.


Dit onderzoek is een onderdeel van een interfacultair programma, gefinancierd door het onderzoeksstimuleringsfonds van de Universiteit Twente, waarin ook studies worden verricht naar het ontwerpen in de onderwijskunde, de communicatiekunde en de bestuurskunde.


promotor: prof. dr. ir. O.A.M. Fisscher

co-promotor: prof. dr. A. Rip

informatie: drs. B. Meijering, tel. (053) 489 43 85

e-mail: b.meijering@utwente.nl



Synthesis of nanostructured mixed matrix membranes for facilitated gas separation


WN01/77 *26 oktober 2001


Promotie A. Figoli, MSc., Faculteit Chemische Technologie: Synthesis of nanostructured mixed matrix membranes for facilitated gas separation

The envisaged goal of this thesis-project, financed by the NWO, has been to develop a new concept of a supported liquid membrane for oxygen/nitrogen separation based on new carrier facilitated transport.

The membranes developed should therefore have higher oxygen selectivity than obtained with common polymeric gas separation membranes and higher fluxes and long-term stability than conventional liquid membranes offer when loaded with oxygen carriers.

The anticipating morphology is a micro-emulsion containing one liquid phase hosting the organic carrier molecule whereas the polymer backbone gives geometrical and mechanical stability.

The thesis has been structured in three parts, addressing the preparation and characterisation of i) micro-encapsulated liquid membranes ii) polymerised bicontinuous micro-emulsion (PBM) membranes iii) facilitated transport properties of new developed oxygen-carriers in commercial and in PBM membranes prepared.

In the first part of the thesis a traditional encapsulation technique has been modified and improved to prepare capsules containing liquid via emulsions. A new route has also been described to stabilise and form (w/o) emulsions with surfactants that themselves can be directly cross-linked at the interface.

The second part of this thesis focuses on the idea of preparing transparent polymeric matrix that contain interconnected water channels in the size range of 4-60 nm in diameter as a sort of a “nano liquid membrane” by polymerising bicontinuous micro-emulsion (PBM) in-situ.

The last part of this thesis is about the successful immobilisation of the new water soluble oxygen carrier (porphyrins), synthesised by the Supramolecular Chemistry Technology Group (SMCT) at University of Twente. Compared with the commercial support membrane, this immobilisation of the oxygen carrier in nanostructures bicontinuous micro-emulsion membranes, showed a similar facilitated oxygen transport. The facilitation factors of immobilised liquid membranes show a strong dependency on the partial pressure in the feed solution. This suggests that these membranes can be used in application in which only minor amounts of oxygen need to be removed from a gaseous feed mixture.


promotor: prof. dr. M. Wessling

2e promotor: prof. dr. H. Strathmann

assistent promotor: dr. W. Sager

informatie: drs. B. Meijering, tel. 053-489 4385,

e-mail: b.meijering@utwente.nl



AGENDA promoties en oraties november 2001

1 november 13.15 Promotie

ir. E.A.F. Span

Technische Natuurkunde

‘Oxygen-Permeable Perovskite Thin-Film Membranes

by Pulsed Laser Deposition’


1 november 16.00 Oratie

prof. dr. J.A.G.M. van Dijk

Wijsbegeerte van Maatschappijwetenschappen

‘Netwerken: het zenuwstelsel van onze maatschappij’


2 november 13.15 Promotie

ir. G.W. Hiddink

Toegepaste Onderwijskunde

‘Educational Multimedia Databases’


2 november 15.00 Promotie

drs. H.J.M. Fenger

Bestuurskunde

‘Sturing van samenwerking Institutionele veranderingen

in het beleid voor werk en inkomen’


2 november 16.45 Promotie

ir. J.G. Stinstra

Technische Natuurkunde

‘Reliability of the Fetal Magnetocardiogram’


7 november 15.00 Promotie

drs. P. van Wijnen

Bestuurskunde

‘Policy Voting in Advanced Industrial Democracies

The Case of the Netherlands 1971-1998’


8 november 16.00 Oratie

prof.dr.ir. M. Aksit

Informatica

‘The Seven C’s for Creating Living Software’


9 november 13.15 Promotie

mw. L.M. Aroyo MSc

Toegepaste Onderwijskunde

‘Task-oriented Approach to Information handling

support within Web-Based Education’


9 november 15.00 Promotie

Dipl-Ing. B. Krause

Chemische Technologie

‘Polymer Nanofoams‘


9 november 16.45 Promotie

ir. J.T.M. Pater

Chemische Technologie

‘Prepolymerization and Morphology’


16 november 13.15 Promotie

ir. T.R. Bearda

Elektrotechniek

‘Gate Oxide Evaluation by Characterisation of

Oxide Breakdown’


16 november 15.00 Promotie

ir. T.H.J. Vaneker

Werktuigbouwkunde

‘The Development of an Integrated Design Tool for

Aluminum Extrusion Dies’


16 november 16.45 Promotie

S.T.S. Stoyanov MSc

Toegepaste Onderwijskunde

‘Mapping in the Educational and Training Design’


21 november 13.15 Promotie

ir P.P.M. Pompe

Technologie & Management

‘New Developments in Bankruptcy Prediction’


21 november 15.00 Promotie

ir. F.B.J. Leferink

Elektrotechniek

‘Reduction of Radiated Electromagnetic Fields by

Creation of Geometrical Asymmetry’


22 november 16.00 Oratie

prof. dr. P.H. Hartel

Informatica

‘Veiligheid in gedistribueerde systemen’


23 november 15.00 Promotie

ir. J.R. Buitenweg

Elektrotechniek

‘Electrical behaviour of the Neuron-Electrode Interface’


23 november 13.15 Promotie

ir. R. Mahmoudi

Elektrotechniek

‘A Multidisciplinary Design Method for Second and

Third Generation Mobile Communication System Microwave

Components’