Eredoctoraten

Eredoctor Marten Oosting

Op 29 november 1996 kreeg mr. drs. Marten Oosting een eredoctoraat uitgereikt door de Universiteit Twente.

Dit vanwege zijn betekenis voor de bestuurskunde in het algemeen en voor de faculteit bestuurskunde van de UT in het bijzonder.

Oosting, geboren in 1943, was van 1987 tot 1999 de Nationale Ombudsman. De universiteit roemt de door Oosting ontwikkelde 'zorgvuldigheidsjurisprudentie'. Daarmee heeft hij volgens de UT het instituut ombudsman een wetenschappelijke basis gegeven. Daarnaast uitte de UT hiermee haar waardering voor zijn landelijke betekenis als Nationale Ombudsman.

Oosting: “Van het besluit van het College van Decanen om mij voor te dragen voor een eredoctoraat kreeg ik bericht in een brief van toenmalig rector magnificus Popma, op 29 april 1996. Een eredoctoraat wordt toegekend ‘wegens zeer uitstekende verdiensten’, zo schreef de rector. In mijn geval was overwogen mijn betekenis voor de bestuurskunde in het algemeen en de faculteit bestuurskunde van de Universiteit Twente in het bijzonder en mijn landelijke betekenis als Nationale ombudsman. Erepromotor prof. Ruiter wees in zijn laudatio bij de uitreiking op de door mij als Nationale ombudsman ontwikkelde methode van geobjectiveerde toetsing op behoorlijkheid van overheidsgedragingen.”

O.a. de vier eredoctoren en hun promotoren tijdens de uitreiking

De uitreiking

Carrière

Na een aantal jaren militaire dienst werd Marten Oosting aangesteld als wetenschappelijk medewerker aan de UT, toen nog Technische Hogeschool Twente. Oosting: “ Van 1 mei 1970 tot 1 februari 1978 ben ik als wetenschappelijk (hoofd)medewerker verbonden geweest aan de toenmalige THT. Ik ben in die tijd zowel inhoudelijk als organisatorisch direct betrokken geweest bij de voorbereidingen en de oprichting van de opleiding bestuurskunde. Dit was de eerste volledige opleiding bestuurskunde in ons land, deze is in 1976 van start gegaan. Zo was ik secretaris van de voorbereidingscommissie en daarna van het voorlopig bestuur van de toenmalige onderafdeling der bestuurskunde. Beide onder voorzitterschap van oud-rector magnificus prof. dr. ir.  P.J. Zandbergen. Vervolgens werd ik in het eerste bestuur onderwijsdecaan, tot mijn vertrek naar de Rijksuniversiteit Groningen. Van 1970 – 1974 woonden wij op de campus (Reelaan). Van 1993 – 2001 was ik voorzitter van de Nederlandse onderzoekschool voor de bestuurskunde, waarvan het penvoerderschap toen in Twente berustte”. Oosting zette zijn carrière voort als lector en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op 1 oktober 1987 werd hij Nationale Ombudsman. Als ombudsman zocht hij regelmatig de publiciteit, onder meer via een column in De Telegraaf. Zo bracht hij een breed publiek in aanraking met zijn werkzaamheden. Na zijn vertrek als Ombudsman werd hij lid van de Raad van State, van 2000 tot zijn pensionering in 2013.

De eredoctoren op een rij tijdens de uitreiking

De eredoctoren op een rij tijdens de uitreiking

Oosting over het eredoctoraat

Het besluit van de UT kwam voor Oosting als een totale verrassing. “Zoals de naam eredoctoraat het goed zegt: ik beschouwde dit eredoctoraat daadwerkelijk als een uitzonderlijke eer. Ik was door de toekenning ervan getroffen vanwege mijn band met de UT en omdat voor de eerste keer iemand vanuit de bestuurskunde was voorgedragen. Maar ook door deze zo bijzondere vorm van erkenning voor mijn pionierswerk als Nationale ombudsman. Het eredoctoraat heeft mijn band met de UT herbevestigd. Na het neerleggen van het voorzitterschap van de onderzoekschool heb ik geen nieuwe samenwerking met de UT gehad; mijn werk als lid van de Raad van State gaf daartoe geen aanleiding. Wel werd ook mijn band met Enschede herbevestigd door mijn voorzitterschap van de Commissie onderzoek vuurwerkramp”.

Decaan prof. De Jong, Mr. drs. Oosting en erepromotor prof. Ruiter
Decaan prof. De Jong, Mr. drs. Oosting en erepromotor prof. Ruiter

Advies aan jonge wetenschappers of studenten

“Ik ben sinds kort gepensioneerd en heb het voorrecht gehad in mijn werkende leven een aantal keren te mogen wisselen naar steeds weer een interessante nieuwe baan en een nieuwe werkomgeving. In mijn dubbele wetenschappelijke opleiding heb ik de focus gelegd op het openbaar bestuur. Toen ik in 1970, na mijn militaire dienst, begon bij de toenmalige THT was dat omdat ik had gehoord van voornemens om in Twente een voor ons land geheel nieuwe opleiding bestuurskunde te beginnen; het trok me om aan dat project te gaan deelnemen. Rijksuniversiteit Groningen, Nationale ombudsman, Raad van State, het waren steeds nieuwe kansen en ik had het geluk dat ik ze kreeg. Waarbij natuurlijk steeds de ervaringen in vorige functies nuttig waren voor de nieuwe baan. Zo is het inderdaad levenslang leren. Tegen de achtergrond van deze ervaringen kan ik hen die nog aan het begin staan van hun loopbaan alleen maar aanraden om zich met al hun talenten, creativiteit en energie in te zetten voor waar men op dat moment mee bezig is, maar ook om niet te aarzelen om kansen aan te grijpen voor een nieuwe fase in de loopbaan. Je kunt het toeval soms ook een handje helpen”.