Vervoer van ggo’s en biologisch materiaal

Met betrekking tot de verpakking en het vervoer van biologisch materiaal gelden strenge regels. Voor vervoer over de weg van infectieuze stoffen en genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) dienen deze verpakt te worden volgens de wettelijke voorschriften opgenomen in het ADR, de Europese overeenkomst met betrekking tot het internationaal vervoer van goederen over de weg. Verzending door de lucht moet voldoen aan de regels van de Internationale Air Transport Association (IATA).

In deze procedure zijn de voorschriften weergegeven ten aanzien van het intern/extern vervoer van biologische agentia en ggo-materiaal. De bestelling/ontvangst van ggo-materiaal verloopt altijd via de VM van het betreffende project. De VM controleert of het materiaal onder de verleende vergunning valt. Bij verzending wordt door de VM erop toegezien dat de ontvanger ook daadwerkelijk beschikt over een gepaste vergunning voor ingeperkt gebruik.

Het vervoer van ggo-afval of afval dat besmet is of kan zijn met pathogene micro-organismen is beschreven in de UT- regeling afvoer bedrijfsafval en gevaarlijk afval.

1.

Intern vervoer

Niet- infectieuze genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) (ML-I) worden voor intern vervoer verpakt in een gesloten, breukvaste lekdichte verpakking, met het opschrift GGO. Dit kan bijv. een afsluitbare box (doos) zijn, die te desinfecteren is.

Bij vervoer van infectieus materiaal (ggo’s van ML-II en pathogenen en micro-organismen van risicoklasse 2 of hoger) moet de box daarnaast voorzien zijn van een Biohazard teken.

2.

Extern vervoer

Voor extern vervoer en verzending van biologisch materiaal is altijd een triple containment noodzakelijk, bestaande uit:

1.

Een hermetisch gesloten, lekdichte, onbreekbare eerste houder (eppendorf buisje, flesje, etc.) waarop de inhoud en het vereiste inperkingniveau is vermeld.

2.

Een hermetisch gesloten, onbreekbare en lekdichte tweede houder, waarbij de eerste houder omsloten is door voldoende absorberend materiaal voor de hele inhoud.

3.

De buitenverpakking van het triplecontainment moet een stijve verpakking zijn; bijv. stevige doos.

Als een verpakking (droog)ijs of een ander koelmiddel bevat, dan moet de verpakking daarvoor geschikt zijn.

Voor het vervoer van de verschillende soorten samples over de weg gelden specifieke verpakkings- en labelingseisen die in Tabel 1 zijn weergegeven. Daarnaast gelden de volgende bepalingen:

a)

Bij vervoer van vloeistoffen dient op de buitenzijde tevens het onderstaande package orientation etiket op de twee tegenoverliggende zijden te worden aangebracht. Kleur zwart of rood op witte achtergrond.

b)

Wanneer het materiaal wordt verstuurd op droogijs gelden er aanvullende specificaties:

Maximale totaalgewicht per zending 25 kg;

Minimale afmeting van doos: 25 x 25 x 25 cm.

Bij transport over de weg moet de verpakking gelabeld zijn met een extra label: UN 1845 waarop de hoeveelheid droogijs wordt vermeld. Bij transport door de lucht moet bovendien het etiket voor de klasse 9 worden geplaatst.

UN1845

De hoeveelheid droogijs moet voldoende zijn voor tenminste 3 dagen (10 kg). In alle gevallen de doos met droogijs helemaal opvullen met piepschuim of een ander droog vulmiddel.

Verpakking moet zodanig zijn dat er geen drukopbouw kan plaatsvinden in de verpakking. Ook de primaire en secundaire verpakking moet de lage temperaturen kunnen doorstaan.

Algemeen:

Elk vervoer over de weg of door de lucht moet voorzien zijn van een vrachtbrief waarin vermeld staat:

·

Plaats en datum van opmaken;

·

Naam en adres van afzender;

·

Naam en adres van de vervoerder;

·

Naam en adres van de geadresseerde;

·

Plaats en datum van in ontvangst nemen van de goederen en de plaats bestemd voor de aflevering van goederen;

·

Juiste vervoersnaam van het materiaal;

·

Brutogewicht of de hoeveelheid van de goederen.

Voor de verzending van ggo’s/biologisch materiaal kan ook gebruik worden gemaakt van Biologistic Services (http://biologistic.nl/). Het voldoen aan de eisen t.a.v. geschikte verpakkingen, etiketten en vrachtdocumenten zijn op deze manier geborgd.

Tabel 1: Overzicht van verpakkings- en labelingseisen bij het verzenden van biologisch materiaal

Biologisch materiaal

Verpakkings

materiaal

Labeling:

Documenten naast de vrachtbrief en benaming

Humaan diagnostisch en onderzoeksmateriaal, niet besmet met pathogenen van klasse 3 of 4

(Cat B)*)

Triple containment waarvan de buitenkant een stijve verpakking is

UN3373

BiologicalSubstance B

Dierlijk diagnostisch en onderzoeksmateriaal, niet besmet met pathogenen van klasse 3 of 4

(Cat B)*)

Triple containment waarvan de buitenkant een stijve verpakking is

UN3373

For Research and diagnostics only in zwart met witte letters.

Handelsdocument als de zending binnen EU-lidstaatlanden wordt verstuurd.

Voor buiten de EU: land- specifieke eisen.

Niet infectieuze ggo’s

Triple containment waarvan de buitenkant een stijve verpakking is

UN3245_label

ADR 9

Op de vrachtbrief de aanduiding: “genetic modified organisms”

Infectieus materiaal, pathogeen voor mens en dier van risicoklasse 2 of hoger en aangemerkt als Cat. A*)

UN goedgekeurde stijve verpakking voor 2814;

Biological Substance 6

+

UN 2814

Op de vrachtbrief de aanduiding: “infectious substance affecting humans”

Infectieus materiaal, pathogeen voor dier,

Cat. A*)

UN goedgekeurde stijve verpakking die ook voor voor 2814 gelden

Biological Substance 6

+ UN 2900 label

Vrachtbrief met de aanduiding: “infectious substance affecting animals

Opm. bij gecombineerd lucht- en wegvervoer de eisen van luchtvervoer volgen.

*) Definitie categorie A en B:

Een categorie A infectueuze stof is een infectueuze stof die in een vorm wordt vervoerd,

die bij blootstelling bij overigens gezonde mensen en dieren blijvende invaliditeit of een

levensbedreigende of dodelijke ziekte kan veroorzaken (Definitie ADR 2.2.62.1.4.1, ICAO-TI

2; 6.3.2.2.1). De regelgeving voorziet in een tabel met indicatieve voorbeelden van micro-organismen die voldoen aan deze criteria. Voor de indeling in categorie A is niet de tabel

leidend, maar de definitie.

Categorie A infectueuze stoffen kunnen worden ingedeeld in:

Klasse 6.2, UN 2814, Infectueuze stof, gevaarlijk voor mensen (Infectious substance, affecting humans)

Klasse 6.2, UN 2900, Infectueuze stof, alleen gevaarlijk voor dieren (Infectious substance,

affecting animals, only).

Er staan drie soorten op de categorie A lijst, die, wanneer de reden van transport diagnostiek

is, over de weg mogen worden vervoerd als categorie B infectueuze stof, UN 3373.

Het betreft Mycobacterium tuberculosis, Shigella dysenteria type 1 en Escherichia coli

verotoxigen.

NB. Dit geldt alleen voor wegvervoer ten behoeve van diagnostische doeleinden, voor

transport door de lucht, of voor wegtransport met een ander doeleinde dan diagnostiek,

moeten deze soorten worden ingedeeld als categorie A infectueuze stof, UN 2814.

NB. Zoönosen (categorie A) worden geclassificeerd als Klasse 6.2, UN 2814. Onder categorie A vallen in ieder geval alle risicogroep 4 pathogenen. Deze zijn aangevuld met culturen van een aantal risicogroep 3 pathogenen.

Een Categorie B infectueuze stof is een infectueuze stof die niet voldoet aan de criteria voor de indeling in categorie A (Definitie ADR 2.2.62.1.4.2, ICAO-TI 6.3.2.2.2). Voorbeelden van categorie B infectueuze stoffen zijn diagnostische monsters, en cultures voor wetenschappelijke of diagnostische doeleinden (mits ze geen categorie A organismen bevatten). Deze worden ingedeeld als:

T.b.v. wegtransport (ADR): Klasse 6.2, UN 3373, “Biologische stof categorie B” of “Biological Substance, Category B”.

T.b.v. luchttransport (IATA-DGR): Klasse 6.2, UN 3373, “Biologisch materiaal categorie B” of “Biological Substance, Category B”