1997

97-11

WETENSCHAPSAGENDA 97/11 13-08-97

Agenda

Samenvattingen promoties

Persberichten

Stellingen

Deze wetenschapsagenda is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Zij verschijnt ± 20 maal per jaar in een oplage van 500 stuks. Bel ons voor nadere informatie of een gratis abonnement.

Bij voldoende belangstelling kunnen wij de Wetenschapsagenda ook verspreiden via E-mail. Bel hiervoor 053-4894075 of mail: a.m.dijkstra@veb.utwente.nl


SAMENVATTINGEN PROMOTIES

Katalyse

22 augustus 1997 13.15 uur

promotie Dipl.-ing. A. Brait: 'Characterization and evaluation of catalysts for fluid catalytic cracking'

Benzine wordt in een raffinaderij geproduceerd door het katalytisch kraken van koolwaterstoffen. In dit productieproces speelt de katalysator een cruciale rol. Een katalysator is een stof die de snelheid en selectiviteit van een chemische reactie kan veranderen, zonder zelf blijvende veranderingen te ondergaan. Met een katalysator kunnen chemische stoffen efficiënter en met minder milieubelasting worden geproduceerd in vergelijking met niet-gekatalyseerde reacties.

Brait onderzocht katalysatoren (zeoliet-matrices) die gebruikt worden voor het katalytisch kraken van koolwaterstoffen. Daarbij richtte hij zich op testreacties voor het bepalen van de kwaliteit van een katalysator. De industrie gebruikt daarvoor de zogeheten ‘micro activity test’. Brait keek naar alternatieve testreacties. Hij vond dat reacties met eenvoudige koolwaterstoffen als n-hexaan goede alternatieven voor de ‘micro activity test’ zijn. Voordelen van zijn testreacties zijn een kleiner aantal reactieproducten, betere interpretatiemogelijkheden en kortere analysetijden. Daarmee kan invoering van Brait’s testreacties voor de industrie financieel gunstig uitpakken.

promotor prof.dr. J.A. Lercher
informatie: drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
email: a.m.dijkstra@veb.utwente.nl


stromingen in pijpen

22 augustus 15.00 uur

promotie ir. E.R. Fledderus: 'Mathematical modelling in swirling flows; a Hamiltonian perspective'

Het stromingsgedrag van vloeistoffen en gassen is van belang in allerlei (industriële) toepassingen, zoals procesinstallaties en gasbranders. Vloeistoffen en gassen kunnen ingewikkelde stromingspatronen vertonen die moeilijk toegankelijk zijn voor experimenteel onderzoek. Daarom worden vaak berekeningen uitgevoerd aan modellen van een vloeistof- of gasstroming. In het vakgebied van de mathematische fysica hangt de waarde van deze computersimulaties af van de kwaliteit van het natuurkundige model en het wiskundige gereedschap.

Fledderus heeft zich in zijn onderzoek bezig gehouden met roterende stromingen in pijpen met variërende diameter. Hij gebruikte daarbij geavanceerde wiskundige technieken om een zo eenvoudig mogelijke beschrijving van dergelijke stromingen te kunnen geven. Daarmee heeft hij het effect onderzocht van de variatie in pijpdiameter en van de viscositeit (de stroperigheid) van gas/vloeistof. Met name was Fledderus geïnteresseerd in het voorkomen van zogeheten terugstroomgebieden op de as van een pijp, gebieden waar vloeistof of gas relatief lang blijft circuleren. Een dergelijk circulatiegebied kan in verbrandingsovens de uitstoot van stikstofoxiden beperken doordat de twee stoffen waaruit stikstofoxiden gevormd worden van elkaar gescheiden blijven. In zijn onderzoek werkte Fledderus nauw samen met de vakgroep Thermische Werktuigbouwkunde waar experimenteel onderzoek aan dezelfde stromingen wordt verricht.

promotor prof.dr.ir. E.W.C. van Groesen
informatie: ir. W.R. van der Veen, tel. 053-489 4244
email: w.r.vanderveen@veb.utwente.nl


betrouwbaar communiceren via netwerken

28 augustus 1997

promotie A. Oláh MSc. ‘Design and Analysis of Transport Protocols for Reliable High-Speed Communications’

Betrouwbare communicatie vraagt om goede afspraken. Dat geldt zeker voor datacommunicatie via snelgroeiende netwerken zoals Internet. En al helemaal voor extreme omstandigheden zoals bij de Mars-missie, waarbij het een tijd duurt voor een verzonden bericht op de bestemming arriveert en voordat een ontvangstbevestiging terugkomt. Goede afspraken, protocollen, zorgen voor een correcte afhandeling van de informatie. Er zijn protocollen voor het opzetten en afbreken van een verbinding, het ‘connectie-management’. Andere protocollen regelen de data-overdracht: omdat de informatie vaak in pakketjes wordt gehakt, is het wel zaak dat alles weer in de goede volgorde op de bestemming aankomt. Oláh heeft de betrouwbaarheid van een aantal protocollen geverifieerd. Hij deed dit met assertional reasoning, waarbij hij stap voor stap de veronderstelde eigenschappen van een systeem bewijst met middelen uit de wiskundige logica. Vaak zijn dergelijke verificatiemethoden òf heel praktisch en weinig accuraat òf juist heel theoretisch en specifiek voor één protocol. Oláh heeft hiertussen naar eigen zeggen een goede balans gevonden, zodat met zijn methode ook direct verbeteringen in protocollen zijn aan te brengen. Bijvoorbeeld bij het vereenvoudigen van de randvoorwaarden aan een systeem, of bij het besparen van tijd: verbeteringen die belangrijk zijn als één ‘server’ zoveel mogelijk transacties (bijvoorbeeld toegang tot Internetpagina’s) per seconde moet kunnen verwerken. Oláh werkt inmiddels bij het Ericsson Traffic Lab in Budapest.

promotor prof.dr.ir. I.C.M.M. Niemegeers
co-promotor dr.ir. S.H. Heemstra de Groot
informatie: ir. W.R. van der Veen, tel. 053-489 4244
email: w.r.vanderveen@veb.utwente.nl


goed oxide voorkomt geheugenverlies

29 augustus 1997 13.15 uur

promotie ir. J.H. Klootwijk: ‘Deposited interpoly Dielectrics for Non-Volatile Memories’

Een goed geheugen valt of staat met de kwaliteit van een miniem laagje siliciumoxide. Dat geldt met name voor EEPROM-geheugens. Electrically Erasable and Programmable Read Only Memories zijn ‘niet-vluchtig’: ze houden hun informatie vast, ook als de spanning is uitgeschakeld. Ze zijn niet, zoals RAM geheugens, willekeurig te schrijven en te lezen. Wel zijn ze met een hoge spanning te wissen en opnieuw te programmeren. De geheugencellen in een EEPROM bestaan uit twee geleidende platen van polysilicium met ertussen het oxidelaagje, het zg. interpoly oxide. Om te voorkomen dat informatie ‘weglekt’ moet het oxide uitstekend isoleren. Maar voor hogere spanningen moet het juist goed geleiden, om te kunnen wissen en schrijven. Het komt bij deze eisen vooral aan op zuiver oxide en een mooie egale verbinding tussen oxide en geleider. En dat is vaak het probleem: oxide wordt meestal bij een hoge temperatuur gegroeid, waarbij een ruw oppervlak ontstaat met slechte eigenschappen. ‘Deponeren’, dus het oxidelaagje op de geleider leggen, werkt beter dan groeien, aldus Klootwijk. Hij heeft een recept ontwikkeld waarin het oxide niet op - en ín - de geleider groeit maar erop wordt gelegd. De geleider zelf moet daarvoor ook heel vlak zijn. Na nog een nabehandeling, die de geleider niet mag aantasten, is dan een laag ontstaan met uitstekende eigenschappen. Klootwijk heeft er al met succes een aantal geheugens mee gemaakt met een grote betrouwbaarheid.

promotoren prof.dr. H. Wallinga en prof.dr. P.H. Woerlee
informatie: ir. W.R. van der Veen, tel. 053-489 4244
email: w.r.vanderveen@veb.utwente.nl


nieuw licht op gedrag van electronen

4 september 13.15 uur

promotie ir. P.L. de Boeij: ‘Dynamic Electric Polarization at Crystalline Surfaces, an ab-initio study of optical reflection’

Reflectie van licht aan een oppervlak van een bepaald materiaal vertelt veel over de eigenschappen van dat materiaal, vooral over het gedrag van de electronen. Dat gedrag bepaalt bijvoorbeeld de aanblik van het materiaal, waaronder de kleur. Op de electromagnetische golf van het licht dansen de electronen alleen mee als het in hun straatje past: alleen met een precies afgepaste hoeveelheid energie verlaten ze de baan waarin ze bewegen voor een andere baan. Die hoeveelheid energie correspondeert met een golflengte van licht. Zo heeft ieder materiaal zijn eigen spectrum en karakteristieke kleur. Meestal zegt de aanblik ook al iets over de geleidbaarheid van het materiaal: goede geleiders zoals metalen zijn vaak spiegelend, terwijl veel isolatoren transparant zijn. De Boeij heeft fundamenteel onderzoek gedaan naar de invloed die electronen hebben op de optische reflectie. Hij heeft hiervoor gekeken naar de oppervlakken van de kristallijne materialen diamant en silicium, vooral naar de buitenste atoomlagen ervan. In die lagen gedragen de electronen zich anders, en is er ook minder symmetrie dan ‘dieper in het materiaal’. Die afwijkingen zijn nu op te sporen. Aan de hand van de posities en typen van de atomen in het materiaal, rekent de door De Boeij ontwikkelde software de reflectie uit. Met deze methode schijnt hij nieuw licht op materiaaleigenschappen. Optische reflectie kan als meetinstrument dienen bij ondermeer het ‘monitoren’ van de groei van atoomlagen

promotor prof.dr. A. van Silfhout
informatie: ir. W.R. van der Veen, tel. 053-489 4244
email: w.r.vanderveen@veb.utwente.nl


productontwikkeling

*12 september 1997 15.00 uur

promotie ir. V.J.B.J. Paashuis: 'The organisation of integrated product development'

Ontwikkeling van nieuwe producten is cruciaal voor het overleven van ondernemingen. Dat vraagt tegenwoordig om een geïntegreerde benadering; (technische) kennis van het nieuwe product is niet meer voldoende. Bij geïntegreerde productontwikkeling gaat het om de strategie en doelen van een onderneming, de beschikbare kennis en vaardigheden en de organisatorische regelingen.

Paashuis heeft promotie-onderzoek gedaan naar de voorwaarden voor een effectieve coördinatie van productontwikkelingsactiviteiten. Hij heeft daarvoor gekeken naar het samenspel tussen strategie en doelen, kennis en vaardigheden, en organisatorische regelingen. Verder onderzocht hij hoe de inrichting van het productontwikkelproces en de organisatie van een onderneming invloed heeft op productontwikkeling. Daarvoor heeft Paashuis in vier bedrijven - Jaguar Cars, Nedap, Vredestein en Agricom - de praktijk van productontwikkeling bestudeerd. Zijn bevindingen leiden tot richtlijnen voor een effectievere organisatie van productontwikkelingsprojecten. Paashuis’ proefschrift verschijnt bij Springer-Verlag, London.

promotor prof.dr.ir. O.A.M. Fisscher
co-promotor prof.dr. J.C. Looise
informatie: drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
email: a.m.dijkstra@veb.utwente.nl

STELLINGEN


Michael Pedersen MSc., faculteit Elektrotechniek

Efficiency is intelligent laziness

It is restrictions, and not freedom, that lead to new innovation

In science, as in all other facets of our lives, there is a thin line between ingenuity and triviality

A drawback on economic prosperity in the society is the impression of constantly living at a building site

The fact that we spend energy on saving the whales, while millions of our own race die from hunger, illustrates the decadence of modern society.

It is a dangerous development that the European Monetary Union now seems to have become a matter of personal political prestige rather than economic reality.