1998

98-15

WETENSCHAPSAGENDA 98/15 6-11-98

Agenda

Samenvattingen promoties

Stellingen

Archief

 

Deze wetenschapsagenda is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Zij verschijnt ± 20 maal per jaar in een oplage van 500 stuks. Bel of mail ons voor nadere informatie of een gratis abonnement.

Dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen, Postbus 217, 7500 AE Enschede, telefoon (053) 489 43 85, E-mail: a.m.dijkstra@veb.utwente.nl
Laatste nieuws op Internet: URL: http://www.utwente.nl/nieuws


 

Proefschriften ook on-line beschikbaar
Een groot aantal proefschriften zijn direct opvraagbaar via de website van de Universiteitsbibliotheek. De documenten zijn in het kader van het webdocproject per faculteit /instituut integraal opgeslagen in pdf formaat.

 

Samenvattingen promoties

Toekomst voorspellen van technologie

* 6 november, 13.00 uur
promotie ir. G.J. Schaeffer, faculteit Wijsbegeerte en Maatschappijwetenschappen: 'Fuel cells for the future. A contribution to technology forecasting from a technology dynamics perspective'

Het voorspellen van ontwikkelingen is moeilijk, dat geldt ook voor het voorspellen van technologische ontwikkelingen. Toch doet een groep wetenschappers, technology forecasters genoemd, uitspraken over de toekomst van technologische ontwikkelingen. De basistechnieken die ze gebruiken stammen nog uit de jaren 70. Daarnaast bestaat er een vakgebied - technologie-dynamica - waarin technologische veranderingsprocessen worden bestudeerd. Ir. G.J. (Gerrit Jan) Schaeffer onderzocht welke inzichten uit de technologiedynamica bijdragen kunnen leveren aan het aanvullen en verbeteren van de toekomstverkenningsmethoden en -praktijken. Hij deed dat aan de hand van de ontwikkeling van de technologie van brandstofcellen. Via onder meer ethnografisch participatief onderzoek, interviews, analyse en constructie van statistieken en modelbouw verwierf hij meer inzicht in hoe gedeelde toekomstvisies binnen een technologische maatschappij de loop van de onderzoeksontwikkelingen kunnen beinvloeden. Daarnaast kreeg hij meer inzicht in het belang van het strategisch positioneringsgedrag in Research and Development-processen. Zijn bevindingen kunnen bijdragen aan verbeterde modellen die als ondersteuning worden gebruikt bij beleidsadviezen over technologiebeleid aan nationale en internationale overheden. Het onderzoek is gefinancierd door het ECN in Petten.

promotor prof. dr. A. Rip
informatie mw.drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
email a.m.dijkstra@veb.utwente.nl


Collagene materialen verbeterd
*6 november
promotie ir. R. Zeeman, Faculteit Chemische Technologie: 'Cross-linking of collagen-based materials'

Het meest voorkomende eiwit in zoogdieren is collageen. Deze vezels hebben eigenschappen die ze interessant maken om te gebruiken als biomateriaal. Zo hebben ze een hoge sterkte, een lage rek en zijn ze geschikt als substraat voor celgroei. Tijdens implantatie van collageen-houdende weefsels, bijvoorbeeld als weefselhartklep, is het collageen echter wel gevoelig voor degradatie door enzymen. Daarom wordt het collageen bewerkt. Het wordt gecrosslinkt, wat betekent dat er chemische bindingen tussen de afzonderlijke collageen moleculen worden geplaatst. Daarnaast heeft het crosslinken als positief bij-effect dat allergische en immunogene reacties op het materiaal verminderen. Op die manier ontstaat er een lichaamsvriendelijker materiaal. Omdat de huidige methoden om collageen te crosslinken ook nadelen veroorzaken, zoals giftigheid (toxiciteit) en verkalking (calcificatie), zocht ir. R. Zeeman naar nieuwe crosslinkmethoden. Dat moet leiden tot betere weefsels die niet degraderen, lichaamsvriendelijk zijn en vooral niet calcificeren. Uit de literatuur blijkt dat crosslinken op basis van bifunctionele-epoxide verbindingen tot betere hartkleppen leidt. Vooral het optreden van calcificatie (het neerslaan van calciumzouten op het zachte oppervlak) vermindert. Zeeman testte daarom de stof 1,4-butaandiolglycidyl ether (BDDGE) als crosslinker en vormde verschillende crosslinks in het collageen. Op deze manier verkreeg hij meer inzicht in de chemie en de kinetiek van de crosslinken en is hij in staat dit proces te sturen. Door de reactiecondities aan te passen kon hij materialen maken met de gewenste degradatie en mechanische eigenschappen. Verder nam hij geen verkalking waar bij implantatie van het gecrosslinkte materiaal. Bij de toepassing van het op deze manier gecrosslinkte materiaal bij varkenshartkleppen vond echter nog wel verkalking plaats, zij het in iets mindere mate als bij de huidige toegepaste hartkleppen. Zeeman concludeert dat er een breed scala aan toe te passen materiaal is verkregen. De crosslinkmethoden die in dit onderzoek zijn ontwikkeld zijn onder meer toe te passen in collageen-houdend materiaal als wondbedekkers, pezen, kunstaders en knie- of enkelbanden.
Het onderzoek vond plaats bij het BioMedisch Technologisch Instituut van de Universiteit Twente in samenwerking met Medtronic/Bakken Research Center BV.

promotor prof. dr. J. Feijen
co-promotor dr. P.J. Dijkstra
informatie mw.drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
email a.m.dijkstra@veb.utwente.nl


Computersimulaties verbeteren inzicht en begrip

* 5 november, 13.15 uur
promotie drs. J. (Janine) Swaak, vakgroep Instructietechnologie, facul-teit Toegepaste Onderwijskunde: 'What-If; Discovery simulations and assessment of intuitive knowledge'

Met leeromgevingen als Smisle en SimQuest worden computersimulaties voor natuurkundig onderwijs ontworpen. Botsingen, harmonische trillingen en elektronische netwerken komen aan bod. De stof wordt niet uitputtend uitgelegd maar de cursist moet met 'ontdekkend leren' zelf wijs worden. Daartoe staan verschillende wegen open: zelf experimenten bedenken en uitvoeren, op resultaten anticiperen, via verschillende representaties - zoals grafieken, animaties en numerieke output - dieper tot de materie doordringen etc.
In haar proefschrift heeft drs. Janine Swaak vijf experimenten met verschillende groepen studenten uitgevoerd om de resultaten van deze manier van leren te meten. Volgens de onderzoekster leidt het leren met simulaties tot lastig te verwoorden kennis. Deze zogenoemde 'intu´tieve kennis' is evenwel erg belangrijk. Intu´tieve kennis is een belangrijk onderdeel van het begrip en het inzicht dat de cursist van het bestudeerde onderwerp heeft. Om deze manier van leren te toetsen zijn andere methoden nodig dan die waarbij de nadruk ligt op het reproduceren van definities, of het uitwerken van sommen en formules. Karakteristiek voor intuitieve kennis is: de snelle beschikbaarheid, de belangrijke rol van perceptie en visualisatie, en een goede anticipatie op de uitkomsten. In testen moeten deze elementen terugkomen. What-If testen lijken hiervoor geschikt. Ze bestaan altijd uit drie delen: condities, acties en voorspellingen. De cursisten wordt gevraagd zo snel en accuraat mogelijk aan te geven welke voorspelling juist is, gegeven getoonde veranderingen in condities. In de testomgeving zijn deze condities weergegeven in plaatjes met een korte tekst. De cursisten kunnen kiezen uit drie antwoorden.
Uit de uitgevoerde experimenten concludeert Swaak dat de What-If testen geschikt lijken om de resultaten van het leren met simulaties te toetsen. In de vijf experimenten was een significante toename in correctheid van de antwoorden meetbaar. In vier van de vijf experimenten was verder een significante afname in de antwoordtijd te zien. Bovendien was de winst op de What-If testen groter dan de winst op toetsen die de nadruk legden op kennis van definities. Het onderzoek maakte onderdeel uit van de EG-projecten Smisle en Servive.

promotoren: prof. dr. J. Pieters en prof.dr. T. de Jong
informatie: M.A.M. van Zaalen, telefoon (053) 489 22 14
e-mail: m.a.m.vanzaalen@veb.utwente.nl