Eindtermen

Eindtermen, ook wel eindkwalificaties genoemd, zijn de kwalificaties waarover jij beschikt wanneer jij de bachelor Technische Informatica met succes hebt afgerond. Dit is dus wat jij allemaal kan wanneer je de titel BSc. Krijgt:

Kennis en ervaring met betrekking tot het domein Technische Informatica

De bachelor heeft kennis en inzicht in het vakgebied Technische Informatica. Deze kennis omvat:

1.

Software: programmeertalen, principes van software ontwikkeling, software engineering, formele methoden

2.

Computers: architectuur en organisatie, beheerssystemen

3.

Netwerken: netwerken en communicatie, platform-based development, grondslagen van systemen

4.

Grondslagen van Informatica: algorithmen en complexiteit, discrete structuren, parallel en gedistribueerd rekenen

5.

Human media interaction: computational science, graphics and visualization, mens-machine interactie, intelligente systemen

6.

Informatiemanagement: databases

7.

Informatiebeveiliging en security: grondslagen van de security, netwerk security, cryptografie

8.

Wiskunde: discrete wiskunde, calculus, lineaire algebra, kansrekening en statistiek

Ontwerpen

1.

De bachelor is in staat bij het ontwerpen van systemen relevante domeinkennis geïntegreerd toe te passen.

2.

De bachelor is in staat om op basis van een globale beschrijving een probleem in kaart te brengen en hiervoor een oplossing te specificeren.

3.

De bachelor is in staat om oplossingen/systemen te ontwerpen en hierbij methoden, technieken en modellen te selecteren en te benutten.

4.

De bachelor is in staat oplossingen/systemen te evalueren op hun eigenschappen en op basis hiervan een keuze te maken tussen verschillende oplossingen en deze keuze te verantwoorden.

Onderzoeken

1. De bachelor is in staat op een kritische manier problemen in het vakgebied te analyseren.

1.

De bachelor is in staat om op een systematische manier een onderzoek op te zetten en uit te voeren.

2.

De bachelor is in staat om op een deelgebied bij te dragen aan de ontwikkeling van het vakgebied.

Organiseren

1.

De bachelor is in staat zelfstandig benodigde kennis te verwerven en zich zelfstandig nieuwe kennis en vaardigheden eigen te maken.

2.

De bachelor is in staat ethische, sociale, culturele en maatschappelijke aspecten van problemen, oplossingen en ontwikkelingen binnen het vakgebied te analyseren en bespreken.

3.

De bachelor heeft inzicht in het functioneren van teams en is in staat om samen te werken in een team en met diverse belanghebbenden (zoals opdrachtgever en gebruiker).

4.

De bachelor is in staat, zowel mondeling als schriftelijk, effectief en efficiënt te communiceren met vakgenoten en niet-vakgenoten.

5.

De bachelor is in staat werkprocessen te organiseren en hierop te reflecteren.

6.

De bachelor kan een standpunt innemen en dit standpunt onderbouwen ten aanzien van een ontwerp of wetenschappelijk betoog.

7.

De bachelor is multidisciplinair ingesteld.