1998

98-08

WETENSCHAPSAGENDA 98/08 25-05-98

Agenda

Samenvattingen promoties

Stellingen

Archief

 

Deze wetenschapsagenda is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Zij verschijnt 20 maal per jaar in een oplage van 500 stuks. Bel of mail ons voor nadere informatie of een gratis abonnement.

Dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen, Postbus 217, 7500 AE Enschede, telefoon (053) 489 43 85, E-mail: a.m.dijkstra@veb.utwente.nl



Samenvattingen promoties

Proefschriften ook on-line beschikbaar
Een groot aantal proefschriften zijn direct opvraagbaar via de website van de Universiteitsbibliotheek. De documenten zijn in het kader van het webdocproject per faculteit /instituut integraal opgeslagen in pdf formaat.

biomedische werktuigbouwkunde

* 28 mei, 13.15 uur
promotie ir. B.J.J.J. van der Linden, Werktuigbouwkunde: ĎMechanical modelling of skeletal muscle functioning'

Voor de beweging van het lichaam of van lichaamsdelen is een gecombineerde inspanning nodig van het centrale zenuwstelsel en het spierskeletsysteem. Spieren komen voor in een grote variŽteit van vormen. Dit suggereert dat er een verband bestaat tussen de morfologie van een spier en de mogelijkheid tot het leveren van kracht. Inzicht in dit verband levert kennis over het functioneren van een spier en uiteindelijk kennis over de bijdrage van een spier aan een bepaaalde beweging. Van der Linden heeft onderzoek gedaan naar het functioneren van de skeletspier. Hij heeft verschillende typen modellen, deels al bekend uit de literatuur, ontwikkeld en gebruikt voor het voorspellen van de spierkracht onder verschillende omstandigheden. Met name het verband tussen de lengte en de geleverde kracht van een spier heeft hij bestudeerd. De resultaten heeft hij vergeleken met experimenten aan spieren van de rat. Verder heeft hij een geavanceerd model van de skeletspier, een zogeheten eindigeelementenmodel, ontwikkeld voor de beschrijving van het functionele gedrag van een spier. Van de hartspier bestaan al dergelijke modellen, maar voor de skeletspier is Van der Lindenís model het eerste. Binnen het biomedisch onderzoek aan de Universiteit Twente wordt deze kennis toegepast bij de ontwikkeling van Functionele Elektro Stimulatie, de kunstmatige stimulering van spieren bij personen die door een verlamming zijn getroffen. Daarnaast kunnen Van der Lindenís resultaten inzicht geven in het mogelijke succes van klinische ingrepen zoals de verlenging van spieren bij spasticiteit.

promotor prof.dr.ir. H.J. Grootenboer
co-promotor prof.dr. P.A.J.B.M. Huijing
informatie mw.drs. A.M. Dijkstra,
telefoon (053) 489 43 85
e-mail a.m.dijkstra@veb.utwente.nl


proceskunde

* 29 mei, 13.15 uur

promotie ir. G. Rexwinkel, Chemische Technologie: ĎThe removal of chlorinated hydrocarbons from aqueous streams using hydrophobic sorbents'
De verontreiniging van oppervlakte- en grondwater met gechloreerde koolwaterstoffen is algemeen erkend als een belangrijk milieuprobleem. Afhankelijk van de concentratie van de verontreiniging in het afvalwater zijn verschillende reinigingstechnieken beschikbaar. Bij lage concentraties wordt adsorptie van de verontreiniging aan actieve kool veel toegepast. Pluspunten van het gebruik van actieve kool zijn de hoge adsorptiecapaciteit en de lage kosten. Een belangrijk nadeel is echter dat actieve kool slecht te regenereren is, waardoor het niet geschikt is voor continue toepassingen waarbij de actieve kool geregenereerd wordt. In de jaren zestig zijn nieuwe synthetische sorbentia ontwikkeld op basis van poreus polystyreen-divinylbenzeen. Deze sorbentia kunnen efficiŽnt en onder milde omstandigheden geregenereerd worden. Daardoor is regeneratie technisch en economisch aantrekkelijk geworden en kan reiniging van afvalwater met compacte apparatuur uitgevoerd worden.

Rexwinkel heeft onderzoek gedaan naar de adsorptie-eigenschappen van verschillende synthetische sorbentia. Daartoe heeft hij experimenten uitgevoerd met de adsorptie van gechloreerde koolwaterstoffen zoals 1,1,1-trichloorethaan en chloroform. Tevens heeft hij modelberekeningen uitgevoerd. Op basis daarvan heeft hij een nieuw efficiŽnt adsorptiesysteem ontwikkeld en getest onder laboratoriumomstandigheden. De resultaten daarvan heeft Rexwinkel vervolgens gebruikt voor het ontwerp van een scheidingsinstallatie van industriŽle afmetingen, voor de scheiding van de verontreiniging en de waterstroom. Het onderzoek werd gefinancierd door SENTER en vond plaats in samenwerking met Akzo-Nobel.

promotor prof.dr.ir. W.P.M. van Swaaij
assistent-promotor dr.ir. A.B.M. Heesink
informatie mw.drs. A.M. Dijkstra,
telefoon (053) 489 43 85
e-mail a.m.dijkstra@veb.utwente.nl


textiel

*29 mei 1998, 15.00 uur
promotie ir. H. (Henk) Gooijer, Chemische Technologie : 'Stromingsweerstand van textiele materialen'

Ir. Gooijer heeft onderzocht hoeveel moeite je moet doen om water door een textiel te laten stromen. Dit proces is van belang voor het wassen en verven van textiele materialen. Gooijer heeft daarbij vooral gekeken naar industriŽle wasserijen: "Als je aan het wassen bent, moet de vloeistof in het textiel voortdurend worden ververst. Hoe hoger de doorstromingsweerstand van het textiel, hoe meer moeite dat kost en hoe langer het duurt. Deze weerstand bepaalt dus de effectiviteit van het wasproces."

De promovendus concludeert, dat je wel de vloeistof tussen de draden kunt verversen, maar niet de vloeistof in de draden: "Water zoekt de weg van de minste weerstand. De gaatjes tussen de draden zijn veel groter dan de gaatjes in de draden. Het water stroomt dus langs de draden en staat in de draden gewoon stil." Gooijer vergelijkt het met thee zetten: "Als je niets doet, verspreidt de thee zich heel langzaam door de pot. Als je roert, gaat het veel sneller. Probleem is, dat je niet in het textiel kunt roeren. Het water heeft altijd een ontsnappingsmogelijkeid en komt daardoor niet žn de draden. Uiteindelijk mengt het wel, maar dat duurt heel lang. En aangezien het vuil in de draad zit, duurt wassen altijd lang en moet je er veel energie in stoppen."

Aan de hand van de conclusie van Gooijer kan de industrie nu inschatten wat de weerstand van een textiel is: "Men weet nu waarom het ene weefsel langer in de wasmachine moet blijven dan het andere." De volgende stap is het ontwikkelen van een betere wasmachine: "Er komt een vervolgonderzoek naar een ultrasone wasmachine, waarmee je wŤl stromingen in een draad kunt maken. Zo'n machine kan het vuil dus heel snel vanuit de draad naar buiten vervoeren." De heer Gooijer heeft zeven jaar aan de UT gewerkt als universitair docent en is nu werkzaam bij Stork Brabant. Zijn onderzoek is gefinancierd door de Nederlandse textielindustrie.

promotor prof. dr. ir. M.M.C.G. Warmoeskerken
co-promotor prof. drs.ir. J. Groot Wassink
informatie mw.drs. A.M. Dijkstra,
telefoon (053) 489 43 85
e-mail a.m.dijkstra@veb.utwente.nl



integratie van vijf psychologische theorieŽn over kiesgedrag

* 11 juni 1998, 15.00 uur
promotie: drs. M. (Max) Visser, Bestuurskunde: ĎFive theories of voting action, strategy and structure of psychological explanation'

De studie van kiesgedrag is een populaire tak van onderzoek waaruit een veelheid aan benaderingen voortvloeit. Vanuit ieder vakgebied heeft men namelijk zo zijn eigen kijk op kiesgedrag. Nu kunnen verschillende benaderingen op zich verhelderend werken, maar ook een integratie van verschillende bestaande theorieŽn kan meer licht op kiesgedrag werpen. Visser (1963, Heerenveen) heeft hiertoe een aanzet geleverd door zich in zijn proefschrift te richten op vijf bestaande psychologische theorieŽn van het kiesgedrag. Hij heeft een uitgebreid literatuuronderzoek uitgevoerd waarin hij deze theorieŽn beschrijft, ontleedt en op zoek gaat naar mogelijke convergenties tussen de theorieŽn.

De analyse en de beschrijving van de vijf psychologische theorieŽn leiden tot een handelingstheoretisch model van stemgedrag. Dit model gaat er vanuit dat stemgedrag voortkomt uit een wisselwerking tussen factoren binnen de persoon zelf en door hem waargenomen elementen uit zijn omgeving. Deze omgevingselementen kunnen zowel politiek (partijen, strijdpunten en partijleiders) als sociaal (politieke meningen van groepen waarvan de persoon deel uitmaakt of zich verwant mee voelt) zijn. De kern van het model is hierop gericht, dat stemkeuze tot stand komt doordat deze verschillende sociale en politieke elementen uiteenlopende krachten uitoefenen op de kiezer, die uiteindelijk resulteren in een stemkeuze op de verkiezingsdag.

Behalve de beschrijving van het handelingstheoretische model van stemgedrag, heeft Visser ook naar bestaande empirische toepassingen van het model gekeken. Hij maakt hierbij onderscheid tussen de causale en de functionele strategie van onderzoek naar stemgedrag. Binnen het verkiezingsonderzoek wordt de causale strategie het meest gehanteerd. Hierbij zoekt men door middel van enquÍtes onder grote aantallen kiezers naar wetmatigheden in kiesgedrag. De functionele strategie kan echter eveneens een belangrijke bijdrage leveren aan het verkiezingsonderzoek. Hier staat het begrijpen van kiesgedrag voorop, door middel van een intensieve bevraging van enkele respondenten.

promotor prof. dr. J.J.A. Thomassen
co-promotor dr. C.W.A.H. Aarts
informatie mw.drs. H.A. Bakker,
telefoon (053) 489 43 63
e-mail h.a.bakker@veb.utwente.nl


statistiek

* 12 juni, 15.00 uur
promotie mw.drs. G.R.J. Arts, Toegepaste Wiskunde: ĎTest limits in quality control using correlated product characteristics'

Voor het waarborgen van de kwaliteit van een product worden in productieprocessen vaak alle producten geÔnspecteerd voor aflevering. Deze inspectie kan een of meerdere producteigenschappen betreffen. Een product wordt pas geaccepteerd als de metingen van alle eigenschappen aan hun testgrenzen voldoen. Deze testgrenzen zijn in verband met de meetfout iets strenger dan de kwaliteitseisen. Als een bepaalde eigenschap alleen destructief of tegen hoge kosten valt te meten, dan kan beter een andere eigenschap gemeten worden die gerelateerd is aan de bewuste eigenschap. Arts laat in haar proefschrift zien hoe metingen van gecorreleerde eigenschappen gebruikt kunnen worden voor de inspectie van een bepaalde eigenschap. De correlatie tussen de gemeten eigenschap en de eigenschap waarin men eigenlijk is geÔnteresseerd is in het algemeen niet perfect. Daardoor zal men fouten maken bij het goed- of afkeuren van een product. Naarmate een testgrens strenger wordt gesteld, worden er minder producten ten onrechte goedgekeurd, maar worden er meer producten ten onrechte afgekeurd. Zowel ten onrechte goedkeuren als ten onrechte afkeuren is ongewenst. Het bepalen van de testgrenzen is daarom van groot belang. Arts heeft gekeken naar twee criteria die in de praktijk van massaproductie worden toegepast. Dat zijn de consumer loss, de fractie geproduceerde producten die Ďdefectí zijn en toch goedgekeurd worden, en de consumer risk, de fractie goedgekeurde producten die niet aan de kwaliteitseis voldoen. De grens die aan deze fracties wordt gesteld ligt in de praktijk vaak tussen de 1 en 100 stuks per miljoen. Arts heeft onderzocht hoe, gegeven deze criteria, de opbrengst (het percentage goedgekeurde producten) gemaximaliseerd kan worden. Op basis hiervan heeft zij voor de inspectie van meerdere producteigenschappen een procedure ontwikkeld die efficiŽnter is dan de gangbare procedures. Tijdens het onderzoek is samengewerkt met Philips Semiconductors te Nijmegen.

promotor prof.dr. W. Albers
assistent-promotor dr. W.C.M. Kalkenberg
informatie mw.drs. A.M. Dijkstra,
telefoon (053) 489 43 85
e-mail a.m.dijkstra@veb.utwente.nl


Stellingen

R.M. de Vos, Chemische Technologie, Universiteit Twente:

De chemische industrie maakt zich ten onrechte bezorgd over het tekort aan chemici, de vijver waaruit men vist is slechts kleiner geworden.

Als de feiten niet kloppen met de verwachtingen is dat jammer van de verwachtingen.

Stereotypen zijn de enige mensen die niet bestaan.

De afstand Holland - Oost-Nederland is groter dan de afstand Oost-Nederland - Holland.

Lex Heerink, Informatica, Universiteit Twente:
De uitspraak "Tests bewijzen het" wordt , met name in de reclamewereld, veelal op een verkeerde en onware manier gebruikt (hoofdstuk 1 van proefschrift 'Ins en Outs in Refusal Testing'.

De meeste voetballers zijn tweebenig.

Aan de term "parachuteren" zit een luchtje.

Het millenium-probleem ligt alleen voor ons, omdat Christus' geboorte in het jaar 0 reeds ver achter Hem lag*. * The New Ececlopśdia Brittanica, Micropśdia Ready Reference, 15e jaargang, 1989.

Bier is een prima bindmiddel.

Henk Gooijer, Chemische Technologie, Universiteit Twente:
Een campagne ter verbetering van het imago van de chemie zal, teneinde geloofwaardig te zijn, expliciet aandacht moeten besteden aan de constatering: "Chemie vervuilt".

De gemiddelde treinreiziger is minder gebaat bij een uitbreiding van het aantal aanbieders op een traject dan bij de uitbreiding van het aantal treinen op dat traject.

De term natuurproduct wordt vaak ten onrechte gebruikt in de betekenis van milieuvriendelijk product.

Het streven naar het sluiten van materiaalkringlopen biedt nieuwe mogelijkheden voor de textielindustrie in West-Europa.

Slapen verkort de afstand Amsterdam-Enschede.

Henri ter Hofte, Informatica, Universiteit Twente:
De benaming 'personal computer' is een anachronisme - vergelijkbaar met de aanduiding 'koets zonder paarden' - dat onrecht doet aan de mogelijkheden van het apparaat om samenwerken en andere taken dan rekenwerk te ondersteunen.

De gewoonte in sommige landen om een proefschrift niet in het Engels te schrijven en de gewoonte van sommige universtiteiten om een proefschrift niet op Internet beschikbaar te stellen, kunnen gezien worden als moderne vormen van intellectuele kapitaalvernietiging.

Verjaardagskalenders met ťťn maand per pagina benadelen de mensen die in de eerste dagen van de maand jarig zijn.

Beter dan om de vraag of een glas half vol dan wel half leeg is, kan men zich bekommeren om de vraag hoe groot het glas is.

G. Rexwinkel, Chemische Technologie, Universiteit Twente:
Door de voortdurende verbetering van de medische zorg wordt de natuurlijke selectie in toenemende mate uitgeschakeld waardoor de kans op ziektes waarbij ook erfelijkheid een rol speelt in de toekomst zal toenemen.

Het niet formuleren van streefcijfers voor vrouwen in hogere functies door de Universiteit Twente duidt erop dat het College van Bestuur vrouwen serieus neemt.