Wat kan ik zelf doen?

Door in het dagelijks leven minder vaak voor de luie manier te kiezen, is het niet moeilijk om aan dertig minuten beweging per dag te komen:

·

Loop of pak de fiets voor boodschappen in de buurt;

·

Ga per fiets naar het werk in plaats van met de auto of het openbaar vervoer.

Door te “poolen” stimuleer je elkaar om niet bij de minste reden alsnog de auto te pakken;

·

Als je niet anders dan met de auto of openbaar vervoer naar het werk kunt, parkeer de auto dan wat verder weg of stap een halte eerder uit de bus, zodat je nog een stuk moet lopen;

·

Neem de trap in plaats van de lift;

·

Blijf tussen de middag niet achter je bureau zitten maar maak met collega’s een wandeling over de campus.

Liever sporten?

Als je liever je beweging krijgt door te sporten, dan heb je wellicht wat aan de volgende tips:

·

Op de campus worden tussen de middag of na werktijd verschillende sporten, bewegingscursussen en culturele cursussen aangeboden. Kijk hiervoor op de websites van bedrijfssport, het Sportcentrum en het Vrijhof Cultuurcentrum.

·

Begin rustig aan en bouw het bewegen/sporten langzaam op. Als je meteen te hard van stapel loopt is de kans groot dat het tegenvalt en je alle zin in sporten en bewegen verliest;

·

Blijf luisteren naar jouw lichaam. Dat waarschuwt op tijd al je te ver dreigt te gaan;

·

Zware inspanningen en oefeningen zijn niet per se nodig. Bij het sporten is de duur belangrijker dan de intensiteit. Elke dag een beetje heeft meer effect dan één dag per week intensief sporten;