Bemiddeld contact tussen slachtoffers en daders na een misdrijf

Bemiddeld contact tussen slachtoffers en daders na een misdrijf:

Wanneer (en waarom) komt het tot een gesprek of juist indirect contact ?

Slachtoffers van misdrijven en daders die deze plegen hebben in Nederland de mogelijkheid om met de andere partij in contact te treden na het misdrijf. Deze bemiddelde contacten vinden plaats onder begeleiding van professionele bemiddelaars van de stichting Slachtoffer in Beeld, en deelname is voor beide partijen uitsluitend op vrijwillige basis. Slachtoffer in Beeld beoogt met de bemiddelde contacten een brug te vormen tussen slachtoffers en daders, en hen een ‘heroriëntatie’ te bieden op het misdrijf en elkaar. Daders kunnen in een gesprek of meer indirect (via een brief of de bemiddelaar) excuses maken en spijt betuigen, en krijgen inzicht in hetgeen zij hebben veroorzaakt bij slachtoffers. Slachtoffers krijgen de mogelijkheid om prangende vragen te stellen en de dader te confronteren met het aangerichte leed. Daarnaast biedt het hen de mogelijkheid excuses in ontvangst te nemen. Zo kunnen deze bemiddelde contacten slachtoffers helpen in het verwerkingsproces, en geven ze daders de mogelijkheid iets goed te maken.

Zowel slachtoffers als daders kunnen zich bij deze stichting melden met een verzoek tot een slachtoffer-dadergesprek. Echter, in lang niet alle gevallen komt het ook daadwerkelijk tot een bemiddeld gesprek: in circa de helft van de verzoeken heeft de andere partij geen behoefte aan contact, of trekt de verzoekende partij zich terug. Daarnaast wil een aanzienlijk deel van slachtoffers en daders geen direct, face-to-face contact, maar liever indirect contact. De vraag die centraal staat in dit project is welke factoren samenhangen met het tot stand komen van verschillende vormen van bemiddeld contact tussen slachtoffers en daders. Daarbij zou ook meegenomen kunnen worden in hoeverre men nieuwe vormen van bemiddeld contact zou prefereren (bijvoorbeeld ‘video conferencing’ of gesprek via een chatapplicatie).

Deze vragen zijn zowel wetenschappelijk als beleidsmatig relevant. Zo kunnen de uitkomsten van dit project aanknopingspunten bieden voor de stichting Slachtoffer in Beeld om de organisatie en uitvoering van de slachtoffer-dadergesprekken te optimaliseren, zodat de kans op een bemiddeld contact tussen slachtoffers en daders die daar behoefte aan hebben wordt vergroot.

De student brengt in kaart wat bekend is in de literatuur over de factoren die samenhangen met het tot stand komen van verschillende vormen van bemiddeling tussen slachtoffers en daders. Aan de hand van deze literatuur stelt de student hypothesen op, en toetst deze bijvoorbeeld onder burgers die zich voorstellen slachtoffer of dader te zijn van een misdrijf. In overleg met de docent kunnen ook andere methoden van onderzoek worden verkend en overwogen.

Literatuur:

Shapland, J., Atkinson, A., Atkinson, H., Chapman, B., Dignan, J., Howes, M., Johnstone, J., Robinson,

G., & Sorsby, A. (2007) Restorative justice: The views of victims and offenders. The third report

from the evaluation of three schemes. Ministry of Justice Research Series 3/07. Verkregen op

10- 06-2013, via http://webarchive.nationalarchives.gov.uk/+/http://www.justice.gov.uk/docs/

Restorative-Justice.pdf

Informatie:

Heb je interesse in deze opdracht? Neem dan contact op met de thema coördinator Sven Zebel (s.zebel@utwente.nl)

Start:

Kan per direct