Zie Nieuws

Oratie Kathelijne Wijnberg: Een duurzaam bewoonbare kust

Wereldwijd wonen mensen graag aan de kust. De zee en het strand zijn aantrekkelijk en vormen de basis voor toerisme als belangrijke bedrijfstak in de kusteconomie. De kust is altijd in beweging, dus is het wel zo verstandig om aan zee te wonen? En hoe houdbaar is dit op de lange termijn met doorgaande zeespiegelstijging? Professor Kathelijne Wijnberg van de Universiteit Twente noemt het ‘Living on the Edge”. Zij bestudeert kusten en de processen die haar veranderen en gebruikt deze kennis om duurzame oplossingen voor kustproblemen te ontwikkelen. De natuur en wonen aan de kust kan hand in hand gaan als de mens de natuur iets meer vrij spel zou geven. Op 2 mei 2019 houdt Professor Wijnberg haar oratie.

“Waarschijnlijk denken de meeste mensen er niet over na, maar in West-Nederland wonen we onder de zeespiegel en hebben we de duinen nog altijd heel hard nodig als bescherming tegen overstromingen. Tijdens stormvloed verdwijnen soms stukken van het duin in de zee. Dit wordt later weer vanzelf hersteld, door dat wind zand naar de duinen blaast waar helmgras dit zand vasthoudt. Tegelijkertijd hebben we dorpen en steden bovenop de duinen gebouwd, waardoor deze dynamiek niet overal meer mogelijk is.” Professor Kathelijne Wijnberg werkt als wetenschapper aan Coastal Systems and Nature-based Engineering bij de faculteit Engineering Technology. “Wonen aan zee kan wel als we rekening houden met de natuurlijke dynamiek. De kust heeft een toeristische en economische functie, maar de natuur speelt uiteindelijk de hoofdrol.”

Wonen aan zee kan wel als we rekening houden met de natuurlijke dynamiek.Professor Kathelijne Wijnberg

De Zandmotor

Een mooi voorbeeld waar natuurlijke processen een hoofdrol spelen is het project ‘De Zandmotor’ vlakbij Den Haag in de Randstad, een in 2011 aangelegd schiereiland voor de kust van Ter Heijde. Door golven, stroming en wind zal dit eiland de komende 20-25 jaar langzaam verdwijnen. Naar verwachting wordt een aanzienlijk deel van dit zand langs de kust verspreid en naar de duinen geblazen om zo de lange termijn veiligheid van de duinen als waterkering in stand te houden. Normaal gesproken vult Rijkswaterstaat om de vijf jaar door zeestromen weggevoerd zand aan met zandstort (zandsuppletie) op het strand en voor de kust. De vijfjaarlijkse zandsuppletie houdt de kustlijn op zijn plek. Met het wereldwijd unieke Zandmotor-concept wordt uitgeprobeerd of kustonderhoud niet veel efficiënter kan en met grotere meerwaarde voor recreatie, kusteconomie en natuur.

Camera’s en zand

Na de aanleg van de Zandmotor, onderzoeken wetenschappers, waaronder Wijnberg wat er in de praktijk gebeurt met dit zand, maar ook met bijvoorbeeld flora, fauna, en grondwater en of het aangelegde ontwerp wel optimaal was. Wijnberg onderzoekt samen met promovendi wat de wind precies doet met het zand van de Zandmotor en of we de lange termijn effecten op duinvorming goed kunnen voorspellen. Er hangen twaalf camera’s op de Zandmotor om dit in de gaten te houden. Waar ontstaat er precies duinvorming en hoe verloopt dit zandtransport? Op welke manier speelt vocht een rol en kunnen we hier rekenmodellen op los laten?

Strandhuisjes

Een andere aspect dat Wijnberg met haar promovendi bestudeert is hoe het gebruik van het strand invloed kan hebben op de duinontwikkeling. Op steeds meer plaatsen worden bijvoorbeeld strandhuisjes vlak voor het duin geplaatst, maar staan de strandhuisjes duinvorming in de weg? Of kunnen de huisjes juist een bijdrage leveren? Hoe dicht dienen de huisjes op elkaar te staan? “Misschien zouden we zandophopingen beter achter de huisjes kunnen brengen. Om zodoende duinvorming te stimuleren. Of dienen we juist huisjes op palen te bouwen?”

Internationaal

Niet alleen Nederland houdt zich bezig met dit soort vraagstukken. Er wordt internationaal samenwerking gezocht, zoals bijvoorbeeld met Brazilië, Denemarken en de UK. In dit laatste land gaat de eerste Zandmotor buiten Nederland aangelegd worden.

Buitenmens

Mensen staan niet dagelijks stil bij de gevaren van de zee, en zijn zich vaak helemaal niet bewust van de kustopbouwende krachten van de zee en de wind. Maar als fysisch geograaf was Professor Wijnberg altijd al geïnteresseerd in landschapsvorming van kusten en rivieren. “Ik was op school goed in de exacte vakken, maar wilde me niet in een van deze vakken specialiseren. In de fysische geografie gebruik je de exacte vakken, maar de studie zelf is veel breder en veldwerken waren daar ook een belangrijk onderdeel van. Bij Civiele Techniek kan ik deze brede kennis inzetten om duurzame oplossingen te ontwikkelen voor kustproblemen. Mijn onderzoek aan de Universiteit kan ik combineren met het veldonderzoek. Dit is wat ik wil.”

Janneke van den Elshout
Persvoorlichter (aanwezig ma-vr)