HomeNieuwsZiekenhuiszorg bij hartfalen verplaatsen naar huis

Ziekenhuiszorg bij hartfalen verplaatsen naar huis

De afgelopen drie jaar werkten zeven Santeon ziekenhuizen uitgebreid samen om zorg op afstand mogelijk te maken door inzet van zorgdigitalisering. Recente internationale publicaties van UT-promovenda Charell Jansen laten zien hoe thuismonitoring bij hartfalen schaalbaar en duurzaam kan worden georganiseerd.  Met gegevens uit de zeven Santeon ziekenhuizen rapporteert Jansen hoe digitale zorg niet alleen technologisch werkt, maar vooral ook hoe je zulke zorg op grote schaal organiseert en duurzaam inbedt in bestaande zorgprocessen. De studies verschenen in European Heart Journal – Digital Health en JACC: Advances.

Wat als patiënten alleen nog naar het ziekenhuis komen voor de echt noodzakelijke medische ingrepen en alles wat thuis kan, ook daadwerkelijk thuis gebeurt? “Hartfalen leidt in Nederland jaarlijks tot zo’n 34.000 ziekenhuisopnames,” zegt Jansen. “Met een vergrijzende bevolking neemt die druk alleen maar toe. Als we zorg die niet per se in het ziekenhuis hoeft, ook daadwerkelijk buiten het ziekenhuis kunnen organiseren, dan maken we het systeem toekomstbestendiger.”

Van ziekenhuis naar huiskamer

Voor haar publicaties onderzocht ze hoe zeven Santeon ziekenhuizen op hun cardiologieafdelingen een app voor thuismonitoring bij hartfalen implementeerden binnen reeds bestaande protocollen. De zeven Santeon ziekenhuizen hebben afgevaardigden samengebracht in het zogenaamde kernteam hartfalen die rapporteerden aan een medical board. De implementatie werd stap voor stap gedaan en processen werden continu verbeterd.

Hartfalenpatiënten die deelnemen aan het programma meten thuis hun gewicht, bloeddruk en hartslag en vullen dit in op de app. Die gegevens komen binnen bij een team verpleegkundigen dat de waarden volgt. Bij afwijkingen overleggen zij met verpleegkundig specialisten en op indicatie met cardiologen en kan, indien nodig, de behandeling direct worden aangepast. Vaak zonder dat de patiënt naar het ziekenhuis hoeft.

“In essentie verplaats je een deel van de zorg van het ziekenhuis naar huis,” zegt Jansen. “Dat past bij de realiteit van vandaag: een groeiende groep patiënten, een toenemende zorgvraag en beperkte capaciteit in het ziekenhuis.”

Eén werkwijze, zeven ziekenhuizen

Een belangrijk kenmerk van het programma is dat er consensus is bereikt en alle zeven Santeon ziekenhuizen werken met één uniform protocol voor thuismonitoring bij hartfalen. Dat protocol beschrijft onder meer welke parameters patiënten meten, welke grenswaarden gelden en hoe zorgprofessionals handelen bij afwijkingen.

In haar eerste publicatie beschrijft Jansen hoe dit protocol tot stand is gekomen. “Wat mij interesseerde, was niet alleen wat er wordt gemeten, maar vooral hoe deze werkwijze gezamenlijk is ontwikkeld”, legt ze uit. “Cardiologen en verpleegkundig specialisten uit alle ziekenhuizen hebben dit vanaf de werkvloer opgezet. Dat zorgt voor draagvlak en voor consistentie in de zorg.”

Volgens Jansen is juist die gezamenlijke aanpak cruciaal voor succes op grotere schaal. Ook buiten het Santeon-netwerk en mogelijk zelfs buiten Nederland.

Wat gebeurt er in de praktijk?

De tweede publicatie richt zich op de eerste 17 maanden na de invoering van het protocol. In die periode deden 2.916 patiënten mee aan thuismonitoring bij hartfalen. De analyse laat zien dat deelnemers gemiddeld iets jonger zijn dan niet-deelnemers (respectievelijk 67 en 71 jaar gemiddeld). Ook blijkt dat mannen vaker deelnemen dan vrouwen.

“Dat verschil vonden we opvallend,” zegt Jansen. De volgende stap is om beter te begrijpen waar deze verschillen vandaan komen, zodat we het gebruik van thuismonitoring voor iedereen toegankelijk kunnen maken.”

Sneller contact, meer regie voor patiënten

Naast de cijfers hoort Jansen ook in de praktijk wat thuismonitoring oplevert. “Patiënten zijn vaak enthousiast. Ze hebben sneller contact met zorgverleners, bijvoorbeeld via de chatfunctie in de app, en hoeven niet te wachten aan de telefoon of op een polikliniekafspraak.” Deze uitkomsten zullen echter nog verder worden bestudeerd in de toekomst.

Voor zorgverleners verandert het werkproces mee. Thuismonitoring wordt steeds vaker een vast onderdeel van de poliklinische zorg en kan mogelijk een belangrijke rol spelen in de kwetsbare fase direct na een ziekenhuisopname, wanneer patiënten met hartfalen naar huis gaan  en aandachtiger worden gevolgd.

Blijven leren en verbeteren

De twee publicaties zijn een beginpunt, benadrukt Jansen. De komende periode wordt verder onderzocht wat thuismonitoring betekent voor ziekenhuisopnames, kwaliteit van leven voor patiënten en werkdruk in de zorg. Ook wordt gekeken hoe deelname verder kan worden vergroot, juist onder groepen die nu nog minder vaak meedoen.

“Het onderzoek laat zien dat het implementeren van ontwikkelingen tijd en aandacht vraagt en juist dan tot mooie resultaten kan leiden. ” zegt Jansen. “Het gaat om samenwerking, vertrouwen en slimme inrichting van processen. Daar ligt de echte innovatie.”

Meer informatie

Charell Jansen is promovenda in de onderzoeksgroep Biomedical Signals and Systems (BSS; Faculteit EEMCS / TechMed Centrum). Ze publiceerde haar werk in twee artikelen in de wetenschappelijke tijdschriften European Heart Journal – Digital Health en JACC: Advances. Haar (co-)promotoren zijn dr. Mark Schuuring, prof. dr. Miriam Vollenbroek - Hutten. (beiden BSS; Faculteit EEMCS) en prof. dr. Job van der Palen (CODE; Faculteit BMS).

Het artikel kwam tot stand in samenwerking met Geert van Hout, Mark Schuuring en Luuk Otterspoor. Bij de ontwikkeling en implementatie van het protocol waren tevens de medical board en het kernteam hartfalen betrokken.

K.W. Wesselink - Schram MSc (Kees)
Wetenschapscommunicatiemedewerker (aanwezig ma-vr)