1998

98-03

WETENSCHAPSAGENDA 98/03 15-02-98

Agenda


Samenvattingen promoties


Stellingen


Persberichten


Deze wetenschapsagenda is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Zij verschijnt 20 maal per jaar in een oplage van 500 stuks. Bel of mail ons voor nadere informatie of een gratis abonnement.

Dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen, Postbus 217, 7500 AE Enschede, telefoon (053) 489 43 85, E-mail: a.m.dijkstra@veb.utwente.nl



Samenvattingen promoties

analyse bedrijfsprocessen

* 19 februari, 14.45 uur

promotie ir. D.A.C. (Dick) Quartel: "Actie Relaties. Basis-ontwerpconcepten voor gedragsmodellering en -verfijning"

Aan de UT wordt binnen het zogenaamde "Testbed-pro-ject" gewerkt aan technieken voor het beschrijven en analyseren van bedrijfsprocessen. Dergelijke com-plexe zaken kunnen dankzij deze technieken op syste-matische en effectieve wijze worden (her)ontworpen. Dick Quartel (Informatica) heeft gewerkt aan de wiskundige onderbouwing van deze technieken.

In bedrijven vinden allerlei activiteiten plaats. Er zijn ontwerpmethoden en een ontwerptaal nodig om daar een model van te kunnen maken en om de relaties tussen alle activiteiten netjes weer te geven. De elementaire taalelementen om dergelijke modellen op te bouwen, zijn door Quartel precies gedefinieerd. Hij heeft ze afgebeeld op een wiskundig model, waar-door het makkelijker is geworden om op het model berekeningen los te laten.

Het werk van Quartel heeft geleid tot een krachtige ontwerptaal, die zeer precies beschreven is: "Er ligt nu een goede basis om daar softwaregereedschappen omheen te ontwikkelen, die ondersteuning moeten bieden voor het maken van systeemmodellen en voor het automatisch analyseren van deze modellen. Het onderzoek van Quartel was voorbereidend: "Het is heel fundamenteel. Onder zo'n model zit een heel wiskundig apparaat, waar je als ontwerper misschien niet direct in bent geïnteresseerd. Maar toch is dat nodig om je modellen en analyses voldoende precies te maken".

promotor prof. dr. ir. C.A. Vissers
informatie mw.drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
e-mail a.m.dijkstra@veb.utwente.nl

reiniging kolengas

* 19 februari, 16.45 uur

promotie ir. R.H. Venderbosch, Faculteit Chemische Technologie: ‘De rol van clusters in gas-vast reactoren'

Reiniging van kolengas, in een IGCC elektriciteitscentrale geproduceerd, is noodzakelijk om nadelige effecten als beschadigingen van de gas turbine en de uitstoot van schadelijke componenten in het milieu te voorkomen. Vaak vindt deze ontzwaveling plaats door een zogeheten 'natte gaswassing', maar zo'n IGCC centrale kan een stuk efficiënter werken als de gasreinigingsstappen, zoals de ontzwaveling, bij hoge temperaturen en met vaste absorbentia worden uitgevoerd. Dat is te bereiken bij het gebruik van ijzer-oxide. Omdat deze ontzwavelings- en regeneratie-reacties erg snel blijken te zijn, is het gebruik van kleine deeltjes aan te bevelen. Vooral in het geval van gasreinigingsprocessen, zoals de ontzwaveling, moet de concentratie van het ongewenste product in een grote gasstroom zeer snel worden gereduceerd tot een extreem laag niveau. Dan is de contacteffectiviteit een kritische factor.

Ir. R.H. Venderbosch heeft in diverse voor ontzwaveling geschikte reactoren via kleine proefopstellingen die contacteffectiviteit verder onderzocht. Daarnaast onderzocht hij de techniek van de verdunning van de actieve katalysator met identieke, maar inerte deeltjes, die gebruikt zijn om de invloed van de lokale reactiesnelheid op de contacteffectiviteit. Ook heeft Venderbosch een serie ontzwavelingsexperimenten uitgevoerd met een sorbent materiaal, dat ontwikkeld is door het ECN.

Een belangrijke conclusie van Venderbosch is dat bij het gebruik van kleine deeltjes de contact-effectiviteit in de beschouwde reactoren veel lager is dan verwacht. Venderbosch toont aan dat axiale dispersie bijna geen invloed heeft op de experimentele conversie. Ook blijkt dat de effectiviteit van het contact tussen het gas en de deeltjes zeer sterk afhankelijk te zijn van de lokale snelheid van de toegepaste reactie en die is gevarieerd door verdunning.

De methode beschreven door Venderbosch is toepasbaar in een breed scala van reactoren op elke schaal en voor de actuele condities van de ontzwavelings-reactie.

promotor prof. dr. ir. W.P.M. van Swaaij
informatie mw.drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
e-mail a.m.dijkstra@veb.utwente.nl

wie bepaalt de kwaliteitsnormen in een verpleeghuis?

* 27 februari 1998, 15.00 uur.

promotie drs.C.M.A. Veldkamp, Faculteit Bestuurskunde: ‘Beelden van kwaliteit: normanalyse als bruikbaar hulpmiddel bij kwaliteitszorg in verpleeghuizen’

Wat zijn de normen voor kwaliteit in een verpleeg-huis? Bewoners vinden misschien een gezamenlijke maaltijd of persoonlijke aandacht belangrijk, maar verpleegkundigen en het management hebben soms hele andere ideeën. Bij kwaliteitszorg in verpleeghuizen werd tot nu toe onderzocht of de praktijk voldoet aan extern vastgestelde normen. Hierbij moest een keuze worden gemaakt voor het perspectief van één van de betrokken groepen. Drs. Carla Veldkamp heeft een nieuwe methode ontwikkeld: "Wij werken totaal andersom. Kwaliteit is wat mensen ervan vinden. En dus moet je eerst vragen wat mensen eigenlijk willen. Dan pas kun je bepalen of er spra-ke is van kwaliteit. Daarin is deze methode zeer vernieuwend." De ontwikkelde methode, die de naam 'normanalyse' heeft gekregen, bestaat uit een stappenplan. In dit plan wordt eerst bepaald welk probleem wordt onderzocht. Er worden enkele interviews gehouden om inzicht te krijgen in de ideeën die in de betrokken groepen leven over kwaliteit. Hierover wordt een vragenlijst opgesteld en vervolgens bepaalt het oordeel van de groep welke ideeën tot norm worden verheven. "Met deze methode kunnen kwaliteitsnormen worden achterhaald en verhelderd. Tevens kan worden bepaald wat de overeenkomsten en verschillen zijn in de normen van de betrokken groepen. Het management van een verpleeghuis kan met deze wetenschap actie ondernemen," aldus Veldkamp."Het is de enige methode die de mogelijkheid biedt om instellings-specifiek de kwaliteitseisen vast te stellen." De methode wordt al toegepast in het Academisch Ziekenhuis Groningen, maar is niet alleen in de gezondheidszorg bruikbaar: "Eigenlijk kan deze normanalyse overal worden gebruikt waar normen belangrijk zijn in de taakuitvoering van mensen."

promotor prof.dr. C.L. Menting
co-promotor dr.J. G.J. Wassink
informatie mw.drs. H.A. Bakker, telefoon (053) 489 43 63
email h.a.bakker@veb.utwente.nl

structuur van yoghurts

* 26 februari, 15.00 uur

Mw.drs. M.E. van Marle, Nederlands Instituut voor ZuivelOnderzoek: 'Structure and rheological properties of yoghurt gels and stirred yoghurt'

Yoghurt eten we allemaal wel eens. Maar hoe maak je nu precies die yoghurt met de ideale eigenschappen? Tot nu toe is er weinig bekend over de structuur en fysische eigenschappen van roeryoghurt. Mw.drs. M.E. van Marle heeft daarom deze eigenschappen van roeryoghurt onderzocht. Ze maakte hiervoor vier types yoghurt, drie gemaakt met yoghurtculturen en één met de chemische stof GDL. Van deze yoghurts heeft ze onder meer de viscositeit, de grootte van de deeltjes, het eiwitgehalte en de kweektemperatuur van de yoghurts bekeken. De drie culturen gaven zeer uiteenlopende viscositeiten aan de yoghurts. Uit haar resultaten bleek, in tegenstelling tot wat men altijd dacht, dat de culturen alledrie een slijmstof, EPS genoemd, produceren. Ook blijkt deze stof op een complexe manier samen te hangen met de viscositeit van de yoghurt. Zo bepalen onder meer de groei-eigenschappen van de culturen de inhomogeniteit van de het yoghurtgel (de standyoghurt). Vervolgens beinvloedt die inhomogeniteit de zogeheten breukeigenschappen. En die laatste zijn van belang voor de viscositeit en de homogeniteit van de yoghurt na roeren.

Door het onderzoek van Van Marle is meer inzicht verkregen hoe het type yoghurtcultuur en de kweektemperatuur de structuur van de yoghurt beinvloedt. Het onderzoek is uitgevoerd bij het Nederlands Instituut voor Zuivel Onderzoek (NIZO) in Ede, samen met de Landbouw Universiteit Wageningen, sectie geïntegreerde levensmiddelentechnologie en - fysica en de vakgroep Reologie van de Universiteit Twente.

promotoren prof. J. Mellema prof. P. Walstra, Landbouw Universiteit Wageningen
co-promotor dr.ir. P. Zoon, NIZO
informatie mw.drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
e-mail a.m.dijkstra@veb.utwente.nl

model is kapstok voor onderzoek naar ondernemerschap

* 6 maart 1998, 16.45 uur

promotie J. Mekkes MBA, Faculteit Technologie & Management: ‘Ondernemerschap; een bedrijfskundige benadering’ "

Allerlei aspecten van het ondernemerschap zijn uitgebreid bestudeerd, maar niemand kan precies uitleggen wat ondernemerschap is," aldus Johan Mekkes. Hij heeft getracht het fenomeen 'onder-nemerschap' middels een model in beeld te brengen waarin enerzijds de economische resultaten zichtbaar worden en anderzijds wat nodig is om tot onderne-mend gedrag te komen. De promovendus heeft daarbij gebroken met het traditionele onderzoek naar onder-nemerschap, dat zich met name richt op deelaspecten ervan: "Ik heb wat algemener -vanuit de theorieën- naar het geheel gekeken."

"Het voortbestaan van een onderneming is uiteinde-lijk afhankelijk van het op tijd de rekeningen kun-nen betalen", aldus Mekkes. Vanuit die abstracte benadering heeft hij een model opgesteld, dat een goed inzicht geeft in de bedrijfseconomische presta-ties van ondernemingen. Vervolgens heeft hij drie samenhangende economische functies van de ondernemer gekoppeld aan dit model: "Visie en innovatie komen daarbij tot uitdrukking in de keuzes die ge-maakt worden ten aanzien van investeringen. Risico en onzekerheid komen tot uitdrukking in de wijze van financiering. Leiderschap en rentmeesterschap komen tot uitdrukking in een organisatie die goederen of diensten levert en daarbij een winstmarge tracht te realiseren."

Mekkes concludeert dat psychologische aspecten van ondernemerschap vrijwel naadloos aansluiten op het ontwikkelde bedrijfseconomische model: "Door de verschillende aspecten aan elkaar te knopen kom je tot een samenhangend raamwerk. Er is tot dusver geen kapstok geweest waaraan resultaten van ondernemerschapsonderzoek kunnen worden opgehangen. Mijn model kan nog verder worden uitgewerkt en als een dergelijke kapstok gaan functioneren."

promotoren prof.dr. J. Bilderbeek en prof.dr.ir. W.E. During
informatie mw.drs. H.A. Bakker, telefoon (053) 489 43 63
email h.a.bakker@veb.utwente.nl

Stellingen


ir. R.H. Venderbosch, faculteit Chemische Technologie, Universiteit Twente:
Met de hoeveelheid biomassa, die volgens het ministerie van Economische Zaken in het jaar 2020 beschikbaar moet zijn voor energietoepassingen, kan juist worden voorzien in de hoeveelheid energie, die in het boekjaar 1996/97 door de KLM nodig was om de luchtvloot operationeel te houden. (NOVEM, 1997, National Biomass Research Programme, KLM, 1997, Milieujaarverslag 1996/97)

De vooruitgang in de wetenschap wordt belemmerd door het niet of beperkt rapporteren van foutieve experimenten en van tekortkomingen in het experimentele werk. Lange mensen worden in de Westerse cultuur meer gewaardeerd dan mensen die klein van stuk zijn. Voor lange mensen verdient het dan ook aanbeveling de lichaamslengte in de sollicitatiebrief te vermelden. (The Economist, uit: de Volkskrant, 24 februari 1996)

André Postma, faculteit Informatica, Universiteit Twente:
Het woord 'proefschrift' kan beter vervangen worden door 'schrijfproef'.

Dubbel parkeren als oplossing voor het parkeerprobleem is in overeenstemming met het feit dat fout-tolerante oplossingen altijd duur zijn.

Het gezegde 'Wie schrijft die blijft' is met de huidige bezuinigingen op universiteiten en het aantrekken van de arbeidsmarkt voor informatici, niet van toepassing op informatica-AIO's, aangezien het merendeel tijdens of na het schrijven van zijn/haar proefschrift de universiteit verlaat.

De invoering van het groene boekje voor de spelling van de Nederlandse taal zorgt ervoor dat nu ook degenen die nog niet twijfelden aan de juiste spelling van het Nederlands, aan het twijfelen worden gebracht.

Op een fout-tolerant ontwerp kan beter geen copyright zitten.

Harry van den Meijgaard, faculteit Technische Natuurkunde, Universiteit Twente:
Het zou voor de ontwikkeling van jonge kinderen beter zijn meer tijd te besteden aan de ontwikkeling van de imaginatie in plaats van het overmatige consumptieve gebruik van 'images'.

De roep om internationalisering in het onderwijs uit het begin van de tachtiger jaren leidde onder meer tot een grote studentenmobiliteit; deze mobiliteit leidt nu tot verstopping van wegen en luchthavens. Het lijkt goed de resultaten van de lijfelijke mobilieit te evalueren en te vergelijken met de resultaten via de 'elektronische snelweg'. Anderzijds zal een intensiever gebruik van de 'elektronische snelweg' eveneens tot grotere filevorming leiden.