Verwerking

In dit onderdeel vind je een formulier dat je kunt uitprinten. Op dit formulier kun je je bevindingen invullen. Maar wat kun je allemaal vinden op het formulier? Print het eerst maar eens uit en lees dan verder.
Hier kun je het formulier downloaden.

Allereerst vind je een veld voor de zogenaamde "brandtechnische driehoek".
Deze driehoek geeft aan welke bestanddelen er nodig zijn om vuur te maken. Hier moet je een plaatje van de driehoek plakken en uitleggen welke bestanddelen er bij de driehoek horen. Het feit dat het een driehoek is geeft al een idee hoeveel bestanddelen er nodig zijn... Vertel ook waarom er zonder één van die bestanddelen geen vuur kan zijn. Probeer de "brandtechnische driehoek" op internet op te zoeken. Kijk anders in de bibliotheek.

Brandend huis
Huis in lichterlaaie

Dan is er een deel voor de categorieën waarin brand is opgedeeld. Hier moet je de beschrijving van categorie A t/m C invullen Verder vind je verschillende velden voor kleine blusmiddelen. Zoek op internet informatie over deze kleine blusmiddelen en vul de informatie in op het formulier. Je moet een aantal dingen per blusmiddel noemen:

·

Zorg voor een plaatje van het blusmiddel

·

Wat is het chemische bestanddeel dat zorgt dat de brand geblust wordt?

·

Hoe zorgt dit bestanddeel voor de blussende werking?
M.a.w. welke zijde van de brandtechnische driehoek wordt weggenomen?

·

Voor welke soort brandjes is het blusmiddel het best geschikt en waarom?

Dan volgt er een tabel voor de voorbeeldsituaties. Vul hier in welke blusmiddel het best bij welke brand past.
Voorbeeldsituaties:

Hier vind je de voorbeeldsituaties.

Je komt een brand tegen en je moet hem blussen.
Welk blusmiddel grijp je bij voorkeur?
(soms heb je geen keus als er maar één soort blusapparaat in de buurt is)

 

Situatie 1

Je loopt op de gang door school en je komt langs het computerlokaal. Je ruikt een brandluchtje en besluit om eens naar binnen te gluren. Je ziet dat één van de beeldschermen is doorgebrand en deze staat, temidden van alle andere apparatuur, flink te gloeien. Je bent bang dat dit kleine brandje groter wordt en je wilt blussen.

Welke van de kleine blusmiddelen kun je het beste gebruiken in deze situatie?

PC in brand!

Situatie 2

Het is zomer en het is bloedheet. De gemeente heeft het gras voor je school al een tijdje niet gemaaid en het staat flink hoog en is kurkdroog. Een voorbijganger heeft nonchalant zijn sigarettepeuk in het gras gegooid en het vliegt in brand. Jij komt net de school uitlopen en ziet het gras branden.

Je handelt snel en blust met ...?

Takken in brand

Situatie 3

Lange dag achter de rug... Laatste uur en je komt laat thuis. Je moeder is al druk aan het koken, maar is aan de telefoon aan het kleppen met je tante. De pan op het vuur heeft echter vlam gevat. Je komt net binnen!

Wat doe je?

Vlam in de pan!

Situatie 4

Scheikundepracticum! Iedereen in je klas is druk bezig met verschillende proeven. De een is bezig met een Bunzenbrander. Daarnaast is iemand bezig met een proef met ethanol (alcohol). Een 500 ml bekerglas met ethanol wordt omgestoten en de vloeistof stroomt naar de brander en vat vlam.

Vloeistofbrand! Welk blusmiddel pak je?

 



Voor de het onderdeel 'vluchtroute en noodplan' en de 'blusmiddelen op school' vind je geen ruimte op het formulier. Daar moet je zelf een verslag van maken. Overleg eventueel met je leraar.