procedure langdurig verzuim

Wanneer de leidinggevende en/of de medewerker de inschatting maken dat er sprake is van dreigend langdurig verzuim verzoekt de leidinggevende aan de re-integratiecoördinator de medewerker op te laten roepen door de bedrijfsarts. Dit gebeurt op basis van een gerichte vraagstelling. Voorts wordt de bedrijfsarts verzocht om een probleemanalyse te maken indien de arts:

-

de kans op WIA instroom/blijvende (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid groot acht;

-

de kans op langdurig verzuim aanwezig is, welke interventies, die de restcapaciteit moeten vergroten, dan wel de arbeidsrevalidatie moeten bevorderen, noodzakelijk maken;

-

er aanpassingen/voorzieningen op de werkplek noodzakelijk zijn.

De bedrijfsarts levert in uiterlijk de 6e week van het verzuim de probleemanalyse in bij de werkgever. Deze bevat de volgende gegevens:

-

een duidelijke beschrijving en afweging van belasting en belastbaarheid;

-

de prognose ten aanzien van belastbaarheid;

-

signalering mogelijkheden om genezing/re-integratie te bevorderen.

Op grond van de probleemanalyse stelt de leidinggevende samen met de medewerker een plan van aanpak op Het plan bevat informatie over:

-

de doelstelling van de re-integratie;

-

op welke wijze de re-integratie kan worden bevorderd;

-

welke acties hiervoor worden ondernomen;

-

wie hiervoor verantwoordelijk is;

-

wanneer deze acties zullen plaatsvinden;

-

wanneer en hoe het resultaat van deze acties zal worden geëvalueerd.

Het Plan van aanpak dient binnen uiterlijk 8 weken na ziekmelding te zijn opgesteld.

De medewerker en de leidinggevende voeren vervolgens het plan samen uit waarbij de medewerker en de leidinggevende regelmatig in contact blijven: minimaal eens in de 4 weken evalueren zij de uitvoering. Dat zijn ook de momenten waarop de medewerker verslag uitbrengt van de eigen inspanningen om het werk weer te hervatten. Alle gegevens worden opgenomen in het poortwachterdossier en zo ook eventuele bijstellingen van het plan van aanpak, De medewerker en de leidinggevende kunnen gedurende het traject de re-integratiecoördinator en/of de bedrijfsarts om advies vragen.

In de 42e week van de arbeidsongeschiktheid, meldt de re-integratiecoördinator de medewerker aan bij het UWV.

In de 87e week krijgt de medewerker van het UWV een aanvraagformulier voor een WIA-uitkering. De medewerker neemt contact op met de re-integratiecoördinator. Deze ondersteunt de medewerker bij de aanvraag.

Op basis van alle informatie beoordeelt het UWV of de leidinggevende, de arbodienst en de medewerker zich voldoende hebben ingespannen voor herstel en werkhervatting.

Er bestaat een mogelijkheid om de wachttijd voor de WIA te verlengen of te verkorten. Dit is zinvol wanneer vaststaat dat op afzienbare termijn herstel te verwachten is. Of dat er sprake is van duurzaam blijvend arbeidsongeschikt.