2001

01-10

Samenvattingen promoties

Benoemingen

Agenda



Wetenschapsnieuws is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Het verschijnt ± 20 maal per jaar. Voor nadere informatie, of voor een gratis e-mailabonnement, kunt u contact opnemen met het Bureau Communicatie, Postbus 217, 7500 AE Enschede, tel. (053) 489 43 85, e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl.

Laatste nieuws op Internet: www.utwente.nl

SAMENVATTINGEN PROMOTIES EN ORATIES

Verdeel- en heerstactiek in de wiskundige systeem- en besturingstheorie

WN01/62 *27 september 2001


oratie prof. A.J. van der Schaft, Faculteit Toegepaste Wiskunde: ‘Verdeel en Heers’


Het vakgebied van de systeem- en besturingstheorie beschrijft wiskundige modellen van systemen uit verschillende wetenschapsgebieden en richt zich op het voorschrijven van modellen met gewenst gedrag. Professor van der Schaft geeft in zijn oratie als hoogleraar Systeem-, Signaal- en Besturingstheorie zijn visie op dit vakgebied en op de rol van de Toegepaste Wiskunde in het algemeen.


Het fundamentele verschil tussen systeemtheoretici en de meeste wiskundigen zit hem in de dynamische systemen die ze bestuderen. De meeste wiskundigen bestuderen ‘gesloten systemen’, waarbij de systeemvariabelen zich eenduidig in de tijd als functie van hun beginvoorwaarden ontwikkelen. Voorbeelden van zulke systemen zijn de banen van de planeten in ons zonnestelsel of de weerpatronen in onze atmosfeer. Omdat een gesloten systeem vaak een koppeling is van open systemen en een gesloten systeem per definitie een idealisatie is, zien systeemtheoretici dynamische systemen als ‘open systemen’. Open systemen vertonen interactie met hun omgeving, die gemodelleerd worden door externe (of interactie) variabelen. Zeker voor technische systemen lijkt een beschrijving als open systeem het meest vruchtbaar. Neem het modelleren van een fiets: voor de beschrijving van de dynamica dient ook de invloed van de fietser meegenomen te worden. De fietser levert hier de externe variabelen.


Compositie

De grote kracht van het concept ‘open systeem’ is haar ‘compositionaliteit’: een open systeem is te koppelen aan één of meerdere andere open systemen, met het resultaat een nieuw open systeem. En hieraan ontleent Van der Schaft zijn ‘Verdeel en Heers’ theorie. Hij beschouwt het proces van compositie van twee kanten: aan de ene kant de ‘analyse richting’ (‘verdeel’), waarbij een gegeven complex systeem uiteengerafeld wordt tot een koppeling van eenvoudige deelcomponenten. En aan de andere kant de ‘synthese richting’ (‘heers’), waarbij verschillende open systemen worden samengesteld tot een complex systeem.

Wezenlijk in de wiskundige systeemtheorie is het feit dat de samenstellende deelsystemen van uiteenlopende aard zijn: deels (analoge) fysische componenten (bijvoorbeeld mechanische, elektrische) en deels (digitale) softwarecomponenten. Dat betekent ook dat de wiskundige systeemtheorie sterk kan profiteren van theorieën uit andere vakgebieden, wat bijvoorbeeld gebeurt bij de theorie van de gedistribueerde systemen in de informatica en bij die van de netwerkmodellering van fysische systemen. Bekende open fysische systemen zijn complexe mechanische systemen (geïllustreerd door de klassieke Watt regulateur voor stoommachines), elektrische netwerken en mechatronische systemen.


Uitdaging

De laatste tien jaar zijn de wiskundige systeemtheorie en de informatica weer dichter naar elkaar toe gegroeid, wat zichtbaar is in de theorie van hybride systemen in de systeemtheorie. Reden is dat veel technologische systemen steeds complexer worden en tegelijkertijd dichter bij hun grenzen van performance worden gebracht. De regeltechniek is dan ook een zeer belangrijk toepassingsgebied voor de systeemtheorie. De regeltechniek is te vinden in verschillende technische wetenschappen, zoals de elektrotechniek, werktuigbouwkunde en de chemische technologie. Het ontwerpen van regelaars voor sterk uiteenlopende technische systemen, zoals servomotoren, chemische processen, laserbewerking en vliegtuigbesturing is een grote uitdaging om de performance van deze systemen te verbeteren, of überhaupt mogelijk te maken.


Hiërarchie

Volgens Van der Schaft is de bagage van de toegepast wiskundige zo goed, dat hij een unieke bijdrage kan geven aan de wetenschapsontwikkeling. Dat komt door zijn vermogen tot abstractie en ‘algemeenheid’. Het fascinerende feit dat dezelfde wiskundige concepten en technieken toepasbaar zijn op sterk uiteenlopende toepassingen, is een zeer overtuigend argument voor het in stand houden en verder tot bloei brengen van een zelfstandige wiskundediscipline aan de universiteit, voor onderzoek en onderwijs.

Van der Schaft meent verder dat de wetenschappelijke onderzoekwereld per definitie niet hiërarchisch gestructureerd kan zijn, omdat in wetenschappelijk onderzoek iedereen gelijk is. De invulling van de rol van leerstoelhouder als ‘manager’ kan spanningen opleveren, gelet op de combinatie van wetenschappelijk onderzoek en management.


Informatie: mw. drs. B. Koopmans,

telefoon (053) 489 4366

e-mail: b.j.m.koopmans@cent.utwente.nl

Ontwikkelingsprojecten doen het goed – als ze zich niet aan de voorschriften houden


WN01/63 *3 oktober 2001


promotie drs. A. Musch, faculteit Technologie en Management, ‘The small gods of participation’


Ontwikkelingsprojecten zijn sterk gebonden aan de heersende mode en aan bureaucratische voorschriften van hun donor-organisatie (bijvoorbeeld het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking); bovendien leeft vaak de gedachte dat het hierbij niet om politiek gaat maar om het leveren van onafhankelijke technische bijstand. Echter, participatie van achterstandsgroepen, empowerment, en good governance zijn wezenlijk zaken van politiek. Op het niveau van de donor-organisaties is dit niet zo’n probleem – door middel van elastische interpretaties kan de angel uit het beleid worden gehaald. Maar op het niveau van de ontwikkelingsprojecten wordt dit moeilijk: hierbij moet wel degelijk duidelijk worden gemaakt waar ze voor staan, en moeten tegelijkertijd de voorschriften worden nageleefd. In dit proefschrift is bekeken hoe twee irrigatieprojecten, één in Mali en één in Madagascar, zich daaruit redden. De analyse omvat de jaren ’80 en ’90.


Zoals Musch laat zien, wordt beleid eigenlijk niet gemaakt door donor-organisaties, maar door de uitvoerders van de ontwikkelingsprojecten zelf, die zich onder de voorschriften uit worstelen. Dat betekende bij deze twee ontwikkelingsprojecten dat de uitvoerders zich op bepaalde punten achter de boeren schaarden en conflicten met de lokale overheden aangingen, wat onder de omstandigheden ook nodig was voor een effectief participatiebeleid. Overigens gingen de projecten ook gepaard met typische valkuilen, zoals het vervangen van de eigen macht door die van de boeren.


Musch deed ook onderzoek naar het functioneren van de boerenorganisaties (co-operaties, watergebruikersgroepen, en vertegenwoordigingen). Vertrouwen, kennis, en de politieke inschatting van machtsposities bleken veel belangrijker te zijn dan de preciese manier waarop participatie is georganiseerd; terwijl juist dat laatste voorop staat bij veel donorbeleid.


promotor: prof. dr. E.W. Hommes (Universiteit Twente)

co-promotor: prof. dr. P. Richards (Landbouwuniversiteit Wageningen)

informatie: drs. B. Meijering

e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl



Irrigatiemanagement in Sri Lanka


WN01/64 *3 oktober 2001

promotie mw. drs. I. van der Molen, Faculteit Technologie en Management: ‘Rains, droughts and dreams of prosperity. Resourceful strategies in irrigation management and beyond – the Sri Lankan case’


‘Rains, droughts and dreams of prosperity’ is gebaseerd op de moeilijke levensomstandigheden in een gebied dat gekenmerkt wordt door onvoorspelbare regenval, regelmatig periodes van droogte en daaraan gerelateerde voedsel- en inkomensonzekerheid, gebrek aan werkgelegenheid en een verhoogde kans op misoogsten. De studie is gebaseerd op een combinatie van literatuurstudie en meervoudige case studies in Anuradhapura District in Sri Lanka. Van der Molen maakt gebruik van het ‘Sustainable Livelihood Framework’ om te onderzoeken hoe boeren in kleinschalige irrigatiesystemen hun belangen nastreven en hun strategieën aanpassen aan de veranderende institutionele omgeving. Vervolgens wordt onderzocht hoe deze strategieën van invloed zijn op het functioneren van boerenorganisaties.


Zowel de hoofdstroom van de institutionele literatuur als de literatuur over het gemeenschappelijk eigendom van natuurlijke hulpbronnen, en beleidsdocumenten over participatief irrigatiebeheer in Sri Lanka benadrukken het belang van de juiste institutionele structuren, regels, en participatieve besluitvormingsprocedures in irrigatiebeheer. Een populaire veronderstelling is dat een significante verandering bereikt kan worden door een participatieve benadering en door de oprichting van boerenorganisaties.


Zoals de studie echter duidelijk aangeeft, is de oprichting van boerenorganisaties niet voldoende voor het realiseren van participatie. Van der Molen laat zien welke mechanismen participatie ondermijnen en hoe verschillende factoren inwerken op boerenorganisaties en het onderling vertrouwen tussen boeren, zoals de betrokkenheid van boeren en hun vertegenwoordigers in de productie van sterke drank, financiële onrechtmatigheden of de teleurstelling van boeren die zich realiseren dat de irrigatie-infrastructuur niet veel verbeterd is na renovatiewerkzaamheden. Van der Molen benadrukt dat het strategisch gedrag van boeren niet geïsoleerd gezien kan worden van sociale, economische en politieke strijd die veel verder reikt dan irrigatiebeheer. Irrigatiebeheer heeft niet alleen betrekking op water, maar ook op macht, politieke relaties, onderlinge afhankelijkheid en vertrouwensrelaties.


Dit proefschrift is niet alleen geschreven voor een wetenschappelijk publiek, maar richt zich ook sterk op project - en beleidsmedewerkers in donororganisaties, met name diegenen die zich bezighouden met participatieve benaderingen, irrigatiebeheer, of met plattelandsontwikkeling.


promotor: prof. dr. E.W. Hommes

ass. promotor: dr. N.G. Schulte Nordholt

informatie: drs. B. Meijering, 053- 489 4385

e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl

Vastestof-supercondensatoren gebaseerd op composieten van metaal en yttria gestabiliseerd zirkonia

WN01/65 *5 oktober 2001


promotie ir. M.G.H.M. Hendriks, faculteit Chemische Technologie: ‘Solid state supercapacitors based on metal/yttria-stabilised zirconia composites'


De laatste jaren is er veel interesse in elektronische componenten waarin veel elektrische lading opgeslagen kan worden. Supercondensatoren zijn hierbij van belang omdat ze relatief veel elektrische lading kunnen opslaan in een kleine ruimte.


In tegenstelling tot conventionele condensatoren maken supercondensatoren gebruik van een elektrolyt, waarin de mobiele ladingsdragers een ruimteladingslaag vormen aan het grensvlak van een tegengesteld geladen elektrode. Door deze ruimteladingslaag kan er veel meer elektrische lading opgeslagen worden aan de elektroden.

Omdat de ruimteladingslaag over het gehele grensvlak tussen elektrode en elektrolyt gevormd wordt, kan de capaciteit vergroot worden door gebruik te maken van een groot oppervlak.


In dit onderzoek is gekozen voor composieten van edelmetaal en yttria gestabiliseerd zirkonia (YSZ). YSZ is een keramiekfase die zich gedraagt als elektrolyt bij temperaturen boven 400ºC en dan dus mobiele ladingsdragers bezit die een ruimteladingslaag vormen. De metaalfase vormt grote 3D structuren in de elektrolytfase die verbonden zijn met de elektroden. De combinatie van het elektrolyt en de metaalstructuren zorgt ervoor dat een supercapaciteit bereikt kan worden in deze composieten.


Promotor: prof. dr. ir. H. Verweij

assistent-promotor: dr. ir. J.E. ten Elshof

informatie: drs. B. Meijering, telefoon (053) 489 43 85

e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl


Capaciteitsplanning in complexe fabricageomgevingen


WN01/66 *5 oktober 2001


promotie ir. E.W. Hans, faculteit Toegepaste Wiskunde:

‘Resource Loading by Branch-and-Price Techniques’


Deze studie richt zich op capaciteitsplanning in fabricageomgevingen met diverse resources, zoals machines en operators. Terwijl er in de literatuur veel aandacht is besteed aan de kortetermijnplanning op het operationele niveau, de zogenaamde scheduling, en aan de geaggregeerde langetermijnplanning op het strategische niveau, is de beschikbaarheid van hulpmiddelen voor de middellangetermijnplanning op het tactische niveau zeer beperkt.


De tactische capaciteitsplanning kan in de genoemde fabricageomgevingen (bijvoorbeeld machinefabrieken) worden gebruikt ter ondersteuning van de klantorderverwerking bij het bepalen van betrouwbare levertijden voor klantorders, en bij het bepalen van de benodigde machine- en personeelscapaciteit voor een tijdige levering van de klantorders. Hierbij dient een afweging gemaakt te worden tussen het halen van levertijden enerzijds, en het gebruik maken van niet-reguliere capaciteit (bijv. overwerken, uitbesteden) anderzijds. Bovendien dient er rekening gehouden te worden met complexe technologische restricties, zoals bijvoorbeeld volgorderelaties tussen machines.


Na de klantorderverwerking kan een instrument voor tactische capaciteitsplanning worden ingezet om de capaciteitsniveaus vast te stellen voor het onderliggende kortetermijnschedulingsprobleem, waarin de capaciteitsniveaus niet meer flexibel zijn en als gegeven worden verondersteld. Tactische capaciteitsplanning laat daarom zien waar capaciteitsniveaus onvoldoende zijn, en kan oplossingen bieden door efficiënte allocatie van klantordercomponenten en niet-reguliere capaciteit. Dit vereenvoudigt het onderliggende schedulingsprobleem.


De studie heeft een aantal wiskundige modellen en methoden voor de tactische capaciteitsplanning opgeleverd, waarmee goede en vaak zelfs optimale oplossingen gevonden kunnen worden voor complexe tactische capaciteitsplanningsproblemen. De methoden kunnen ook worden toegepast als instrumenten voor de capaciteitsbeheersing in projectmanagement.


Promotoren; prof. dr. W.H.M. Zijm (Universiteit Twente),

prof. dr. S.L. van de Velde (Erasmus Universiteit)

informatie: drs. B. Meijering tel. (053) 489 4385

e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl

Computerondersteuning voor lesmateriaalontwikkelaars in Afrika

WN01/67 *12 oktober 2001


promotie S.E. McKenney, MSc, Faculteit Toegepaste Onderwijskunde: ‘Computer-based support for science education materials developers in Africa: exploring potentials'


Het realiseren van onderwijsvernieuwing in de praktijk vraagt van docenten veel verandering in hun vakdidactische aanpak. De complexiteit van dit proces wordt in ontwikkelingslanden vaak vergroot door tal van belemmerende randvoorwaarden zoals het gebrek aan relevant lesmateriaal en aan expertise op het gebied van curriculumontwikkeling. Om het vernieuwingsproces beter te laten verlopen zijn gevarieerde vormen van ondersteuning nodig. In dit onderzoek is nagegaan in hoeverre de computer hierbij een ondersteunende rol kan vervullen.


Uitgangspunt is het idee dat curriculumontwikkeling en professionele ontwikkeling van docenten elkaar kunnen versterken. Beide processen komen samen wanneer docenten exemplarisch lesmateriaal ontwikkelen dat een helder beeld geeft van het gebruik van vernieuwende onderwijsaanpak in de klaspraktijk. Het onderzoek had tot doel te verkennen hoe de computer de ontwikkeling van dergelijk materiaal voor de exacte vakken in zuidelijk Afrika kan ondersteunen.


Er is een programma ontwikkeld dat door (met name Afrikaanse) experts en gebruikers als praktisch bruikbaar is beoordeeld. Naar hun oordeel kan het programma gebruikers brengen tot betere exemplarische lesmaterialen en draagt het tevens bij aan eigen professionele ontwikkeling.


Promotoren: prof. dr. J.J.H. van den Akker en prof. dr. Tj. Plomp

Informatie; drs. B. Meijering, telefoon (053) 489 43 85

e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl



Effectief management van leergedrag in productinnovatieprocessen

WN01/68 *17 oktober 2001


promotie drs. J.F.B. Gieskes, faculteit Technologie & Management: ‘Learning in product innovation processes'


Toenemende globalisering en concurrentie, veranderende marktomstandigheden, klantenwensen en technologieën brengen voor ondernemingen nieuwe onzekerheden met zich mee. Productinnovatie geldt in deze context algemeen als een belangrijke factor voor het succes en voortbestaan van een onderneming, en "leren en verbeteren" zijn daarbij belangrijke middelen. In dit proefschrift wordt onderzocht (a) welke managementactiviteiten en beslissingen effectief zijn in het stimuleren van leergedrag van individuen en teams in productinnovatieprocessen en (b) welke factoren dit leergedrag belemmeren.


Uitgangspunt is dat de performance van een productinnovatieproces, alsmede de verbetering van deze performance het gevolg is van handelen en gedrag van individuen en teams. Management heeft tot taak dit gedrag in de gewenste richting te beïnvloeden en beschikt daartoe over een aantal middelen zoals strategie, structurering van het innovatieproces, projectplanning en -beheersing, prestatiemanagement, human resources-management, computertechnologieën en organisatorische integratiemechanismen. Vraag is welke van deze middelen wel en welke niet effectief zijn in het stimuleren van leergedrag. Daarbij is tevens van belang welke remmende factoren kunnen worden onderscheiden.

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van een database met daarin data van 70 bedrijven uit Nederland, Ierland, Engeland, Zweden, Italië en Australië. Deze data zijn verzameld in het kader van het EG-onderzoeksproject CIMA (ESPRIT 26056). Kwantitatieve en kwalitatieve analyse van deze data, alsmede aanvullende case studies hebben belangrijke informatie opgeleverd over welke managementactiviteiten en/of beslissingen effectief zijn in het stimuleren van leergedrag van individuen en teams en welke factoren belemmerend werken. De resultaten roepen twijfel op bij de algemene veronderstelling dat strategie en computertools en -technieken een stimulerende invloed hebben op leergedrag. Het ontbreken van slack (‘rek’) in de organisatie blijkt de belangrijkste remmende factor te zijn.


Promotoren: prof. dr. ir. W.E. During en prof. dr. ir. H. Boer

Informatie: drs. B. Meijering, telefoon (053) 489 43 85

e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl



Invloed van vloeistofbulk en stofoverdracht op gas-vloeistofreacties

WN01/69 *19 oktober 2001


promotie ir. E.P. van Elk, Faculteit Chemische Technologie, ‘Gas-liquid reactions – Influence of liquid bulk and mass transfer on process performance’


Diverse chemische processen gaan gepaard met stofoverdracht van de gasfase naar de vloeistoffase. Ten behoeve van ontwerp en optimalisatie zijn geavanceerde reactormodellen nodig.


Van Elk heeft gebruik gemaakt van de Higbie penetratie-theorie ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe reactormodellen. Bij de ontwikkeling van deze nieuwe reactormodellen heeft hij samengewerkt met DSM Research te Geleen, Shell Global Solutions te Amsterdam en Procede Twente BV te Enschede.


Zijn bevinding is dat de Higbie penetratie-theorie wellicht ook kan worden toegepast voor reactoren zonder vloeistofbulk, mits aan een aantal criteria is voldaan.


Van Elk bespreekt een nieuw geavanceerd reactormodel dat zeer breed inzetbaar is. De modelresultaten hiervan komen grotendeels overeen met die van bestaande modellen, doch het nieuwe model is fysisch realistischer, flexibeler en geeft op een aantal punten betere resultaten dan het bestaande “film model met Achterland concept”.


Naast het geavanceerde reactormodel is een vereenvoudigd reactormodel ontwikkeld dat zeer efficiënt kan worden ingezet bij de voorspelling van statische en dynamische instabiliteiten in gas-vloeistof reactoren. Het vereenvoudigde model is in feite een uitbreiding van de ontwerpregels van Vleeschhouwer, Garton en Fortuin (Chemical Engineering Science, 1992). In het proefschrift wordt dit model ingezet ten behoeve van een stabiliteitsanalyse van een hydroformylerings­reactor waarbij een aantal interessante verschijnselen is ontdekt. Tevens maakt Van Elk een begin met de bestudering van de invloed van het menggedrag in een reactor op de dynamische stabiliteit.


Promotor: prof. dr. ir. G.F. Versteeg

Referent: dr. ir. P.C. Borman

Informatie: drs. B. Meijering, telefoon (053) 489 43 85

e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl

Testability in Hardware/Software Codesign Systems


WN 01/70 *19 oktober 2001


promotie ir. Vladimir A. Zivkovic, Faculteit Elektrotechniek,

‘Testability in Hardware/Software Codesign Systems’


The test issue, becoming a dominant cost factor, is very important during the high-volume production of modern Integrated Circuits (ICs) organized as complex Systems-on-Chip (SoC). The research target and ultimate goal has been the generation of the efficient set of test vectors that can be used during the production test of Very Long Instruction Word Processors (VLIW). While dealing with test constraints at high-level, another condition had to be fulfilled: minimal impact of the implemented test strategy on the overall performance of the circuit. In addition the test method had to be consistent with a new emerged style in digital IC design and test, i.e., the so-called core-based test. For that purpose, a traineeship has been carried out within the Philips Semiconductors ASG ESTC group in Eindhoven. An automatic test-pattern generation flow according to the core test methodology that results in accurate fault coverage of embedded cores has been proposed and implemented. The proposed flow has been used in the Philips core-test pilot IC project.

Based partially on the knowledge gained during the traineeship, an original test constraint insertion during the high-level phase of the design of a particular type of VLIW processors called MOVE Transport-Triggered Architecture (TTA) has been proposed. The approach enables the designer to estimate different instantiations of the application with respect to the area, throughput and test.

Zivkovic’s method is integrated into the MOVE codesign package in order to provide an efficient test at the gate level of a VLIW-TTA processor. The test strategy remains general for an arbitrary application and instantiation of the TTA processor. The results using the proposed approach have indicated the superiority over a classical methods with respect to the number of test cycles, hardware overhead and throughput penalty, thus justifying the application of this approach to test VLIW processors.



promotor: prof. dr. H. Wallinga

co-Promotor: dr. ir. H. G. Kerkhoff

informatie: drs. B. Meijering, tel (053) 489 4385

e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl


Kristalgroei op een computer

WN01/71 *26 oktober 2001


promotie ir. H.L. Tepper, Faculteit Chemische Technologie:

‘Molecular dynamics of crystal growth and transport in zeolites. In search of the macroscopic limit'


Het nabootsen van moleculaire processen op een (super)computer is tegenwoordig een belangrijk hulpmiddel om de microscopische dynamica te kunnen begrijpen die ten grondslag ligt aan macroscopische (met het blote oog waarneembare) verschijnselen. Allerlei computermodellen maken het mogelijk theoriën te test en experimenteel waargenomen trends te verklaren, maar de gebruikte modellen worden wel steeds gecompliceerder en meer en meer worden de grenzen van de simulaties opgezocht. Daardoor wordt de vraag van steeds groter belang of de extrapolatie van de microscopische simulatieresultaten naar de macroscopische wereld wel gerechtvaardigd is. In dit proefschrift wordt aan de hand van twee verschillende systemen dieper op deze vraag ingegaan.


Eén van de onderzochte processen is de groei van een atomair kristal vanuit de gesmolten toestand. In de industie is het van groot belang om inzicht te krijgen in de microscopische processen die zich afspelen aan het grensvlak van kristal en vloeistof. Zou het mogelijk zijn voor de belangrijkste kristalvlakken de groeisnelheid te berekenen, dan kan daarmee de makroscopische vorm van het kristal voorspeld worden. Het belang hiervan valt te illustreren aan de aanwezigheid van kleine kristallen in olie bij lage temperaturen. Doordat deze de neiging hebben in een plaat-achtige struktuur te groeien, kunnen zij gemakkelijk leiden tot verstopping van pijpleidingen op de zeebodem of van benzine-filters in auto’s.


Als een eerste stap op weg naar de voorspelling van de groeivorm, is in dit proefschrift de groei bestudeerd aan één oppervlak van een kristal dat uitsluitend uit zachte ronde bollen bestaat. Ondanks de eenvoud van dit systeem treden er al vele subtiliteiten op. Zo is gebleken dat als het systeem niet zeer zorgvuldig geprepareerd wordt, smeltsnelheden worden gemeten die niet consistent zijn met de gevonden kristallisatiesnelheden. Na zorgvuldige equilibratie kunnen twee verschillende processen worden onderscheiden: een initieel regime waarbij het grensvlak zich aanpast aan de temperatuur van het (computer-)experiment en een langetijds-regime waaraan de daadwerkelijke groeisnelheid kan worden gemeten. De resultaten van dit onderzoek kunnen als uitgangspunt dienen voor het opzetten van simulaties aan gecompliceerdere (meer natuurgetrouwe) modellen.


Promotor: prof. dr. W.J. Briels

Informatie: ir. H.L. Tepper, telefoon (053) 489 40 39

e-mail: h.l.tepper@ct.utwente.nl



BENOEMINGEN

prof. ir. E.F. Michiels is per 1 juni 2001 aan de faculteit Informatica

benoemd tot hoogleraar Beveiliging van Telematicasystemen.

AGENDA promoties en oraties oktober/ november 2001


3 oktober 13.15 uur Promotie

mw. drs. P. van der Molen

Technologie & Management

‘Rains, Droughts and Dreams of Prosperity. Resourceful Strategies in Irrigation Management and beyond the Sri Lankan Case’


3 oktober 15.00 uur Promotie

drs. A. Musch

Technologie & Management

‘The Small Gods of Participation’


4 oktober 16.00 uur Oratie

prof. dr. K.-J. Boller

Technische Natuurkunde

‘Materie in een nieuw licht’

Deze oratie wordt gehouden in de Drienerburght


5 oktober 13.15 uur Promotie

ir. M.G.H.M. Hendriks

Chemische Technologie

‘Solid State Supercapacitors, Based on Metal/Yttria-Stabilised Zirconia Composited’


5 oktober 15.00 uur Promotie

ir. J.J. Rabbers

Technische Natuurkunde

‘AC Loss in Superconduction Tapes and Coils‘


5 oktober 16.45 uur Promotie

ir. E.W. Hans

Werktuigbouwkunde

‘Resource Loading by Branch-and-Price Techniques‘


10 oktober 15.00 uur Promotie

dr. H. Vos

Toegepaste Onderwijskunde

‘Metacongnition in Higher Education. Metacognitie in het hoger onderwijs‘


11 oktober 16.00 uur Oratie

prof. dr. G. Dewulf

Technologie & Management

‘Praatjes vullen geen gaatjes’

‘De spanning tussen participatie en innovatie’


12 oktober 13.15 uur Promotie

mw. drs. P.H.G. Fisser

Toegepaste Onderwijskunde

‘Using ICT: a Process of Change in Higher Education‘ (voorlopige titel)


12 oktober 15.00 uur Promotie

ir. P.C. van der Heijden

Chemische Technologie

‘A DSC-Study on the Demixing of Binary Polymer Solutions‘


12 oktober 16.45 uur Promotie

mw. S.E. McKenney MSc

Toegepaste Onderwijskunde

‘Computer-Based Support for Science Education Materials Developers in Africa: Exploring Potentials‘


17 oktober 15.00 uur Promotie

mw. drs. J.F.B. Gieskes

Technologie & Management

‘Learning in Product Innovation Processes‘ (voorlopige titel)


18 oktober 16.00 uur Oratie

prof. dr. P.J.H. Kockelkoren

Wijsbegeerte en Maatschappijwetenschappen

‘Techniek: Kunst, Kermis & Theater’


19 oktober 13.15 uur Promotie

ir. V. Zivkovic

Elektrotechniek

‘Testability in Hardware/Software Codesign Systems’ (voorlopige titel)


19 oktober 16.45 uur Promotie

ir. E.P. van Elk

Chemische Technologie

‘Gas-Liquid Reactions Influence of Liquid Bulk and Mass Transfer on Process Performance’ (voorlopige titel)


24 oktober 15.00 uur Promotie

Q. Wang MSc

Toegepaste Onderwijskunde

‘Computer Support for Multimedia Curriculum Design’ (voorlopige titel)


25 oktober 15.00 Promotie

ir. K. Visscher

Technologie & Management

‘Design Methodology in Management Consulting’ (voorlopige titel)


26 oktober 15.00 uur Promotie

A. Figoli MSc

Chemische Technologie

‘Development of Novel Liquid Membranes with Facilitated Transport Properties’ (voorlopige titel)


26 oktober 16.45 uur Promotie

ir. H.L. Tepper

Chemische Technologie

‘Molecular Dynamics of Crystal Growth and Transport in Zeolites (in Search of the Macroscopic Limit)’ (voorlopige titel)


31 oktober 15.00 uur Promotie

ing. A.J.H.M. Rijnders

Technische Natuurkunde

‘Initial Growth of Complex Oxides: Study an Manipulation’ (voorlopige titel)

1 november 13.15 uur Promotie

ir. E.A.F. Span

Technische Natuurkunde

‘Supported thin-film oxygen separation membranes

by pulsed-laser deposition’ (werktitel)


1 november 16.00 uur Oratie

prof. dr. J.A.G.M. van Dijk

Wijsbegeerte van Maatschappijwetenschappen

titel


2 november 13.15 uur Promotie

ir. G.W. Hiddink

Toegepaste Onderwijskunde

‘Educational multimedia databases’


2 november 15.00 uur Promotie

drs. H.J.M. Fenger

Bestuurskunde

‘Sturing van samenwerking Instituonele veranderingen

in het beleid voor werk en inkomen’


2 november 16.45 uur Promotie

ir. J.G. Stinstra

Toegepaste Natuurkunde

‘Reliability of the fetal mangetocardiogram’


7 November 15.00 uur Promotie

drs. P. van Wijnen

Bestuurskunde

‘Policy Voting in Advanced Industrial Democracies

The Case of the Netherlands 1971-1998’


8 november 16.00 uur Oratie

prof.dr.ir. M. Aksit

Informatica

Titel


9 november 13.15 uur Promotie

mw. L.M. Aroyo MSc

Toegepaste Onderwijskunde

‘Agent-based approach to task-oriented learning

support’ (werktitel)


9 november 15.00 uur Promotie

Chemische Technologie

Dipl-Ing. B. Krause

‘Polymer Nanofoams‘


9 november 16.45 uur Promotie

ir. J.T.M. Pater

Chemische Technologie

‘Prepolymerization and Morphology’


15 november 16.00 uur Oratie

Prof.dr. H.E. Roosendaal

Wijsbegeerte en maatschappijwetenschappen/ Informatica

titel


16 november 13.15 uur Promotie

ir. T.R. Bearda

Elektrotechniek

‘Gate Oxide Evaluation by Characterisation of

Oxide Breakdown’ (werktitel)


16 november 15.00 uur Promotie

ir. T.H.J. Vaneker

Werktuigbouwkunde

‘Development of an integrated design tool for

aluminum extrusion dies’ (werktitel)


16 november 16.45 uur Promotie

S.T.S. Stoyanov MSc

Toegepaste Onderwijskunde

‘Mapping in the Educational and Training Design

Process’ (werktitel)


21 November 15.00 uur Promotie

ir. F.B.J. Leferink

Elektrotechniek

‘Reduction of radiated electromagnetic emission by

creation of geometrical asymmetry’ (werktitel)


22 november 16.00 uur Oratie

prof.dr. P.H. Hartel

informatica

titel


23 november 15.00 uur Promotie

ir. J.R. Buitenweg

Elektrotechniek

‘Single neuron-electrode electrical contacts’


23 november 13.15 uur Promotie

ir. R. Mahmoudi

Elektrotechniek

‘A Multidisciplinary Design Method for 2nd and 3rd

Generation Mobile Communication Systems’ (werktitel)