Roken

In alle UT-gebouwen is roken verboden, zowel in publieke ruimten als op alle werkplekken. Het rookverbod geldt ook buiten kantooruren en in gebouwen die in het kader van renovaties buiten gebruik zijn gesteld. Het rookverbod is ook van toepassing op elektronische sigaretten. De hoofdhuurder van een gebouw is verantwoordelijk voor het handhaven van de afspraken ten aanzien van het niet roken in het gebouw. Bij overtreding van de Tabakswet legt de NVWA de werkgever een boete op. De UT verhaalt deze boetes volledig op de overtreders persoonlijk.

Bij de ingangen van elk gebouw is aangegeven dat in het betreffende gebouw een algemeen rookverbod van kracht is. Indien in of bij een gebouw een rookruimte aanwezig is, wordt aangegeven waar men deze kan vinden.

De hoofdhuurder van een gebouw kan binnen en/of buiten het gebouw ruimtes aanwijzen waar men mag roken. Rookruimtes worden gerealiseerd in overleg met en door het Facilitair Bedrijf, de kosten zijn voor de hoofdhuurder. Deze rookruimtes mogen niet gebruikt worden als werkruimte. Vereist is dat er buiten een rookruimte op geen enkele wijze rookoverlast wordt veroorzaakt. In de praktijk houdt dit voor ruimtes in een gebouw onder andere in dat de ruimte afgesloten moet zijn (door bijvoorbeeld deuren met een dranger) en dat de lucht naar buiten wordt afgevoerd, zodat buiten deze rookruimte geen hinder of overlast van rook is. Voor ruimtes buiten het gebouw betekent dit over het algemeen dat dergelijke ruimtes niet bij de ingang en niet in de onmiddellijke nabijheid van te openen ramen mogen worden gesitueerd.