Werken met lasers

Inleiding

Een laser is een apparaat dat een smalle evenwijdige en coherente bundel (elektromagnetische) straling uitzendt van een specifieke golflengte. Door deze eigenschappen kan op grote afstand van de laser de stralingsintensiteit in de bundel nog hoog zijn. Wanneer levend weef­sel gedurende te lange tijd hieraan blootgesteld wordt, dan kan door de warmte­ontwikkeling bij ab­sorptie van de straling beschadiging van het weefsel optre­den. Bij te hoge stralingsintensi­teit van het oog kan schade worden toegebracht aan hoornvlies, ooglens of iris. De maximaal toelaatbare stralingsintensiteit voor de huid is enige or­den groter dan die voor het oog. De te nemen veiligheidsmaatregelen richten zich wat betreft het stra­lingsrisico dan ook vooral op de ge­varen voor het oog.

Indien een medewerker werkzaam is of medewerkers werkzaam zijn met lasers dan moeten de richtlijnen beschreven in dit document, gevolgd worden.

Wetgeving

Lasers die een schadelijke straling kunnen uitzenden, moeten gebouwd zijn van een deugdelijk materiaal, goed geconstrueerd zijn en in een goede staat verkeren. Afhankelijk van het gevaar van het arbeidsmiddel moeten deze zodanig in een ruimte zijn opgesteld en/of zodanig zijn ingericht, opgesteld of afgeschermd, dat bij het in werking zijn geen gevaarlijke straling kan vrijkomen.

Indien het vrijkomen van schadelijke straling niet kan worden voorkomen moeten zodanige organisatorische maatregelen genomen worden dat de schadelijke effecten zoveel mogelijk worden ingeperkt. Indien ook dit niet voldoende is moeten adequate persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar worden gesteld.

Risico-Inventarisatie en -Evaluatie

De risico's van het werken met lasers dienen vooraf via een nader onderzoek geïnventariseerd en geëvalueerd worden.

Implementatie op de UT

Uitvoeren RI&E

Voordat met de werkzaamheden, waarbij lasers worden gebruikt, wordt begonnen moet de RI&E van die werkzaamheden zijn uitgevoerd. De inventarisatie moet gericht zijn op risico's van de laserstraling (o.a. ogen, huid, het mogelijk vrijkomen van ozon, brand, röntgen e.d.). Hierbij moeten de volgende aspecten aan bod komen.

I Gegevens over het lasersysteem:

·

Risicoklasse van de laser:
Lasers worden op grond van energie en duur van de puls (pulslasers) of vermogen van de bundel (continue laser) ingedeeld in vier klassen. Lasers van klasse 1 worden als ongevaarlijk beschouwd en lasers van klasse 4 als het gevaarlijkst. De indeling van de laserklassen is te vinden in bijlage 1. Van elke laser vanaf klasse 1M en hoger dient te worden vastgesteld in welke risicoklasse de laser of het lasersysteem thuishoort. Bij twijfel raadpleeg de laserdeskundige. De laserdeskundige houdt een register (zie bijlage 2 voor format) bij waarin de laserapparatuur (vanaf klasse 1M) is opgenomen inclusief alle relevante technische gegevens.

·

Gegevens over werkzaamheden
Bij welke werkzaamheden wordt gebruik gemaakt van lasers (continue, periodiek).

·

Gegevens over risico's die kunnen optreden
De mogelijke schadelijke effecten die kunnen optreden door contact met de laserbundel (risico's voor huid en oog).
Andere mogelijke gevaren bij het gebruik van lasers zijn:

- ongelukken ten gevolge van hoge elektrische spanningen in de voe­dings­ apparatuur;

- het eventuele ontstaan van dampen, aërosolen en ozon;

- lawaai bij gepulste hoge energie lasers;

- explosies en implosies van de gebruikte glazen buizen van gasla­sers;

- hoge intensiteit zichtbaar licht afkomstig van de bewerking tijdens laserlassen;

- brandgevaar

- verbranding van huid / kleding door (onzichtbare) lasers;

- ophoping van statische elektriciteit.

·

Overige informatie
Type laser (excimer, argon, YAG etc.).

II Typering werkzaamheden

·

Waarvoor wordt de laser gebruikt?

·

Op welke manier kunnen medewerkers in (oog)contact komen met de laserbundel?

III Blootgestelde groep medewerkers

·

Welke medewerkers kunnen in aanraking komen met de laserbundel? Denk hierbij ook aan medewerkers die indirect in aanraking zouden kunnen komen (studenten, technici). Hoe zijn deze medewerkers geschoold?

IV Plan van Aanpak

·

Geef aan welke maatregelen genomen worden ter voorkoming van contact met de laserbundel. Aandacht moet gegeven worden aan de volgende zaken:

-

Het toepassen van een methode met een zo laag mogelijke stroomsterkte/lichtintensiteit.
Het is verplicht een andere methode toe te passen, indien mogelijk, waarbij minder (UV)straling vrijkomt. Bij toename van de stroomsterkte neemt de (UV)straling toe. Het toepassen van een methode waar een zo laag mogelijke stroomsterkte/lichtintensiteit gebruikt wordt, is verplicht.

-

Het zoveel mogelijk afschermen van de laserbundel.
De laserbundel dient zoveel mogelijk afgeschermd te zijn. Daarnaast kan door bijvoorbeeld een bundelvanger aan het einde van de laser, het niet aanbrengen van spiegelende oppervlakken in de baan en door het aanbrengen van beveiligingen op de afscherming van de laserbundel, de mogelijke blootstelling worden gereduceerd.

-

Het werken in speciaal gemarkeerde ruimten.
De speciaal daarvoor bestemde ruimte mag alleen toegankelijk zijn voor bevoegd en geïnstrueerd personeel. Deze dienen in het bezit te zijn van bewijs van toelating (bijv. autorisatie van UT pas of speciale sleutel, voor toegang tot de ruimte). De ruimte en de apparatuur moeten voorzien zijn van de bij de risicoklasse behorende waarschuwingsborden en -tekens. Op de toegangsdeuren moet een signalering ('laser aan') zijn aangebracht en/of moet een voorziening aanwezig zijn die voorkomt dat de deur tijdens de laserwerkzaamheden geopend kan worden.

-

Het niet toepassen van materialen die in brand kunnen geraken wanneer de laserbundel erop gericht is.

-

Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen waaronder een laserbril en beschermende kleding (indien dit uit de RI&E blijkt) is verplicht.

-

Het aanbrengen van noodstopvoorzieningen, zowel binnen als buiten de ruimte.

-

Bij gebruik van laserklasse 3R, 3B of 4 dient men gebruik te maken van een laserdeskundige.

-

De laserdeskundige is bevoegd werkzaamheden stil te leggen indien zonder voorlichting wordt gewerkt met lasers van klasse 3R, 3B en 4.

De te nemen maatregelen zijn afhankelijk van de risicoklasse van de laser. In onderstaande tabel staan de verplichte maatregelen per beheersingsniveau aangegeven.

Beheersingsmaatregelen

Risicoklassen

1

1M

2

2M

3R

3B

4

1

Etiketteren van laserapparatuur

ja

ja

ja

ja

ja

ja

ja

2

Opstellen bundelvanger aan eind van bundel

nee

ja

ja

ja

ja

ja

ja

3

Laser gebruikers zijn geïnstrueerd (mondeling en schriftelijk)

nee

ja

ja

ja

ja

ja

ja

4

Alleen bevoegde medewerkers hebben toegang

nee

nee

nee

nee

ja

ja

ja

5

De werkplek moet gescheiden zijn van de plaatsen voor andere werkzaamheden in hetzelfde gebouw

nee

nee

nee

nee

ja, afschermen van andere ruimte is mogelijk

ja

ja

6

Buiten de ruimte moet worden aangebracht:

- symbool voor laserstraling

- rode waarschuwingslamp die brand als laser werkt

- een tekst met nadere instructie (bv. ‘alleen toegang voor bevoegden’).

nee

nee

nee

nee

nee

ja

ja

7

Dragen van laserbrillen

nee

nee

ja

bij direct kijken in bundel

ja

bij direct kijken in bundel

ja,

bij direct kijken in bundel

ja, altijd

ja, altijd

8

Beveiligen machine met sleutelschakelaar

nee

nee

nee

nee

ja

ja

ja

9

Bij gebruik van optische waarnemingsinstrumenten moet voorkomen worden dat (gevaarlijke) blootstelling optreedt

nee

ja

ja

ja

ja

ja

ja

10

Baan onder ooghoogte houden

nee

ja

ja

ja

ja

ja

ja

11

Bundel zoveel mogelijk afschermen of onbereikbaar maken. Beveiligingen op afscherming moet bedrijfszeker zijn.

nee

nee

nee

nee

ja

ja

ja

12

In de baan van de bundel mogen spiegelende oppervlakten aanwezig zijn.

ja

ja

ja

ja

nee

nee

nee

13

Aanstellen laserdeskundige

nee

nee

nee

nee

ja

ja

ja

14

Leg een logboek aan met daarin:
- registratie type laser
- laser gebruiker(s)
- gebruik van de laser

Zie bijlage 2

nee

nee

nee

nee

ja

ja

ja

Opmerking:

Een laser van een bepaalde klasse kan tot een la­sersys­teem van klasse 1 worden getransformeerd door een beschermende omhulling aan te brengen om het te bewer­ken object. De voorwaarden van de beschermende omhulling zijn dan, dat:

-

niemand rechtstreeks door de bundel kan worden getroffen.

-

de spiegelend gereflecteerde bundel en de dif­fuus gere­flec­teerde bundel geen oogletsel kun­nen veroor­zaken.

-

bij verwijdering van de beschermende omhulling (geheel of ge­deel­te­lijk) het niet mogelijk is dat de laser in werking kan treden.

Technische en organisatorische maatregelen

Bedrijfshulpverlening

Samen met de bedrijfshulpverlening van het gebouw moet nagegaan worden of er speciale calamiteitenprocedure opgezet moeten worden. De BHV'ers moeten weten op welke manier zij veilig de ruimte met lasers kunnen betreden (op de hoogte zijn van de centrale noodschakelaar e.d.). Neem dit mee in de voorlichting naar betrokken medewerkers en bedrijfshulpverleners.

Voorlichting

Medewerkers die met een laser werken moeten specifiek over de gevaren en risico’s worden geïnstrueerd (mondeling en schriftelijk). Tevens moet er een (schriftelijke) werkinstructies aanwezig zijn bij de laserapparatuur (in het Nederlands en Engels (voor anderstaligen)) .

PAGO / PMO

Het nut van oogkeuringen bij aanvang van de werkzaamheden en periodiek daarna is omstreden. Een individuele medewerker die toch een oogonderzoek zou willen hebben, moet hiervoor echter wel de gelegenheid krijgen. Na een ongeval met een laser waarbij het vermoeden is dat sprake is van oogletsel, is het wenselijk dat binnen 72 uur een oogonderzoek wordt uitgevoerd door een oogarts waarbij de eventuele schade zo nauwkeurig mogelijk wordt vastgelegd.

Literatuur/verder lezen

1.

Richtlijnen laserveiligheid voor research en onderwijs I.A.V.M. rapport nr. 12 (sept. 1985)

2.

Laserveiligheid in de gezondheidszorg (sept. 2006)

3.

Laserveiligheid in de gezondheidszorg, risicoprofiel (sept. 2011)

4.

Veiligheids- en gezondheidsaspecten van het werken met hoog vermogen lasers (jan. 1998)

5.

NEN –EN-60825-1, 2007 Veiligheid laserproducten, apparatuur classificatie en eisen.

6.

AI 60 Kunstmatige optische straling, 1ste druk, 2011

7.

SZW Optische straling in arbeidssituaties, 2006

BIJLAGE 1 - Indeling van de laserklassen

Klasse indeling

Met betrekking tot de gevaren zijn lasers volgens de NEN-EN-60825 norm ingedeeld in 4 hoofdklassen waarbij het risico voor de laser gebruiker per klasse toeneemt. De meeste klassen zijn op basis van het (uittredend)vermogen onderverdeeld in twee onderklassen waardoor er 7 klassen ontstaan. Dit is bij pulslasers gebaseerd op energie en de duur van de puls. Bij continu-lasers is de indeling gebaseerd op het vermogen van de bundel en in het zichtbare golflengte gebied, mede op de aanwezigheid van de oogsluitreflex.
Bij de classificatie van de laser, dient te worden uitgegaan van het maximale bundelvermogen. In vaste opstellingen waarin de laser niet op maximum vermogen wordt gebruikt, kan de opstelling in een lagere klasse worden ondergebracht, mits afdoende maatregelen zijn genomen zodat het vermogen van de uittredende bundel niet hoger kan worden dan het maximum van de betreffende lagere klasse.

De indeling in 7 klassen ziet er als volgt uit.

Klasse

Veiligheid

Beschrijving

1

Veilig

Het betreft lasers met een golflengte in zowel het zichtbare als het niet zichtbare spectrum. Deze lasers zijn onder normale omstandigheden veilig voor de ogen en de huid, ook wanneer optische instrumenten worden gebruikt. Een product kan een laser van een hogere klasse bevatten, maar de straling wordt door de elektronica beneden de bovengrens van klasse1 lasers gehouden

1M

Opletten

Deze lasers zijn bij normaal gebruik veilig in het golflengtegebied van 300 tot 4000nm, maar zijn gevaarlijk bij het gebruik van optische instrumenten, bijvoorbeeld als er divergerende lenzen worden gebruikt binnen 10 cm van de laser opening of een brede bundel door richten en optiek het oog kan treffen.

2

Veilig

De bundel van de lasers met een laag vermogen (lager dan 1 mW) valt in het golflengtegebied van 400 tot 700nm. Deze lasers zijn veilig omdat men bij blootstelling

tijdens normaal gebruik tijdig het hoofd weg draait van de bron en er direct een oogreflex optreedt (binnen 0,25 sec.).

2M

Opletten

Als bij klasse 2: de bundel van deze laser valt in het golflengtegebied van 400 tot 700nm. Deze lasers zijn echter gevaarlijk bij het gebruik van optische instrumenten (zie ook klasse 1M).

3R

Potentieel gevaar

Deze lasers leveren gevaar op in het golflengtegebied tussen 300 en 1*106 nm wanneer er direct in de laserbundel wordt gekeken. De maximale emissie (AEL = Accessible Emission Limit) is in het zichtbare golflengtegebied vijf maal hoger dan voor klasse-2-lasers en in de andere golflengtegebieden vijf maal hoger dan voor klasse-1-lasers.

3B

Direct gevaar

De bundel van lasers uit deze klasse levert in zowel het

zichtbare als in het niet-zichtbare gebied een direct gevaar op wanneer in de bundel wordt gekeken.

4

Zeer gevaarlijk

Deze lasers leveren onder alle omstandigheden direct gevaar op, ook de verstrooide teruggekaatste bundels. Ze kunnen letsel veroorzaken aan ogen en huid, maar er kan ook brand ontstaan.

Bijlage 2 - Logboek format

Type laser

Risicoklasse

Lasergebruikers

Reden gebruik laser

Locatie