Gratificaties

Regeling Jubilea UT

Toelichting op de Regeling Jubilea UT

 

Regeling Jubilea UT

1. Begripsbepalingen

Artikel 1

Deze regeling verstaat onder:

a.

Ambtsjubileum: een jubileum vanwege een 25 of 40 jarig dienstverband met het Rijk of een van zijn diensten of instellingen, waaronder universiteiten, dan wel bij andere publiekrechtelijke overheidslichamen.

b.

Beheerder: degene die volgens het Bestuurs- en beheersreglement met het beheer van een eenheid is belast.

c.

College: het College van Bestuur van de universiteit.

d.

Personeelslid: degene die een dienstverband heeft met de universiteit.

e.

Universiteit: de Universiteit Twente.

f.

UT jubileum: een jubileum vanwege een 12,5 of 25 jarig dienstverband met de universiteit.

2. Ambtsjubileum

Artikel 2

1.

Het college stelt de beheerder in kennis van de datum van het ambtsjubileum van een personeelslid, onder vermelding van de hoogte van de toe te kennen gratificatie.

2.

Voor de berekening van de diensttijd geldt de ministeriële "Regeling gratificatie bij ambtsjubileum" uit 1989 inclusief de latere wijzigingen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

3.

Het personeelslid heeft bij zijn ambtsjubileum van 25 jaren recht op een gratificatie. De gratificatie bedraagt 70% van het salaris in de maand van het jubileum, inclusief de vakantie-uitkering.

4.

Het personeelslid heeft bij zijn ambtsjubileum van 40 jaren recht op een gratificatie. De gratificatie bedraagt 100% van het salaris in de maand van het jubileum, inclusief de vakantie-uitkering.

5.

De gratificatie wordt uitbetaald in de kalendermaand waarin het jubileum plaatsvindt.

Artikel 3

1.

Als het college het personeelslid ontslag verleent in verband met opheffing betrekking, overtolligheid of FPU, dan heeft het personeelslid recht op een proportionele ambtsjubileumgratificatie, mits aan het in lid 2 genoemde is voldaan.

2.

De proportionele ambtsjubileumgratificatie wordt alleen verleend, als het personeelslid direct voorafgaande aan de ontslagdatum tenminste gedurende tien jaren onafgebroken in dienst van de universiteit is geweest en binnen een termijn van vijf jaren na zijn ontslag maar voordat het personeelslid 65 jaar wordt aanspraak zou hebben op een ambtsjubileumgratificatie.

3.

De proportionele gratificatie bedraagt een, in verhouding tot de diensttijd, evenredig gedeelte van de gratificatie waarop het personeelslid aanspraak zou hebben bij zijn ambtsjubileum.

3. UT jubileum

Artikel 4

1.

Het college stelt de beheerder in kennis van de datum van het UT jubileum van een personeelslid.

2.

Voor toepassing van dit artikel wordt onder diensttijd verstaan de totale duur van het (de) dienstverband(en) van het personeelslid met de universiteit waarvan uitgezonderd de periodes van verlof voor zover zij langer dan één jaar duren. Buitengewoon verlof in het algemeen belang van langer dan een jaar telt wel mee bij de berekening van de diensttijd. Dienstverband(en) als student-assistent worden buiten beschouwing gelaten.

3.

Het personeelslid heeft ter gelegenheid van zijn UT jubileum van 12,5 jaren recht op een gratificatie van € 230,- netto. Deze gratificatie wordt uitbetaald in de kalendermaand waarin het jubileum plaatsvindt.

4.

Het personeelslid ontvangt ter gelegenheid van zijn 25-jarig UT jubileum als blijk van waardering een zilveren reversspeld en een daarbij behorende oorkonde.

5.

Als het personeelslid dit op prijs stelt, reikt de voorzitter van het college de in lid 6 bedoelde reversspeld uit.

6.

Als het personeelslid dit op prijs stelt, wordt aan zijn 25-jarig UT jubileum publiciteit gegeven.

4.

Receptie

Artikel 5

1.

De beheerder biedt het personeelslid bij het 25-jarig ambtsjubileum of UT jubileum en een 40-jarig ambtsjubileum een receptie aan.

2.

De beheerder biedt voor het 25-jarig ambtsjubileum en het 25- jarig UT jubileum in totaal één receptie aan. In overleg met het personeelslid wordt bepaald bij welke gelegenheid de receptie plaatsvindt.

3.

Als het personeelslid ervoor kiest om zijn jubileum op een andere wijze dan met een receptie binnen universiteitsverband te vieren, dan kan de beheerder hier een vergoeding voor verstrekken.

4.

De beheerder kan besluiten om, voor het personeelslid in positieve zin, af te wijken van lid 2.

5.

Verlof

Artikel 6

1.

Het personeelslid heeft bij het 25-jarig ambtsjubileum of UT jubileum en bij een 40-jarig ambtsjubileum recht op een kalenderdag verlof.

2.

Als het 25-jarig ambtsjubileum en het 25 jarig UT Jubileum niet op dezelfde datum vallen, heeft het personeelslid ter gelegenheid van beide gebeurtenissen in totaal recht op één kalenderdag verlof.

6.

Slotbepalingen

Artikel 7

1.

In bijzondere gevallen kan het college van het gestelde in deze regeling afwijken.

2.

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

3.

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2010.

Toelichting op de Regeling Jubilea UT

Inleiding

Op grond van artikel 3.19 lid 1 van de CAO Nederlandse Universiteiten heeft een werknemer aanspraak op een gratificatie bij dienstjubileum. Wat een dienstjubileum is, hoe hoog de gratificatie dient te zijn en of bij een jubileum nog andere attenties horen, zegt de CAO niet. Op grond van artikel 3.19 lid 2 is de UT verplicht nadere regels vast te stellen met betrekking tot de gratificatie bij ambtsjubileum. Deze regeling voorziet in die verplichting en is tevens een aanvulling en verduidelijking op artikel 3.19 lid 1.

Artikel 2 Ambtsjubileum

Voor bepaling van de omvang van de diensttijd (lid 2) zijn de artikelen 4 en 5 van de "Regeling gratificatie bij ambtsjubileum" van de Minister van Binnenlandse Zaken (Staatscourant d.d. 15 november 1989, nr. 223) als uitgangspunt genomen, waarop later enige wijzigingen zijn aangebracht. Deze bepalingen, na verwerking van de wijzigingen, luiden als volgt:

Artikel 4

Als diensttijd voor de toepassing van een ambtsjubileumgratificatie geldt de tijd, doorgebracht:

a. in de burgerlijke dienstbetrekking bij de Nederlandse overheid, waaronder te dezen mede wordt begrepen de voormalige NV "Artillerie-Inrichtingen";

b. in een betrekking (vóór 1966) als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Pensioenwet 1922 alsmede een betrekking als bedoeld in artikel B2 en B3 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, en een betrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet Privatisering ABP;

c. in burgerlijke dienst bij de overheid in de landen Suriname (tot 25 november 1975), de Nederlandse Antillen en Aruba, bij de voormalige gouvernementen van Suriname, Curaçao en Nieuw-Guinea;

d. in dienst bij het niet-openbaar onderwijs in de onder c genoemde landen en voormalige overzeese rijksdelen, voor zover zulks de belanghebbende onder de werkingssfeer van een overheidspensioenregeling bracht of zou hebben gebracht indien hij in vaste dienst was geweest;

e. tot en met 31 december 1954 in dienst van de Republiek Indonesië, voor zover die tijd door de Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië wordt bestreken;

f. in Nederlandse militaire dienst of daarmede voor de toepassing van het Algemeen Rijksambtenarenreglement gelijkgestelde dienst, waaron­der begrepen dienst bij het voormalig KNIL en de troepen in Suriname (tot 25 november 1975) en de Nederlandse Antillen en Aruba.

g. als volontair met een volledige dagtaak bij een van de onder a. tot en met e. genoemde instanties;

h. de tijd waarover rechtsherstel is verleend, mits de belanghebbende gedurende die tijd een betrekking vervuld heeft bij een van de in a. tot en met f. genoemde instanties.

Volgens artikel 5 van deze circulaire van de Minister worden de tijd in een politiek ambt, verloftijd (excl. buitengewoon verlof in het algemeen belang) en fictieve diensttijd bij de berekening buiten beschouwing gelaten.

Met het salaris waarover de gratificatie wordt berekend (lid 3 en lid 4) is bedoeld het salaris zoals dat geldt in de maand van het jubileum, met inbegrip van de vakantie-uitkering. Onkostenvergoedingen, functioneringstoelage, toelage onregelmatige dienst, waarnemingstoelage en dergelijke, tellen niet mee bij de berekening van de gratificatie.

Volgens de huidige fiscale wetgeving kan het bruto bedrag van de gratificatie als netto worden uitbetaald, omdat de gratificatie is vrijgesteld van loonheffing.

Artikel 3 Proportionele ambtsjubileumgratificatie bij ontslag

Dit artikel is ontstaan nadat bleek dat de animo om gebruik te maken van een vroegpensioenregeling verminderde als dit tot gevolg had dat men de jubileumgratificatie mis liep. Later is dit uitgebreid tot andere ontslagvarianten. De diensttijd wordt berekend aan de hand van artikel 2 lid 2 van deze regeling.

Artikel 4 UT jubileum

Voor bepaling van de diensttijd (lid 2) worden uitsluitend de dienstverbanden met de UT meegerekend. Dienstverband(en) bij een geprivatiseerd onderdeel van de Universiteit en studentassistentschappen worden buiten beschouwing gelaten. Als sprake is van een verlof dat langer duurt dan één jaar, dan telt deze verlofperiode niet mee. Buitengewoon verlof in het algemeen belang telt echter wel altijd mee.

Bij de berekening volgens deze regeling hoeft geen sprake te zijn van een ononderbroken diensttijd. De dienstverbanden worden bij elkaar opgeteld.

De uitreiking van de reversspeld (lid 5) door de voorzitter van het college is facultatief. Ook het bekendmaken van het 25-jarig jubileum in het UT Nieuws (lid 6) is een keuze die het personeelslid zelf kan maken.

Artikel 5 Receptie

In lid 2 staat dat de beheerder bij het 25-jarig UT/ambtsjubileum één receptie aanbiedt. Als beide jubilea op dezelfde dag vallen, is dit logisch. Maar ook als zij niet op dezelfde dag vallen, biedt de beheerder maar één receptie aan. Het personeelslid mag in het laatste geval kiezen of deze receptie ter gelegenheid van het ambtsjubileum of ter gelegenheid van het UT jubileum wordt gehouden.

Artikel 6 Verlof

Het verlof betreft een kalenderdag en niet 8 uren. Bedoeld hiermee is dat als een personeelslid halve dagen werkt hij/zij geen twee dagen verlof krijgt (= 8 uren in dat geval) maar slechts één dag.