Zie Nieuws

Hoogleraar pleit voor nieuw sociaal netwerk dat wél let op privacy 6 april: Afscheidscollege mediasocioloog Jan van Dijk

Al voor de echte opkomst van het internet, schreef mediasocioloog prof. dr. Jan van Dijk het boek ‘De Netwerkmaatschappij’. Hierin legde hij uit hoe gekoppelde medianetwerken de maatschappij zouden gaan veranderen. Veel van zijn voorspellingen zijn inmiddels bewaarheid. Tijdens zijn afscheidscollege op 6 april aan de Universiteit Twente houdt Van Dijk een pleidooi voor meer privacy. “Bedrijven als Facebook en Google zullen hier nooit voldoende aan mee werken. Maar, als je privacy niet serieus neemt, verspeel je je vrijheid en de democratie.” 

Het begon allemaal in 1984 toen Van Dijk, als pas gepromoveerd socioloog, een project van ABN analyseerde. Hierbij had de bank alle werkplekken via één computernetwerk met elkaar verbonden. Tijdens dit onderzoek zag Van Dijk, dat wat bij deze bank in het klein gebeurde, een voorbode was voor een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling. Namelijk dat de opkomst van nieuwe media zou leiden tot het ontstaan van een netwerkmaatschappij. Hij schreef er het boek ‘De Netwerkmaatschappij; sociale aspecten van nieuwe media’ over. Geen uitgever wilde dit destijds publiceren. Niemand, op misschien 200 technici in Nederland na, zou namelijk geïnteresseerd zijn in het internet. Inmiddels zijn veel voorspellingen uit het boek ruimschoots bewaarheid en is het uitgegroeid tot een standaardwerk, waarvan er vier edities zijn verschenen. 

Voorspellingen

Van Dijk definieerde bijvoorbeeld drie fases: Eerst worden mensen met elkaar verbonden, dan de dingen en tot slot onze lichamen. De eerste fase is, met de opkomst van internet en sociale media, al lang realiteit. Momenteel zitten we midden in fase twee waarin allerhande apparaten, van energiemeter tot stappenteller, zijn aangesloten op het internet. En we zetten nu langzaam de eerste stappen in de derde fase. Als voorbeeld hiervan noemt Van Dijk de mogelijkheid om pacemakers te verbinden met het internet, zodat een arts het functioneren op afstand kan controleren. 

Veiligheid

Het verbinden van alles heeft volgens Van Dijk veel (potentiële) voordelen, maar kent ook de nodige risico’s. Veiligheid is daar een van. Als alle apparaten en kritieke infrastructuren met elkaar verbonden zijn, zijn ze ook te hacken. Je ziet nu al dat de beveiliging van veel apparaten te wensen over laat. Hierdoor kunnen kwaadwillenden ze relatief eenvoudig overnemen. Van Dijk pleit daarom voor een decentraal Internet of Things – of zoals hij het zelf liever noemt: Internet van Dingen. Dit verstuurt alleen basisinformatie, alle intelligentie zit in het apparaat en de gebruiker kan zelf alles beveiligen. 

Privacy

Een ander belangrijk risico van het verbinden van mensen en dingen, is volgens de hoogleraar dat we onze privacy en daarmee zelfs onze vrijheid verspelen. Want privacy – het recht om alleen gelaten te worden – is volgens Van Dijk een basisvoorwaarde voor vrijheid, democratie (zonder privacy vertrouwt niemand elkaar meer) en voor innovatie (elk nieuw idee kan gestolen worden). Toch ziet hij dat we onze privacy wel erg makkelijk opgeven om gratis diensten (in financieel opzicht tenminste) te kunnen gebruiken. Om onze privacy terug te winnen is het beter dat alle algoritmes van sociale media en van apparaten voor het Internet van Dingen openbaar worden gemaakt. Maar Van Dijk is er van overtuigd dat partijen als Facebook en Google dit nooit zullen doen. Dit biedt kansen voor een Europees openbaar geregeld sociaal netwerk dat wél rekening houdt met privacy. Dit is een gat in de markt tussen al die Amerikaanse en Chinese sociale media. Van Dijk: “Of dit er gaat komen weet ik niet, maar ik ben een stuk optimistischer sinds het sleepwetreferendum en de verontwaardiging na de laatste Facebookschandalen. Ik ben er van overtuigd dat mensen uiteindelijk verstandig genoeg zijn om het tij te keren.” 

Ik ben er van overtuigd dat mensen uiteindelijk verstandig genoeg zijn om het tij te kerenJan van Dijk

Afscheidscollege

Op 6 april verzorgt Van Dijk om 15.00 uur zijn afscheidscollege getiteld: ‘Alles, Altijd en Overal Verbonden; Het Internet van Mensen en Dingen’, waarin hij belangrijke aanbevelingen doet. Het openbaar toegankelijke college vindt plaats in zaal 2 van Gebouw de Waaier op de campus van de Universiteit Twente. U kunt zich hier aanmelden.