Checklist veiligheidsmaatregelen lasers & laserruimtes

Deel A: Checklist veiligheidsmaatregelen lasers & laserruimtes

Deel B: Gebruikersvoorschriften

Deel A

Checklist veiligheidsmaatregelen lasers & laserruimtes

1

Eisen aan de lasers.

Laserklasse

 

1

1M

2

2M

3R

3B

4

1.

Elke laser is correct geclassificeerd.

V

V

V

V

V

V

V

2.

Op de laser is een etiket aangebracht met daarop de soort laser, de klasse en het bundelvermogen.

V

V

V

V

V

V

V

3.

De laser kan alleen met een sleutelschakelaar worden aangezet.

-

-

-

-

V

V

V

4.

De laser is zo geconstrueerd, dat na uitvallen, door welke oorzaak ook, deze alleen met de sleutelschakelaar weer in werking kan worden gezet.

-

-

-

-

V

V

V

5.

Op de laser bevindt zich een indicatielampje dat brandt, als in de laser een bundel wordt opgewekt.

-

-

-

-

V

V

V

6.

Er is een lasernoodstop die bij indrukken de laser totaal uitschakelt.

-

-

-

-

-

V

V

7.

Als de laser stand-by staat, dan houdt een afsluiter of verzwakker in de laser de bundel tegen.

-

-

-

-

V

V

V

8.

Deze afsluiter of verzwakker is op afstand bedienbaar.

-

-

-

-

-

A

V

9.

Op de laser zijn elektrische contacten die kunnen worden benut voor een interlocksysteem. Dit systeem zorgt ervoor dat de laser automatisch uitvalt dan wel de bundel niet meer kan uittreden.

Afhankelijk van de opstelling en situatie moet men beoordelen waar een koppeling wordt gemaakt (deur, gordijn, kap etc.).

-

-

-

-

-

A

V

10.

Boven of bij de laser is een geel waarschuwingsbord (of sticker) met lasergevaar teken. (Niet nodig bij een gesloten lasersysteem)

-

-

-

-

A

V

V

11.

Er is een beveiliging ter voorkoming van het ongecontroleerd starten van een laser of een niet bedoeld “afvuren” van een pulslaser d.m.v. een juiste uitvoering van sleutelschakelaars en schakelknoppen.

-

-

-

-

-

V

V

12.

Het net- en hoogspanningsgedeelte dient volledig en veilig te zijn afgeschermd (bij aanwezigheid: hoogspanningsgevarenteken verplicht)

V

V

V

V

V

V

V

A= Aanbevolen

V= Verplicht

2

Het laserlab. (alleen voor lasers van klasse 3b en 4)

Laserklasse

 

1

1M

2

2M

3R

3B

4

1.

Op de werkplek en bij de toegangsdeur is een z.g. hulpverleners- noodknop die bij indrukken de laser uitschakelt, de deur automatisch ontgrendelt en de laseralarminstallatie inschakelt.

-

-

-

-

-

V

V

2.

Boven de toegangsdeur is een lichtbak met de tekst “laser on” die automatisch brandt als de voeding van de laser is ingeschakeld.

-

-

-

-

-

V

V

3.

De laserruimte of subruimte moet zodanig afgeschermd zijn dat er geen laserbundel naar buiten kan komen.

-

-

-

-

-

V

V

4.

Op de toegangsdeur is een waarschuwingsbord met gevarenteken aangebracht.

-

-

-

-

-

V

V

5.

Bij meer dan 1 laseropstelling is de ruimte verdeeld in adequaat afgeschermde subruimtes met elk 1 laseropstelling.

-

-

-

-

-

V

V

6.

Er zijn effectieve maatregelen genomen om ongewenst binnenkomen te voorkomen. (b.v. cijferslot)

-

-

-

-

-

V

V

7.

Er is een goede verlichting + noodverlichting.

-

-

-

-

-

V

V

8.

Er zijn geen overbodige spiegelend-reflecterende oppervlakken. Componenten en voorwerpen -op de experimenteertafel- moeten voor de betreffende golflengte diffuus reflecterend zij afgewerkt.

-

-

-

-

-

V

V

9.

Er is voldoende ventilatie en een goede puntafzuiging op plaatsen waar schadelijke dampen kunnen ontstaan.

-

-

-

-

-

V

V

10.

Er zijn voldoende -voor de te gebruiken golflengte en vermogens-dichtheid- goedgekeurde veiligheidsbrillen aanwezig.

-

V

V

V

V

V

V

11.

Er zijn voldoende geschikte handblusmiddelen.

-

-

-

-

-

V

V

12.

Het laserlab mag niet gebruikt worden als opslag.

-

-

-

-

-

V

V

13.

Noodzakelijk te gebruiken licht-ontvlambare vloeistoffen moeten worden geplaatst in een extra metalen omhulsel

-

-

-

-

-

V

V

A= Aanbevolen

V= Verplicht

3

Gesloten lasersystemen.

Laserklasse

 

1

1M

2

2M

3R

3B

4

1.

Het materiaal van de kast moet een langdurige blootstelling aan de bundel kunnen doorstaan.

-

-

-

-

-

V

V

2.

Deze kast is -voor de te gebruiken golflengte- geheel dicht en hierop gecontroleerd.

-

-

-

-

-

V

V

3.

Een evt. kijkgat is afgedekt met een vast filter van voldoende optische dichtheid.

-

-

-

-

-

V

V

4.

Deuren van geheel gesloten monster- en bewerkingsruimtes alsmede deksels en afdekplaten zijn voorzien van interlock- schakelaars. (dezelfde functie als bij open lasersystemen)

-

-

-

-

-

V

V

5.

Er is aan lasernoodstop op een opvallende en goed bereikbare plaats.

-

-

-

-

-

V

V

6.

Boven de kast is een informatiebord met de tekst “gesloten lasersysteem”.

-

-

-

-

-

V

V

7.

Er is een doelmatige afzuiging als toxische gassen kunnen worden gevormd.

-

-

-

-

-

V

V

A= Aanbevolen

V= Verplicht

Deel A: Checklist veiligheidsmaatregelen lasers & laserruimtes

Deel B: Gebruikersvoorschriften

Deel B

Gebruikersvoorschriften

1

Organisatie.

Laserklasse

 

1

1M

2

2M

3R

3B

4

1.

Voorgenomen aanschaf en aanwezigheid van alle lasers zijn gemeld aan de beheerder.

-

-

-

-

-

V

V

2.

Waar mogelijk is de opstelling in een gesloten lasersysteem ondergebracht.

-

-

-

-

-

V

V

3.

Bij de locatie met lasers is bekend wie verantwoordelijk is voor de veiligheid.

-

-

-

-

-

V

V

4.

Laserwerkers kunnen gebruik maken van een Preventief Medisch Onderzoek (PMO). Wijs nieuwe medewerkers er op dat de mogelijkheid bestaat.

-

-

-

-

-

V

V

5.

De laserwerkers hebben onderricht ontvangen in het werken met lasers. Met name is gewezen op de gevaren bij het uitlijnen.

-

-

-

A

A

V

V

6.

De laserwerkers hebben schriftelijke instructies ontvangen in het werken met lasers.

-

-

-

V

V

V

V

7.

Het is bekend dat alle (laser)calamiteiten moet worden gemeld middels het ongevalsmeldingsformulier (website HR) en aan de VGM contactpersoon (b.v. blootstelling oog aan bundel)

V

V

V

V

V

V

V

8.

Het is bekend dat gevaren en tekortkomingen in de beveiliging onverwijld moeten worden gemeld aan de VGM contactpersoon.

V

V

V

V

V

V

V

9.

Is er een logboek aangelegd?

-

A

A

A

V

V

V

A= Aanbevolen

V= Verplicht

2

Planning van de laseropstelling

Laserklasse

 

1

1M

2

2M

3R

3B

4

1.

In principe wordt gebruik gemaakt van het minimale vermogen waarmee het beoogde experiment kan worden uitgevoerd. (alara)

-

-

-

-

-

V

V

2.

Het bundelpad is zo kort mogelijk en bevat geen overbodige optische componenten.

-

-

-

-

-

A

V

3.

Bij laseropstellingen is langs de rand van de optische tafel een afscherming tot boven de bundelhoogte aangebracht zodat de bundel de tafel niet kan verlaten.

-

-

-

-

-

V

V

4.

De bundel dient zoveel mogelijk te worden afgeschermd met bundelpijpen of, indien mogelijk, met glasfiberoptiek te worden overgebracht.

-

-

-

-

A

V

V

5.

Elke bundel heeft een effectieve bundelstop.

-

A

A

A

V

V

V

6.

Alle bundel-beïvloedende componenten zijn goed gefixeerd.

 

 

 

 

 

 

 

7.

Op de werktafel mogen geen overbodige of niet gebruikte componenten aanwezig zijn.

-

A

A

A

A

V

V

8.

In een opstelling met een pomplaser is het bundelpad van de pomplaser geheel afgeschermd.

-

-

-

-

-

V

V

9.

Indien mogelijk de laser(bundel) verticaal opstellen.

A

A

A

A

A

A

A

A= Aanbevolen

V= Verplicht

3

Algemene werkvoorschriften.

Laserklasse

 

1

1M

2

2M

3R

3B

4

1.

Alleen laserwerkers mogen de laserruimte betreden; anderen mogen alleen met toestemming en onder begeleiding van de laserwerkers de ruimte betreden.

-

-

-

-

-

V

V

2.

Alleen laserwerkers mogen de lasers bedienen.

-

-

-

-

-

V

V

3.

het is ten allen tijde verboden om in de bundel te kijken.

-

-

-

V

V

V

V

4.

Indien er een bundel is, is het dragen van een -voor de gebruikte golflengte en vermogensdichtheid- goedgekeurde veiligheidsbril verplicht.

-

-

V

-

V

V

V

5.

Er dient vooraf gewaarschuwd te worden bij “afvuren “ van pulslaser of bij het starten van een continuelaser.

-

-

A

A

A

A

A

6.

Er wordt gewaarschuwd voor parasitaire reflecties bij beam-splinters, transparante oppervlaktes en diffuus reflecterende oppervlakken.

-

-

-

-

-

V

V

7.

Er wordt gewaarschuwd voor een parasitaire bundel aan de achterzijde van een hoogvermogen laser.

-

-

-

-

-

V

V

8.

Er wordt gewaarschuwd voor chemische gevaren (m.n. reacties) en elektrische gevaren. (m.n. hoogspanning)

-

-

A

A

A

V

V

A= Aanbevolen

V= Verplicht

4

Uitlijn-protocol.

Laserklasse

 

1

1M

2

2M

3R

3B

4

1.

Uitlijnen gebeurt met oogbescherming welke een zodanige optische dichtheid heeft dat de bundel kan worden gevolgd al dan niet met hulpmiddelen. (uitlijnbril)

-

-

-

-

-

V

V

2.

Uitlijnen gebeurt, indien mogelijk, met een richtlaser in het zelfde bundelpad of bij minimal vermogen evt. maximale verzwakking.

-

-

-

-

-

V

V

3.

Er worden hulpmiddelen gebruikt om de bundel te kunnen zien, b.v. infraroodkijker, fluorescentie scherm, rook, e.d.

-

 

-

-

-

V

V

4.

Na het uitlijnen wordt elk optisch onderdeel in het bundelpad gecontroleerd op parasitaire bundels.

-

-

-

-

-

V

V

5

Laserklassen kunnen bij het uitlijnen veranderen wanneer afscherming verwijderd wordt. Pas de juiste laserklasse toe m.b.t. beschermende maatregelen tijdens het uitlijnen. Denk hierbij ook aan omstanders.

 

 

 

 

 

V

V

A= Aanbevolen

V= Verplicht