Protocol vacuüm systemen

Samenvatting

Er is sprake van vacuüm bij drukken lager dan omgevingsdruk. (negatieve druk). Dergelijke situaties kunnen in bepaalde gevallen voor risico’s zorgdragen zoals oververhitting, overdruk en backfilling. Wanneer de juiste maatregelen getroffen worden zijn de risico’s nihil.

Doelstelling

Het doel van dit protocol is om richtlijnen te geven om veilig en beheersbaar met vacuüm te kunnen werken.

Wettelijk kader

Werken met druk is geregeld in de ‘richtlijnen Drukapparatuur ‘, pressure equipment directive 97/23/EG (PED).

Risico’s

·

Oververhitting van elektrische componenten door verminderde warmte afvoer in vacuüm;

·

Overdruk bij verhitting van de vacuümkamer (bv. uitstoken);

·

Overdruk door toepassen van cryogene vloeistoffen als vloeibare stikstof, vloeibaar Helium e.d. door kans op lekkages;
Bij toepassen van bijvoorbeeld vloeibaar waterstof dienen natuurlijk extra veiligheidsmaatregelen getroffen te worden;

·

Overdruk door een chemische reactie;

·

Overdruk door verkeerd aansluiten van de vacuümpomp;

·

Het zogenaamde ‘backfilling’ van het systeem door gastoevoer vanuit een gascilinder;

·

Verpompen van schadelijke gassen. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de effecten van de te verpompen gassen op de oliën in de vacuümpomp.

Vacuüm

Er is sprake van vacuüm bij drukken lager dan omgevingsdruk (negatieve druk).

Definitie Vacuüm systeem

Een vacuüm systeem bestaat onder andere uit een vacuümkamer, leidingwerk, een vacuümpomp en meetapparatuur. De aanwezige drukken worden hierbij uitgedrukt in bar.

Vacuümkamer met negatieve druk.
Drukken lager dan de omgevingsdruk. Minimale overdruk (<0.1 bar) kan worden toegestaan in geval van flushen bij het openen van het systeem naar omgevingsdruk.
Negatieve druk vacuüm systemen dienen te worden beveiligd met een overdrukbeveiliging indien er door de constructie kans bestaat op overdruk.

Vacuümkamer met positieve druk
Wanneer drukken hoger dan omgevingsdruk optreden (>0.5bar overdruk) wordt de opstelling gedefinieerd als drukkamer met vacuüm mogelijkheid. Hierbij moet de opstelling voldoen aan de ‘richtlijnen Drukapparatuur ‘, pressure equipment directive 97/23/EG (PED).

Overdruk

Ofschoon standaard componenten soms berekend zijn voor drukken tot 10 bar kunnen componenten als kleppen vaak maar een verschildruk aan van ongeveer 1 bar. Vacuümpompen werken met een maximale begindruk van ongeveer 1.5 bar. Bij kans op overdruk dient daarom een beveiliging ingebouwd te worden.

Hiervoor zijn diverse methoden:

-

Blindflens zonder klem. Door middel van gewichten op de plaats houden of even vasthouden bij begin van vacumeren;

-

Standaard kleppen met veerbeveiliging;

-

Burst valve. Hoog vacuüm afdichting met breekglas. Eenmalig gebruik.

Richtlijnen

·

Gebruik standaard componenten van gerenommeerde leveranciers;

·

Gebruik bij brosse componenten of ongedefinieerde materialen een afscherming;

·

Gebruik voor vensters, glazen onderdelen, plexiglas kamers e.d. alleen standaard onderdelen en pas waar nodig splinter bescherming toe;

·

Bij eigen ontwerp van onderdelen dienen sterkte berekeningen te worden uitgevoerd met ‘voldoende’ veiligheidsfactor;

·

Wanneer overdruk niet uitgesloten kan worden is men verplicht een drukontlasting appendage op het systeem aan te brengen. Meestal een breekplaat met een breektraject van 0.6 - 0.8 bar;

·

Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen (zoals veiligheidsbril / gelaatbescherming).