2000

00-09

WETENSCHAPSAGENDA 00/09 23-11-2000

Agenda
Samenvattingen promoties
Benoemingen
Stellingen
Archief

Deze wetenschapsagenda is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Zij verschijnt ± 20 maal per jaar in een oplage van 500 stuks. Bel of mail ons voor nadere informatie of een gratis abonnement.
Dienst Communicatie en Transfer, Postbus 217, 7500 AE Enschede, telefoon (053) 489 4244, E-mail: b.meijering@veb.utwente.nl
Laatste nieuws op Internet: URL: http://www.utwente.nl/nieuws


Proefschriften ook on-line beschikbaar
Een groot aantal proefschriften zijn direct opvraagbaar via de website van de Universiteitsbibliotheek. De documenten zijn in het kader van het webdocproject per faculteit /instituut integraal opgeslagen in pdf formaat.

Samenvattingen promoties

Kennismanagement in een kenniseconomie

oratie prof. dr. R. de Hoog als hoogleraar Toegepaste Communicatiewetenschap i.h.b. Informatiemanagement en Kennismanagement, faculteit Toegepaste Onderwijskunde, ‘Even Kennis Maken’

Recent zijn de liefdesbetuigingen aan het fenomeen ‘kennis’ sterk toegenomen. Zelfs politici die nog niet zo heel lang geleden de kennisproductie- en kennisoverdrachtsinstellingen als haarden van verspilling en inefficiency betitelden, zingen nu de lof op de zogenaamde kenniseconomie. Overigens ervaren zij nu dat je ook op gebieden waar het er toe doet, zoals het onderwijs, niet zomaar even wat kennis kan maken. Geen wonder dat ‘Kennismanagement’ kolossaal in de belangstelling staat.

Nu is kennis vaak moeilijk meetbaar; het kan gemakkelijk verdwijnen als mensen die erover beschikken, vertrekken; en het produceren ervan kost tijd. De uitdaging van Kennismanagement is: instrument zoeken en ontwikkelen waarmee een organisatie de nadelige effecten aan kennis-eigenschappen zo goed mogelijk weet te ondervangen, terwijl de positieve effecten (zoals dat kennis niet snel veroudert en tegelijkertijd in verschillende processen bruikbaar is) worden gemaximaliseerd. Kennismanagement beoogt m.a.w. kennis in bedrijfsprocessen beschikbaar te maken op de juiste plaats, op de juiste tijd, in de juiste vorm, met de vereiste kwaliteit van de inhoud en tegen de laagst mogelijke kosten.

Kennismanagement en informatiemanagement is niet los te zien van informatie- en communicatietechnologie. Van ICT gaat een haast biologerende werking uit, zodat soms al voor een ICT-‘oplossing’ wordt gekozen nog voordat er een fatsoenlijke probleemanalyse is gemaakt.

Er is nog een lange weg te gaan, voor we kunnen beschikken over voldoende effectieve hulpmiddelen die op ICT zijn gebaseerd. Veel taken hebben immers een sterk creatief karakter en computers kunnen daar maar weinig aan toevoegen.

ICT is van groot belang om kennis beschikbaar te stellen in de tijd en bijvoorbeeld de inhoud ervan te wijzigen. Anderzijds erft men daarmee ook alle problemen die met de invoering van ICT-oplossingen gepaard gaan. Vandaar de noodzaak om telkens een afweging te maken en na te denken of het middel soms niet erger is dan de kwaal.

Noot voor de pers:
Het boekje met de rede van prof. De Hoog, getiteld ‘Even kennis maken’, is te bestellen op (053)-489 4852.
Contactpersoon: drs. B. Meijering, dienst Communicatie, 053-489 4385, e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl


Maatschappelijke trends bepalen ontwikkelingen in chemische technologie
*23 november 2000

Oratie prof. dr. J.F.J. Engbersen, faculteit Chemische Technologie:
‘De Chemie tussen Scheikunde en Technologie’

"De chemie heeft een nogal moeizame relatie met de maatschappij. Enerzijds maken de meeste mensen dankbaar gebruik van de vele producten die de chemie heeft voortgebracht, anderzijds bestaat er bij het brede publiek veel onwetendheid en heersen er zelfs misvattingen over de basisconcepten en de ontwikkelingen op dit gebied." Dat stelde prof. dr. J.F.J. Engbersen bij zijn aanvaarding van het ambt van hoogleraar en opleidingsdirecteur Scheikundige Technologie/Milieutechnologie aan de faculteit Chemische Technologie. Engbersen besprak vier trends die van invloed zijn op de ontwikkelingen in de chemie, de chemische technologie en het onderwijs: trends op politiek, economisch, sociaal en technologisch gebied.

Internationaal onderwijs
Vermindering van de milieubelasting vraagt van de chemische industrie steeds schonere processen. Oplossingen moeten niet langer gezocht worden in het opruimen van vervuilingen of het scheiden van vervuilingen van de gewenste producten, maar in nieuwe processen die van zichzelf schoner zijn en dus minder afval produceren. De druk om zuiniger met energie om te gaan, wordt steeds groter. De politieke trend op dit vlak overschrijdt onze landsgrenzen. De rijke ontwikkelde landen hebben de plicht om arme minder ontwikkelde landen in hun ontwikkeling te helpen. Een van de belangrijkste instrumenten hiervoor is scholing, die steeds vaker op afstand te geven is via Internet en satelliet. Engbersen: "We moeten internationale opleidingen gaan aanbieden. Zowel het internationale toponderzoek en de speerpuntinstituten van deze faculteit, als het onderwijs dat met de invoering van het bachelor/mastersysteem in Europa steeds doorzichtiger wordt, geven de faculteit Chemische Technologie kansen om internationaal onderwijs op te zetten."

Tekort aan chemici
Professor Engbersen maakt zich ook zorgen over de economische trend waarbij de industrie een steeds globaler karakter krijgt. Dit werkt door op veel terreinen van de wetenschap en technologie, waarbij veel van het fundamentele onderzoek wordt afgesneden. Volgens Engbersen kan de maatschappij niet zonder fundamenteel onderzoek, omdat zich voortdurend nieuwe problemen aandienen die om oplossing vragen. Omdat multinationals zich al sterker richten op hun core business, krijgen steeds meer kleinere bedrijven een meer toepassingsgericht karakter. Voor het onderwijs betekent dit een toenemende behoefte aan hooggeschoolden met algemene chemisch-technologische kennis en vaardigheden in projectmanagement.
"Met de mogelijkheden voor de afgestudeerden in de chemie lijkt het de komende jaren wel goed te zitten. De vraag naar chemici blijft redelijk constant, zo is de prognose, maar het aantal afgestudeerden zal drastisch afnemen. Hierdoor komt er een tekort aan chemici." Volgens Engbersen kan Nederland het tekort aanvullen met studenten uit zich snel ontwikkelende Zuidoost-Aziatische landen zoals India. "Daar kunnen ze de vraag naar kennis en scholing in eigen land niet aan. Er ligt een potentieel van twee tot drie miljoen studenten die onderwijs vragen. Het is voor Nederland een uitdaging om voor deze studenten programma’s te ontwikkelen die zo aantrekkelijk zijn dat ze concurreren met programma’s in de VS", aldus Engbersen.

Miniaturisering
Als vierde en laatste noemde Engbersen een technologische trend: nieuwe ontwikkelingen in de chemie, de materiaaltechnologie en de procestechnologie zullen grote invloed hebben op de toekomst van de chemische industrie en daarmee verbonden op de arbeidssituatie. "Het onderwijs zal hierop moeten inspelen door afgestudeerden met het gewenste profiel af te leveren. Het universitaire onderwijs leent zich hiervoor bij uitstek."
In de materiaaltechnologie begrijpt men steeds beter het verband tussen de moleculaire opbouw en de eigenschappen van een materiaal. Dit zal leiden tot de synthese van nieuwe materialen met vooraf bepaalde, hoogwaardige eigenschappen. Omdat de miniaturisering doorgaat, voorziet Engbersen voor de verre toekomst een grote rol voor de nanotechnologie, die apparaatjes van een duizendste millimeter en kleiner construeert.

De toenemende druk om gebruik te maken van duurzame grondstoffen zal leiden tot nieuwe procestechnologieën. Biokatalysatoren gaan hierbij een belangrijke plaats innemen. "De ontwikkeling van biokatalysatoren op maat komt steeds beter binnen handbereik en is daarmee een krachtig instrument voor het ontwerpen van chemische processen die economisch gunstig en relatief schoon zijn. Biotechnologie is van groot belang in de milieuvriendelijke chemie, die afvalproductie en energiegebruik zoveel mogelijk wil beperken en bij voorkeur uitgaat van hernieuwbare grondstoffen."

informatie mw. drs. B. Koopmans, tel. (053) 489 43 66
e-mail b.j.m.koopmans@cent.utwente.nl


Simulatie van ruimtelijke patronen op basis van gedragsregels
*24 november 2000

promotie mw. drs. H. S. Otter, faculteit Technologie & Management:
‘Complex Adaptive Land Use Systems. An interdisciplinary approach with agent-based models

We weten nog onvoldoende over het ontstaan van de complexe patronen van landgebruik waartoe natuurlijke en menselijke processen aanleiding geven. Kennis over dit landgebruik is onontbeerlijk voor een solide besluitvormingsbasis.

Om een beter begrip te krijgen van veranderingen in landgebruik en de vorming van patronen van landgebruik moet menselijk gedrag bestudeerd worden op microniveau en in een ruimtelijke context. Dat kan met behulp van 'agent-based'-modellen. Hierin is het op microniveau de modellering van actoren (de 'agents') die op macroniveau patronen doet ontstaan. Het microniveau is tot nog toe onderbelicht geweest en het verkregen begrip kan de kennis over processen op het macroniveau aanvullen.

Met behulp van deze modellen wordt in het werk van Otter het vestigingsgedrag van huishoudens en bedrijven nagebootst. De verschillende actoren in het model vestigen zich op een bepaalde plek op basis van gedragsregels. Ze houden daarbij rekening met hun fysieke omgeving, maar ook met gedrag van andere actoren. De actoren (huishoudens en bedrijven) reageren als het ware op elkaar. Sommige trekken elkaar aan, bijvoorbeeld als mensen graag bij andere mensen of bij hun werk in de buurt wonen. Andere stoten elkaar af, denk aan huizen in de buurt van zware industrie.

Door het vestigingsgedrag van huishoudens en bedrijven op microniveau na te bootsen kan het ontstaan van agglomeraties, zoals in de Randstad, worden aangetoond. De modellen kunnen voor beleidsmakers een instrument zijn om het ontstaan van verschillende patronen te analyseren en de gewenste van niet-gewenste ruimtelijke ontwikkelingen te onderscheiden.

Otter richt zich op een verfijning van de theoretische basis om menselijk gedrag in een ruimtelijke context te bestuderen. 'Duurzame ontwikkeling' vormt de beleidscontext van haar onderzoek. De complexe problemen die hieruit voortvloeien, vergen een interdisciplinaire aanpak. Interdisciplinare kennis kan vervolgens worden toegepast in 'integrale modellen'. Deze beleidsondersteunende modellen combineren kennis van het natuurlijke en menselijke systeem. Veel menselijke beslissingen zijn 'ruimtelijk', maar worden in modellen zelden zo opgevat. Daardoor is het lastig om ze te koppelen aan natuurlijke modellen die wel gebruik maken van de 'ruimte'. Voor een goed begrip van veranderingen in landgebruik en het ontstaan van landgebruikpatronen is het nodig om deze ruimtelijke beslissingen, denk bijv. aan lokatiegedrag, ook daadwerkelijk zo weer te geven. De geïntroduceerde 'agent-based'-modellen die dit mogelijk maken bevatten aspecten van economische theorie, complexiteitstheorie en beslissingsregels.

Henriëtte S. Otter is medewerker onderzoek bij de Sectie Integraal Modelleren van de Faculteit Civiele Technolgie en Management aan de Universiteit Twente.

promotoren: prof. dr. A. van der Veen en prof. dr. ir. H.J. de Vriend
informatie: drs. B. Meijering, tel. (053) 489 43 85
e-mail: b.meijering@cent.utwente.nl


Politieke vernieuwing in de greep van belangen
30 november

promotie drs. H. Dijk, faculteit Bestuurskunde:
‘Oordelen over de reorganisatie van het binnenlands bestuur: argumenten of belangen? Een analyse van de opvattingen van Nederlandse raadsleden’

De discussie over de (re)organisatie van het binnenlands bestuur sleept zich al tientallen jaren voort maar zonder noemenswaardig resultaat. In de jaren zeventig had de regering vergevorderde plannen om gewesten en provincies-nieuwe-stijl in te voeren, maar tot besluitvorming kwam het niet. In de jaren negentig kwamen diverse regeringsnota’s uit, waaronder 'Besturen op niveau' en de kaderwet 'Bestuur in verandering', maar ook toen werden er geen knopen doorgehakt. Zo ging de vorming van de stadsprovincie Rotterdam op de valreep niet door en is er in sommige delen van het land, ondanks felle protesten, het besluit genomen tot gemeentelijke herindeling. Daadwerkelijke vernieuwing van het binnenlands bestuur lijkt er dus niet van te komen.
Hans Dijk heeft onderzocht hoe gemeenteraadsleden oordelen over mogelijke hervormingsmaatregelen en welke effecten zij daarvan verwachten. In zijn onderzoek plaatste hij twee redeneervormen tegenover elkaar: het argumentatiemodel en het belangenmodel. Overheerst in het argumentatiemodel bij de deelnemer aan het debat de intentie om politieke waarden te realiseren, zoals de bevordering van de democratische kwaliteit van het bestuur of de effectiviteit ervan, in het belangenmodel staan de belangen centraal die samenhangen met de betreffende bestuurlijk-politieke positie. Dijk heeft een verband waargenomen tussen de bestuurlijk-politieke positie van betrokkenen en de oordelen over de hervormingsmaatregelen, c.q. de verwachte effecten van die maatregelen. Zijn conclusie: niet de politieke waarden en uitgangspunten zijn bepalend voor het verloop van de bestuurlijke vernieuwing, maar de belangen die met de positie van de betrokkenen verband houden. En dat laatste zou dan wel eens kunnen betekenen dat relatief grootscheepse bestuurlijke veranderingen in een democratie als in Nederland moeilijk haalbaar zijn omdat nu eenmaal bij elk voorstel gevestigde posities en belangen meespelen.

promotor prof. mr. dr. H.M. de Jong
assistent-promotor dr. S.A.H. Denters
informatie drs. B. Meijering, tel (053) 489 43 85
e-mail b.meijering@cent.utwente.nl


Productie polypropyleen kan goedkoper en homogener
30 november 2000

promotie ir. G.B. Meier, faculteit Chemische Technologie: ‘Fluidized bed reactor voor de katalytische polymerisatie van propyleen’

Polypropyleen is een van de meest gebruikte plastics in de wereld; de groei van de productie is 5 tot 8 % op jaarbasis. Bekende toepassingen zijn autobumpers en tuinstoelen. Voor de productie van polypropyleen zijn er verschillende type reactoren in gebruik. Tegenwoordig gebruikt de industrie steeds vaker de ‘fluidized bed-reactor’, omdat met dit type reactor de productiekosten lager zijn en hiermee meer soorten polypropyleen te produceren zijn.
Gerben Meier onderzocht de katalytische polymerisatie van propyleen in een fluidized bed-reactor. Tijdens dit proces wordt in het ‘fluid bed’ doorlopend katalysatorpoeder geïnjecteerd. Elk katalysatordeeltje groeit in 1 tot 2 uur uit tot een polymeerdeeltje en met één gram katalysator kan tegenwoordig tientallen kilo’s polymeer worden gemaakt. Maar in tegenstelling tot de gangbare katalysatoren blijft deze katalysator achter in het product.

Meier bestudeerde onder andere de menging in de fluidized bed-reactor. Zijn onderzoek leverde een verticale buis op die zorgt voor een betere menging in de reactor, met als voordeel een hogere productiviteit en een homogener product. Dit principe is inmiddels gepatenteerd en succesvol toegepast door DSM.
In het ‘Hogedruklaboratorium’ van de Universiteit Twente is een proefopstelling gebouwd, waarmee dit proces onder nagenoeg industriële omstandigheden kan worden bestudeerd. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met DSM en is mede gefinancierd door de EG.

promotor prof. dr. ir. W.P.M. van Swaaij
co-promotor prof. dr. G. Weickert
informatie mw. drs. B. Koopmans, tel. (053) 489 4366
e-mail b.j.m.koopmans@cent.utwente.nl

 

Benoemingen

Dr. M. (Maria) J. Peters is per 1 december 2000 aan de Universiteit Twente benoemd tot hoogleraar Biomagnetische Technieken.

Stellingen

Henriëtte Otter, faculteit Technologie & Management, Universiteit Twente

Als Bevrijdingsdag officieel zou worden omgedoopt in 'Dag van de Vrijheid', zou het een grotere groep mensen aanspreken.

Het in de mond nemen van de term 'vleesvervangers' duidt op een geringe affiniteit met het vegetarisme.

De onvermijdelijke files tijdens de spits tonen aan dat de 24-uurseconomie nog geen werkelijkheid is.

Chris de Blois, faculteit Technologie & Management, Universiteit Twente

De accumulatie van verontreinigende stofen in de bodem vertraagt de effectiviteit van emissiereducerende maatregelen met tientallen jaren.

Hans Dijk, faculteit Bestuurskunde, Universiteit Twente

In het debat over de vernieuwing van het binnenlands bestuur spelen positiegerelateerde belangen een grotere rol dan politieke waarden en uitgangspunten.

De belangrijkste bestuurlijke vernieuwing in de twintigste eeuw is de halvering van het aantal gemeenten geweest.

'As it regear yn De Haach likefolle omtinken jaan soe oan it Frysk en de Frysktaligen as oan de allochtone minderheden, dan hie Omrop Fryslân al jierren rűnom yn ús lân te hearren en te sjen west'.
(Als de regering evenveel aandacht zou schenken aan het Fries en de Friestaligen als aan de allochtone minderheden, dan zou Omroep Friesland al vele jaren in het hele land ontvangen kunnen worden.)

Peter Paul Verbeek, faculteit Wijsbegeerte en Maatschappijwetenschappen, Universiteit Twente

Het industrieel ontwerpen richt zich te eenzijdig op de functionaliteit en de stijl van producten en te weinig op de manier waarop ze vorm geven aan het dagelijks leven van mensen.

Niet het pleidooi voor het 'moraliseren' van technologie maar het verzet ertegen is een oproep tot technocratie, omdat het ertoe leidt dat de onvermijdelijke invloed van technologie op het handelen van mensen alleen door technici wordt bepaald.