1999

99-07

WETENSCHAPSAGENDA 99/07 07-06-1999

Agenda

Samenvattingen promoties

Stellingen

Archief

Deze wetenschapsagenda is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Zij verschijnt ± 20 maal per jaar in een oplage van 500 stuks. Bel of mail ons voor nadere informatie of een gratis abonnement.

Dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen, Postbus 217, 7500 AE Enschede, telefoon (053) 489 4244, E-mail: b.meijering@veb.utwente.nl
Laatste nieuws op Internet: URL: http://www.utwente.nl/nieuws


Proefschriften ook on-line beschikbaar
Een groot aantal proefschriften zijn direct opvraagbaar via de website van de Universiteitsbibliotheek. De documenten zijn in het kader van het webdocproject per faculteit /instituut integraal opgeslagen in pdf formaat.

Samenvattingen promoties

Hogere kwaliteit in laserbewerkingen

Promotie ir. G.R.B.E. Römer, faculteit Werktuigbouwkunde, ‘Modelling and control of laser surface treatment’ [CATEGORIE B1]

Oppervlaktebewerkingen met lasers zijn geschikt om de eigenschappen van een metaal te verbeteren. Metalen zijn nadien beter bestand tegen slijtage, vermoeiing en erosie, of hebben een extra hard oppervlak. Het voordeel van de laser boven andere methoden is dat de warmte heel gecontroleerd toegevoerd kan worden aan een beperkt volume, en dat er een oppervlak resteert zonder vervuiling. Römer heeft in zijn promotie-onderzoek modellen opgesteld voor de fysische processen in laserbewerkingen. Doel is een regelaar te ontwerpen die de bewerking monitort en bijstuurt. Het probleem is echter, stelt Römer, dat niet alle benodigde informatie meetbaar is. De dikte van de laag bijvoorbeeld alleen te meten op een manier die het product vernielt. Door echter temperatuur-gerelateerde grootheden te meten en die te koppelen aan de modellen, is de dikte wèl te bepalen. Hiervoor heeft Römer een snelle infra-rood camera ontwikkeld die metingen uitvoert aan het smeltbad dat lokaal onstaat als de laserbundel invalt op het metaal-oppervlak. Zijn conclusie is dat de kwaliteit van laserbewerkingen nadelig wordt beïnvloed doordat het laser vermogen of de productiesnelheid varieert. Ook in het product zelf zijn er verstoringen door bijvoorbeeld verdunningen of een variërende absorptie. Om deze effecten te compenseren is het nodig om het laservermogen bij te sturen. Römer’s onderzoek leidt tot een nog beter controleerbare bewerking en dus tot metaalproducten waarvan de kwaliteit beter in de hand te houden is. Na zijn promotie is hij nu begonnen met de ontwikkeling van een systeem dat de lasnaad kan volgen, bij het gerobotiseerd lassen met een laser.

promotoren prof.dr.ir. J.B. Jonker en prof.dr.ir. J. Meijer

informatie ir W.R. van der Veen, tel (053) 489 42 44
e-mail w.r.vanderveen@veb.utwente.nl

 

Membraanscheiding in textiele wasprocessen

Promotie ir. J.P. (Jacco) van ’t Hul, faculteit Chemische Technologie, ‘Membrane seperation in textile washing processes’

Om een kilogram textiel te bereiden wordt er vaak tussen de 50 en 250 liter water verbruikt. Vanwege stijgende waterkosten en stringentere wetgeving wil de textielindustrie dit waterverbruik graag terugdringen. Eén van de mogelijkheden is membraanfiltratie. Daarbij gaat het afvalwater door een membraan. De vuildeeltjes worden tegengehouden en het schone water kan worden hergebruikt. Chemisch technoloog Jacco van ’t Hul heeft de toepassing van membraanfiltratie bij een specifiek verfproces bestudeerd. Bij dat proces, dat onder andere wordt toegepast bij Ten Cate Protect in Nijverdal, wordt ongeveer 70 procent van de toegepaste kleurstoffen aan het doek gefixeerd. De overige 30 procent wordt samen met andere chemicaliën (zoals zout en middelen die het verven vergemakkelijken) uitgewassen in een soort wasstraat. In die wasstraat wordt per kilogram textiel zo’n 15 liter water gebruikt en dat spoelwater wordt nu nog afgevoerd naar de rioolwaterzuivering.

Uit berekeningen van Van ’t Hul blijkt dat het waterverbruik met 60 tot 70 procent kan afnemen door toepassing van membraanfiltratie-technieken. Experimenten tonen aan dat kleurstoffen en zouten adequaat uit het afvalwater gehaald kunnen worden. Wel raakt daarbij na verloop van tijd het membraanfilter verstopt. Volgens Van ’t Hul wordt die vervuiling met name veroorzaakt door specifieke textiele hulpmiddelen of combinaties daarvan: "Hulpmiddelen die gebruikt worden om de kleurstoffen beter uit te wassen kunnen het membraan zelfs volledig laten dichtslaan. In een specifiek geval kon door de pH van de oplossing vrij hoog te houden, de vervuiling voorkomen en het membraan gereinigd worden".

Membraanfiltratie is vrij duur: "Water kost op dit moment ongeveer 2 gulden per kuub en met deze technieken betaal je tussen de 5 en 15 gulden per kuub water dat je terugwint. De techniek wordt dus pas interessant als de waterprijs nog verder stijgt of als het lozen van bepaalde stoffen verboden wordt". Ook is filtratie goedkoper bij wasprocessen waarbij membranen met grotere poriën gebruikt kunnen worden. De bevindingen van Van ’t Hul zijn niet alleen interessant voor de textielindustrie, maar ook voor andere industrietakken waar het sluiten van waterkringlopen gewenst is, zoals papier en karton.

promotor prof. dr. ir. T. Reith
co-promotor
dr. ir. I.G. Rácz
informatie
drs. B. Meijering, tel. (053) 489 4385
e-mail
b.meijering@veb.utwente.nl


Continu verbeteren in teams, de (mis)fit tussen verbeter- en operationele taken van verbeterteams

Promotie mw. ir. D.J. de Lange-Ros, faculteit Technologie & Management, ‘Continuous improvement in teams. The mis(fit) between improvement and operational activities of improvement teams’.

Er zijn twee verschillende vormen van organisatieverbetering: revolutionair veranderen (periode met grote veranderingen) en evolutionair (kleine stapsgewijze veranderingen). Kleine incrementele veranderingen kunnen echter ook in belangrijke mate bijdragen aan de concurrentiekracht van ondernemingen. Verbeterteams zijn een veel gebruikte manier om aan verbeteringen te werken, teams die naast hun eigen operationele taak tevens een verbetertaak hebben.

Gebaseerd op de contingentietheorie en het procesmodel wordt een organisatie gezien als een doelgericht geheel van mensen die processen uitvoeren die gericht zijn op het realiseren van een gewenste functie. Volgens de contingentietheorie moet er een ‘fit’ bestaan tussen medewerkers, de processen, de middelen en de functie. Eenvoudig gezegd: mensen moeten bijvoorbeeld passen bij het werk dat ze doen en de hulpmiddelen die ze gebruiken. Leden van verbeterteams moeten dus passen bij zowel de operationele als de verbeterconfiguratie. Dit zou problemen kunnen opleveren. Men kan zich afvragen wat de gevolgen zijn van overeenkomsten en verschillen tussen de operationele processen en verbeterprocessen. De onderzoeksvraag luidt dan ook:

"In welke mate verklaren overeenkomsten en verschillen tussen de operationele processen en de verbeterprocessen de problemen die optreden, of niet optreden, in de verbeterprocessen van de verbeterteams?".

Het onderzoek liet zien dat de meeste verbetertaken die correspondeerden met de operationele taken niet problematisch waren. Als er al problemen zijn, zijn die van algemene aard. De problematische verbetertaken kunnen worden verklaard door het verschil met de operationele taken. Ook kunnen deze worden verklaard door de overeenkomst met problematische operationele taken.

Wanneer verbetertaken geen problemen opleveren, hoeft dat niet te komen doordat de verbetertaken overeenkomen met de operationele taken. Het was een verrassende uitkomst van het onderzoek dat verbetertaken die verschillen van de operationele taken juist heel vaak niet problematisch verlopen. Een reden hiervoor was dat de coach in deze gevallen specifieke hulp biedt. Daarnaast was het in de onderzochte organisaties zo dat de leden van de verbeterteams zelf konden kiezen aan welk verbeterproces zij willen werken en welke elementen zij verbeterd willen zien.

Speling, hulp van de coach en het gebruik van verbeterhulpmiddelen zijn belangrijk om problemen te voorkomen. De verbeterteams vormen een goed mechanisme om de speling in capaciteiten van medewerkers beter te benutten. Omdat de teams werden geacht om de verbetertaak uit te voeren zonder de hulp van derden, pasten zij de opdracht aan aan hun bestaande kennis en vaardigheden. Gevolg hiervan is dat de verbetertaken minder problemen opleveren.

De coaches zijn vooral belangrijk bij het voorkomen van problemen met verbetertaken die verschillen van de operationele taken. De beschikbaarheid van coaches bepaalt in dit geval het maximale aantal verbeterteams.

Verbeterhulpmiddelen kunnen een verbeterproces faciliteren, maar ook hinderen. Dat gebeurt vooral wanneer de verbeterhulpmiddelen nieuwe capaciteiten eisen van de teamleden.

Hoewel er in de praktijk steeds meer aandacht komt voor continu verbeteren, is er momenteel nog een gebrek aan goede theorie over verbeteren. Veel bestaande literatuur promoot waarom verbeteren belangrijk is. Er is echter nog een gebrek aan literatuur die beschrijft wat er in de praktijk gaande is, en literatuur die poogt theorie te bouwen op basis van dergelijke beschrijvingen.

promotor prof. dr. ir. J.J. Krabbendam
copromotor
dr. ir. H. Boer

informatie mw. W. de Koning, telefoon (053) 489 4363
e-mail w.dekoning@veb.utwente.nl

Stellingen

Gert-Willem Römer, faculteit Werktuigbouwkunde, Universiteit Twente

Om het grote aantal paardekrachten van moderne wegmotoren te kunnen beteugelen zou een motorrijder niet alleen het motorrijbewijs moeten behalen, maar ook het ruiterbewijs.

De stellingen behorende bij een proefschrift hoeven niet waar, maar slechts verdedigbaar te zijn.