Nieuws

Staat van dienst filmteam belangrijke graadmeter voor succes film

De Universiteit Twente heeft een rekenmodel ontwikkeld waarmee op basis van de staat van dienst van de betrokken scenarioschrijver, regisseur en producent, het commerciële en artistieke succes van een film voorspeld kan worden. Dit is de conclusie van een wetenschappelijk artikel dat Universiteit Twente onlangs openbaar maakte. Het artikel is geschreven door prof. dr. Richard Boucherie en dr. Judith Timmer in samenwerking met enkele studenten en filmmaakster Esmé Lammers. Op maandag 28 september wordt het onderzoek gepresenteerd tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht.  

Binnen de filmsector wordt regelmatig gezocht naar het recept voor het succes van een film. Hierbij richt men zich meestal op inhoudelijke aspecten. Als de hoofdpersoon zich ontwikkelt, als de plot voldoet aan een bepaald stramien dan is succes verzekerd, zo denkt men. De rekenmethode van Ate de Jong en het boek Het geheim van Hollywood van Paul Ruven en Marian Batavier zijn hier voorbeelden van.

En ook subsidiefondsen zoals het Nederlands Filmfonds en het Mediafonds gaan bij de beoordeling van aanvragen vooral uit van inhoudelijke aspecten, zoals geloofwaardigheid en structuur van het verhaal. Dit soort inhoudelijke aspecten worden gezien als belangrijke voorwaarden voor het behalen van succes.

Wetenschappers van de Universiteit Twente hebben zich bij hun onderzoek niet gericht op inhoudelijke aspecten, maar op het team filmmakers dat volgens hen samen het succes van de film bepaalt; de scenarioschrijver, de regisseur en hun producent. Als dit team bewezen heeft succesvol te zijn, dan zijn deze makers er in geslaagd een connectie te maken met het publiek. Deze connectie zorgt er voor dat ze ‘weten’ hoe ze hun verhaal inhoudelijk moeten vormgeven om het publiek weer te kunnen bereiken. Succes is niet altijd verzekerd, maar de connectie met een publiek maakt wel dat er kans is op een nieuw success.

Makers op Waarde Geschat

Het rekenmodel waarmee Universiteit Twente de kwaliteit van filmmakers in kaart heeft gebracht is onderdeel van het project Makers op Waarde Geschat. Dit project is door Esmé Lammers, de toenmalige intendant voor de commerciële film binnen het Nederlands Filmfonds, in 2007 opgestart. Het project was een antwoord op de onvrede die er toen heerste over het functioneren van het Filmfonds. Deze onvrede leidde tot de Filmbrief van 2006, een beleidsnota die in samenwerking met de filmsector werd opgesteld door de toenmalige staatssecretaris van OC&W, Medy van der Laan.

Om tegemoet te komen aan de eisen (meer ruimte voor eigenzinnigheid door minder inhoudelijke bemoeienis) die in de Filmbrief gesteld werden, werd in 2007 het startsein gegeven aan het project. In 2009 werd het project afgerond met een rapport en aanbevelingen. Hierna zou het Filmfonds een testperiode ingaan, maar daar zag het Filmfonds in 2010 vanaf. 

Het model wiskundig getest

Prof. dr. Richard Boucherie en dr. Judith Timmer besloten in samenwerking met enkele studenten en Esmé Lammers in 2012 om desondanks, buiten het Filmfonds om, het model te testen. De wiskundigen vermoedden namelijk dat er met het model, waarbij gebruik gemaakt wordt van formules uit de kansberekening (hiermee wordt aan de staat van dienst van makers een cijfer toegekend), een vrij betrouwbare voorspelling gedaan zou kunnen worden over het resultaat van de nieuwe film. Om dit vermoeden te staven werd de staat van dienst van alle filmteams berekend van de films die in 2010 in de bioscoop verschenen zijn. Vervolgens werd bekeken of deze cijfers een indicatie vormden voor de successen die de films in 2010 behaalden. Dit leverde zulke goede resultaten op dat de wiskundigen durfden te concluderen dat er op basis van het staatvandienstcijfer van een filmteam een vrij nauwkeurige voorspelling gedaan kan worden van het resultaat van de film, in de bioscoop en op festivals.  

Belang voor filmmakers

Hoewel het voorspellen van het resultaat van een film niet het uitgangspunt was van het project Makers op Waarde Geschat, zijn de conclusies van de Universiteit Twente, volgens initiatiefneemster Esmé Lammers, van belang voor Nederlandse filmmakers. Bij de toekenning van cultuursubsidie staat de vraag of het plan tot een succesvolle film of programma zal leiden meer en meer centraal. Nu wetenschappelijk is bewezen dat de staat van dienst hierbij een belangrijk aspect is, ligt het voor de hand dat de staat van dienst van de makers zwaarder mee zal wegen bij de beoordeling van aanvragen. Deze wijziging in de beoordelingssystematiek is gunstig voor filmmakers omdat het betekent dat ze meer inhoudelijke vrijheid zullen kunnen krijgen, hetgeen essentieel is voor het ontwikkelen van een eigen signatuur. Er zal bovendien gerichter geïnvesteerd kunnen worden in de ontwikkeling van het talent van filmmakers, beginnend en gevestigd talent.

De presentatie van het wetenschappelijk artikel betekent een afsluiting van het project Makers op Waarde Geschat. De initiatiefneemster hoopt dat de wetenschappelijke inzichten beleidsmakers zullen inspireren de staat van dienst van filmmakers consequent mee te wegen bij de beoordeling van projecten. 

NEDERLANDS FILM FESTIVAL - Nationale Film conferentie

Presentatie wetenschappelijk onderzoek prof. dr. Richard Boucherie

Prof. dr. Richard Boucherie (Universiteit Twente) presenteert een onderzoek over de staat van dienst van een filmteam als graadmeter (lees: voorspeller) voor het resultaat van de film. Gastsprekers dr. Judith Timmer en Esmé Lammers, gespreksleider Emile Fallaux. Organisatie Universiteit Twente i.s.m. Makers op Waarde Geschat. 

Maandag 28 september 2015, 15:30-16:30, TivoliVredenburg – Cloud Nine

De presentatie van het wetenschappelijke onderzoek maakt deel uit van de Nationale Film Conferentie die maandag 28 september vanaf 09:00 uur in diverse zalen van TivoliVredenburg plaatsvindt. De dagprijs voor de conferentie (inclusief lunch en borrel) is 15 euro. Zie: https://www.filmfestival.nl/profs_nl/festival-2015/nationale-film-conferentie/maandag-28-september/