Nieuws

Twentse inbreng moet risico ramp reduceren Oratie prof.dr. Richard Sliuzas

Overheden kunnen de kans op rampen reduceren door bij planning van stedelijke gebieden meer gebruik te maken van geo-informatie. Deze data zijn essentieel voor toekomstscenario’s en 3D-simulatiemodellen, aldus prof. dr. Richard Sliuzas van de Universiteit Twente. Zijn leerstoel Urban and Regional Planning fot Disaster Risk Reduction heeft meegewerkt aan het Climate Action Plan in de Oegandese hoofdstad Kampala.

Steden in Afrika en Azië groeien in een hoog tempo. Kampala, dat momenteel zo’n 5 miljoen inwoners telt, is er een voorbeeld van. De verwachting is dat het inwonertal hier binnen 20 jaar verdubbelt. Nu al wordt de stad regelmatig geteisterd door overstromingen. De snelle urbanisatie zal het risico op nieuwe natuurrampen verder doen toenemen.

Toekomstscenario's

De faculteit ITC (Geo-Informatie Science and Earth Observation) van de Universiteit Twente doet al enkele jaren onderzoek in Oeganda, samen met de lokale overheid, onderzoekers van Makerere Universiteit en inwoners van de stad. Onderzoekers hebben een grote hoeveelheid (historische) data over Kampala verzameld, zoals satellietbeelden, grondbezit en sociaaleconomische gegevens. Ze stelden op basis daarvan verschillende toekomstscenario’s samen. Hierbij is met name gekeken naar de gevolgen voor de afvoer van het oppervlaktewater en de kans op overstromingen. Verder is onder meer onderzoek gedaan naar de perceptie van bewoners, ook in de sloppenwijken, ten aanzien van hun (toekomstige)  woonsituatie.   

De onderzoeksresultaten worden gebruikt voor het Climate Action Plan, waarmee de Oegandese overheid het risico op natuurrampen door klimaatverandering en verstedelijking wil reduceren. Het nieuwe beleid betrekt zoveel mogelijk de natuur bij infrastructurele oplossingen. Zo heeft de overheid een half miljoen bomen voor Kampala beschikbaar gesteld als middel tegen snelle afwatering, zodat de kans op overstromingen kleiner wordt. ,,Dit project laat zien hoe een geïntegreerde stedelijke planning op basis van data en scenario’s in de praktijk werkt”, zegt Richard Sliuzas, die onlangs aan de Universiteit Twente zijn oratie over dit onderwerp uitsprak.

Risk transformation

Een van de gevolgen van het nieuwe ruimtelijke inrichtingsbeleid kan zijn dat de bewoners van wijken in kwetsbare gebieden, bijvoorbeeld dichtbij de rivier, moeten verhuizen. Volgens Sliuzas kan dat een nieuw risico opleveren. ,,Kunnen mensen op een andere plek wel een vergelijkbaar bestaan opbouwen, bijvoorbeeld als ondernemer? Je verlaagt voor hen het risico op een natuurramp maar tegelijkertijd vergroot je mogelijk de kans op armoede. Deze risk transformation wordt de komende jaren een groeiend probleem, vooral in Afrika en Azië.”

Sliuzas pleit verder voor nauwere samenwerking tussen verschillende vakgebieden om tot een integrale aanpak te komen. De situatie in de bodem heeft immers effect op de bovengrondse activiteiten, en omgekeerd. ,,Stedenbouwers, planologen, geologen, hydrologen, experts op het gebied van bodemvervuiling: al die disciplines moeten beter communiceren met elkaar. Daar maak ik me sterk voor. Er valt op dat punt nog veel te verbeteren, ook in Nederland.”

Het oratieboekje van prof. dr. Richard Sliuzas (‘Grappling with the city-disaster nexus)’ is hier te downloaden (in pdf).

Laurens van der Velde
Persvoorlichter (aanwezig ma-vr)