1999

99-01

WETENSCHAPSAGENDA 99/01 14-01-99

Agenda

Samenvattingen promoties

Stellingen

Archief

Deze wetenschapsagenda is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Zij verschijnt ± 20 maal per jaar in een oplage van 500 stuks. Bel of mail ons voor nadere informatie of een gratis abonnement.

Dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen, Postbus 217, 7500 AE Enschede, telefoon (053) 489 4244, E-mail: b.meijering@veb.utwente.nl
Laatste nieuws op Internet: URL: http://www.utwente.nl/nieuws


Proefschriften ook on-line beschikbaar
Een groot aantal proefschriften zijn direct opvraagbaar via de website van de Universiteitsbibliotheek. De documenten zijn in het kader van het webdocproject per faculteit /instituut integraal opgeslagen in pdf formaat.

 

Samenvattingen promoties

Moeilijke gevallen in recht en rechtsinformatica

promotie dr. R.E. (Ronald) Leenes, faculteit Bestuurskunde:

‘Hercules of Karneades; Hard cases in recht en rechtsinformatica'

De rechtsinformatica richt zich op de ontwikkeling van computerprogramma’s binnen het recht, zoals juridische kennis- en expertsystemen. Niet alleen moeten zulke RI-toepassingen betrouwbaar zijn (wat veronderstelt dat de kennis op basis waarvan het RI-systeem conclusies trekt, zeker is), ze moeten ook non-triviale oplossingen bieden voor voorgelegde problemen (wat vereist dat het systeem oplossingen aanreikt die voldoende ver van de ingevoerde gegevens afstaan om de gebruiker te helpen). De combinatie van deze eisen in het recht is problematisch omdat het open karakter van het recht betekent dat zelfs schijnbaar eenvoudige juridische geschillen tot moeilijke gevallen (hard cases) kunnen worden gemaakt.

Aan de hand van de civiele dagvaardingsprocedure en een praktijkcasus worden aanbevelingen gedaan voor de beperkte, ondersteunende rol die de computer bij de oplossing van juridische geschillen zou kunnen vervullen. Bij de dialoog tussen partijen (en de rechter) is de inhoudelijke beoordeling van de juistheid van de beweringen en de toets of deze beweringen juridisch houdbaar zijn, niet goed door computers uit te voeren, tenminste niet in de voorzienbare toekomst. De toets of partijen zich aan de spelregels van de dialoog houden, waardoor de rationaliteit van de procedure kan worden gegarandeerd, ligt misschien wel op de weg van de computer. Deze kan in zo’n situatie namelijk een procedure helpen bewaken waarin de geschilpunten scherp worden omkaderd. Vervolgens is het dan aan de mens om de voorgelegde knopen door te hakken..

promotor prof. mr. D.W.P. Ruiter

assistent-promotor dr. J.C. Hage (Universiteit Maastricht)

Voor meer informatie: drs. B. Meijering, tel. (053) 489 4244,
e-mail: b.meijering@veb.utwente.nl

Normstelling voor schadelijke stoffen op de arbeidsplek

*22 januari, 15.00 uur

promotie drs. R.A. (Roland) Bal, faculteit Wijsbegeerte en Maatschappijwetenschappen: ‘Grenzenwerk: over het organiseren van normstelling voor de arbeidsplek’

Aan welke concentratie van een schadelijke stof mag een arbeider blootstaan?

Moderne samenlevingen hanteren grenswaarden om de gevaren van nieuwe technologieën te reguleren. Alleen al voor chemische stoffen bestaan er in Nederland zo’n tien verschillende grenswaarden.

Drs. R.A. (Roland) Bal onderzocht hoe normstelling productief kan zijn, en de relatie die deze productiviteit heeft met de manier waarop normstelling is georganiseerd. Productieve normstelling houdt onder andere in dat zij arbeiders zo goed mogelijk beschermt en dat zij technologisch en economisch haalbaar is. Zo ontstaat een complex probleem. Beide eisen kunnen namelijk met elkaar in tegenspraak zijn: de gewenste bescherming is niet altijd haalbaar. Ook moet er rekening worden gehouden met de verschillende inzichten en belangen van wetenschappers, overheidsorganisaties en belangengroeperingen. Bal besteedde daarom speciale aandacht aan de wijze waarop de relatie tussen wetenschap, belangen en beleid is vormgegeven. Zijn uitgangspunt hierbij was dat deze grenzen niet bij voorbaat gegeven zijn maar gereproduceerd moeten worden in de normstellingspraktijk. Het onderzoek omvat twee delen. Enerzijds combineerde Bal documentenonderzoek en interviews, gericht op de reconstructie van procedures van normstelling, met onderzoek naar de totstandkoming van grenswaarden voor specifieke stoffen, zoals minerale kunstvezels en carcinogenen. Anderzijds deed hij internationaal vergelijkend onderzoek naar de relatie tussen de vormgeving van normstellingsprocessen en de productiviteit daarvan.

Bal concludeert onder andere dat de productiviteit van normstellingsprocedures afhangt van de flexibiliteit die de opstellers in de praktijk hebben om de officiële regels toe te passen. In de Verenigde Staten blijkt een gebrek aan deze flexibiliteit te leiden tot improductiviteit bij de opstelling van normstellingen voor schadelijke stoffen. Ook de verregaande flexibiliteit van normstellinsprocedures, zoals in het Verenigd Koninkrijk, blijkt improductief te zijn. Juist de mogelijkheid om een heterogene praktijk te kunnen vertalen naar een homogene procedure blijkt productiviteit te bevorderen. Bal besteedde daarom veel aandacht aan de mechanismen die deze vertaling mogelijk maken.

Daarnaast constateerde hij dat normstelling als manier om met gevaren om te gaan sterk onder druk staat met name als gevolg van de opkomst van het denken in termen van risico’s en de introductie van ‘Amerikaanse toestanden’ in de sociale zekerheid (zoals een grotere nadruk op het civiele aansprakelijkheidsrecht). Hij suggereert manieren waarop met de hiermee geïntroduceerde complexiteit kan worden omgegaan.

promotor prof. dr. A. Rip

co-promotor dr. B. de Vroom

informatie mw.drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
email a.m.dijkstra@veb.utwente.nl

Het milieu kent geen prijskaartje

*14 januari, 16.00 uur

Inauguratie prof. dr. A. van der Veen als hoogleraar Civiele Technologie & Management, faculteit Technologie & Management

Er bestaat geen simpele methodiek voor een groen Bruto Nationaal Product. Dat zegt prof. dr. Anne van der Veen van Civiele Technologie & Management bij zijn oratie op 14 januari. Het BNP laat zich volgens hem niet corrigeren voor het uitsterven van bepaalde diersoorten, veranderingen in ecosystemen of voor de aantasting van landschappen.

Niet welvaart, waarbij alles wordt uitgedrukt in geld, maar welzijn is het uitgangspunt van prof. Van der Veen. Welzijn bestaat volgens hem uit verschillende dimensies waarvan de kwaliteit van het milieu er één is. Voor een exact-economische wetenschapper lijkt deze keuze een zwaktebod, maar bij de invulling van zijn nieuwe hoogleraarschap wil Van der Veen aantonen dat goed gekozen modelvorming tot nieuwe, waardevolle inzichten leidt.

De methodische aanpak moet dan wel multidisciplinair zijn. Volgens Van der Veen is dat zowel een oncomfortabel als een noodzakelijk uitgangspunt. De hoogleraar concludeert dat economen niet gewend zijn om in twee of drie dimensies te rekenen. Zij analyseren normaliter complexe, meerdimensionale informatie- en goederenstromen. En dat terwijl voor sommige onderwerpen een combinatie van disciplines sterk voor de hand ligt.

Zo zijn gecombineerde methoden uit economie, ecologie, morfologie en hydrologie nodig om de economische gevolgen van verdroging van ecosystemen te berekenen. Deze problematiek speelt op verschillende schaalgrootte: zowel voor specifieke regio's in Brabant als voor de economische structuur in west-Nederland en, nog uitgebreider, voor het hele Europese stroomgebied van de Maas, de Rijn en de Waal.

Volgens Van der Veen biedt de detaillering van geografische methoden belangrijke aanknopingspunten voor economen. Een historische analyse van het landgebruik toont duidelijk de geleidelijke maar massale omzetting van natuur naar cultuurgrond. In deze discussie is een belangrijk argument het toekomstig natuurbeheer niet te laten domineren door 'ecologisme', een stroming die een strikte scheiding predikt tussen cultuur en natuur.

"In de toekomst ligt het voor de hand een combinatie te zoeken tussen de detaillering van geografen en het generieke van economen om zo samen te kunnen werken met de natuurwetenschappen. Als we een zwakke vorm van integratie kunnen bereiken met het over en weer respecteren van elkaars taal, theorieën en concepten ben ik meer dan tevreden," concludeert Van der Veen.


De tekst van de oratie van prof. Van der Veen, getiteld "‘Paradise Regained’: Over milieu- en ruimtelijke kwaliteit" is op aanvraag verkrijgbaar bij de Dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen.
Informatie:Martin van Zaalen, (053) 489 4244,
e-mail: m.a.m.vanzaalen@veb.utwente.nl

Grootschalige onderhoudsbedrijven met een onzeker werkpakket

* 29 januari, 16.45 uur.

Promotie ir. A.J. (Arie Jan) de Waard: "Herstructurering van grootschalige onderhoudsbedrijven met een onzeker werkpakket".

De samenwerking tussen de UT en het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder stelde Arie Jan de Waard indertijd in de gelegenheid om na zijn officiers-opleiding aan het KIM af te studeren als Werktuigbouwkundig ingenieur. Bij de faculteit Werktuigbouwkunde constateerde men enkele jaren geleden dat de Rijkswerf in Den Helder, waar De Waard toentertijd werkte, behoefte had aan een planningssysteem. Een systeem dat op een hoog niveau het werk wegzet in de tijd. Daarbij moet rekening worden gehouden met wanneer het klaar moet zijn en met de beschikbare capaciteit. Er was in Nederland nog geen beslissingsondersteunend multi-order planningssysteem voor grootschalige onderhoudsbedrijven met een onzeker werkpakket.

Er volgden twee promotie-onderzoeken. Ronald de Boer maakte het beslissings-ondersteunende systeem en is daarop in november gepromoveerd. Ir. De Waard zou aanvankelijk alleen de inbedding van dit systeem binnen de Rijkswerf onderzoeken. Al gauw bleek een drastischer aanpak noodzakelijk, waarbij De Waard als projectleider verantwoordelijk was voor het herontwerp (re-engineering) van het werfproces. "In die zin heeft De Boer naar de planningsmethodieken gekeken, terwijl ik meer naar bedrijfskundige processen heb gekeken. Hij zat bij de universiteit en ik in Den Helder. De samenwerking tussen ons en de synergie tussen de kwantitatieve en kwalitatieve benadering heeft veel meerwaarde opgeleverd".

De Waard: "De Rijkswerf was sterk functioneel georganiseerd. In de meest extreme gevallen kwam eerst de elektromonteur, die het draadje van de pomp loshaalde, en vervolgens kwam de man die aan de pomp ging sleutelen. Het was veel handiger om een aantal taken te integreren in één man. Dat betekent dat je veel meer stroomgericht gaat organiseren. Iemands hoofdtaak is het sleutelen aan de pomp, maar hij moet ook simpele elektrotechnische taken kunnen uitvoeren. Je maakt mensen meer multifunctioneel.

Tegelijkertijd ga je naar teams, waarbij mensen zitten met meerdere vaardigheden: een elektromonteur èn iemand die kan sleutelen aan de pomp. In hun eigen club kunnen die mensen het werk veel beter afstemmen, dan dat je al die mensen in een apart hokje onderbrengt en er iemand boven zet die dat allemaal moet afstemmen. Dat is in een notendop wat we geprobeerd hebben te realiseren door een nieuwe manier van werken". Arie Jan de Waard heeft zijn organisatiemodel ook getoetst bij vier andere grote bedrijven. Bij de Rijkswerf wordt het model momenteel daadwerkelijk ingevoerd.

promotor prof. dr. W.H.M. Zijm

co-promotor prof. dr. ir. J.E. van Aken

iinformatie mw.drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
email a.m.dijkstra@veb.utwente.nl

 

Stellingen


Ronald E. Leenes, faculteit Bestuurskunde, Universiteit Twente:

De ernst van de millenniumbug laat zich niet verklaren door beperkingen van de computerhardware, maar door het feit dat veel programmeurs niet verder vooruit kijken dan hun volgende opdracht.

Een universiteit is geen adviesbureau.

Arie Jan de Waard, faculteit Werktuigbouwkunde, Universiteit Twente:

Naast efficiency en effectiviteit moeten ook de culturele normen en waarden en de ‘esprit de corps’ van een organisatie een rol spelen in herstructureringsprocessen.

Voor de wereldstabiliteit dient de Westerse wereld de omwenteling naar een marktgerichte economie in de voormalige Sovjetstaten blijvend te ondersteunen; dit ondanks de doorgaans deplorabele staat van de meeste economieën en de vaak onzekere politieke situatie.

Voor voldoende kwaliteit binnen het Officierskorps van de Nederlandse Krijgsmacht moet een einde komen aan sleetse carrièrepatronen.

Een vaste eenduidige sluitingstijd voor alle horecagelegenheden vergroot de kans op nachtelijke onrust aanzienlijk. Gespreide sluitingstijden verdienen in die zin de voorkeur.

Een misplaatst gevoel van onveiligheid bij de bevolking ten aanzien van de millenniumproblematiek resulteert in een grotere kans op economische schade dan de mogelijke uitwerking van het millenniumprobleem zelf.

Roland Bal, faculteit Wijsbegeerte en Maarschappijwetenschappen, Universiteit Twente:

De vakbeweging draagt met de oprichting van een ‘bureau voor aansprakelijkheid’ bij aan de door haar gevreesde ‘Amerikaanse toestanden’ in de sociale zekerheid.

Het is een vergissing utopieën te lezen als een blauwdruk van een nieuwe samenleving in plaats van als kritiek op een bestaande.

De term ‘zinloos geweld’ suggereert ten onrechte dat er ook zinvol geweld bestaat.