Procedure tijdens verzuimperiode

Gedurende verzuimperiode

1.

Onderhoud wekelijks contact met de medewerker

Houd de medewerker zo betrokken mogelijk bij het werk en de organisatie door:

-

hem of haar uit te nodigen op de werkplek (bv. bijwonen werkoverleg)

-

hem of haar op de hoogte te houden van de situatie op de werkplek

-

de post door te geven

2.

Bespreek de mogelijkheden tot het verrichten van vervangend of aangepast werk.

3.

Treedt, indien gewenst, in overleg met medewerker, de HR manager, de re-integratiecoördinator en/of bedrijfsarts.

4.

Zie erop toe dat de medewerker zich houdt aan de voor hem geldende procedures. Zorg ervoor dat, wanneer dit niet het geval is, er passende maatregelen worden genomen. Treed hierover in overleg met de re-integratiecoördinator of de HR manager.

5.

Uiterlijk na 2 weken verzuim bespreek je, bij voorkeur op de werkplek, met je medewerker zijn/haar situatie om na te gaan of hervatting op korte termijn te verwachten is. Als dit het geval is, stel je samen met je medewerker een werkhervattingsplan op in het kader van zijn/haar terugkeer. Wanneer echter geen duidelijke prognose voor (een) hervatting(s datum) blijkt, schakel je de re-integratiecoördinator in. De re-integratiecoördinator adviseert of en zo ja wie een andere analyse maakt van de situatie en/of schakelt de bedrijfsarts in. Uit analyse kunnen twee resultaten naar voren komen:

I er kan geen prognose voor een harde hervattingsdatum gegeven worden, ook niet wanneer interventies worden ingezet: met andere woorden er is sprake van dreigend langdurig verzuim. Je schakelt de re-integratiecoördinator in. De re-integratiecoördinator schakelt de bedrijfsarts in. De bedrijfsarts maakt op verzoek van de re-integratiecoördinator uiterlijk in de 6e week van de ziekte een Probleemanalyse.

Vanaf dat moment treedt de procedure ‘dreigend langdurig verzuim’ in werking.

II er kan een prognose gegeven worden voor een harde hervattingsdatum wanneer gebruik gemaakt wordt van interventies. Geen dreigend langdurig verzuim. Indien noodzakelijk zal de bedrijfsarts gevraagd worden deze interventies te beschrijven. Naar aanleiding van het advies van de bedrijfsarts stel je samen met je medewerker een werkhervattingsplan op met een duidelijke einddoelstelling. Uiterlijk in de 5e week van het verzuim wordt plan geëvalueerd. Wanneer blijkt dat de re-integratiedoelstelling niet gehaald is of gehaald gaat worden, verzoek je met tussenkomst van de re-integratiecoördinator de bedrijfsarts om alsnog een probleemanalyse te maken.

Vanaf dit moment gaat de procedure ‘dreigend langdurig verzuim’ in.